De weg naar je ware zelf

Nieuws

Dissociatie: de tragiek van Oedipus

Alle artikelen, Dieptepsychologie, Mythen & sprookjes

MYTHOLOGIE - In dit artikel behandel ik de werking van het gedissocieerd bewustzijn aan de hand van Oedipus.

Maar ik begin met een ander verhaal: ‘Het wonderlijke leven van Iwan Osokin’ van Ouspensky (leerling van Gurdjieff).

Iwan Osokin’s leven ligt in puin. Geholpen door een tovenaar krijgt hij de mogelijkheid om de voorbije jaren nog eens over te doen, maar nu mét het bewustzijn van het heden dat tot de onfortuinlijke uitkomsten heeft geleid. Zo hoopt Iwan verleden, heden en toekomst te veranderen. Tot zijn onsteltenis pakt zijn toekomst exact hetzelfde uit – ondanks de voorkennis van het verleden die hij uit het heden meenam! Wat in hemelsnaam is hier aan de hand?

En zo is het gekomen

Het boek van Ouspensky over Iwan’s tragiek treft me. Temeer omdat ik bij het schrijven van dit artikel twee onuitgebrachte verhalen van mijn overleden vader, Fré Videler, tegenkom. Het eerste verhaal ‘En zo is het gekomen’ doet denken aan Iwan’s tragiek. Het is geschreven meteen na mijn vader’s plotselinge en vroegtijdige pensionering, teweeg gebracht door Dr. Parkinson-Frankenstein.

Het verhaal(tje) is een terugblik op hoe mijn ouders tot de aankoop van een stuk grond in de Franse Provence zijn gekomen. Het land waarop ze hun droomhuis zouden bouwen. Tevens het land waarop hun idealen, met droomhuis en al, instortte. Nu, amper dertien jaar later, zijn ze beiden al een tijdje overleden. Als ik het lyrische verhaal lees, over hoe papa verliefd op de geuren van de Provence (‘de gemengde geuren van thijm, rozemarijn, lavendel, venkel en citroenmelisse’) lees, overvalt me een zelfde wanhoop als Iwan Osokin… Kon ik maar, met de voorkennis van nu, mijn ouders helpen het verleden over te doen. Dan had ik ze kunnen waarschuwen voor de fraudulente aannemer en architect, die een huis voor hen bouwde op een fundament vol constructiefouten. Dan had ik hen kunnen behouden voor jaren van kopzorgen en een groot financieel verlies. Dan had ik hen kunnen vertellen dat het Parkinson-monster zich sneller van mijn vader’s lichaam en geest meester maakte dan we destijds bevroedden. Dan had ik mama kunnen waarschuwen dat ook zij een monster in zich droeg, een kwaadaardige tumor, dan had ik…

Laat maar, het heeft toch geen zin. Tegen alles waarvan we ons toen, nu en later onbewust zijn, maar wat wel ons leven bepaalt, zijn we toch niet opgewassen. Het is zoals mijn vader in een tweede, onafgemaakt verhaal schrijft:

“Dat wat wij kwijt zijn omdat we het nooit hebben gehad, zullen wij ook niet terugvinden.”

Dank je pap, voor deze magistrale definitie van het gedissocieerd bewustzijn.

Overigens, een andere naam voor ‘gedissocieerd bewustzijn’ of ‘onbewuste’ is ‘kosmisch bewustzijn’. Het is het oneindig grote bewustzijnsgebied in ons, dat alles kent, maar dat wij met ons zeer beperkte bewustzijn en verstandelijk vermogen niet kunnen bevatten, waardoor haar inhoud en uitwerking voor ons onbewust blijft.

Het gedissocieerd bewustzijn is alwetend, zonder dat wij dit weten

We zullen allemaal wel eens de wens hebben gehad, net als ik of Iwan Osokin, met de wetenschap van nu, het verleden terug te draaien om het allemaal ‘anders’ te doen. We gaan er hierbij van uit dat, als we het verleden zouden kunnen veranderen, we in het heden een andere, ‘betere’ uitkomst zouden ervaren. We gaan hierbij tevens voorbij aan de mystieke wijsheid dat er nog geen blad van de boom valt, zonder dat God hier medeweten van – en een (diepere) bedoeling mee – heeft. Oftewel: heden, verleden en toekomst werken altijd in ons grootste voordeel uit, hoe wij het ook beleven.

