De weg naar je ware zelf

Nieuws

Extremely loud and incredibly close

Alle artikelen, Boeken & films

BOEKEN & FILMS - Zoektocht naar de sleutel tot de beautiful mind van de Asperger geest.

Afgelopen weekend heb ik de film ‘Extremely loud and incredibly close’ gekeken, gebaseerd op het gelijknamige boek van Jonathan Safran Foer.

Foer heeft filosofie aan Princeton gestudeerd en weet existentiële thema’s uit hun filosofische abstractie te halen en door te vertalen naar een extreem menselijk niveau, waarin de lezer een intieme blik wordt gegeven in de complexe wereld van persoonlijkheidsstoornissen en andere psychische complexen. Een van de grote verdiensten van Foer is dat hij de gemankeerde psyche niet als ‘kwaal’ of ‘stoornis’ ziet. Integendeel, wie Oskar Schell – de hoofdpersoon uit de film/roman – volgt in zijn pogingen om contact met de buitenwereld te maken, kan niet anders dan ontroerd en vol verwondering zijn over de prachtige kwetsbaarheid van de psyche.

Autisme als antwoord op complexiteit

De jonge Oskar gelooft dat zijn vader, Thomas Schell, een code voor hem heeft achtergelaten vóór zijn dood op 11 september in New York. Gevangen in de Twin Towers op de gewraakte dag, belt zijn vader (Tom Hanks) naar huis, in de hoop Oskar nog één keer te bereiken. Bevroren van angst blijft Oskar voor de rinkelende telefoon staan, zonder op te nemen. Zijn vader laat een laatste bericht op het antwoordapparaat na. Dan storten de torens in. En daarmee de wereld van Oskar.

Deze scene verbeeldt op krachtige, symbolische wijze de problematiek van autisme. Reeds voor de dood van zijn vader zit Oskar gevangen in een steeds complexer wordende wereld, waarin de zeer intelligente, sensitieve Oskar steeds moeilijker te bereiken is, omdat hij zich moet indekken tegen de overload aan impulsen die deze wereld, en zeker een stad als New York, genereert.

Zijn vader probeert Oskar de sleutel tot (over)leven en contact aan te reiken, maar doet dit op een typische Asperger-manier (Asperger is de intelligente vorm van autisme): hij bedenkt cryptische speurtochten voor zijn intelligente zoon, die daardoor het antwoord op alle onmogelijke vragen leert kennen, behalve op de ene vraag die er menselijkerwijs toe doet: hoe maak ik wezenlijk contact? (En hoe maak of houd ik contact met mezelf?)

Op de achtergrond is Oskar’s liefdevolle moeder (Sandra Bullock), maar Oskar ziet haar na 9/11 niet staan. Dit, terwijl al wat hij nodig heeft, na zijn vader’s overlijden en het collectieve trauma van 9/11, de veiligheid van moeder’s schoot is. Maar deze vorm van contact is in Oskar’s Asperger geest geblokkeerd. En dus zet hij, na de dood van zijn vader, zijn zoektocht naar antwoorden op onmogelijke vragen voort. Hiermee blijft Oskar trouw aan de codes van zijn vader. In psychologische termen spreken we van een legaat: een onbewuste, overgeërfde opdracht of ‘way of life’, overgebracht van ouder op kind.

Twin Towers als archetypische symboliek voor Asperger

Archetypisch gezien is de scene nog symbolischer. De Twin Towers van het World Trade Center staan symbool voor het onbegrip tussen culturen en godsdiensten, in een wereld die geregeerd wordt door de oppervlakkige taal van geld (‘trade’) en waarin de dieper gelegen collectieve wereldziel of anima mundi door velen niet meer beleefd wordt.

Vernietigende schichma’s, zoals tussen volkeren en culturen, is precies wat iemand met autisme parten speelt: een beleving van ‘lost in translation’ tussen de eigen binnenwereld en de buitenwereld, die in onze tijd steeds complexer, fragieler en chaotischer wordt.

Om de stortvloed van, elkaar veelal tegensprekende, signalen buiten te sluiten, heeft de psyche de toevlucht tot de autistische blokkade. Je sluit je in je eigen geest op, star vasthoudend aan eigen denkbeelden en codes en zo andere denkbeelden en codes pervasief buitensluitend. Hiermee wordt controle over de buitenwereld gecreëerd. Om innerlijk controle te houden, deelt de geest de binnenwereld op in compartimenten: losse eilandjes van informatie, die niet met elkaar in verband worden gebracht, om een toevloed aan informatie te voorkomen. Binnen elk compartiment of hokje kan de denkgeest vervolgens ‘verticaal’ tot in het oneindige groeien. Iemand met Asperger verzamelt in zo’n geval alle denkbare informatie over Star Wars en weet hier alles van. Onwaarschijnlijk intelligente informatienetwerken worden zo, verticaal – als naast elkaar liggende asperges – aangelegd. Het IQ van zo iemand kan torenhoog zijn, zoals in het geval van veel hooggeleerde academici. Maar het EQ (emotionele intelligentie) en SQ (spirituele intelligentie) zijn vaak navenant laag. Je kunt wel alles van Star Wars weten, maar wat moet je ermee in een wereld die van menselijke relaties aan elkaar hangt? Zonder EQ ben je in deze wereld nergens, evenmin als zingeving zonder SQ een lege huls blijft.

