De weg naar je ware zelf

Nieuws

De noodzaak tot homo aquarius

Alle artikelen, Mystiek & gnosis

MYSTIEK & GNOSIS - De huidige tijd kent ongekende problematieken op wereldschaal, die alleen via een mondiale aanpak opgelost kunnen worden. Toch, een ‘global mind’ die eensgezind oplossingen nastreeft op ecologisch, economisch en sociaal gebied lijkt verder weg dan ooit. De tijd van de Apocalyps is aangebroken. Het equivalent hiervan is ‘Ragnarok’, de val van de goden en de wereld, zoals beschreven in de ‘Edda’.

Toen Nietzsche in 1883 ‘Aldus sprak Zarathoestra’ schreef, waarin een oproep tot de ontwikkeling van de Übermensch wordt beschreven, zal hij niet vermoed hebben hoe dringend noodzakelijk de opkomst van de Übermensch anno 2018 is geworden. En ook Rudolf Steiner, geestelijk vader van de antroposofie, zal niet vermoed hebben hoe groot de nood zou worden aan een werkelijke ‘sophia’ of wijsheid van de mens. Het is bijna ontmoedigend om Nietzsche en Steiner in deze tijd te lezen. Meer dan een eeuw later lijkt de mens qua innerlijke ontwikkeling verder af te staan van de ideale mens, zoals deze door Nietzsche en Steiner is beschreven. Beiden deden dit overigens in een andere metaforische taal, maar beiden spraken over hetzelfde.

Übermensch

Vergeet de Arische Übermensch als een biologisch veredeld menselijk ras, het afstotelijke gedrocht dat de nazi’s van Nietzsche’s Übermensch hebben willen maken. De Übermensch zoals Nietzsche deze heeft beschreven, heeft niets met rassenleer te maken, maar beschrijft een geestelijk volledig tot ontwaken gekomen mens.

In ‘Aldus sprak Zarathoestra’ verbeeldt Nietzsche deze ideale mens in drievoud. Op het marktplein staat Zarathoestra, de tot ontwaken gekomen mens, nadat hij zich lange tijd in zichzelf heeft teruggetrokken. Zarathoestra staat tussen de menigte, maar contrasteert sterk met zijn medemens.

Boven de markt loopt een koorddanser over het smalle koord van geestelijke ontwikkeling. Hij loopt weg van de animale mens, de mens geregeerd door instincten en egoïstische motieven. Zijn doel is het bereiken van de Übermensch, de mens die boven het benauwende bewustzijn van het aardse ik is uitgestegen. Nietzsche is in de schildering van deze Übermensch veelal verkeerd begrepen, naar aanleiding van Zarathoestra’s uitspraak ‘God is dood’. Zarathoestra, die de gerealiseerde Übermensch verbeeldt, heeft geen godsbeeld of exoterische godsdienst meer nodig, maar is zelf tot geestelijk ontwaken gekomen. Hij heeft het potentieel van goddelijk wezen gerealiseerd. Maar om dit bereiken, wordt de op weg zijnde mens voortdurend door (nood)lot getard. In de beeldspraak van Nietzsche: de koorddanser wordt geplaagd door de nar, de derde figuur, die als een dwaas rondom de koorddanser springt, waardoor deze uiteindelijk naar beneden stort en op het marktplein te pletter valt.

In de rest van zijn meesterwerk, wijdt Nietzsche bij monde van Zarathoestra uit over wat het is om een Übermensch te zijn en hoe ver de mens nog van dit ideaalbeeld is verwijderd. Dit was aan het einde van de negentiende eeuw – vóór de beide wereldoorlogen en nog voordat er van klimaatverandering, hyperkapitalisme en een door individualisme (lees: egoïsme) desintegrerende samenleving sprake was.

