De weg naar je ware zelf

Nieuws

De roos als gnostiek symbool

Alle artikelen, Mystiek & gnosis

De roos speelt een belangrijke rol in tal van sprookjes, mythen en religieuze verhalen. Denk bijvoorbeeld aan ‘Doornroosje’, dat in het teken staat van de roos. Of het boek ‘De naam van de roos’ van Umberto Eco.

Maar ook in het sprookje van Sneeuwwitje neemt de roos een belangrijke rol in, evenals in het sprookje van Antoine de Saint-Exupéry ‘Le petit prince, waar de kleine prins een planeet deelt met alleen een roos. In een ander belangrijk westers sprookje – Belle & het Beest – beslist het al dan niet sterven van een magische roos over een zelfde lot voor het Beest. Er is zelfs een religieus genootschap dat zich in dienst stelt van de roos: de Rozenkruisers, geïnspireerd op de inwijdingsweg van Christian Rosenkreuz.

Het is duidelijk – de roos is een belangrijk symbool in westerse esoterie en neemt hierbinnen dezelfde rol in als de lotusbloem in het oosten.

Maar wat is de betekenis van de roos?

Twee vormen van liefde

Evenals een roos in feite uit twee delen bestaat, kan de betekenis van de roos in twee lagen ontleed worden.

De bloem van de roos wordt van oudsher geassocieerd met de (opbloeiende) liefde. Er bestaan twee soorten liefde: passie en compassie. De laatste is een meer geestelijke vorm van liefde, welke ervan uit gaat dat alle wezens voortkomen uit en verenigd zijn in één bron. Of we deze bron nu God, de kosmos of geest noemen, maakt voor het begrip van compassie weinig uit. Belangrijk bij deze vorm van liefde is dat de mens als individueel wezen zich in een ander herkent. We delen niet alleen dezelfde bron, maar eveneens een zelfde lot. Hier op aarde, waar het leven geregeerd wordt door de wet van polariteit, lijden we allemaal zolang we ons identificeren met ons lichaam en het ego. Immers, als lichamen worden we niet alleen geboren, maar we sterven ook weer. Ons lichaam kent niet alleen gezondheid, maar ook ziekten. Eveneens worden perioden van welvaart afgewisseld met armoede, et cetera. Zolang we ons dus krampachtig vastklampen aan een pool, zullen we onverbiddelijk geteisterd worden door de noodlottige wendingen van de door ons gevreesde tegenpool die zich, vroeg of laat, zal laten gelden. Dat is de wet van de polariteit.

Compassie erkent deze wet van de polariteit en is aldus in staat om voorbij de werking van tegenpolen naar de ander uit te reiken. Of de ander je nu je evenpool of tegenpool is, je erkent dat jij en de ander met elkaar verenigd zijn in een polair veld. Of hetgeen de ander doet of niet doet je nu aanstaat of niet, je erkent dat hetgeen de ander wel of niet doet in perfect evenwicht is met je eigen acties. En, tot slot, als de ander tijdelijk geteisterd wordt door de ‘slagen’ van de negatieve pool – ziekte, armoede, scheiding en andere rampspoed – dan erken je hierin je eigen positieve pool en ben je in staat naar de ander uit te reiken. Compassie stelt je in staat de ander emotioneel, materieel of geestelijk te ondersteunen. Niet omdat je er zelf iets voor terugkrijgt, maar omdat je erkent dat er geen wezenlijk verschil bestaat tussen ik en de ander. Dit is in essentie wat liefde is.

Liefde opgevat in de zin van compassie wordt gesymboliseerd door de kleur wit. Wit verenigt alle kleuren in zich en kan beschouwd worden als een symbool van eenheid. Wanneer we ons niet langer met ons ego of ik identificeren, aldus onvermijdelijk één pool omarmend (al is het maar omdat je een man of een vrouw bent), blijft alleen het geheel over. Zolang ik mijn anders-zijn niet accentueer, ben ik slechts een schakering van het geheel. Eerder een geheel dan een splinter of aspect.

De andere kleuring van liefde – passie – gaat meer uit van het denken in termen van aspecten. De kleur rood geeft hartstocht aan, de gepassioneerde variant van liefde die zich voordoet bij de aantrekking van twee tegendelen. Deze vorm van liefde uit zich seksueel in de vereniging van tegenpolen, emotioneel in de vorm van verwantschap, vriendschap of intimiteit en mentaal in het vinden van geestverwanten. Zij is altijd gebaseerd op de wet van polariteit. Er moeten twee ogenschijnlijk gescheiden tegendelen of –polen ontstaan die tot elkaar worden aangetrokken.

