De weg naar je ware zelf

Nieuws

Belle en het Beest

Alle artikelen, Mythen & sprookjes

SPROOKJES - ‘Belle en het Beest’ handelt over een van de belangrijkste archetypische conflicten in de mens: de splitsing tussen lichaam en geest.

Ik ben geboren onder het gesternte van de Boogschutter. Julius beschrijft in het boek ‘De beeldentaal van de dierenriem’ hoe de Boogschutter in zichzelf één van de lastigste complicaties bevat: de splitsing tussen natuur en geest.

De Boogschutter is een centaur, met het onderlichaam van een paard en het bovenlichaam van een mens. Hiermee richt zijn wezen zich in twee richtingen: tegenstrijdig én complementair richting hemel en aarde. Geleid door instincitieve natuurkrachten, richt de Boogschutter zich met hart en ziel op het doorgronden van de geesteswereld. Dit leidt in eerste instantie tot een archetypische verwonding, zoals verbeeldt in ‘Belle en het Beest’, waarin het grofstoffelijk bewustzijn van ego en Id (Beest) de hogere, fijnstoffelijke functies van ziel en geest (Belle) bestrijden.

The Bold and the Beautiful

Hoe zat het ook weer met al die verschillende aspecten van de menselijke natuur?

Ego en Id zijn termen van Freud, waarmee hij het centrum van bewustzijn (ego, ik) aanduidt, in tegenstelling tot het Id, dat alle onderdrukte inhouden van het bewustzijn plus de in toom gehouden instinctieve drijfveren omvat. Id is het niet tot de persoonlijkheid toegelaten monster van trauma’s en instincten, dat in de donkere krochten van de psyche woont. Verstopt in de schaduw, hoopt het ego of het bewuste deel van de mens, dat hij zijn masker of persona van beschaving (Freud’s Superego) in stand kan houden.

Ziel en geest kwamen in het atheïstische vocabulaire van Freud niet voor. Ze behoren immers niet tot de zichtbare, grofstoffelijke natuur en bestaan daarom niet voor de apostelen van Darwin & Dawkins. Voor Jung & Co. bestaan ze wel, omdat hij de subjectieve belevingen van zijn innerlijk niet zondermeer naar het land der fabelen verwees. Of eigenlijk wel. Net als de mythologist Campbell zag de mystiek geïnspireerde psychiater Jung in fabelen, sprookjes en mythen de archetypische, symbolische vertellingen van de ontwikkelingen van de ziel verbeeld. In deze visie is het sprookje van ‘Belle en Beest’ een vertelling over het conflict dat de mens beleeft tussen de behoeften en drijfveren van zijn grofstoffelijke natuur ‘the Bold’ (ego & id) en die van ‘the Beautiful’ (ziel & geest).

Wat de ziel precies is, daarover zijn hele boekwerken volgeschreven (met alle Freudiaanse spraakverwarring vandien, waar Freudianen & Co. dan weer dankbaar gebruik van maken om de ziel in de strikt atheïstische zin van godsdienst-basher Richard Dawkins naar het land der fabelen te verbannen).

Arme ziel! Steeds opnieuw wordt zij in sprookjes in kastelen opgesloten, wachtend tot een prins, symbool van de geest, haar komt redden. De ironie in ‘Belle en het Beest’ is dat de ziel door de prins, gekleed in het beestenkostuum van ego en Id, gevangen wordt gehouden in zijn kasteel: het lichaam. Degene die haar redden moet is dus tegelijkertijd haar cipier.

Het Beest is het lichaam dat door de ziel, in de woorden van Plato, als een kerker is. De ziel wordt in het sprookje vertolkt door Belle. Zij is de ziel of anima van het Beest zelf, maar deze herkent in eerste instantie zijn eigen ziel niet en wijst Belle af.