Deze wijsheid is gestoeld in het inzicht dat het goddelijke alomvattend is. Stel je het goddelijke voor als een oneindige kracht, waarbinnen alles bestaat (elke wereld en dimensie van ruimte en tijd omvattend). In dit Alles wordt elke gebeurtenis, hoe klein ook (zoals het vallen van een blaadje), door Alles gekend. Immers, een oneindige kracht als het Alles is eveneens oneindig intelligent of alwetend. In haar alomvattendheid kent Alles heden, verleden en toekomst als één. Alles ‘overziet’ tegelijk alle dimensies van tijd en ruimte – alle kosmossen, werelden en wezens en hun evolutie. Alles is gekend. En alles heeft een bedoeling, anders zou iets zich niet manifesteren binnen de oneindige intelligentie van het bestaan.

De Amerikaanse mysticus Walter Starcke vat bovenstaande eenvoudig(er) samen: God is alomvattend, alwetend en almachtig.

Voor een juist begrip is het dus belangrijk dat je begrijpt dat, ook al zou je als Iwan Osokin, met de kennis van nu het verleden kunnen veranderen, je hierbij uitgaat van één fundamenteel misverstand: namelijk dat er in het verleden (of heden of toekomst) iets gebeurt dat ‘tegennatuurlijk’ is – dat tegen de goddelijke orde ingaat. In het licht van bovenstaande dien je te begrijpen dat alles gebeurt met een hoger bewustzijnsdoel dat door de Logos (de alwetende godheid) is gekend.

Gedissocieerd bewustzijn

Binnen mystiek-esoterische wijsheidstradities wordt gesteld dat, zou de mens alle informatie en energie van de Logos in één keer ontvangen, hij te maken zou hebben met een ‘kosmische instroom’ van 987. Voor de gemiddelde mens als Iwan Osokin is dit 9,87. Iwan ziet de werking van de Logos niet en kan maar een heel klein deel van de werkelijkheid bevatten. In onze huidige evolutiefase van ‘homo sapiens’ of ‘denkende mens’ hebben we het verstand als ons voornaamste bewustzijnsorgaan ter beschikking. Maar met geen mogelijkheid kan het dialectisch functionerend verstand – rationeel én emotioneel brein – de eenheid van geest of alomvattendheid van de werkelijkheid op enig moment bevatten. Al wat we via onze gedachten kunnen doen is een ‘reconstructie’ maken van wat wij denken te weten (1%) en hierop onze keuzes baseren. Met een heel beperkt bewustzijn moeten wij dus door een oneindig complexe kosmische matrix van informatie en energie navigeren. 99% van de werkelijkheid zien en bevatten we niet, omdat we de informatie/energie simpelweg niet met de antennes van ons huidig bewustzijn kunnen opvangen, waardoor deze informatie/energie voor ons verloren gaat. Deze 99% wordt in de dieptepsychologie het ‘gedissocieerd’ bewustzijn genoemd. Dit is een hoogst onbevredigende term, want de 99% informatie/energie is slechts onbewust voor ons ego of huidig ik-bewustzijn. In wezen is zij als Logos of kennis van God volledig bewust. Uitsluitend omdat wij dit kosmisch bewustzijn niet kunnen registreren, is deze informatie/energie voor ons ‘onbewust’ of ‘gedissocieerd’.

Het probleem van Iwan Osokin of zoveel andere tragische helden als Oedipus en Odysseus is, dat zij op een (te) lage frequentie bewust zijn, waardoor zij in het kosmische web van informatie/energie keuzes (lijken te) maken die in hun uitwerking als noodlot worden beleefd. Zowel Iwan als Oedipus gaan aan hun beperkte bewustzijn ten onder. Zelfs als Iwan de laatste tien jaar over mag doen, ervaart hij tot zijn onsteltenis, dat hij ondanks zijn huidig ‘hoger’ bewustzijn, niet kan voorkomen dat hij dezelfde keuzes maakt – ‘fouten’ in zijn ogen. En ook Laios, koning van Thebe en vader van Oedipus, kan niet voorkomen dat hij, ondanks de voorspelling van het orakel, door zijn eigen zoon gedood wordt. Sterker nog, net als Iwan, schept hij in het trachten te voorkomen van zijn noodlot, de omstandigheden die tot de vervulling van dit noodlot leiden!

