De weg naar je ware zelf

Nieuws

Een Cursus in Wonderen

Alle artikelen, Mystiek & gnosis, Wegen naar het Zelf

WEGEN NAAR HET ZELF - De metafyica van vergeving.

Een Cursus in Wonderen speelt sinds 1999 een belangrijke rol in mijn leven. De gnostieke inhoud, in combinatie met dieptepsychologische leringen omtren het ego sprak onmiddellijk aan. Wat wennen was, voor mij en andere studenten, is de christelijke taal. Voor hen die zich door het omvangrijke boek (de Nederlandse editie telt 1342 pagina’s) heen weten te worstelen, wordt echter snel duidelijk dat achter de traditionele terminologie een radicaal nieuwe visie op God, de kosmos en de mens schuilt.

Een Cursus in Wonderen (‘A Course in Miracles’) is in de periode 1965-1972 middels channeling tot stand gekomen. De tekst is ontvangen door Helen Schucman en volgens de bron zelf is de geestelijk inspirator en auteur van Een Cursus in Wonderen niemand minder dan Jezus Christus. Of je dit gelooft of niet is niet zo belangrijk. Buiten kijf staat dat de aangeboden metafysica in het Tekstboek (eerste deel), middels een Werkboek (tweede deel) eveneens praktisch toegepast, van een ongekende diepgang en kwaliteit getuigen.

Anders dan het lijvige boekwerk met haar zeer fijnzinnige metafysica doet vermoeden, kan de visie van Een Cursus in Wonderen kort worden samengevat. De Cursus zelf doet dit in de drie zinnen waarmee zij opent:

“Niets dat werkelijk is kan bedreigd worden.

Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.”

Gnostieke visie, dualistische kosmologie

Om de betekenis van deze drie zinnen te kunnen bevatten, moet je eerst iets begrijpen van de visie van de Cursus op het ontstaan van de kosmos (kosmogenese).

De wetenschap van de kosmos (kosmologie), zoals deze in Een Cursus in Wonderen wordt beschreven, is radicaal gnostiek én dualistisch.

Gnostiek wil zeggen dat de Cursus, zoals andere gnostieke stromingen, je door kennis van je ware zelf tot eenheid met het goddelijke voert. Anders gezegd: “Het koninkrijk van God is binnen in u”, zoals Jezus zegt in Lucas 17:21. Gnostieke stromingen, zoals Een Cursus in Wonderen, gaan er van uit dat het goddelijke in de mens zelf gevonden kan worden en dus ook daar, in het innerlijk van de eigen geest, gezocht moet worden.

Tot zover lopen veel gnostieke stromingen gelijk op. Waar een eerste T-splitsing ontstaat is in de visie op de kosmos, zoals tot uiting gebracht in de kosmogenese en kosmologie.

Eenvoudig gezegd zijn er op dit punt twee visies mogelijk: je gelooft dat het fysieke universum (en alle andere gradaties van manifestatie) een manifestatie is van God – materie als gematerialiseerde geest. Of je gelooft dat het fysieke universum (en andere grof- en fijnstoffelijke werelden) niet door de ene, hoogste godheid zijn geschapen, maar door een concurrerende nep- of imitatorgod. Sommigen noemen deze ‘Satan’, anderen spreken van de ‘Demiurg’ en weer anderen onderscheiden een pantheon aan goden (van Zeus tot Chronos en Uranos), steeds op een hoger of lager niveau van bewustzijn, die elk op hun beurt corresponderende bestaansorden manifesteren. Radicaal dualisme gaat er hierbij van uit dat deze wereld een ‘gevallen’ wereld is; dat zij eigenlijk niet bedoeld was.

Gnostici als manicheïsten bijvoorbeeld (aanhangers van Mani), zien deze wereld als een in duisternis gevallen bestaansorde, waarin de godsvonk, het licht, in de duisternis gevangen is geraakt. Om de godsvonk, dat diep in het eigen wezen verborgen is, te bevrijden, keren zij zich, net als boeddhisten, in zekere zin af van de wereld van ‘maya’ of illusie en richten zich uitsluitend op de ene bron, die echter niet van deze wereld is.