Dankzij de autistische blokkade en de ontwikkeling van een Asperger mind kan iemand wezenlijk contact met zichzelf en zijn (steeds complexer wordende) omgeving afweren.

De Twin Towers kunnen, archetypisch gezien, gelezen worden als symbool voor het torenhoge IQ van deze wereld, waar zonder EQ en SQ vrijwel geen verbinding meer bestaat tussen mensen onderling (interpsychisch) en individueel (intrapsychisch). De ziekte van deze tijd is dat mensen zich niet meer verbonden voelen in een maatschappij, beheerst door hypercomplexe, maar onpersoonlijke instituten en informatienetwerken. Nog erger (en bevreemdener) wellicht is dat zoveel mensen verzuchten dat ze geen contact hebben met zichzelf, dat ze ‘zichzelf kwijt zijn’ of hun lichaam en verbinding met de aarde niet meer voelen – een virtueel zombiebestaan leidend op internet.

Net als Oskar, zit zijn vader in deze steeds meer ongrijpbare onbegrijpelijke wereld gevangen. Hoog in de Twin Towers, in een onpersoonlijke, verzakelijkte wereld die als een ‘bubble’ boven de aarde zweeft, vindt hij zijn dood. Op het moment van zijn vader’s sterven mist Oscar, gevangen in zijn autistische blokkade, het EQ naar zijn moeder uit te reiken. Met alleen de stem van zijn vader gevangen in het mechaniek van een antwoordapparaat, gaat Oskar op zoek naar informatie waarvan hij op dat moment gelooft dat het hem dichter bij zijn vader zal brengen.

Zoektocht naar het zesde stadsdeel

De laatste speurtocht die Thomas Schell voor zijn zoon had bedacht, was de queeste naar het ‘zesde stadsdeel’ van New York – een stadsdeel dat niet echt bestaat. Na de dood van zijn vader zet Oskar de zoektocht voort, maar nu met als doel meer te weten te komen over zijn vader, om zo zijn vader als het ware ‘vast te kunnen houden’ en de aanvaarding van zijn dood uit de weg te gaan.

Oskar’s laatste grote zoektocht naar contact vindt in feite op twee niveaus plaats.

Na het overlijden van zijn vader vindt Oskar in een vaas, verstopt in de kledingkast van vader, een sleutel van een kluis in een enveloppe met de naam ‘Black’ erop. Oskar is ervan overtuigd dat, als hij de kluis weet te traceren waartoe de sleutel behoort, hij meer over zijn vader te weten zal komen.

Merk de symboliek op: verstopt achter de kleding van vader, de stoffelijke, verhullende omhulsels (persona), vindt Oskar een sleutel van een kluis – de ‘black box’ of het doolhof van de Asperger geest, waar noch de eigen denkgeest, noch de ander op den duur nog toegang toe heeft. De sleutel ligt in een ronde vaas, symbool van het vrouwelijk, maar deze ‘sleutel’ – contact met het vrouwelijk (moeder of eigen emoties) – wordt over het hoofd gezien. In plaats daarvan gaat Oskar op zoek naar een persoon ‘Black’: de onbekende ander in zichzelf, aan wie de sleutel tot de kluis toebehoort.

Evenals in het geval van Asperger, zoals bijvoorbeeld in de film ‘A beautiful mind’, wordt er dus een zeer intelligente zoektocht naar informatie in de buitenwereld ondernomen, maar de ‘missing link’ – de sleutel tot diepgaand contact met de eigen ziel en die van de ander – wordt over het hoofd gezien. In de film worden beide zoektochten op briljante wijze met elkaar verweven. Om namelijk het passende slot te vinden, moet Oskar contact zoeken met alle ‘Blacks’ die in New York leven. Deze zoektocht brengt hem in contact met een zeer gevarieerd gezelschap van andere mensen, waardoor Oskar contact leert maken – uiterlijk en innerlijk. Zijn opa – de vader van zijn vader – speelt hierin een steutelrol.

The Renter: archetype van het vernietigende, onbewuste familiegeheim

Oskar’s grootmoeder uit Duitsland, de moeder van vader, woont aan de overkant van het appartementengebouw van de ‘Schells’. Tekenend voor Oskar is dat hij niet naar de overkant van de straat loopt om bij zijn oma op bezoek te gaan, maar dat hij liever (autistisch) communiceert via verrekijker, walkie talkie en het knipperen met zaklamp.

Opnieuw een prachtige symboliek… Zijn eigen moeder is letterlijk en figuurlijk te ‘dichtbij’ om contact mee te maken. Dit is te bedreigend voor iemand met autisme. Maar de aan de overkant wonende grootmoeder staat fysiek en emotioneel ver genoeg van Oskar af om, weliswaar via ‘autistische’ hulpmiddelen, contact mee te maken.

