De weg naar je ware zelf

Nieuws

Odyssee: twaalf testen van de ziel

Alle artikelen, Mythen & sprookjes

MYTHOLOGIE - Eén van de belangrijkste mythen voor deze tijd is zonder twijfel de 'Odyssee' van Homerus. De held Odysseus geldt als archetype voor de huidige mens, die sinds de val van Troje gnosis of kennis van universele wetten verloren heeft.

Net als Odysseus zijn we allen zoekenden. En evenals Oedipus, eveneens symbool van het verlies van spirituele wijsheid (op de overgang van het Egyptisch naar het Grieks-Romeins tijdperk), lopen we mank en blind ons noodlot tegemoet. Het verschil tussen Oedipus en Odysseus is dat de laatste er uiteindelijk wél in slaagt om gnosis en de bewuste verbinding met ziel en geest te herstellen. Maar hiervoor moet Odysseus héél veel noodlot en beproevingen – twaalf in totaal – doorstaan. En net als de reis van Odysseus, die twintig jaar van vrouw (Penelope), kind (Telemachos) en huis en haard (Ithaka) gescheiden is geweest, duurt de reis van de held lang. Veel langer dan de meeste mensen bereid zijn om te gaan in deze oppervlakkige fast forward maatschappij.

Om de Odyssee goed te begrijpen is het belangrijk de aanleiding van de Trojaanse oorlog, door Homerus beschreven in de ‘Ilias’.

Betekenis Ilias

De mythe verhaalt van een conflict tussen drie godinnen: Athena, Hera en Afrodite, veroorzaakt door Eris, de godin van de twist, die een gouden appel belooft aan de schoonste godin. Om te beoordelen wie dan wel de schoonste was, zond Zeus de drie godinnen naar de Trojaanse koningszoon Paris, die oordeelt dat Afrodite de mooiste is. Als geschenk laat Afrodite Helena, vrouw van de Spartaanse koning Menelaos, verliefd worden op Paris. Sparta pikt het niet dat een Trojaan de vrouw van hun koning verovert en verklaart, gesteund door andere Griekse staten, de oorlog aan Troje. Met de uiteindelijke vernietiging van Troje en brandschatting van talloze hermetische, gnostische en andere wijsheidsbronnen tot gevolg. Een ramp voor de mensheid, die sinds de val van Troje gedoemd is om zwervend door het leven te gaan, op zoek naar een herstel van wijsheid. Besef ook dat het befaamde ‘paard van Troje’, de list waarmee de Spartanen Troje innemen, een pyrrhusoverwinning is. Er valt na de vernietiging van Troje niets te vieren. Gnosis is ten onder gegaan.

Wat is de betekenis van dit alles? Zielenwijsheid, gesymboliseerd door drie vrouwelijke, archetypische krachten – liefde (Afrodite), wijsheid (Athene) en verbinding met de aarde en tussen mannelijk en vrouwelijk (Hera) – is in de Hellenistische tijd al gespleten. Ze zijn geworden tot afzonderlijke krachten die in de ziel tegen elkaar uitgespeeld kunnen worden door Eris, de twistgodin, die net als in Genesis of het sprookje ‘Sneeuwwitje’, een appel vergiftigd met egobewustzijn en zelfzucht (‘spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie de mooiste van het land?’) uitlooft aan de ‘mooiste’ zielenkracht. De entropie van vrouwelijke zielenkrachten vertaalt zich in de desintegratie van mannelijke archetypische krachten (Zeus), met oorlog en vernietiging van wijsheid tot gevolg. De Griekse generaal Odysseus, bedenker van het ‘paard van Troje’, krijgt karmisch zijn verdiende straf: door de val in bewustzijn (opnieuw beleeft de mens een zondeval!) is hij gedwongen op zoektocht te gaan naar wijsheid.

Deze zoektocht bestaat uit twaalf testen of initiaties die Odysseus ternauwernood overleeft.

1e test: Kikones – staat het ego of de ziel aan het stuur?