De almacht en alwetendheid van het, voor ons gedissocieerde, kosmisch bewustzijn is wonderlijk en tragisch tegelijk! De mens is zo bezien inderdaad een speelbal van het lot, mank en blind als Oedipus.

Oedipus: de gemankeerde, blinde mens

In de mythe van Oedipus wordt de werking van het gedissocieerd bewustzijn als volgt belicht.

Aan Laios, de koning van Thebe, wordt door een orakel voorspeld dat zijn eigen zoon hem om het leven zal brengen. Om dit te voorkomen geeft Laios opdracht om zijn zoon om te brengen. Hierop wordt de jongen vastgebonden aan zijn voeten en aan een herder meegegeven, met de opdracht het kind in de bergen achter te laten. De herder krijgt echter medelijden en geeft het kindje mee aan langs trekkende paardenhoeders. Zo blijft Oedipus in leven en hij groeit op. Omdat zijn voeten door het vastbinden verwond en opgezwollen zijn, wordt hij Oedipus (‘gezwollen voet’) genoemd.

Later zal Oedipus inderdaad zijn vader vermoorden. Dit, ondanks dat koning Laios uit voorzorg zijn eigen zoon om het leven heeft willen brengen! Zie hoe hierin de werking van het gedissocieerd bewustzijn en (nood)lot wordt beschreven. Je kunt het alwetende kosmisch bewustzijn niet te slim af zijn. Wat moet gebeuren, zal gebeuren. Elk mens zal net als koning Laios door zijn eigen onbewust zijn om het leven komen. Dit wil zeggen: we hebben met onze huidige kosmische instroom van 1% geen zelfbeschikking of vrije keus over onze levensloop. Ons leven en onze dood – letterlijk en figuurlijk – liggen in de handen van God. En net als Oedipus of Iwan Osokin zullen wij blind ten onder gaan. Want niet alleen doodt Oedipus, zonder dit te weten, zijn eigen vader, maar ook trouwt hij met Iocaste, zijn eigen moeder. En dit, ondanks het feit dat Oedipus als enige het raadsel van de sfinx die de stad Thebe bewaakt wist op te lossen. Al zijn voorgangers werden in hun wijsheid te licht bevonden. Zij konden het raadsel van de sfinx niet oplossen, waarop zij vernietigd werden. Zelfs de sfinx dus is in de tijden van Oedipus ziende blind geworden! De sfinx ziet immers niet wanneer Oedipus voor haar verschijnt, dat de jongeling reeds het karma van vadermoord op zich geladen heeft en hiermee van onbewust zijn getuigt! De sfinx ziet het niet en laat Oedipus, in de waan van zelfkennis, passeren, zijn verdere ondergang tegemoet.

Als Oedipus zich later realiseert dat hij niet alleen zijn vader heeft gedood, maar ook met zijn moeder is getrouwd, steekt hij uit schuld en schaamte zijn eigen ogen uit. Hiermee geeft hij uitdrukking aan het feit dat hij ‘ziende blind’ is.

Het is belangrijk te beseffen dat, in de nadagen van Egypte waarin de mythe zich afspeelt, niet alleen Oedipus – de individuele mens – ziende blind of onbewust is, maar dat ook de instanties die de wijsheid of gnosis moesten bewaken, zoals de sfinx reeds tot onbewust zijn waren vervallen. Hierdoor ging uiteindelijk heel de Egyptische cultuur en religie ten gronde.

De klompvoet als archetypische symboliek

Niet alleen de blindheid van Oedipus getuigt van zijn onbewust zijn, maar ook zijn verwonde voeten, waardoor hij mank loopt.

De gemankeerde mens is een universeel thema in de mythologie. Hephaistos bijvoorbeeld, Griekse god van de smeedkunst, wordt door zijn moeder Hera van de Olympus gegooid en raakt hierbij net als Oedipus gewond aan zijn voet. Oedipus en Hephaistos zijn gevallen engelen, wiens verbinding met hemel en aarde gemankeerd is. De ‘klompvoet’ staat symbool voor de involutie of val van de ziel, die steeds dieper indaalt in de fysieke wereld, waar hij vrijwel heel zijn bewustzijn verliest. Al wat iemand als Oedipus of Iwan Osokin nog rest zijn zijn beperkte verstandelijke en zintuiglijke vermogens, door Rudolf Steiner respectievelijk de ‘verstandsziel’ en de ‘waarnemingsziel’ genoemd.