Grootmoeder draagt echter een geheim met zich mee. Haar man, Oskar’s opa, is als Duitser tijdens de tweede wereldoorlog zwaar getraumatiseerd en is als reactie doofstom geworden. Door oorlogtrauma’s geïmplodeerd, praat (communiceert) de opa van Oskar niet meer met de buitenwereld. Hij heeft zich vrijwel volledig van de wereld afgekeerd in een extreem beeld van autisme. Alleen ’s nachts komt hij tot leven, wat het raadselachtige licht in het appartement van zijn oma verklaard voor Oskar, die zijn opa nooit ontmoet of gekend heeft. Het blijkt dat zijn opa bij tijd en wijlen bij zijn vrouw in New York woont. Onder het mom van een huurder – de raadselachtige ‘renter’ – weet de oma van Oskar haar contactgestoorde man te verstoppen voor de buitenwereld.

Opa staat dus symbool voor de persoon ‘Black’: het volledig in de schaduw (onbewuste) gehouden familiegeheim, waardoor de trauma’s van de tweede wereldoorlog eveneens op latere generaties een vernietigende impact hebben, zonder dat iemand zich hiervan bewust is. Als kijker (of lezer) wordt opeens alles duidelijk. Zonder vader heeft ook Thomas Schell nooit geleerd om wezenlijk contact te maken, behalve via de omweg van zijn intelligentie. Zo geeft vader het onvermogen aan contact maken door aan zijn eigen zoon, die hierdoor niets anders rest dan zich op te sluiten in zijn ‘beautiful Asperger mind’: een doolhof, met in het midden het hart, verstopt in een kluis, waarvan Oskar nu de sleutel heeft.

Intergenerationele zoektocht naar de sleutel tot de ‘black box’

Besef hoe verreikend de boodschap van een film of boek als deze is: trauma’s van verleden generaties werken door tot in de denkgeesten van het heden. Zeker als het familiegeheimen zijn die, bewust of onbewust, nooit het daglicht hebben gezien. Bewust, omdat een trauma (incest, collaboratie, zelfmoord etc.) een taboe is en daarom als geheim verdrongen wordt. Onbewust, als in het geval van Oskar, die simpelweg geen weet heeft van de oorlogstrauma’s van zijn opa, welke echter heel reëel en concreet zijn contactgestoorde Asperger-mind hebben gecreëerd!

Besef ook de implicaties voor therapie, waarbij therapeuten naar veel ingenieuzere modellen en werkwijzen van psychosofische begeleiding moeten schakelen, om dergelijke, soms tot vele generaties teruggaande, trauma’s en geheimen op te speuren. Want alleen zo kan de sleutel in de vaas tot de kluis of black box gevonden worden. Alleen zo kunnen we achterhale wie ‘Black’ is en wat er met hem of haar is gebeurd, zodat de latere generaties bevrijd kunnen worden.

In de film en het boek vindt Oscar, geholpen door zijn opa, uiteindelijk het antwoord op zijn vragen. Langs een heerlijke omweg, vol contacten met vreemde mensen, komt hij via een emotioneel contact met een vrouw in aanraking met haar ex-man. Hij had de vaas, als onderdeel van de inboedel van zijn overleden vader, aan Thomas Schell verkocht. Niet beseffend dat in de vaas een sleutel – symbool voor een ondergronds doorwerkend familiegeheim – zat verstopt. Oskar heeft zijn antwoord en is uiteraard teleurgesteld dat zijn speurtocht hem niet dichter bij zijn vader heeft gebracht. Of, toch wel? Immers, dankzij zijn speurtocht naar ‘Black’ ontdekt hij het familiegeheim van zijn zwaar getraumatiseerde opa, die indirect de oorzaak is van Oskar’s onvermogen om contact te maken met andere mensen. Daarnaast vindt hij op zijn zoektocht uit de onverwachte hoek van zijn opa steun om zijn eigen trauma – de dood van zijn vader en 9/11 – onder ogen te komen.

Het belangrijkste antwoord op Oskar’s queeste wacht echter thuis. Want al die tijd heeft zijn moeder wanhopig contact met haar zoon proberen te houden. Nu deze beseft dat de sleutel geen toegang verschaft tot zijn overleden vader, moet hij zijn wanhoop en verdriet om zijn overlijden wel onder ogen komen. Na op briljante Asperger-wijze het contact met zijn gevoelens en zijn moeder te hebben uitgesteld, rest hem niets anders dan wat de hele tijd al de (enige) sleutel was: contact met zijn moeder.

Tot slot, een geniaal verhaal als dit, kent een geniaal einde.

Het blijkt dat Oskar’s vader nog één clou heeft verborgen waar het verdwenen, zesde stadsdeel (symbool voor de missing link in het contact met de eigen ziel) zich bevindt. Onder de plank van een schommel in een park vindt Oscar een laatste, handgeschreven briefje van zijn vader, waarin hij zijn zoon aanmoedigt in het diepe te springen en contact met de buitenwereld aan te gaan.

Oskar gaat het leven aan.