De koorddanser en de nar

De beeldspraak van Nietzsche is uitzonderlijk verfijnd. Voor wie bekend is met de symboliek van de tarot, zal in de nar het beeld van de eerste tarotkaart van de Dwaas herkennen, corresponderend met Aleph, de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet. De Dwaas in de tarot en in de Joodse mystiek van de kabbala, symboliseert de instroom van goddelijke wijsheid, welke voor de onbewuste mens echter ‘gedissocieerd’ is. Deze laatste term, ontleend aan de dieptepsychologie, verwijst naar een voor de mens volledig onbewust, maar vanuit zichzelf alwijs en almachtig werkzaam principe. Ons huidig bewustzijn, dat vrijwel geheel onder de controle of tirannie van verstand en emoties gebukt gaat, is nauwelijks nog in staat om de werkzaamheid van de geestelijke of goddelijke intelligentie door alles heen te zien en te bevatten. Datgene wat voor ons onbewust is, doet zich in de buitenwereld voor als (nood)lot. Dit is de nar, symbool van het onbewuste, die de mens in zijn ontwikkeling voortdurend dwars lijkt te zitten. In het geval van de koorddanser wordt zijn onbewust zijn hem fataal: hij valt te pletter. Dit is het geval in de levens van de meeste mensen (koorddansers), welke op hun aardse doorreis hun wezenlijke bestemming niet realiseren: het bewustzijn van ziel en geest.

Besef dat er vanuit mystiek oogpunt geen buitenwereld bestaat: de buitenwereld is slechts een afspiegeling van onze individuele en collectieve binnenwerelden. Hermes Trismegistus vatte dit samen als ‘zo binnen, zo buiten’, waarbij de buitenwereld ons gematerialiseerd bewustzijn omvat. Vanuit dit perspectief bestaat er geen toeval in het universum, maar worden alle omstandigheden in het leven van een mens vanuit heel exacte geestelijke wetten gemanifesteerd. Dat wat zich in onze ogen voordoet als noodlot is vanuit dit standpunt niets anders dan gemanifesteerd onbewust zijn, welke in Oosterse mystiek als ‘karma’ gekend wordt. Deze werkzaamheid van onbewust zijn, welke de innerlijke en uiterlijke ontwikkelingen regeert, is dus vervat in het beeld van Nietzsche’s nar. De koorddanser is de deelnemer aan dit samenspel van geestelijk bewuste en onbewuste krachten, welke samen het leven vormgeven. Zarathoestra, de mens die ziel en geest in zichzelf gerealiseerd heeft, kijkt naar wat in feite een uitbeelding is van zijn eigen ontwikkelingsweg, waarin hij zich los heeft gemaakt van de animale mens en met veel vallen en opstaan over vele levens of incarnaties heen, uiteindelijk de Übermensch heeft gerealiseerd.

Voordat ik dieper in ga op wat de Übermensch inhoudt, moet ik hier eerst ruimte geven aan enkele belangrijke concepten van Rudolf Steiner.

De drievoudige ziel

Carl Jung, de grondlegger van de dieptepsychologie waarin een wezenlijk begrip van de werkzaamheid van ziel en geest zijn vervat, zei over zijn werk dat de mens pas vijftig jaar na zijn overlijden in 1961 in staat zou zijn de betekenis ervan te bevatten. Als Jungiaans analytisch therapeut kan ik dit ten volle beamen. Het heeft me twintig jaar van intense zelfreflectie en -ontwikkeling gekost, voordat ik in staat was om de meest mystieke werken van Jung te begrijpen. En zelf ben ik natuurlijk deelgenoot van een veel latere generatie dan Jung.

Rudolf Steiner beschrijft hoe de ziel uit drie geledingen bestaat: de gewaarwordingsziel, de verstandsziel en de bewustzijnsziel.

De term ziel is overigens an sich een heel ingewikkeld begrip. De beste wijze waarop ik haar kan omschrijven is als de verbinding tussen het ik (ego) en de geest. Ego en geest vormen de twee uitersten van hetzelfde fenomeen: het ‘zijn’ of bestaan dat zich volledig van zichzelf bewust is (geest) of zichzelf alleen nog kent als een afgescheiden ik-bewustzijn (ego). De laatste leeft in een toestand van onbewustzijn of verduisterd bewustzijn.