De zoek- en zwerftocht van Odysseus begint met het verlaten van het gebrandschatte Troje. De ziel heeft zijn wijsheidschatten uit blinde trots verloren en is samen met Troje gevallen. Samen met zijn manschappen trekt Odysseus er per boot op uit. De zee – element water – staat symbool voor de psyche of ziel en de boot is het bewustzijn dat ons drijvende moet houden (zoals Noach dankzij zijn hoge bewustzijn de zondvloed wist te overleven). Dronken van overwinningsroes, zich vrij wanend, vieren de manschappen feest, waarbij ieder zijn eigen hedonistisch-egocentrsiche drijfveren volgt. De goden van de kosmos maken onmiddellijk korte metten met de zelfzucht van het ego dat de ziel doormidden klieft. In het land van de Kikonen, waar de manschappen van Odysseus zich te buiten gaan aan moorden en feestvieren, verliezen 72 mannen het leven: zes manschappen op elk van de twaalf schepen. De helft van de psyche – het zelfzuchtige zelf – wordt geamputeerd. Dit is een genadeslag; de goden weten dat de ziel in handen van het ego stuurloos is.

Door de dood van zijn manschappen leert Odysseus dat hij op zijn reis niet kan vertrouwen op de krachten van het ego. Alleen door zijn zelfzuchtig ik af te leggen kan de mens thuis komen in het geestelijk vaderland, dat zich dan verenigt met het moederland: thuiskomen op Aarde.

2e test: Lotuseters – strijd aangaan of dissociatie?

Nadat de ziel een eerste loutering heeft ondergaan, wordt zij meteen aan de volgende test blootgesteld. Odysseus en zijn mannen belanden na zware ontberingen op zee op het eiland van de lotuseters. Drie mannen eten van de lotusplant en komen in een droomwereld terecht. Dit symboliseert het feit dat, na de aanvankelijke motivatie om de lange, zware reis naar een hoger bewustzijn aan te gaan, velen na de eerste beproevingen en teleurstellingen ontmoedigd raken en ervoor kiezen voort te leven in een roes van dissociatie en vluchtgedrag. Mensen verwachten bijvoorbeeld dat levenslange complexen in tien sessies therapie opgelost zijn of dat na het lezen van een paar spirituele boeken de heilige graal binnen handbereik is. Persoonlijk heeft het mij letterlijk twintig jaar van geestelijke arbeid gekost om in een nieuwe, hogere cyclus van bewustwording terecht te komen. Maar ik heb geenszins de archontenwereld al verlaten en moet, net als Odysseus dagelijks alles op alles zetten om me ontvankelijk te houden voor de instroom van goddelijke wijsheid. Deze faculteit wordt in de kabbalah aangeduid met de term ‘Binah’ (corresponderend met het getal 3): het vermogen van de ziel om, als een reine maagd, de Logos of instroom van goddelijke wijsheid te kunnen ontvangen. Dit vergt een uur tot uur meesterschap over alle bewustzijnsfaculteiten van de ziel. Hier tegenover staat de drang tot escapisme, om je terug te trekken in een droomwereld van alcohol of drugs, mateloze seks, TV kijken of alle vormen van hedonisme en escapisme, waartoe zeker ook het eindeloos lezen van (spirituele) boeken behoort – ontwikkeling op intellectueel niveau, zonder dat er in je kern wezenlijk iets verandert.

Op het eiland van de lotuseters wordt Odysseus getraind om tot het uiterste te gaan om te ontsnappen aan elke vlucht in wanen en illusies en het doel voor ogen te houden. Alleen een graalridder die meester is over zijn wezen maakt kans de heilige graal te bereiken.

3e test: Cycloop – ontsnapping uit de autistische blokkade

Ieder mens is autistisch – een gevangene van zijn eigen beperkte denk- en gevoelswereld, zoals Odysseus en zijn mannen opgesloten raken in de grot van de cycloop Polyphemus. De cycloop of eenogige lijdt aan een te nauwe visie, waardoor het zielenpotentieel ongebruikt aanwezig blijft, beknot in een autistische blokkade. Het ego of ik-bewustzijn op zich is autistisch. De intelligente variant van autisme – Asperger – is de norm in de wetenschappelijke wereld: eenogigen die alleen oog hebben voor de objectieve buitenwereld en heel het domein van het innerlijk – de peilloze diepten en hoogten van ziel en geest – buiten beschouwing laten, omdat de geestelijke werkelijkheid aan de hand van de fysieke zintuigen niet waarneembaar is.