Passie is vurig en werkt als een magnetische kracht. Zij vlamt plotseling op, prikkelt onze zintuigen, brengt ons hart op hol en betovert ons verstand. De aantrekking tussen twee tegenpolen is even magisch als magnetisme. Verstandelijk bevatten we wellicht niet wat ons in die ene man of vrouw aantrekt, maar we worden op ‘magische’ wijze tot de ander aangetrokken… Totdat we vaak door dezelfde persoon na verloop van tijd worden afgestoten. Want aldus de werking van de wet van de polariteit, verandert alles op den duur in het tegendeel. Beschavingen vervallen na verloop van tijd terug in de toestand van barbaarsheid. Welvaart brokkelt in de loop der jaren af tot het niveau van armoede. Gezondheid verandert in kanker en een ziek lichaam kan ook weer gezond worden. Er is vaak geen pijl op te trekken wanneer een pool in zijn tegenpool verandert. Het enige wat we weten is dat de aantrekking tussen twee polen tijdelijk is. Op het moment van ompoling – wanneer de lieve vrouw in een heks verandert en de zachtaardige man een bruut blijkt te zijn – verandert ook de passie of aantrekking in het tegendeel: afstoting en haat. Dan wordt het sprookjeshuwelijk ontbonden in een echtscheiding en blijft er van de rozengeur en maneschijn niets anders over dan de doorns aan de steel van de roos…

Doornenkroon: symbool van liefde en sterven

Toen Jezus op het punt stond zijn identificatie met het ego en het lichaam definitief te doorbreken en zo te breken met de wet van de polariteit, werd hij aan een kruis genageld en werd zijn hoofd omkranst met een doornenkroon.

Wanneer we ons lang genoeg aan de bedrieglijkheid van passie geprikt hebben en we het spel van de elkaar afwisselende tegenpolen beginnen te doorzien zijn we, gelouterd door het lijden, in staat onze valse identificaties af te leggen. Deze identificaties – met jezelf, je lichaam en ego en het lichaam en ego van een (geliefde) ander – zijn ten diepste illusies: hersenspinsels van het verstand. Evenmin als je werkelijk een man of een vrouw bent (je hebt slechts een mannen- of vrouwenlichaam), is de ander een man of een vrouw en is de geslachtelijke liefde gebaseerd op schijn. Jezus was, in zijn ontwaken, in staat om eveneens door de emotionele en mentale vormen van ‘liefde’ heen te prikken. Hij doorzag hoe verstandelijke identificaties ons doen lijden: dit is het symbool de doornenkroon die het hoofd, zetel van het brein, omkranst. Gelouterd door talloze passies – de passies van het lichaam, onze gevoels- en ideeënwereld – heeft Jezus de ware zin van liefde bereikt. Passie is veranderd in compassie. Ons lijden, uitgedrukt in het lichaam, lost als sneeuw voor de zon op, daarmee de bloedsporen van het lichaam (rood) uitwissend en vervangend door de ene kleur die er altijd al was: de statische kleur die in werkelijkheid geen kleur is: het wit of het licht van de ene geest. Deze geest wordt in de bijbel de Christus genoemd en kan pas herrijzen nadat Jezus zijn lichaam en ego aan het kruis genageld heeft.

Het kruis staat symbool voor de wereld van polariteit. Deze wereld dankt haar vorm aan de wisselwerking van boven en onder, binnen en buiten, aldus een dimensioneel beeld vormend. Maar in onze geest is er geen verschil tussen boven en onder, binnen en buiten. Liefde is overal: binnen en buiten ons. Liefde doordringt de bovenwereld evenzeer als de onderwereld. Liefde is altijd voor iedereen beschikbaar. Of iemand nu door de ogen van het ego bezien een zondaar of een heilige is. Een ontwaakt mens is gestorven aan de polariteit en bevat aldus de ware betekenis van het kruis. De kruis ontleent haar vorm weliswaar aan haar uiteinden of tegendelen, maar de twee benen van het kruis – horizontaal en verticaal – vinden hun oorsprong beide in het midden van het kruis. In het centrum van het kruis, waar boven en beneden, links en rechts elkaar ontmoeten, is alleen eenheid. Gnosis of de kennis van je ware Zelf, ziet achter alle polaire verschijningsvormen één kracht: die van liefde. Tot dit besef ontwaken we wanneer we ons vaak genoeg geprikt hebben aan de doornen van de talloze valse identificaties met een van de uiteinden van het kruis.

De prins op het witte paard

Alle sprookjes en mythen waarin de roos een rol speelt, gaan ten diepste over de werkelijke betekenis en het vinden van liefde. Doornroosje en Sneeuwwitje moeten ontwaken uit de illusie van de wereld om door de liefde van de geest, voorgesteld als de prins op het witte paard, wakker gekust te worden. Belle, de personificatie van de ziel, kan zich pas van de natuur, gepersonifieerd door het Beest, bevrijden door de (grofstoffelijke) natuur te omarmen in plaats van af te wijzen. Op het moment dat zij het Beest in de armen sluit, bloeit de magische roos op en wordt de illusionaire tegenstelling tussen lichaam (Beest) en geest (Belle) opgelost. Belle en het Beest trouwen en uiteraard gaat er onder het uiterlijk van het Beest een beeldschone prins schuil! De Rozenkruisers kenden het geheim van het kruis, symbool van de wereld. Onze wereld wordt niet geregeerd door de uiteinden van het kruis (polariteiten), maar door het midden van het kruis: de eenheid of liefde van geest die alle polariteiten in zich verenigd.

We laten ons net zo lang tussen tegenpolen heen en weer slingeren, voortgedreven door de grillige passie, totdat we alle kanten van het leven – goed en kwaad, armoede en rijkdom, etc. – hebben leren kennen en we ons in alles en iedereen herkennen. Vanaf dat moment bepaalt compassie onze loop en zijn we voor anderen geworden als een prins(es) op een wit (gezuiverd) paard (instinct).

Dit alles wordt tot uiting gebracht in het zinnebeeld van de roos. Hierbij verbeeldt de rode roos de compassie die groeit uit lijden en passie. De witte roos staat symbool voor geestelijke liefde.