De ziel, welke ego en geest met elkaar verbindt, kent gradaties van bewustzijn. In haar laagste vorm van bewustzijn associeert zij zich met de indrukken van de zintuigen en is haar zelfbewustzijn beperkt tot de fysieke wereld. In deze toestand is zij zich niet van een hogere, universele geestelijke omspanning bewust. Anders gezegd: zij beseft niet dat haar natuur ten diepste geestelijk is en dat haar bewustzijn in potentie de gehele kosmos bestrijkt. In de laatste gedaante draagt zij een zuiver geestelijk kleed en kent zij zichzelf als goddelijk. In de beeldspraak van de tarot zien we de ziel bijvoorbeeld afgebeeld als een magiër of hogepriesteres, beiden gekleed in wit, waarmee uitdrukking wordt gegeven aan de zuiver geestelijke natuur van de ziel. De gewaarwordingsziel heeft haar geestelijke natuur echter verborgen over een grofstoffelijk gewaad van zintuiglijke indrukken en neemt zichzelf zodoende als een fysiek wezen waar.

De verstandsziel wordt ook gevoelsziel genoemd, waarmee in feite uitdrukking wordt gegeven aan het feit dat verstand en gevoel twee zijden zijn van dezelfde munt: beide werkzaamheden van het bewustzijn opereren bij de gratie van de dialectiek of polariteit en zij kunnen dus in hun bewustzijn nooit alomvattend zijn. Onze gedachten en gevoelens evolueren steeds tussen tegenpolen, maar ze kunnen de beide polen nooit omvatten – dat kan alleen de bewustzijnsziel, het derde niveau van bezieling.

Het bewustzijn van de huidige mens wordt voor het grootste deel bepaald door de gewaarwordingsziel en de verstands- of gevoelsziel. Homo sapiens is met zijn denken weliswaar de zuiver animale mens die leeft vanuit zintuiglijke gewaarwordingen overstegen, maar hij heeft het hogere stadium van de bewustzijnsziel nog lang niet bereikt. In feite zet hij momenteel pas zijn eerste stappen in het rijk van het hogere bewustzijn, dat niet langer door denken, voelen of zintuiglijke gewaarwordingen wordt bepaald, maar dat regeert wordt vanuit een directe verbinding met de geest of godsvonk. Een dergelijke mens leeft niet langer vanuit zijn ego of aardse persoonlijkheid, maar stelt deze in dienst van een hoger weten, welke voortkomt uit een directe verbinding tussen ziel en geest. Deze mens wordt door Nietzsche gepersonifieerd als Zarathoestra: de Übermensch, die verstandelijke logica, wisselvallige gevoelens en emoties en de bedrieglijke indrukken van de fysieke zintuigen achter zich heeft gelaten. In feite is heel ‘Aldus sprak Zarathoestra’ een tirade tegen het verstand, het sentiment en het door zintuigen aangevuurde hedonisme.

Übermensch: de zwaanridder

De drie hiërarchische geledingen van de ziel vormen samen een evolutionair pad, dat door de koorddanser gegaan wordt in zijn achterlaten van de gewaarwordingsziel en het trachten te bereiken van de bewustzijnsziel van de Übermensch. De bewustzijnsziel is volgens Rudolf Steiner pas recentelijk in het bereik gekomen van de mens. De perioden ervoor stond in het teken van de verstandsziel, welke sinds de opkomst van de Griekse cultuurperiode diep in ons bewustzijn is verankerd. De ontwikkeling van de verstandsziel heeft haar culminatie in het rationele verlichtingsideaal en de ontwikkeling van de academische wetenschappen. Maar, zoals veel sprookjes en mythen, verhalen: het dorre beschouwende intellect is op geen enkele manier bij machte om de geest te bevatten. De mens die zich te sterk identificeert met zijn zintuigen en verstand is als Hans en Grietje die gevangen komen te zitten in de persoonlijkheid en in het hoofd, gesymboliseerd door het huisje van de heks. Deze heks vreet aan onze geestelijke vermogens, zoals een te verstandelijk, emotioneel of zintuiglijk ingesteld leven een doodse inwerking hebben op onze geestelijke natuur.