In vroegere tijden beschikte de mens nog over een derde bewustzijnsvermogen, door Steiner de ‘geestziel’ genoemd. Adam en Eva, die op de overgang van het Lemurische naar het Atlantische tijdperk leefden, bezaten nog geen grofstoffelijke lichamen, zoals wij. Zij waren minder diep in de stoffelijke wereld geïncarneerd, waardoor zij zichzelf nog als één kenden met de geesteswereld.

Voor en na de zondeval waarover Genesis verhaalt, heeft de ziel een gigantische ‘ondergang’ gemaakt, waarbij de ziel steeds verder afdaalt in steeds grofstoffelijkere werelden en hierbij steeds meer bewustzijn en geestkracht verliest, tot het huidige punt, waarop alleen een beperkt verstandelijk en zintuiglijk bewustzijn over is gebleven en de mens zich vrijwel volledig met zijn (zeer) beperkte fysieke lichaam identificeert. We zijn allen Oedipus: mank en blind zoeken we onze weg op aarde.

Na-Atlantische cultuurperioden en de ondergang van gnosis

De ondergang van het bewustzijn, waarvan Oedipus getuigt, vindt plaats in de nadagen van de Egyptische cultuurperiode. Steiner beschrijft hoe, na het zinken van het Atlantische continent, de overlevende mensheid (Noach) in de na-Atlantische cultuurperioden de overgeleverde gnosis tracht te behouden. Maar evenals er een gigantische ondergang van bewustzijn heeft plaats gehad met de ondergang van Atlantis, vindt in de navolgende millennia een steeds verder gaande val van bewustzijn plaats.

Steiner onderscheidt zeven perioden in de na-Atlantische tijd, waarbij de ondergang van Atlantis circa 11500 jaar geleden plaats had. Sindsdien zijn er vier cultuurperioden verstreken. We bevinden ons momenteel in de vijfde cultuurperiode. De cultuurperioden zijn:

  • Oer-Indische tijd (8000 – 5000 v.Chr.), waaruit de hoogste wijsheidsbronnen zijn ontstaan: de Veda’s en de Upanishads.
  • Oer-Perzische tijd (5000 – 3000 v.Chr.)
  • Babylonisch-Egyptische tijd (3000 – 750 v.Chr.)
  • Grieks-Romeinse tijd (750 v.Chr. – 1413)
  • Germaans-Angelsaksische tijd (huidig)
  • Slavische tijd (komend)
  • Filadelphia (komend)

 

Overigens, de benaming van de cultuurperioden is een aanduiding van het geografisch zwaartepunt van de bewustzijnsontwikkeling in elke tijd.

Besef dat de betekenis van Oedipus verder reikt dan het benauwende psychologische korset waarin Sigmund Freud Oedipus heeft geperst. In de populaire cultuur wordt de mythe vrijwel geheel verbonden met het ‘Oedipus-complex’. Psychologismen als deze ‘verkrachten’ de antroposofische en kosmosofische dimensies van mythen. Oedipus staat voor véél meer: hij is de mens die op de overgang van de Egyptische naar de Griekse tijd (opnieuw) een gigantisch verlies van bewustzijn beleeft, waardoor zijn leven door noodlot wordt geregeerd. Een aanduiding hiervan is het feit dat Thebe in Egypte ligt. Thebe was ooit een centrum van wijsheid in het religieuze Egypte, maar nadat de sfinx Oedipus heeft doorgelaten – de moordenaar van zijn eigen vader en koning van Thebe – wordt de stad geteisterd door rampspoed. ‘Oedipus’ verhaalt dus van de ondergang van wijsheid in de nadagen van Egypte, gesymboliseerd door de falende sfinx. Deze ondergang zou in de Griekse tijd herhaald worden met de ondergang van Troje, eveneens een bakermat van cultuur en wijsheid, maar dan van de Griekse beschaving. In de voetsporen van Oedipus moet Odysseus, na de vernietigende Trojaanse oorlog, een door noodlot geteisterde reis ondernemen, op zoek naar de verloren gnosis.