Op het eiland van de cyclopen leert de mens dat hij al zijn denkkaders moet loslaten, wil hij geestelijke vooruitgang boeken. Aan het begin van de reis ervaarde Odysseus al hoe het grofstoffelijk bewustzijn van het ego of afgescheiden zelf geofferd moet worden, wil hij überhaupt een kans maken de odyssee volbrengen: universeel bewustzijn, dat getuigt van een integratie van lichaam-ego, ziel en geest op een hoog niveau, waardoor Odysseus geestelijk-mentaal en fysiek-emotioneel kan thuiskomen. Iets verder op zijn reis leert Odysseus dat heel het cyclopische egobewustzijn geofferd moet worden, wil de ziel bevrijd raken uit de autistische denkwereld waarin hij haar gevangen hebben gezet.

Opnieuw ontkomt Odysseus ternauwernood aan een vroegtijdig noodlottig einde van de reis. Opnieuw is hij hoogmoedig als hij bij de ontsnapping uit de grot zijn naam prijs geeft aan de cycloop…

Zolang wij ons nog identificeren met onze persoonlijkheid met zijn eigen naam, kunnen we de odyssee van de ziel niet volbrengen. En dus roept Odysseus de toorn van Poseidon, god van de zeeën, over zich af. De volgende fasen van de reis zullen niets van de ego-persoonlijkheid van de mens als Odysseus heel laten. Heel de oude, halsstarrige ik-gerichtheid moet worden afgebroken om te voldoen aan het hoogste mandaat: de universele wil volgen, waardoor we ons gereed verklaren om gnosis – de heilige geest – te ontvangen.

De ontsnapping aan de cycloop of eenogige staat symbool voor bevrijding uit de autistische, eenzijdige gerichtheid van het ego die de ziel gevangen houdt in beperkende denkbeelden.

4e test: Aiolos – de ziel eist gehoorzaamheid

Op mijn eigen odyssee heb ik ondervonden hoe de ziel absolute gehoorzaamheid eist van het ego, omdat universeel bewustzijn anders onmogelijk bereikt kan worden. Anders gezegd: ‘Waar ik ben, is God niet.’ Elke vorm van ik-gerichteid, hoe klein ook, staat de openbaring van het universeel zelf in de weg.

Gezeten op een berg (letterlijk) had ik een droom, die zei dat als Helena ook maar een fractie van de universele wil zou afwijken, Troje zou branden. Helena was de naam die de droom gaf aan mijn anima: de vrouwelijk, ontvankelijke zijde van de psyche, die zich richt naar de mannelijk, scheppende kracht van de geest. Helaas was mijn Helena te nieuwsgierig en ongedisciplineerd als een straathond en dus besloot ik – tegen de waarschuwing van mijn droom in – de berg te verlaten, op zoek naar avontuur. De reis liep uit op een ramptocht en twee weken later ben ik geknakt en berooid teruggekeerd naar de bergtop.

Hetzelfde overkwam Odysseus toen hij, na het eiland van de cyclopen verlaten te hebben, westwaards, richting thuishaven zeilde. Aiolus, god van de wind, was Odysseus welgezind en stopte alle tegenwind in een zak, opdat Oydsseus en bemanning huiswaarts konden keren. Helaas, het ego kent vele dissidente, onbewuste krachten. Hoewel Odysseus ervoor waakte dat niemand van de bemanning uit nieuwsgierigheid de zak zou openen, viel hij in slaap. Op het moment dat we ons alerte bewustzijn laten varen, ziet onze ik-gerichtheid onmiddellijk kans om, als een onafgerichte hond, de eigen wil te volgen. De gevolgen van een ogenschijnlijk kleine ‘slip of awereness’ kunnen rampzalig zijn. Alle tegenwind ontsnapt uit de zak. Odysseus is verder van huis dan ooit.

De training van het ego en zijn myriaden complexen word wel vergeleken met ‘dogtraining’. Een onafgerichte hond is in staat om een kudde schapen aan te vallen. Een met straffe hand afgerichte hond kan als herdershond de kudde onbewuste drijfveren veilig door vijandig terrein leiden. Met het openen van de zak vol tegenwind, faalt het ego in zijn test in gehoorzaamheid.

5e test: Laistrygonen – de vernietiging doorstaan

Na een hevige storm komt Odysseus aan land bij de Laistrygonen – mensetende reuzen. Opnieuw sterft een deel van de bemanning en de reuzen vernietigen elf van de twaalf schepen. Alleen het schip (bewustzijn) van Odysseus wordt gespaard.

Dit is een onvermijdelijke les in de ‘school of hard knocks’. Het pad van zelfontwikkeling gaat niet over rozen, maar vraagt serieuze offers en kent vernietigende fasen, waarin de ziel door toedoen van oud karma en met het oog op haar loutering door de zone van vernietiging heen moet. Er is geen andere weg.