Hiertegenover staan de non-dualistische gnostieke tradities die alle bestaansorden als manifestaties zien van de ene geest, inclusief deze wereld van licht en duisternis. In zekere zin zijn non-dualistische tradities makkelijker te volgen of in de praktijk te brengen, omdat ze niet van je vragen de wereld de rug te te keren. Je hoeft je niet in een kluizenaarshol op te sluiten om via meditatie verlichting te bereiken of een ascetisch leven er op na houden om je zoveel mogelijk van de verleidingen van de fysieke wereld te onthouden. Non-dualistische tradities zien in de wereld een manifestatie van God. De zintuiglijke genoegens van het fysieke leven zijn door God gewild en zijn valide en noodzakelijke expressies van de zich manifesterende geest.

Ik hecht sterk aan het idee dat er vele wegen naar Rome zijn, langs dualistische en non-dualistische weg. Ook Een Cursus in Wonderen benadrukt dat het één versie is van een universeel curriculum, waarvan er ‘vele duizenden’ zijn. Hiermee relativeert de dualistische Cursus haar eigen positie enigszins, wat in mijn beleving een uniek standpunt is. Van nature ben ik zelf genegen de non-dualistische paden te bewandelen, daar het in mijn evolutiefase passend is dat ik mij meer met de aardse werkelijkheid verbind. Dit neemt niet weg dat ik besef dat de omgekeerde weg, die van onthechting, voor sommigen momenteel het aangewezen Pad kan zijn.

The best of two worlds

Behalve de tolerante houding van de Cursus ten aanzien van andere tradities, blinkt Een Cursus in Wonderen uit op een ander belangrijk punt.

Als dualistische stroming – deze wereld is géén schepping van God – keert zij zich niét van de wereld af, maar gebruikt haar als klaslokaal waarin ieder mens als student zijn karmische lessen te leren en te leven heeft. Een Cursus in Wonderen roept niet op tot afzondering in een ascetisch monastiek leven (of een andere variant op onthechting), maar vraagt van haar studenten dat zij de dualistisch-gnostieke leer toepassen in de wereld. Deze wereld is volgens een Cursus niet ‘goed’ of ‘slecht’, maar zij is neutraal. Zij is als een wit filmdoek, waarop denkgeesten die denken dat zij van God zijn afgescheiden, beelden projecteren die lijken te getuigen van een ‘buitenwereld’ van ruimte en tijd.

Het doel van Een Cursus in Wonderen is om de student langs de weg van vergeving terug te leiden naar de herinnering van God, waardoor de illusie van ruimte en tijd steeds verder oplost, als sneeuw smelt in de zon, totdat alleen de waarheid en de ene (geestelijke, non-duale) werkelijkheid van de hemel – de geest van God waarin alles één is – overblijven.

Maar nu snel ik naar de eindconslusie van Een Cursus in Wonderen toe.

Onderscheid tussen werkelijkheid en illusie

Een Cursus in Wonderen heeft met andere dualistische stromingen als het boeddhisme en sommige vormen van gnostiek en hindoeïsme gemeen, dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen werkelijkheid en illusie.

Over wat werkelijk is en wat niet kun je eindeloos filosoferen, maar je kunt dit idee ook, zoals de Cursus doet, to-the-point benaderen.

Eenvoudig gezegd is de werkelijkheid God en God is de (enige) werkelijkheid.

Om dit meer te laten zijn dan een semantisch spelletje, kun je het begrip ‘God’ vervangen door het concept van een oneindige geest. De (oneindige) geest van God is de enige werkelijkheid die bestaat, omdat er naast, boven, onder of buiten deze ene, allesomvattende geest simpelweg niets anders kan bestaan. Dus ook geen tweede, derde, vierde, etc. schaduwwerkelijkheid.

Dit spreekt voor zich. Maar hoe zit het dan met werelden die in, dus binnen, de oneindige geest van God kunnen bestaan? Je kunt je gemakkelijk voorstellen dat een oneindige geest een oneindig aantal eindige bestaanswerelden of universe en denkgeesten of zielen kan bevatten. In veel gnostische, non-dualistische tradities is het een gangbaar idee dat het oneindige web van universa (samen het multiversum vormend) als een hologram bevat ligt in de geest van God. Het universum wordt als het ware ‘gedacht’ door God in zijn oneindige geest. Aangezien een oneindige geest een oneindig aantal universa kan bevatten, ‘denkt’ God een oneindig aantal werelden in bestaan. Elke wereld, zoals bijvoorbeeld ons eigen universum, is een idee of gedachte in de geest van God.