De ondergang van gnosis in de nadagen van Egypte wordt vooral verbeeld door de falende sfinx. Deze mythische wachter van wijsheid had als taak gnosis te beschermen. Alleen zij die het raadsel van de sfinx wisten op te lossen mochten passeren, waarmee je zou verwachten dat deze mens over voldoende wijsheid beschikt om zijn zielenreis verder te gaan. Maar ondanks dat hij voor de test van de sfinx slaagt, wordt zijn reis door noodlot bezegeld. Niet alleen Oedipus getuigt van blindheid voor gnosis, maar ook de sfinx zelf. Niet alleen is de sfinx blind voor de gedissocieerde karmische bagage die Oedipus, de vadermoordenaar, meedraagt. Maar ook schotelt hij de zoeker naar waarheid een weinig complex vraagstuk voor. Aldus luidde het raadsel van de sfinx: ‘Welk wezen loopt ’s ochtends op vier, ’s middags op twee en ’s avonds op drie benen?’ Het voor de hand liggende antwoord is de mens, die aan het begin van zijn leven op handen en voeten over de grond kruipt, tijdens de bloei van zijn leven op twee benen staat en in zijn nadagen een stok nodig heeft om zich staande te houden.

Het raadsel van de sfinx

Natuurlijk moeten we dit antwoord niet letterlijk duiden. Het raadsel is een metafoor voor de ontwikkeling van bewustzijn, welke eerst geheel aan de aarde, gesymboliseerd door het getal ‘vier’ (elementen, windstreken, jaargetijden etc.), is gebonden. In deze fase beschikt de mens over weinig zelfbewustzijn en ervaart hij zichzelf, net als dieren, als een fysiek wezen, geleid door de natuur. Dankzij zijn verstand, dat kent door alles in dualiteiten te onderscheiden (subject en object, goed en kwaad etc.), krijgt de mens relatieve kennis en komt hij op eigen benen te staan – afgescheiden van de natuur. In zijn laatste fase heeft de mens als taak om zich, voorbereidend op zijn dood, zich te onthechten van het aardse leven en haar tegenpolen te verbinden in een hoger, synthetiserend geestelijk bewustzijn, zodat de mens zichzelf als ziel en geest leert kennen. Dit is de absolute kennis van de geest.

De relatieve eenvoud van de metafoor en de hieraan verbonden ontwikkelingsopgave getuigt ervan hoezeer het bewustzijn van Oedipus, de mens op de brug tussen de Egyptische en de Griekse tijd, reeds vernauwd is. En de teloorgang van bewustzijn zou na Oedipus alleen nog maar erger worden…

Huidige mens: blind voor karma en andere kosmische wetten

Oedipus vertelt dus het verhaal van de neergang van het bewustzijn, individueel en collectief, zoals geïllustreerd met de val van Thebe en Troja, beide centra van wijsheid in respectievelijk de Egyptische en Griekse beschaving. Mythen als die van Oedipus en Odysseus staan niet op zichzelf. Er zijn tal van mythen die de ondergang van bewustzijn beschrijven. Alleen al in het oude testament getuigen drie belangrijke verhalen van een dergelijke ondergang: de zondeval van Adam en Eva (op de overgang van de Lemurische naar de Atlantische tijd), de zondvloed (ondergang van de Atlantische beschaving) en in Exodus, de uittocht van Mozes uit het gedegenereerde spirituele rijk Egypte, waarbij de Israëlieten (symbool voor de in de materie gevangen godsvonk) terug naar het beloofde land van de geest moeten worden geleid.

In andere artikelen zal de hele keten van ondergang of involutie gedemonstreerd worden. Hier volstaat de constatering dat de ‘gevallen’ ziel gemankeerd en blind over de aarde struikelt, zonder kennis van universele wetten, zoals de werking van karma of überhaupt het bestaan van de ziel. Dieptepsychologisch gesproken functioneert de mens vrijwel geheel vanuit een gedissocieerd bewustzijn: een volledig onbewust gebied dat het bewustzijn aanstuurt en van waaruit iemand denkt, voelt en handelt – zonder dat hij ook maar een notie heeft van de diepere bron van zijn ervaring. Dit verklaart een deel van het lijden van de huidige mens, die meent dat hij zijn leven en de wereld naar zijn hand kan zetten en niet beseft dat alles bestuurd wordt door universele wetten. Herinner je: er valt nog geen blad van de boom, zonder dat dit door het Alles is geregisseerd.