6e test: Circe – de verleiding van magische vermogens

Odysseus en de overgebleven mannen komen op het eiland van Circe aan, de beeldschone tovenares en dochter van de zonnegod Helios. Hierin zit een belangrijke verwijzing: de zon wordt van oudsher in verband gebracht met de meest heldere, krachtige geestelijke functies in de ziel. In de kabbalah representeert zij de geestziel (‘Tiffareth’ in de kabbalah): het deel van de ziel dat direct verbonden is met de godsvonk. De dochter van de zon is tevens de maan, het hemellichaam dat het licht van de zon ontvangt en ’s nachts weerkaatst in de duisternis van het onbewuste. Circe staat dus symbool voor het hogere deel van het ego (‘Yesod’ in de kabbalah): het deel van het ik dat door de geestziel verlicht wordt.

In de spirituele ontwikkeling breekt na jaren van voorbereiding het moment aan dat de aspirant de fase bereikt waarin het ego inderdaad gedeeltelijk verlicht wordt. Het bewustzijn van de zoeker raakt dan geheel afgestemd op de hogere zielenkrachten die de ego-ontwikkeling verder (bege)leiden. Maar in dit stadium van zelfontwikkeling is de zoeker nog geenszins een ingewijde! Het hoger doel – de geestziel en uiteindelijk de geest zelf – is nog niet bereikt en is vaak nog lichtjaren verwijderd.

Op het eiland van Circe echter wanen de mannen van Odysseus zich reeds ingewijden in de mysteriën van ziel en geest. Nadat wij jarenlang de Jakobsladder beklommen hebben, kan het zijn dat we, net als de tovenares Circe, over magische krachten gaan beschikken. Bij sommigen openen zich op het niveau van Yesod paranormale gaven, zoals helderziendheid. Anderen merken dat zij zo fijnzinnig op synchroniciteiten raken afgestemd, dat het lijkt alsof zij de kosmos als een snaarinstrument kunnen bespelen. De beproeving waarin Odysseus en zijn mannen bij Circe aan onderworpen worden is of zij reeds vallen voor de nog altijd egoïstische voordelen van het bezit van magische krachten of dat zij voorbij kunnen gaan aan het gevaar van ego-inflatie en spiritueel narcisme?

Nadat ik reeds ruime tijd het Pad had gelopen, waande ik me een heel eind op weg, nadat op een dag paranormale vermogens ontluikten. Verblind door het licht van de maan, meende ik in het licht van de zon te kijken, niet beseffend dat het om me heen nog aardedonker was. Ik ging mezelf als een spiritueel leraar voor anderen beschouwen en hiermee veranderde ik, net als de mannen van Odysseus, in een zwijn. In het beeld van het zwijn spiegelt Homerus de ware aard van de ‘magisch-paragnostische’ fase waar elke zoeker doorheen moet trekken. Wie verblind wordt door zijn nieuw verkregen vermogens, is nog evengoed een ‘big, fat ego’!

Alleen Odysseus weet zijn rede te bewaren en wordt niet betoverd door het licht dat in de duisternis schijnt. Maar zelfs het meest heldere, redelijke deel van het ego blijft nog geruime tijd in de roes van het geestelijk ochtendgloren steken.

De beproeving van Circe is een inwijding in spirituele wijsheid, welke verschilt van egocentrisch gerichte magische vermogens (zwarte magie). Na een jaar van stilstand besluiten Odysseus en zijn mannen verder te trekken. Ithaka, de vereniging van hemel en aarde, is nog niet bereikt. Maar op het eiland van Circe heeft een vereniging tussen de rede (mannelijk) en magie (vrouwelijk) plaats gevonden, waardoor het ego nu een verbond heeft met de ziel. Vanaf nu komen er, naast vernietigende tegenkrachten (thanathos), helpende krachten (eros) in het spel om Odysseus terug naar huis te leiden.

7e test: Hades – afdaling in de onderwereld

Nadat Odysseus beproefd is op zijn magische vermogens en hij deze ten dienste van zijn zielendoel stelt, is het tijd voor de eerste, grote inwijding: de confrontatie met de diepste duisternis in de ziel, zowel in de vorm van onbewustzijn, als in de vorm van het kwaad. In de onderwereld gaat Odysseus op zoek naar de blinde ziener (!) Tiresias om de weg terug naar huis – het geestelijk vaderland en het aards moederland – te vragen.