In ‘Lohengrin’, de opera van Richard Wagner, welke hij heeft afgeleid van de graallegenden, wordt de bewustzijnsziel voorgesteld als de zwaanridder Lohengrin. Hij is de zoon van de graalridder Parcival, die in opdracht van koning Arthur op zoek gaat naar de heilige graal of het verbond met de (heilige) geest. In de opera wordt de psyche verbeeld door Elsa van Brabant. Het land Brabant zit zonder troonopvolger: het bewustzijn van de psyche wordt niet geregeerd door een hogere geestelijke instantie en chaos dreigt, zoals deze het leven van de animale mens en de verstandsmens voortdurend met lijden tekent. Bij gebrek aan een troonopvolger trouwt Elsa, de zus van de overleden Godfried, met de zwaanridder, waarmee een huwelijk tussen de psyche en de geest, vertegenwoordigd door de koninklijke zwaan of bewustzijnsziel, wordt gesmeed. Het huwelijk houdt uiteindelijk echter geen stand, omdat Elsa de verboden vraag stelt. De vraag die zij niet mag stellen is naar de naam of identiteit van de zwaanridder. De geest wijkt voor de bedenkingen van het intellect. Alleen geloof en dus een overgave vanuit de persoonlijkheid aan de hogere motieven en wijsheid van de door de geest geïnspireerde bewustzijnsziel kan leiden tot een geestelijke bevruchting.

Laten we nu in plaats van begrippen als ‘Übermensch’ (Nietzsche), zwaanridder (Wagner) of ‘bewustzijnsziel’ (Steiner) de term ‘homo aquarius’ gebruiken. Hiermee wordt verwezen naar de nieuwe tijd die onder het teken van Waterman staat.

Homo aquarius

De evolutie op aarde wordt in kosmische cycli van elk 2160 jaar geregeerd. Het christendom, waarin de symboliek van de vis centraal staat, is de kenmerkende godsdienst van het afgelopen Vissen tijdperk. Daarvoor heeft de mens de periode van de Ram beleefd, welke voor een deel samengaat met de bloei van het Egyptische rijk met haar zeer hoge vormen van religie. In het tijdperk van de Stier maakte het zoroastrisme haar opgang. Zoroaster of Zaratoestra (!) staat bekend om zijn hoge inwijding in de kennis van goed en kwaad of het bewustzijn van het ware, het goede en het schone, welke temidden van de corrumperende materie ontwikkeld moet worden. Ook de oer-Indische tijd, met haar zeer hoge mystiek, zoals bijvoorbeeld in de Upanishaden tot uiting komt, (her)kent nog de geestelijke krachten die alles bezielen en waaraan de mens zich dienstbaar moet maken.

Nu het Vissen tijdperk op haar beloop is, dringt het tijdperk van Waterman – ‘the Age of Aquarius’ – zich op. Kenmerkend aan deze tijd is dat de mens contact kan krijgen met de bewustzijnsziel, welke een bewuste verbinding heeft met de hogere mentale en geestelijke sferen die als een matrix van energie en informatie de aarde omspannen. In het astrologische beeld van de Waterman zien we een hemelse figuur die een vaas of kelk vol water uitgiet in de kosmos. Er is een direct verband met tarotkaart XVII – de Ster – waar een vrouw twee kruiken met water leeg giet. Het water staat symbool voor de geest: de fluïde, alles doordringende geestkracht die alle dimensies van ruimte en tijd omspant en die alwetend is, omdat verleden en toekomst door haar in het heden zijn gekend.