Hier is Een Cursus een Wonderen het niet mee eens. Als de geest van God – de werkelijkheid – oneindig is, dan kunnen er in haar geen afgescheiden werelden of denkgeesten onderscheiden worden. Je kunt wel denken dat dergelijke, van elkaar gescheiden werelden en denkgeesten bestaan, maar strikt genomen is elke vorm van ruimte en tijd een illusie.

Proef hoe fijn de finesse is van deze leer. In lijn met duizenden andere visies op de werkelijkheid, inclusief de wetenschappelijke visie van kwantumfysica, onderschrijft Een Cursus in Wonderen dat elke vorm van ruimte en tijd ten diepste een illusie is. Kwantumfysici zeggen dat er geen (sub)atomaire deeltjes zijn, maar dat er alleen golven energie zijn. Waar veel andere spirituele stromingen de illusie van ruimte en tijd een functie of betekenis toekennen, wijst Een Cursus in Wonderen het betekenis geven aan de wereld van ruimte en tijd als illusoir of betekenisloos van de hand. (Zij doet dit in lijn met het boeddhisme, dat in essentie stelt dat het zinloos is om aan ruimte en tijd betekenis toe te kennen. Wat een illusie is – dus niet bestaat – bestaat simpelweg niet. Punt.)

Sinds het eind van de negentiende eeuw is er een renaissance gaande van theosofische denkbeelden, die de alomvattendheid van God als Monade (eerste en enig bestaande entiteit) integreren met kosmosofische en antroposofische perspectieven die van dualiteit getuigen. In de theosofie van Blavatsky en de antroposofie van Steiner staat het denkbeeld centraal dat alle kosmossen en universa in de geest van God bestaan en hierin ook een functie en betekenis hebben om, als hologram, de bestaansmogelijkheden van de Monade te weerspiegelen in al haar facetten. In de mens ervaart de God een deel van zijn Zelf, evenals in een bloem, schoen, de wereld, dit universum en nog een oneindig aantal universa. Alle universa – materieel en immaterieel – samen een oneindige, eeuwig spiegelbeeld van de Oneindige Eeuwige (of Eeuwige Oneindige).

Volg je het nog?

Of ben je de draad van Ariadne die je met je godsvonk verbindt kwijt geraakt…

Zoals in de mythe van Narcissus verbeeld wordt, waar God in de gedaante van een jongeling, zittend aan de kant van het water in zijn spiegelbeeld staart en hypnotisch gevangen raakt door de aanblik van zijn eigen schoonheid en zo vergeet dat hij Narcissus, zittend aan de kant van het water, is. In plaats hiervan denkt hij dat hij het spiegelbeeld is: een eindige vorm, zoals bijvoorbeeld een lichaam van vlees en bloed.

Deze, en andere mythen (waaronder die van Genesis, waar de geest van God, als in de mythe van Narcissus, over de wateren zweefde…), demonstreren hoe het multiversum een functie en betekenis heeft. Weliswaar als illusie of spiegelbeeld bestaand in de geest van God (voorgesteld als de wateren), maakt zij God voor zichzelf manifest, zodat God zichzelf in de ogen kan kijken en kan ervaren wat het betekent of inhoudt om goddelijk te zijn.

Terug naar Een Cursus in Wonderen, volgens welke dit alles bullshit is.

Alle gefilosofeer over de betekenis van het multiversum dat als hologram in de geest van God het goddelijk wezen in haar myriaden facetten spiegelt en zo ervaarbaar maakt, vat Een Cursus in Wonderen samen in één zin:

“Niets onwerkelijks bestaat.”

Het idee dat het universum een illusie, maya, is, is natuurlijk niet nieuw. Maar de uitleg die de Cursus geeft aan het schijnbare ontstaan en bestaan van het universum getuigt van een oorspronkelijke visie, die de Cursus onderscheidt van veel andere mystieke scholen.

Om bij het be-/ontstaan van het universum te blijven: omdat het universum niet bestaat, wijst de Cursus een diepgaande studie van kosmologie en kosmogenese van de hand. Waarom zou je je verdiepen in iets wat niet bestaat?

Toch, de Cursus beseft dat het simpelweg van de hand doen van het be-/ontstaan van het universum voor de westerse denkgeest nauwelijks bevredigend is. De Cursus geeft zodoende wel een verklaring van het be-/ontstaan van de kosmos, maar doet dit alleen om af te rekenen met de nieuwsgierigheid van het ego. Evenzo weidt de Cursus uit over andere metafysische en esoterische verschijnselen, als karma en reïncarnatie. Hoewel dergelijke fenomenen in de context van de Cursus illusionair zijn, lijken ze voor het ego levensecht en dus zal de Cursus er aandacht aan wijden, maar nooit meer dan noodzakelijk.