Tiresias staat voor het kennend deel van de ziel, dat blind is voor buitenwereld, maar dat de wereld van binnenuit, vanuit haar scheppend-vormende energieën en archetypen kent. Om deze gnosis-faculteit te bereiken, moet Odysseus een ooi en een lam offeren: een moederschap en haar kind.

De schaap is een veel voorkomend spiritueel archetype. Enerzijds spreekt J.C. over het ‘lam gods’ als zinnebeeld van de geboren onschuld van de reine ziel, geboren uit God. Anderzijds worden schapen in verband gebracht met ‘onbewustzijn’: makke kuddedieren, die in zichzelf te weinig bewustzijn hebben om zichzelf te leiden en daarom door een herder als J.C. geleid moeten worden.

Beide beelden zijn passend. Wie tot de onschuld van de ziel wil doordringen, moet deze paradoxaal offeren door de eigen schaduw indringend in de ogen te kijken. Hierbij moet het makke onbewustzijn eveneens geofferd worden, zoals wanneer de moeder sterft en de zoon of dochter alleen verder moet. Voor het eerst echt op eigen benen staan moet. Dit leert Odysseus in de onderwereld, waar hij ook de geest van zijn overleden moeder ontmoet en hij voor het eerst zicht krijgt op het gedissocieerd karma dat via haar in hem werkzaam was, waardoor hij mak als een schaap en blind als Oedipus steeds zijn eigen noodlot tegemoet liep. Odysseus is zich nu bewust van zijn schaduwzijde, dat deels bestaat uit familiekarma en beseft dat de reuzen, cyclopen, lotuseters en tegenwinden veruiterlijkingen waren van zijn eigen niet gekende schaduwzijde. In de woorden van C.G. Jung:

“Until you make the unconscious conscious, it will direct your life and you will call it fate.”

8e test: Sirenen – verleidingen weerstaan

Tot aan de afdaling in de onderwereld, was zelfontwikkeling kinderspel. De echte archonten en demonische krachten komen pas opzetten wanneer het bewustzijn afdaalt tot in de diepste regionen van de eigen hel. In de hades heeft Odysseus zijn onbewuste complexen in de ogen gekeken, op zijn tocht langs de Sirenen moeten hij en zijn bemanning de lokroep van de diepst gewortelde (egoïstische) verlangens weerstaan.

Naarmate het Pad steiler omhoog leidt, wordt de graalridder geconfronteerd met grotere vijanden en grotere verleidingen. Vlak voor de kruisiging van zijn afgescheiden zelf, wees J.C. het aanbod van Satan – koningschap over de aarde – af. Odysseus moet de lokroep van de Sirenen weerstaan: de laatste grote begeerten nemen bezit van de mens, die zijn werelds ik dreigt te verliezen. Dit is het ego dat uit alle macht vecht om te overleven, nu het zelfzuchtig zelf inziet dat zijn kruisdood nabij is.

Odysseus stopt was in de oren van zijn manschappen en van hemzelf. Soms moeten we, niettegenstaande verleidingen onze rug rechten en vastgebonden aan de mast van ons schip of bewustzijn, de gek makende zang van de Sirenen weerstaan. Wanneer we geconfronteerd worden met de noodzaak om heel het zelfzuchtige ik te kruisigen, beseffen we pas hoezeer begeerten ons nog in hun macht hebben. Het is makkelijk om het Pad te gaan zolang alles goed gaat in je leven. Maar hoe overtuigd blijf je van je geestelijke principes als je op een dag je hele fortuin verliest? Of als je partner bij je weg gaat? Hoe ‘spiritueel wijs’ reageer je in deze noodsituaties? Houd je vast aan je idealen of probeer je via een snelle binnenweg de donkere nacht van de ziel te omzeilen?

Nadat ik mijn baan en huis had opgezegd en ik er alleen voor stond in het leven, was het makkelijk om via een snelle weg weer aan een baan te komen (ik voelde me onzeker over mijn financiële situatie). Maar dat zou betekenen dat ik mijn ideaal van een spiritueel centrum op de lange baan zou moeten zetten. Mensen die plotseling alleen komen te staan kunnen evenzo de confrontatie met het wezenlijk alleen zijn en de eenzaamheid die daarbij hoort uit de weg gaan, door snel een nieuwe partner te kiezen. Dit is dan meestal niet de vrouw of man die wezenlijk bij hen hoort. Wie voor zo’n snelle ‘uitweg’ kiest, geeft gehoor aan de verslindende lokroep van de Sirenen en wordt er uiteindelijk door vernietigd, zoals een alcoholist sterft door drank of een junk door een overdosis drugs.