Wat is de ziel? Zij is de onzichtbare levenskracht of levensvlam waardoor het lichaam leeft. Darwin & Dawkins zijn uitstekende evolutiebiologen, maar slechte filosofen. Zij zijn als de natuurkundigen die het ontstaan van het universum uit de oerknal verklaren, maar zich niet afvragen waar deze knal vandaan kwam? Vooralsnog luidt de officiële, wetenschappelijk-atheïstische verklaring: ‘uit het niets’. Een kind kan je vertellen dat iets niet uit het niets kan ontstaan. Er moet wel een onzichtbare levenskracht zijn, die reeds voor de Big Bang bestond en waaruit de oerknal is voortgekomen. Hetzelfde geldt voor het lichaam. Haar ontstaan kan niet uitsluitend uit het versmelten van een eicel en een spermazoïde verklaard worden. Immers, waar komt het zaad vandaan dat de eicel bevrucht? Wanneer we deze vraag tot het uiterste doordenken dan komen we uit bij de oerknal en dus bij de onzichtbare levensgeest die al wat zichtbaar is heeft voortgebracht.

Wat de geest is voor het zichtbare universum, is de ziel voor het lichaam. Het lichaam met haar grofstoffelijke functies (Beest) komt voort uit de veel fijnzinnigere, en dus voor de fysieke zintuigen onzichtbare ziel (Belle). In het sprookje draait alles om de (h)erkenning van de ziel door het Beest. Zonder bewustzijn van de ziel, kwijnt het Beest weg in zijn kasteel, waar de magische roos, symbool voor gnosis of kennis van de ziel, stervende is. Voordat de roos haar laatste blaadje verliest, moeten Belle en het Beest met elkaar verenigd zijn, anders loopt het voor beiden slecht af. Dit zie je in het leven van de mens die zich een leven lang van de eigen ziel en voor een hogere betekenis van het leven afsluit. Materiële rijkdom kan de ziel niet voeden, alleen zingeving kan dit. Mensen die zich, net als het Beest, opsluiten in hun rijk aangekleden lichamen en huizen, ondergaan al tijdens het leven een geestelijke dood. Zij zijn als levende doden.

Cheiron

Een jaar na mijn geboorte, in 1977, werd de planetoïde Cheiron ontdekt, zwervend in een baan tussen Saturnus en Uranus. (Cheiron heeft eveneens een permanente plaats in mijn geboortehoroscoop.) Ook Cheiron is een centaur, maar met een dubbele verwonding. Cheiron lijdt, net als de Boogschutter, aan een verscheurdheid tussen natuur en geest. Daarnaast is Cheiron, die onsterfelijk was, verwond door een giftige pijl van Hercules, die een van zijn leerlingen was.

Cheiron was de leraar van helden en halfgoden. Door zijn grote geestelijke gaven, verbeeld door de onsterfelijke natuur van Cheiron, is de centaur heer en meester over de geneeskunst en esoterische wetenschappen. Symbolisch gesproken is zijn gerichtheid op geestelijke zaken echter ook zijn verwonding. Immers, hoe verenig je een krachtige geest met een bestaan in materie? Cheiron heeft de opdracht om twee, op het eerste gezicht onverzoenlijke werelden, te verenigen. In eerste instantie zit Cheiron gevangen tussen beide werelden, ingeklemd tussen zijn geestelijke aspiraties en de aardse realiteit. In beide werelden hoort Cheiron echter niet wezenlijk thuis. Op aarde voelt hij zich niet thuis, want Cheiron heeft grotere geestelijke horizonten gezien. Maar deze geestelijke wereld blijft voor hem eveneens onbereikbaar, want de centaur is en blijft half paard. In de mythe kan de centaur zijn verwonding alleen oplossen met een compromis, waarbij hij zijn onsterfelijkheid inruilt voor een sterfelijke natuur. Zijn verwonding wordt daarmee niet geheeld, maar wel door de tijd beperkt tot een dragelijke last.