Het noodlot van de oedipale mens is tweeledig: niet alleen individueel lijden we aan amnesie, ook op collectief niveau zijn er geen hoeders van gnosis meer. Zelfs in de late Egyptische tijd heeft de sfinx die Thebe, het centrum van collectief bewustzijn, moet bewaken haar kritisch vermogen tot het toetsen van wijsheid verloren. In tegenstelling tot anderen wordt Oedipus niet door de sfinx vernietigend en hij mag passeren. Noch de sfinx, noch Oedipus hebben oog voor de gedissocieerde bagage die de manke mens met zich meedraagt. Op zijn reis openbaart dit gedissocieerde bewustzijn, dat ondermeer ongezien karma bevat, zich in de vorm van noodlot. Net als Iwan Osokin, die evenals Oedipus goed leek voorbereid, gaat de mens ten onder aan zijn onbewust zijn.

Uiteraard met een hoger doel.

Autonoom bewustzijn van het ware, goede en schone

In Oedipus openbaart zich het noodlot in het doden van zijn vader Laios en het trouwen met zijn moeder Iocaste. Dit wil zeggen: op de mannelijke, actief scheppende lijn wordt gnosis niet meer doorgegeven, maar ‘vermoord’. Dit lijkt rampzalig en is dit ook in het individuele leven, maar de ondergang van gnosis dient tevens een doel. Oedipus moet leren autonoom bewustzijn te ontwikkelen van het ware, goede en schone.

De afdaling of involutie van de ziel in de materiële werkelijkheid heeft als doel de godsvonk steeds verder in de verdichte gebieden te brengen, waar de ziel op eigen kracht bewustzijn moet ontwikkelen. In het incestueuze thema, waarin Oedipus met zijn moeder trouwt, ligt de overdracht van de gedissocieerde energie besloten. De vereniging van moeder en kind zorgt voor doorgaande overlevering van karma en onbewust zijn, waar de generaties na Oedipus mee aan de slag moeten. Dit proces zet zich tot in de huidige generaties voort die echter, nog meer dan in de nadagen van Egypte, mank en blind zijn. Nooit eerder heeft de godsvonk zo’n diepe ondergang gemaakt in de fysieke wereld, waardoor de huidige mens, veelal atheïstisch en materialistisch ingesteld, leert om vrijwel geheel op eigen kracht bewustzijn te ontwikkelen van het ware, goede en schone. De blinde mens wordt hierbij aangestuurd door voor hem onzichtbare krachten, die werkzaam zijn vanuit de gedissocieerde onderlagen van zijn bewustzijn.

Dit gedissocieerd bewustzijn is verbonden het Alles en is hierdoor geladen met de alwetendheid, en dus ook voorzienigheid, van de (heilige) geest. Volgens perfecte geestelijke wetten openbaart alles zich in het leven met een hoger doel. Geconfronteerd met noodlottige omstandigheden, kijkt de mens in de spiegel van zijn eigen onbewust zijn. Mits hij middels de hermetische wet ‘zo binnen, zo buiten’ zijn levensomstandigheden ziet als een veruiterlijking van zijn innerlijk, leert hij zo in de meest ‘duistere’, materiële omstandigheden zelfkennis of gnosis ontwikkelen.

Na de zondeval

In de afloop van de Oedipus mythe zien we een spiegel voor deze tijd.

Thebe, ooit een centrum van de Egyptische cultuur, wordt geteisterd door een plaag. De ziener Terasias onthult dat het om een karmische uitwerking gaat, nadat de sfinx Oedipus – de ongestrafte moordenaar van zijn vader – door heeft gelaten naar een nieuwe levenscyclus. Zelfs een wijsheidsorakel als de sfinx was dus niet meer bij machte om de overlevering van gedissocieerd bewustzijn op te sporen en Oedipus te beschermen voor gedissocieerd karma, sinds de moord op zijn vader. De sfinx zelf had de vadermoord niet opgemerkt! Als Oedipus leert dat Iocaste niet alleen zijn echtegenote is, maar ook zijn moeder, steekt hij zijn ogen uit.