Nadat in het Vissentijdperk de geestelijke inwijding van de mens voorbereid is door de Christus, die met de kruisiging van de egoïstische waarnemings- en verstandsziel de aardse persoonlijkheid overwonnen heeft, heeft in het Waterman tijdperk ieder mens de mogelijkheid om contact te maken met de bewustzijnsziel. We zijn allemaal Elsa, levend in een wereld die meer dan ooit in chaos is ontaard, en waarin alleen de komst van de zwaanridder en zijn kennis van de heilige graal ons kan verlossen. Hiertoe moeten we echter, met Nietzschiaanse wilskracht, boven de gigantische aantrekkingskracht van de persoonlijkheid met haar fysieke, verstandelijke en gevoelsmatige verlangens uitstijgen. Dit vergt niet alleen een uiterste krachtinspanning, maar bovendien moet de persoonlijkheid geheel nieuwe faculteiten of vermogens ontwikkelen om zich te kunnen oriënteren op de geestelijke leiding vanuit de bewustzijnsziel. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van geloof, welke absoluut noodzakelijk is om gehoor te kunnen en durven geven aan de innerlijke leiding vanuit de geest, welke door het verstand niet beredeneerd kan worden of door gevoelens omvat kan worden. Deze innerlijke geestelijke leiding spreekt bijvoorbeeld door dromen en fungeert in de Watermantijd als een soort TomTom, welke de mens langs niet logische weg door de innerlijke en uiterlijke chaos heen leidt. Traditionele kennis en wijsheid werken hier niet, omdat zij zijn ingegeven door de gewaarwordingsziel en de verstandsziel. Exoterische godsdienst, waarbij de mens een van buitenaf opgelegd ideaal aanvaard, heeft in dit geestelijk gebied geen enkele zeggingskracht. Zij is even dor als de dode takken van het intelllect.

Nietzsche heeft uit eigen ervaring begrepen wat het vergt om de innerlijke leiding van de bewustzijnsziel te aanvaarden. Het vergt een wilskracht die niets met persoonlijke of egoïstische motieven van doen heeft om, tegen alle logica en gevoel (en de opinies van anderen) in, het dunne koord naar de Übermensch te volgen. Hiervoor zijn behalve geloof in de eigen innerlijke idealen en een Nietzschiaanse wilskracht, ook moed nodig. Net als Zarathoestra moet de homo aquarius de oude wereld achter zich laten. Hij moet, zoals een graalridder, wereldse idealen verzaken om de stem van de (heilige) geest te kunnen horen en haar op te volgen. Alleen dit kan de wereld redden van de huidige gigantische en titaanse egoïstische krachten die de wereld momenteel in stukken scheuren.

De egoïstische krachtvelden van de gewaarwordings- en de verstandsziel zijn noodzakelijk geweest: ze hebben de mens afgezonderd van zijn geestelijke en fysieke omgeving, waardoor een eigen, onderscheiden ‘ik’ is ontstaan. De mens moest een ik-bewustzijn ontwikkelen, omdat hij het op zich heeft genomen om de krachten van de geest vanuit zichzelf te leren bedienen en zo ‘als God te worden’. Deze opdracht staat reeds in Genesis beschreven, waar de mens van de boom van de kennis van goed en kwaad eet, waardoor hij ondrescheidingsvermogen ontwikkelt en daarmee een eigen ik-bewustzijn dat hem in staat stelt als God te worden. Dat wil zeggen: vanuit een eigen bewustzijn en een daaraan gekoppelde vrije wil heeft hij in deze nieuwe Watermantijd de mogelijkheid om vanuit zijn ziel de geest en daarmee het collectief in plaats van zijn egoïstische persoonlijkheid te dienen. Het spreekt voor zich dat dit een geheel nieuwe bezieling vraagt. Anders dan homo sapiens, die door egoïstische gedachten en gevoelens wordt geleid, of de animale mens, die zuiver instinctief als een kuddedier leeft, maakt homo aquarius zich dienstbaar aan een hoger geestelijk en collectief ideaal. Hij stelt zijn leven in dienst van een hogere missie die de gehele mensheid dient en die hem door de (heilige) geest is ingeven. Hij volgt een pad dat voorbij gaat aan egoïstische motieven en dat, bovenal, begeleid wordt door niet te beredeneren motieven. Zoals de aartsvaders in de bijbel, die geheel in dienst van een goddelijk ideaal leefden, leidt de bewustzijnsziel hem langs ondoorgrondelijke wegen naar nieuwe innerlijke en uiterlijke gebieden, waar hij dienend aan het collectief zich inspant voor een wederopstanding van de geest in ieder mens. Dat hijzelf hierbij (grote) ontberingen moet doormaken is evident. Het ego of de oude ik-persoonlijkheid moeten immers getemd worden. De aspirant dienaar van de geest wacht vele vuur- en waterproeven, zoals bijvoorbeeld in ‘De toverfluit’ van Mozart wordt beschreven.