Ik kan nog pagina’s kunnen uitweiden over de archetypische betekenis van Cheiron en die van zijn menselijke evenknie, de verwonde genezer, waarvan ik – net als veel andere therapeuten – er een van ben. Als Jungiaans therapeut en psychosofisch begeleider zorg ik voor de psychische wonden van anderen, vanuit de innerlijke wetenschap opgedaan door mijn eigen verwonding.

Dominantie van de natuur

In het sprookje ‘Belle en het Beest’ blijft de vraag hoe beide naturen – lichaam en ziel – met elkaar te verenigen?

Het sprookje start met de eenzijdige schijnoplossing van onze maatschappij – een ‘oplossing’ die al vanaf de middeleeuwen, toen het materieel bewustzijn steeds meer aan terrein begon te winnen, zonder succes wordt toegepast. Dit is het zich eenzijdig terugtrekken in één pool, in dit geval de materiële pool.

Zo lezen we dat de vader van Belle koopman is, eenzijdig gericht op het verdienen van geld (zoals vrijwel iedereen tegenwoordig). Belle en haar twee zussen hebben bovendien maar één ouder – een vaderfiguur, symbool voor de rationele denkkracht die vaak in strijd is met de natuur. Kijk bevoorbeeld naar de vernietigende werking van het kapitalisme, dat alles wat natuurlijk en bezield is vernietigt, aangedreven door een meedogenloos en gevoelloos rationalisme en intellect. De moeder ontbreekt, zoals de vrouwelijke natuur die zich nog één weet met de wereld van natuurkrachten en bezieling, ook in onze tijd steeds vaker ontbreekt. Juist door het ontbreken van een moederlijk archetype ontstaat er reeds een conflict tussen lichaam en geest. Want zonder het bezielende, op liefdevolle bescherming gerichte moederinstinct, krijgt het verstand vrij spel om in zijn eenzijdige rationele benadering van de werkelijkheid door te draven. Het Descartiaans adagium ‘Ik denk, dus ik ben’ spreekt in dit verband boekdelen en geldt als één van de meest vernietigende denkbeelden van onze tijd.

Aan het begin van het sprookje gaat de vader op handelsreis. De reis symboliseert een zoektocht. De materiële instelling is niet langer bevredigend en de vaderfiguur of mannelijk ingestelde ratio wil nieuwe horizonten verkennen. Dat het hier niet slechts een commerciële reis betreft, wordt in het sprookje aangegeven door de vraag aan de vader aan zijn drie dochters (vrouwelijke functies) wat hij voor elk van hen meebrengen zal? Hier stelt het intellect zich voor het eerst in dienst van een andere, meer vrouwelijke functie.

Het antwoord van de twee oudere zussen van Belle is teleurstellend, maar wel tekenend voor deze tijd en de tijd waarin het sprookje geschreven is. Beide zussen vragen hun vader mooie, dure, materiële cadeaus mee te nemen, zoals juwelen, Prada schoenen en Chanel jurkjes. Hiermee bevestigt het sprookje hoe erg het gesteld is met deze wereld, waarin zelfs de vrouwelijke natuur, die oorspronkelijk meer met de bezielde natuur verbonden is, zich laat verleiden door materiële zaken.

Terwijl de beide zussen zich vergapen aan de nieuwste mode-items in ‘Elle’, vraagt Belle haar vader om een roos voor haar mee te nemen. Eén deel van de menselijke geest is nog wel gericht op de ziel en haar spiritueel-gnostieke kennis, zoals gesymboliseerd door de roos. Natuurlijk stemt de vader hiermee in. Welke vader zou niet een roos aan zijn dochter cadeau doen? Maar toch, wie het sprookje van Doornroosje kent of het beeld van de slapende Sneeuwwitje met een roos op haar borst, die zou gewaarschuwd moeten zijn. Een roos bezitten blijkt lastiger dan gedacht…

De roos: symbool van geestelijke liefde

De roos staat symbool voor de opbloeiende liefde – een zinnebeeld van de geestelijke gaven die zich in de materie steeds verder ontplooien. Een roos heeft echter ook een steel met doornen, symbool van het lijden dat de ziel op aarde eerst moet ondergaan, voordat zij zich, ingedaald in een materieel lichaam, haar geestelijke afkomst herinnert. We lijden net zolang door de beperkingen van materie, totdat we inzien dat de oplossing voor ons lijden niet in (meer) materie gelegen is, maar dat zij alleen op zielsniveau gevonden kan worden. Belle die haar vader om een roos vraagt symboliseert dit geestelijk ontwaken van de mens, zoals de geboorte van Jezus in een stal het ontwaken van het geestelijk inzicht in de animale ziel verbeeldt.