Het noodlot van de vadermoord, dat voorspeld was aan Laios, heeft zich, ondanks de voorzorgmaatregelen van de oude koning van Thebe, voltrokken. Oedipus heeft zijn vader of voorvaderlijke gnosis vermoord en is, blind voor de aansturingen vanuit de gedissocieerde bewustzijnslaag, zijn verdere ondergang tegemoet gelopen. Net als in het verhaal van Ouspensky, waarin Iwan Osokin met voorkennis opnieuw slachtoffer wordt van zijn onbewust zijn. Beide verhalen hebben een onbevredigende afloop. Aangespoord door woede en onmacht zwerft de blinde Oedipus verder – een archetypisch thema dat we reeds in Genesis tegenkomen waar Kaïn, na de moord op zijn broer, gedoemd is als een zwerver rusteloos over de aarde te trekken. Een gevolg van de eerdere val van zijn ‘ouders’, als Adam en Eva van de boom van de kennis van goed en kwaad hebben gegeten en zo, paradoxaal, gnosis verliezen en uit de hof van Eden worden verbannen.

Besef hoe de ondergang van bewustzijn noodzakelijk is voor bewustwording! Want juist de de boom van de kennis van het leven – de gnosis van een ongedifferentieerde geest – links te laten liggen en zich (ogenschijnlijk) af te scheiden van de eenheid van geest, verkrijgen Adam en Eva, de dan reeds in een mannelijke en vrouwelijke natuur gepolariseerde mens, kennis van goed en kwaad. Afscheiding van het goddelijke of het in bewustzijn verlaten van de eenheidsbron is dus een noodzakelijke fase op de lange weg naar bewustwording. Reeds vanaf de zondeval is de afscheiding gaande, met als doel dat de godsvlam – ingekapseld in de blinde, onbewuste lichamen van materie en het grofstoffelijke astrale veld – zich uit zichzelf bewust wordt van haar goddelijke (eenheids)natuur. Hiertoe is eerst een steeds verdere ondergang noodzakelijk en dus volgt Kaïn het gebod van zijn ouders op en vermoordt, evenals Oedipus zijn eigen vader om het leven brengt, zijn broer Abel.

De laatste was schaapsherder en staat zo symbool voor het nog met de collectieve natuur meebewegende bewustzijn, zoals dit bijvoorbeeld tevens werkzaam was in natuurvolkeren. Kaïn was landbouwer: hij vestigt zich op één centrale plaats. Dat wil zeggen: hij focust zijn bewustzijn in één gebied: het ego of ik en tracht vanuit dit bewustzijnscentrum de onbewuste natuur, zoals verpersoonlijkt in zijn broer, te onderwerpen. Hiertoe moet een familiemoord plaats hebben en in Kaïn wordt het nog ongedifferentieerde bewustzijn vermoordt ten gunste van een nieuwe vorm van bewustzijn: het ego.

Datgene wat vermoordt of gecastreerd wordt (eveneens een archetypisch thema in mythen, zoals in het gelijkende Egyptische verhaal van Osiris, die vermoordt en gecastreerd wordt door zijn broer Seth), blijft echter vanuit een volledig onbewuste, gedissocieerde laag doorwerken. De mens sinds de zondeval ontmoet hierdoor zijn eigen onbewust zijn in de vorm van (nood)lot in de buitenwereld. Dit gedissocieerde bewustzijn is zo groot dat zelfs de meest briljante denkgeesten niet in staat zijn haar te bevatten, laat staan aan haar karmische uitwerkingen te ontkomen, zo leert ons bijvoorbeeld het levensverhaal van Nietzsche. Zelden zal de westerse denkgeest in gnosis zo ver zijn gestegen, als in Nietzsche’s beschouwingen op de ‘Übermensch’ in ‘Aldus sprak Zarathustra’. Toch, ondanks deze nieuw geopenbaarde bron van gnosis, kon ook (zelfs) Nietzsche zijn ‘Untergang’ voorkomen. Eerst zwervend door Europa, net als Kaïn gezegend met het merkteken van inzicht. Daarna ging deze moderne Oedipus, tien jaar lang zittend op een stoel, in zijn eigen gedissocieerde hersenbrei ten onder.

We moeten ten onder gaan, om opnieuw geboren te worden. Dit is de (noodlottige) werkzaamheid van het gedissocieerd en tegelijk kosmisch bewustzijn. Of, zoals Hermann Hesse in zijn boek ‘Demian’ schrijft:

“Wie geboren wil worden moet een wereld vernietigen.”