De apocalyptische tijden van Ragnarok

In de Edda, het heilige boek van Noord-Europa, wordt een vergelijkbare versie gegeven van de eindtijd als in de bijbelse Openbaringen van Johannes, de ziener van Kadmos die de Apocalyps (griekse woord voor ‘openbaring’) heeft geschreven. Deze ‘eindtijd’ wordt in de Edda ‘Ragnarok’ genoemd, oftewel: godenschemering. In het Duits spreekt men van ‘Götterdämmerung’. De goede verstaander van Richard Wagner’s muziek hoort hierin de vierde opera van Wagner’s operacyclus ‘De ring der Nibelungen’. Het voert te ver om in dit artikel de onwaarschijnlijk diepgaande mystieke wijsheid van de Ring-cyclus te verklaren. Ik volsta met te zeggen dat de ring der Nibelungen zeer nauw verband houdt met ‘In de ban van de ring’, welke in omvang en symboliek even rijk is.

Wat houdt de godenschemering in? Zij beschrijft hoe de goddelijk werkzame krachten voor het bewustzijn van de mens steeds verder vervagen, naarmate de mens zich meer identificeert met zijn gewaardings- en verstandsziel en hij het schemerige mystieke weten uit oude tijden, zoals we dit nog steeds in dromen kennen, tijdens de dag verliest. Dit gaat samen met de opkomst van het materialistisch wereldbeeld en de materialistisch georiënteerde academische wetenschappen en de ondergang van de oude geesteswetenschappen, zoals deze bijvoorbeeld Johannes van Kadmos werd beoefend. Met het uit het oog verdwijnen van goddelijke wijsheid – Nietzsche’s ‘God is dood’ – heeft de mens alleen nog zijn aande aarde gebonden, persoonlijk bewustzijn als oriëntatie-instrument. In mythen en sprookjes verliest de mens zijn (geestelijk) zicht, welke zich in bijvoorbeeld de blindheid van Oedipus uit en waardoor Odysseus, na de val van het geestelijk geïnspireerd koninkrijk Troje, gedwongen wordt om op zwerftocht te gaan, op zoek naar de geestelijke schat, gesymboliseerd door zijn bewustzijnsziel Penelope, die op hem wacht in Ithaka.

Net als in de Apocalyps beschrijft ‘Ragnarok’ hoe goden en mens ten eerste geheel ten onder gaan, waardoor de nieuwe mens gedwongen wordt om vanuit vrije wil in zijn eigen Ik de wetten van de kosmos te integreren. Dit doet hij door boven zijn oude, egoïstisch ingestelde bewustzijn te rijzen en uit te reiken naar een gnosis: de kennis die hem vanuit zijn bewustzijnsziel, die in verbinding staat met de geest, wordt aangereikt. In de Ring-cyclus van Wagner moeten oude helden als Siegfried, samen met de godenwereld, eerst ten onder gaan, voordat de nieuwe mens – de tot god geworden Übermensch – kan herrijzen uit de wereldbrand, welke inmiddels begonnen is en de komende decennia en eeuwen heel de uiterlijke en innerlijke wereld in vuur en vlam zal zetten. Heel het verouderde egoïstische bewustzijn moet in vlammen opgaan, voordat de bewustzijnsziel als een feniks uit de as kan herrijzen.

Dit is de opdracht van homo aquarius.