Belle hecht niet langer betekenis aan een materieel leven vol hedonistisch genot. Al wat zij verlangt is een roos: de openbaring van haar zielennatuur op aarde, resulterend in een vereniging tussen lichaam en geest.

Het eerder aangehaalde sterrenbeeld van de Boogschutter en zijn beschermschutter Cheiron symboliseren de duale natuur van de mens – dierlijk en geestelijk – en de noodzaak om beide tegenpolen in een hogere synthese met elkaar te verenigen. Deze synthese kan alleen bereikt worden met bemiddeling van de ziel, dat als medium tussen beide werelden fungeert. De ziel is immers geestelijk, onstoffelijk van aard. Tevens echter neemt zij de taak op zich om te incarneren: haar geestelijk licht te omringen en verduisteren met materie. Zij doet dit om de betekenis van liefde te leren begrijpen. Liefde is geestkracht. Zij is het verlangen van de geest om in alle gebieden van onbewust zijn door te dringen, om temidden van de meest duistere en groftstoffelijke omstandigheden haar lichtkracht te laten schijnen, om zo alle in de stof gevangen geraakte wezens te bevrijden. Rudolf Steiner spreekt in dit verband van het archetype van Lucifer, die niet alleen een werkelijk bestaande geestelijke entiteit vertegenwoordigt, maar tevens als bezielde kracht in potentie in ieder mens aanwezig is. Via zijn Luciferwezen is elk mens in staat om temidden van de meest verduisterende omstandigheden zijn geestelijk licht te ontsteken en zo het onbewuste bewust te maken.

Het offer van het ego omwille van de geest

Als de vader van zijn handelsreis terugkomt heeft hij inderdaad een roos bij zich voor Belle, maar hij vertelt zijn dochter er niet bij dat hij deze uit de tuin van een kasteelheer, het Beest, heeft geplukt. Het Beest neemt in eerste instantie de vader van Belle gevangen. Als hij hoort over Belle, eist hij haar bij wijze van losgeld op. In ruil voor zijn dochter, laat het Beest de vader gaan.

Een oppervlakkige lezing van sprookjes volstaat vaak niet. Wie niet bereid is om in de diepere, symbolische onderlagen van sprookjes te graven, zal een dergelijke passage al snel af doen als flauwekul. Immers, wat voor vader levert zijn bloedeigen dochter uit  aan een beest in ruil voor een roos, die hij nota bene aan zijn eigen dochter cadeau doet?

Herinner je dat de roos symbool staat voor een geestelijk ontwaken; een ontluiken van liefde en andere zielenkrachten in de mens die op zoek gaat naar spirituele waarden die voorbij materiële doeleinden liggen. Wie voor het eerst, net als de vader van Belle, op een spirituele reis gaat, verkijkt zich vaak op de inspanningen en het offer dat dit van iemand vraagt. De vader denkt er in eerste instantie nog gemakkelijk af te komen middels een handelsreis. Tijdend het eerste stadium van iemand’s spirituele ontdekkingstocht blijft het zoeken naar geestelijke waarheid een secundaire bezigheid. We vinden het fijn om spirituele boeken te lezen en tijdens het weekend workshops te bezoeken, zolang we onze huidige levensstijl en ons waardenstelsel er maar niet voor hoeven opgeven! Zodra het een beetje moeilijk wordt, haken veel aspirant spirituele zoekers af. Zij zijn zich er onvoldoende van bewust dat zoekers naar waarheid beproefd worden en dat bewustwording om offers vraagt. Iedere westerling weet welk offer er in het ultieme van de geestelijk zoeker gevraagd wordt. Offerde Jezus niet zijn eigen leven op, omwille van het verkrijgen van de geest van God? Wie God wil leren kennen, moet zijn ik offeren. Ego en onvoorwaardelijke liefde sluiten elkaar volledig uit.