De Cursus zal, de voorgaande twee zinnen indachtig, steeds terug komen op het fundamenteel onderscheiden van werkelijkheid en illusie. Omdat de laatste – de illusie van ruimte en tijd – niet bestaat, kan de werkelijkheid van de hemel (de eeuwige geest van God) nooit teniet worden gedaan.

Oftewel:

“Niets dat werkelijk is kan bedreigd worden.

Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.”

In de volgende paragrafen zal ik de onwaarschijnlijke diepgang en wijsheid die in deze drie zinnen besloten ligt nog duidelijker maken.

Tiny mad idea

Een beknopte metafysica van de Cursus luidt ongeveer als volgt:

De mens is eeuwig één met God, die de enige, oneindige werkelijkheid is. Als Oneindige Eeuwige/Eeuwige Oneindige is er geen enkele mogelijkheid om je ‘ergens’ anders te bevinden dan in de hemel (de geest van God). Elk idee dat dit wel kan, is in de optiek van de Cursus ‘madness’. Ook al lijk je je op dit moment ergens anders te bevinden dan in de hemel – je denkt dat je als tijdelijk ruimtewezen in een universum woont – dan nog luidt het (stellige) antwoord van de Cursus: YOU ARE MAD.

Zo bezien zijn we allen schizofrene psychotici die zijn gaan geloven in onze eigen, waan-zinnige illusie dat er ‘iets’ buiten de geest van God bestaat. Ook hierin is de Cursus radicaal onconventioneel: alles wat niet als Oneindige Eeuwige/Eeuwige Oneindige – hemels – wordt beleefd, is hels. Het multiversum in al haar dimensies van ruimte en tijd en manifestaties van fijn- en grofstoffelijkheid (licht en duisternis), schaart de Cursus in de categorie ‘hel’. Waarom? Omdat zelfs de mooiste, hoogste lichtwereld nog steeds getuigt van een ‘afstand’ tussen haar bewoner(s) en God. En wie denkt dat hij buiten God bestaat en het (dus) zonder zijn oneindige liefde moet stellen, die ervaart het tegendeel van liefde, hoewel er wezenlijk geen tegendeel van alomvattende liefde bestaat.

Hoe ziet het tegendeel van liefde er uit?

Kijk om je heen en je hebt het antwoord.

De schreeuw vanuit het joodse hart: ‘Waarom heeft God de Holocaust toegelaten?’ wordt door een Cursus wel gehoord, maar niet beantwoord, omdat ze geen vraag is. God heeft de Holocaust niet toegelaten of gecreëerd, want God heeft niet eens weet dat er een wereld van ruimte en tijd bestaat.

Ik weet nog hoe ik, jaren geleden, bij het lezen van deze stelling – God die niets weet van onze hallucinante droom van ruimte en tijd – regelrecht in paniek schoot. Ik vond het idee dat God geen weet zou hebben van mijn (of jouw) bestaan in één der miljarden zonnestelsels, in één der miljarden sterrenstelsels, in één der miljarden universa in het multiversum zo nodig nog beangstigender, dan het idee dat God een inktzwarte, diep duistere nachtmerrie als de Holocaust heeft toegelaten. Hoe afgrijselijk het ook is om een levende dode in Auschwitz te zijn – binnen meer conventionele kaders van theologie, heeft God in ieder geval weet van je bestaan, evengoed als hij weet heeft van het bestaan van zoiets als een concentratiekamp. Maar in de visie van de Cursus besta ik niet in de persoon die ik momenteel denk te zijn. God kent geen ruimte en tijd en heeft zodoende geen weet van het (ogenschijnlijk) ‘bestaan’ van welk universum dan ook.

Begin je te bevatten hoe radicaal anders de verlossingsleer is van Een Cursus in Wonderen?

De Cursus draait alles om. Tijd en ruimte vormen een concentratiekamp waarin de Zoon van God zichzelf gevangen waant.

MADNESS in de visie van de Cursus.

Hiertegenover staat de eeuwig onverstoorbare vrede van God, die erin gelegen is dat de wereld een illusie of fata morgana is, tot stand gebracht door het ego of het geloof in de mogelijkheid tot afscheiding.

Eens, aan het begin van de tijd (die nooit begonnen is, omdat ze niet werkelijk bestaat), kwam de Zoon van God op het ‘idee’ dat hij gescheiden van God zou kunnen bestaan. Letterlijk noemt de Cursus dit geloof in een afgescheiden bestaan als ego ‘a tiny, mad idea’. En dat is het ook. Want hoe is het mogelijk om in de geest van God bestaand, te ‘besluiten’ om uit de Oneindige Eeuwige/Eeuwige Oneindige te stappen?

Dit is inderdaad je reinste waanzin.

De Cursus zal niet stoppen je steeds terug te brengen bij het inzicht hoe waanzinnig het eerste idee of geloof in afscheiding is.

Volgens de Cursus is het hele multiversum, met haar oneindig aantal universa van ruimte en tijd, voortgekomen uit dit ene ‘tiny, mad idea’. De hoogst reikende hemelsferen en diepste regionen van de hel – alle getuigend van het geloof in afscheiding – zijn voortgekomen uit het geloof dat je je kunt afscheiden van God en daarmee als ego een eigen, separate ‘mind’ of denkgeest kunnen bewonen, van waaruit je vervolgens een oneindig aantal dimensies of bestaansorden in de geest van God denkt te kunnen onderscheiden.

Let op het precieze woordgebruik: je denkt creationistisch werelden in bestaan door te denken dat je afgescheiden van God bent. Dit komt overeen met het christelijk-gnostieke idee van de Demiurg: de concurrerende, valse scheppergod die de mens satanisch-diabolisch, als de slang in het paradijs, verleidt om te denken dat hij buiten God (de boom van de kennis van het leven) kan bestaan en naar eigen inzicht een wereld kan scheppen, volgens de kennis van goed en kwaad. Elke polariteit getuigt van scheiding en kan alleen bevat worden middels het onderscheidingsvermogen van een afgescheiden ego of ik. In de visie van de Cursus, en van andere dualistisch-gnostieke stromingen, kan elke vorm van polariteit, zelfs in de meest subtiele en verheven vorm van liefde, herleid worden tot een (schijn)creatie van de Demiurg: de duivel of ‘diabolos’, dat letterlijk ‘onderscheider’ betekent.

Hoe ‘a tiny, mad idea’ tot een kosmos van ruimte en tijd heeft kunnen leiden, staat hieronder schematisch verbeeld.

Het is belangrijk dat je het volgende goed begrijpt.

De oneindige geest van God is alles wat bestaat. Zij vormt de (enige) werkelijkheid die door niets bedreigd kan worden: “Niets dat werkelijk is kan bedreigd worden.”

Binnen deze geest van God lijkt vervolgens iets te gebeuren, dat in werkelijkheid nooit heeft plaats gehad. ‘A tiny, mad idea’ lijkt op te komen in de geest van God…

Dit idee is het ego: het geloof in de afscheiding. Vanaf het moment van haar zogenaamde conceptie (het ego is een illusie en kan dus nooit werkelijk geschapen zijn), lijkt er een dissonant te zijn in de schepping. Opeens is er het idee van een ‘ik’, dat zichzelf als een op zichzelf staande entiteit ervaart dat leeft in een wereld dat net zo eindig is als het ik zelf. Deze wereld omvat alle dimensies van tijd en ruimte. In werkelijkheid is er noch sprake van een ego, noch van een wereld van tijd en ruimte – beide zijn projecties in de oneindige geest van God. De laatste vormt als het ware een wit doek waarop het ego haar illusie van tijd en ruimte projecteert, aldus haar eigen illusiewereld creërend.

Zondeval

Dit idee wordt in de bijbel de zondeval genoemd, ofwel: ‘de val in de (illusie van) af-zonde-ring’. Deze laatste woordspeling is een van de vele waarmee de Cursus traditionele concepten een nieuwe – zoals oorspronkelijk bedoeld – betekenis geeft. ‘Zonde’ heeft in de Cursus niets met schuld- en boetedoening te maken, alsof God – die onvoorwaardelijke liefde is – over goed en kwaad kan oordelen! Het idee van ‘zonde’ wordt in de Cursus beschreven als het geloof dat de afscheiding werkelijk heeft plaats gehad, waardoor het ego belast is geraakt met de erfzonde van schuld- en boetedoening. Ofwel het geloof dat het ego, nu het zich los heeft gemaakt van God en zo de eenheid in de hemel vernietigd heeft, door God gestraft zal worden. Om zich te beschermen voor de wraak van God zou het ego volgens de Cursus vervolgens een rookgordijn van tijd- en ruimte opgetrokken hebben, waarin het zich verschuilt, zich zo ontrekkend aan de voorgestelde straf van God. Deze, op zichzelf opmerkelijke, verklaring voor het tot stand komen van het universum ligt ten grondslag aan de op zonde en schuld gebaseerde geloofstelsels van de drie monotheïstische godsdiensten: christendom, jodendom en islam.