De vader van Belle dacht er echter makkelijk van af te komen. De vader staat symbool voor de materialistisch ingestelde denkgeest die berekenend te werk gaat en die gelooft dat liefde – het hoogste spirituele doel – gekocht kan worden. Een workshop ‘rebirthing’, een training ‘soul retrieval’, het lezen van een boek of het volgen van een goeroe, en we geloven – verwachten – dat instant verlichting ons ten deel zal vallen. Velen zijn niet bereid om hiervoor wezenlijk hun best te doen en alles op te geven. Met dezelfde koopmansmentaliteit en consumentistische geest jatten we onze inzichten bij elkaar uit allerlei spirituele tradities, graaiend naar verlichting. Als therapeut maak ik niet zelden mee dat mensen verwachten dat binnen maximaal tien sessies hun problemen zijn opgelost. Weinigen zijn bereid om duurzaam en volhardend het Pad tot het eind te gaan.

De materieel ingestelde, nog egoïstische denkgeest die denkt dat hij de roos niet zelf hoeft te bemachtigen, maar deze zonder offer kan plukken, komt bedrogen uit. Integendeel, juist op zijn eerste schreden op de spirituele weg, komt het ego in het aangezicht van het Beest zijn ware natuur tegen. Ondanks zijn mooie beloften en goede voornemens, is hij nog bevangen door materieel bewustzijn. Niet beseffend dat liefde opoffering van alle egoïstische drijfveren vraagt, verloochent de vader zijn eigen ziel in de persoon van Belle.

Natuur en geest hebben elkaar nodig

Zie wat er gebeurt nadat de mens zijn eerste schreden op het pad van bewustwording heeft gezet. De vader verloochent zijn eigen dochter en stuurt Belle met een leugen weg, naar het kasteel van het Beest. De ziel raakt gevangen in het kasteel van het Beest.

Het verloochenen van de ziel doet denken aan het verraad van Jezus door Judas. In vrijwel iedereen woont een Judaskracht die nog liever de eigen ziel verraadt, dan de consequenties te aanvaarden van een initiatistische weg. Paradoxaal ligt juist in het verraad door vader of Judus de oplossing voor de ziel verscholen. Nadat Judas Jezus verraden heeft met een kus, wordt Jezus, de geïncarneerde geest, door de Romeinen gevangen genomen en ter dood veroordeeld. Maar juist in de kruisiging van het lichaam – het ultieme offer – vindt de ziel haar bevrijding in de geest. Hetzelfde geldt voor zowel Belle, als het Beest.

Nadat haar vader haar verraden heeft, komt de ziel Belle nog meer dan voorheen gevangen te zitten in het rijk der materie. Immers, de mens die op Pad is gegaan, heeft nu in ieder geval enig besef van de verduisterende omstandigheden van materie. Meer nog dan voorheen ervaart Belle, de ziel, het lichaam en de wereld als een gevangenis. En nu de vader de magische roos in de tuin geplukt heeft, is de gnosis of het opbloeiend spiritueel besef afgesneden van haar grond. De roos wortelt niet langer in de aarde, waardoor zij haar levenskracht verliest en stervende is. Dit wil zeggen: zowel lichaam (Beest) als ziel (Belle) beginnen te beseffen dat zij zonder elkaar niet kunnen bestaan. Zonder materie of aarde, heeft de geest geen grond waarin zij kan wortelen en waaruit zij de liefde van de ziel kan laten groeien en openbaren. Zonder bezieling, ervaart op den duur ook het Beest, doet het leven op aarde doods aan. Beide – lichaam en ziel – hebben elkaar dus nodig om elkaar te bevrijden.

Analoog hieraan moeten Boogschutter en centaur tot inkeer komen dat lichaam en ziel elkaar niet bestrijden, maar dat ze elkaar versterken. Cheiron’s lysis voor zijn verwonding ligt nota bene in het aanvaarden van zijn sterfelijkheid, waardoor hij lichaam en geest verenigt. De Boogschutter moet leren dat, hoe meer hij zich tegen het bestaan in de stof verzet, hoe meer hij in haar ban geraakt. Sinds 1977, toen Cheiron aan de sterrenhemel ontdekt werd, is de mens in staat om in zijn (collectief) bewustzijn te bevatten dat beide polen van het leven – lichaam en geest – elkaar nodig hebben.

Toch, Belle is blijkbaar niet bekend met de leringen van Cheiron – waarschijnlijk is zij een Boogschutter en blijft ze eenzijdig volharden in het reiken naar de sterren. Zelfs als ze de gevangene is van het Beest, wil zij de grove aard van materie niet onder ogen zien. Belle gedraagt zich als een spirit seeker – iemand die het bestaan in materie afwijst, in de hoop zo aan haar zwaartekracht te kunnen ontkomen.

Evenals Cheiron pas zicht krijgt op verlossing nadat hij zijn sterfelijkheid, zijn animale ziel in de vorm van het onderlijf van een paard, aanvaardt, zo moet ook Belle in het aangezicht van het Beest haar bestaan in de stof volledig accepteren. En vice versa: in de schoonheid van Belle, (h)erkent het Beest zijn zielennatuur. Alleen een evenwichtig toegeven aan de behoeften van lichaam én geest kunnen een integratie van beide naturen bewerkstelligen, Dit is de les van Belle en het Beest. Het sprookje rekent dus af met elke vorm van dualiteit, zoals bijvoorbeeld in spirituele stromingen die het aardse afwijzen ten gunste van geestelijke ontwikkeling. Niet een van de aarde afgekeerd, ascetisch leven, noch een zielloos overleveren aan een materiële levensstijl kunnen ons redden, maar alleen het huwelijk tussen lichaam en geest bieden verlossing. Dit is de les die Belle moet leren en die zij, op het einde van het sprookje, ternauwernood inziet.

Nadat Belle de talloze verzoekingen van het Beest – de instincten van de fysieke natuur – heeft afgewezen, treft zij op een dag het Beest stervend aan. Ook de roos, die op magische wijze verbonden is met het lot van het Beest (lichaam), is op sterven na dood en zal weldra haar laatste blaadje verliezen en daarmee haar levenskracht. Belle ziet in dat spirituele ontwikkeling om een tweezijdig offer vraagt. De ziel offert een deel van haar geestelijke vrijheid op ten gunste van een leven in materie. Het lichaam en haar instincten, gepersonifieerd in het ego en de grofstoffelijke persoonlijkheid, moeten besluiten om een deel van de animale natuur te beteugelen, ten gunste van de sublimatie van haar krachten tot geestkracht. De (huidige) mens ís een centaur: dierlijk en geestelijk tegelijkertijd. Het zal in dit verband ook geen toeval zijn dat in de Jungiaanse psychologie juist het woord voor de ziel – anima – eveneens verwijst naar onze animale natuur!

‘Ze leefden nog lang en gelukkig’

Op het einde van het sprookje verenigen Belle en het Beest zich. Ze leefden natuurlijk nog lang en gelukkig. Maar met één verschil. Nadat Belle bewust het Beest aanvaard heeft, verandert deze in een prins. De ziel die animale en geestelijke natuur met elkaar weet te verenigen, heelt zichzelf en lost daarmee de splitsing van de centaur op. Hij is niet langer deels dierlijk en deels geestelijk, maar menselijk, waarin lichaam en ziel als in één geest, gepersonifieerd door de prins, met elkaar verenigd zijn.