De stem van het ego en de Heilige Geest

Het ego met zijn nachtmerries over een afgescheiden, gevallen wereld ten spijt, volgens de Cursus is een illusie letterlijk niets. Zij is zo nietszeggend dat ze inderdaad niet eens opgemerkt is door God. Volgens de Cursus heeft de afscheiding nooit plaats gehad en zijn tijd en ruimte als een film: een projectie van een fictieve wereld die nooit bestaan heeft, maar waarvan de makers van de film – alle ego’s – de film voortdurend afspelen, waardoor tijd en ruimte en alle ontwikkelingen hierbinnen, werkelijk lijken te zijn. Niets is echter minder waar. Niet alleen hebben de zondeval en het universum nooit plaats gehad, maar ook heeft de mens, op het moment dat hij begon te dromen van een bestaan als afgescheiden ‘ik’, een ‘helper’ in zijn droom meegekregen die als taak heeft om de mens te wekken uit zijn droom. Deze ‘helper’ of gids duidt de Cursus met de Heilige Geest aan. Opnieuw een traditioneel christelijke term (waar ik erg aan heb moeten wennen), maar met een geheel nieuwe betekenis. De Heilige Geest is niet een verlosser van zonden gezonden door God – de zondeval heeft geen werkelijkheid en al wat niet werkelijk is kan niet door God (de ene werkelijkheid) gekend worden. De Heilige Geest is zelf strikt genomen onderdeel van de illusie dat we een geest gescheiden van die van God hebben. Dit is de denkgeest, bestaande uit twee delen of zelven: een lager en een hoger zelf, het ego en de Heilige Geest. Beide hebben een stem en spreken gedurende ons schijnbestaan in de tijd de hele tijd in ieders denkgeest. Het ego spreekt vanuit angst, bang als het is om door God vernietigd te worden. De Heilige Geest spreekt vanuit liefde, wetende dat het geloof in afscheiding een illusie is en dat we in werkelijkheid nog steeds één met God zijn. Deze laatste toestand van een-zijn duidt de Cursus aan als de hemel. De hel is de toestand van illusie, waarin we geloven dat we gescheiden van God, en dus van waarheid en liefde, bestaan.

Volgens de Cursus bestaan wij allemaal in de hemel – dit is onze ontastbare werkelijkheid en dit te weten brengt vrede in de denkgeest die normaal gesproken onder de tirannie van angst en schuld, veroorzaakt door het ego, gebukt gaat. Door ons ‘bestaan’ in ruimte en tijd aan te wenden als een leerschool, waarbij we leren om steeds meer op de stem van de Heilige Geest te vertrouwen, ontwaken we uit de illusie.

Vergeving van schuld

Centraal in Een Cursus in Wonderen staat het concept van vergeving.

Vergeving is een onderwijsmiddel van de Heilige Geest. Het ego is door de zondeval zo bang geworden voor God, dat het zich steeds verder probeert af te splitsen teneinde de afstand tussen hem en God steeds groter te maken. Dit verklaart waarom we in een zeer gefragmenteerde wereld leven, waarin alles letterlijk uit ontelbare componenten – van neutron en atoom tot cel en lichaam – is samengesteld.

Het ego is erbij gebaat om de illusie van afscheiding in stand te houden en te versterken, want alleen zo – redeneert het ego – kan het God buiten de deur houden. Het ego creëert maximale afstand door voortdurend zijn angst en schuld op anderen te projecteren. De initiële angst voor God die ontstaan is door de zondeval is zo groot, dat deze ondraagbaar is voor het ego. Door de angst naar buiten te projecteren – op andere mensen, objecten, instituties, gebeurtenissen en de toekomst – probeert het ego zijn angst ongedaan te maken.

Wanneer we onze angst, die in werkelijkheid een angst is voor de wraak van God, op iets of iemand buiten ons hebben geprojecteerd, dan neemt zij in de buitenwereld de vorm aan van ‘boosdoener’. Vervolgens vergeet het ego dat het zijn eigen angst is die het naar buiten heeft geprojecteerd en geeft het anderen de schuld van zijn lijden. Want, zo leert de Cursus, ‘ideeën kunnen hun bron niet verlaten’. Dat wil zeggen, de angst en het daarmee gepaard gaande lijden kunnen we niet naar buiten toe verplaatsen om de eenvoudige reden dat er letterlijk geen buiten- of binnenwereld bestaat. De wereld met haar ogenschijnlijk gescheiden subjecten en objecten is immers een illusie. Maar, nu het ego zijn angst naar buiten toe heeft geprojecteerd en het zich desondanks nog steeds ongelukkig voelt, heeft het wel een zondebok die het de schuld kan geven van zijn lijden. Door vervolgens deze zondebok de schuld van alles te geven, bekrachtigen we de illusie dat er een ‘ik’ is dat gescheiden bestaat van een (boze) buitenwereld. Aldus is de cirkel rond, want het in stand houden van de illusie van afgescheidenheid is de enige agenda van het ego, die zich op deze wijze eeuwig van God wil afzonderen om zo aan zijn veronderstelde wraak te ontkomen.

Wat is nu de rol van vergeving in dit alles? De Cursus leert ons dat we behalve de stem van het ego, die altijd over de onheilige drie-eenheid van schuld, angst en boetedoening preekt, ook nog een andere stem hebben waarnaar we kunnen luisteren. Op elk moment hebben we een keuze om op een gepercipieerde aanval van buitenaf (welke altijd alleen manifestaties zijn van onze eigen projectie) te reageren met angst en haat – het antwoord van het ego – of met vergeving – het antwoord van de Heilige Geest.

Vergeving is eenduidig en is daardoor binnen een wereld die ogenschijnlijk uit ontelbare verschillende vormen bestaat vaak moeilijk toe te passen. Letterlijk genomen is vergeving ‘niet oordelen’. Oordelen behoort het ego toe dat, door te oordelen over goed en kwaad, de illusie van een ik-identiteit creëert. Alsof er werkelijk een ‘Ik’ bestaat dat goed en kwaad van elkaar kan onderscheiden. De slang in het paradijs, die de mens verleidde om van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten, is het ego dat door te oordelen de illusie van afscheiding in stand houdt. Je kunt immers alleen over iets dat buiten jou bestaat oordelen. Ook wanneer we onszelf be- of veroordelen, beschouwen we onszelf vanuit een buitenstaandersperspectief waarbij we op een afstand naar onszelf kijken en onszelf vervolgens als goed of kwaad, mooi of lelijk, intelligent of dom beoordelen. Elke vorm van oordelen – de zogenaamd positieve en negatieve oordelen – draagt bij aan het in stand houden van de illusie van het ego. Vergeving heft deze illusie op door in elke situatie te vergeven. Dat wil zeggen, ons te onthouden van enig oordeel. En hoewel vergeving, strikt genomen, een vorm van projectie en dus een illusie is, heeft zij wel een heel werkelijke werking. Vergeving beïnvloedt namelijk direct de metafysica achter deze wereld. Door niets meer buiten onszelf te zien en alle personen en omstandigheden als aspecten van een-en-hetzelfde Zoonschap te beschouwen, herstellen we het bewustzijn van ons eigen een-zijn met God, waardoor onze levensomstandigheden zich steeds meer vanuit eenheid, dat wil zeggen: liefde, ontvouwen.

Helen Shucman

Tot slot enkele woorden over het medium dat gedurende vele jaren, van 1965 tot en met 1972, Een Cursus in Wonderen heeft doorgekregen.

Helen Schucman was klinisch psycholoog van beroep en werkzaam aan Columbia University in New York, een van de meest prestigieuze universiteiten van de wereld. Het gangbare beeld is dat een ‘heilig’ boek van grote mystieke kwaliteiten ontstaan moet zijn op een afgezonderde plek, ver weg van deze wereld, zoals in een tempel of grot. De schrijvers van dergelijke boeken, zo denken we, zijn heiligen en profeten en staan op de drempel om verlichting te bereiken of zijn reeds verlicht. Niets van dit alles is het geval bij Een Cursus in Wonderen – opnieuw een van de vele omdraaiingen van wat ‘gangbaar’ is.

Helen Schucman, zo vernemen we uit verschillende bronnen, was een angstig mens die in eerste instantie met veel scepsis de teksten van de Cursus optekende. Ze was competitief ingesteld, tot op het agressieve af, en had een zeer moeizame relatie met haar naaste collega, William of ‘Bill’ Thetford. Deze laatste heeft eveneens een zeer belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van de Cursus. Het was in de eerste plaats Bill die, met een plotseling inzicht dat ‘er een andere manier moest zijn om in deze wereld te verkeren’, de aanzet gaf tot een paradigmaverandering. Met het uitspreken van zijn intentie werd in Helen een innerlijk proces op gang gebracht, waarbij ze eerst allerlei mystieke ervaringen beleefde die later uitmondden in een dictaat dat gedurende zeven jaar de vele pagina’s van Een Cursus in Wonderen zou voortbrengen.

Zelf heb ik altijd een fascinatie en voorliefde voor de persoon van Helen Schucman gehad, die het best verklaard kan worden aan de hand van woorden van Helen zelf. Zij had op z’n best een ambivalente houding ten opzichte van de Cursus, welke zij enerzijds beschouwde als haar levenswerk, maar waarvan ze de vergevingslessen maar nauwelijks in de praktijk kon brengen. Zij heeft hierover opgemerkt: “Ik weet dat de Cursus waar is. Maar ik geloof het niet.”

Een leven geen geluk

In de biografie ‘Een leven geen geluk’ die wijlen Kenneth Wapnick (dé expert op het gebied van de Cursus) over Helen Shucman schreef, wordt de ambivalentie van Helen Shucman uitvoerig behandeld. Helen Shucman’s ambivalentie is namelijk onze ambivalente. Elke denkgeest heeft zowel de stem van het ego die van afscheiding getuigt, als de stem van de Heilige Geest die van vergeving en eenheid getuigt in zich. De worsteling tussen beide elkaar uitsluitende visies was in het leven van Helen Shucman zeer manifest.

Als klinisch psychologe en universitair hoofddocent was zei naar eigen zeggen totaal niet geïnteresseerd in spiritualiteit. Toch was juis zij uitverkoren om de innerlijke stem van Jezus te ontvangen. Je kunt je wel een voorstelling maken tot wat voor een strijd dit in haar leidde. Een dergelijke strijd is kenmerkend voor vrijwel elke student van de Cursus.

Toen ik de Cursus in 1999 voor het eerst in handen kreeg, wist ik dat ik voor de rest van mijn leven mijn spirituele bestemming gevonden had. Maar het is illustrerend dat ik tot op heden nog nooit de hele Cursus heb doorgenomen! Nooit heb ik alle 365 oefeningen in vergeving – één voor elke dag van het jaar – uit het Werkboek gedaan. Wel heb ik het Tekstboek en het Handboek voor Leraren (derde deel), een bijlage op de Cursus waarin de wonderen of effecten van vergeving beschreven worden, uitvoerig bestudeerd.

Aan het eind van dit artikel laat ik Willem Glaudemans aan het woord. Hij heeft meegewerkt aan de Nederlandse vertaling en geldt in de lage landen als de bekendste spreker en leraar van de Cursus.

“Dit is het mooiste en diepste spirituele boek dat ik ken, dat werkelijk de potentie heeft je naar Huis te brengen. Geen ander boek kent ons ego zo door en door en geeft ons alle inzicht en middelen om in liefde het ego te doorzien en te overstijgen. Het fundamentele leerstuk van de Cursus is dat er maar twee emoties zijn: angst en liefde. En dat we op elk moment in ons leven kiezen tussen deze twee. Al ons handelen komt dus voort of uit ego of uit liefde. Maar dat geldt ook voor de daden en uitingen van anderen. Als iemand ons aanvalt, is dat dus een uiting van angst. En de Cursus helpt ons om die uiting van angst vervolgens te vertalen als een roep om liefde. Wanneer we in staat zijn om zo naar de verwijten, boosheid en het geweld van anderen te kijken, kunnen we er met liefde op reageren in plaats van met een tegenaanval. Dit is geen knop die je zomaar omdraait, al kan deze omslag in je waarneming in een split second gebeuren. Het vraagt oefening en alertheid en vooral: je openstellen voor een wijsheid groter dan jezelf. De Cursus noemt dit de Heilige Geest, je innerlijke leraar. En uiteindelijk is de hele Cursus erop gericht je in contact te brengen met hem, zodat het een tweede natuur wordt en je al je beslissingen in stilte aan deze innerlijke wijsheid voorlegt. Zo is de Cursus letterlijk een boek dat levens verandert.”