9e test: Scylla en Charybdis – confrontatie met de dood

In de confrontatie met Scylla en Charybdis komt Odysseus voor één van de grootste beproevingen op zijn reis te staan: de onvermijdelijke confrontatie met (de angst voor) de dood. Dit wordt door Homerus voorgesteld als te pletter slaan tegen de rotsen waarop het zeskoppige zeemonster Scylla huist of meegezogen worden in de draaikolk Charybdis.

Charybdis staat symbool voor (de angst voor) de dood – de draaikolk van de negatieve pool die uiteindelijk alles opzuigt. Scylla representeert de neurotische controle hiertegen, in de vorm van rotsvaste overtuigingen en gewoonten die ons ritueel moeten beschermen tegen onze doodsangst.

Voor veruit de meeste mensen die nog geen hogere kennis of geestelijk perspectief bezitten, is deze wereld van dualiteit of polariteit een horrorshow. Zolang we de ene, als ‘goed’ beleefde positieve pool ervaren in de vorm van gezondheid, rijkdom, een goed huwelijk, etc., voelen we ons gelukkig. Maar wanneer we onvermijdelijk met de andere, als ‘slecht’ beleefde negatieve pool worden geconfronteerd, lijden we. We worden ziek, verliezen ons bezit of scheiden van elkaar.

Een ware leraar of verlicht mens is het om het even welke pool van het leven hij ervaart – beide zijn impermanente ervaringen die onlosmakelijk verbonden zijn met het bestaan in deze eindige wereld. In deze wereld heeft alles een begin – je wordt geboren – en komt alles ten einde – je sterft. Het ene is niet beter of slechter dan het andere, beseft de Monade (godsvonk), die eeuwig voortleeft. Incarnaties, lichamen en levensomstandigheden verschillen telkens weer. Nu leef je een comfortabel leven in Nederland. Het volgend leven leef je op straat in India. Het is de geestziel om het even.

Zo lang we dit hogere, geestelijke perspectief van onze geestziel niet bereikt hebben, zullen we er alles aan doen om ons te wapenen tegen de ervaringen van de negatieve pool. De mens staat hiertoe een uiterste verdedigingstrategie ter beschikking: neurotische controle. In dit geval wapen je jezelf met vastgeroeste overtuigingen en gedragspatronen om zo neurotisch controle te houden over je angst om door Charybdis verslonden te worden.

Charybdis kan vele vormen aannemen: een terminale ziekte, een dodelijk verkeersongeluk of een natuurlijke dood. Voor de meesten geldt dat ze voor alle drie de vormen van sterven doodsbang zijn. Uit angst om te sterven bouwen we vervolgens versteningen rondom de ziel, die als rotsen waarop we ons staande houden moeten dienen. We beseffen niet dat we hiermee de ziel zelf, in de kabbalah voorgesteld als het getal zes, tot een zeskoppig monster hebben gemaakt.

Wie bang is verlaten te worden, wordt door de muur rondom het hart tot een kille persoonlijkheid. De oorspronkelijke liefde is versteend. Wie bang is dat ‘buitenlanders’ hier banen komen ‘inpikken’, wordt tot een haatdragende racist. De oorspronkelijke vrije geest is versteend. In beide gevallen is de ziel monsterlijk geworden. In de confrontatie met zijn diepste angst – de dood – moet Odysseus zijn laatste neurotische verdediging – de vervormingen van zijn ziel – opofferen in de vorm van zes van zijn mannen.

Over het tijdstip waarop en de omstandigheden waarin de dood komt, heb je niets te zeggen. Dit hebben de heren van het lot reeds voor je incarnatie bepaald aan de hand van het karma van een lange en complexe incarnatiecyclus. De mens heeft wel een keuze in hoe hij omgaat met zijn onvermijdelijke sterven. Probeer je je als Scylla neurotisch te onttrekken aan de angst voor de dood? Paradoxaal zal dit ertoe leiden dat je, op de rotsen die jezelf gevormd hebt, te pletter slaat.

J.C. heeft de initiatie van het sterven als volgt verwoord:

“Wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden.”

10e test: Helios – beproeving in geduld 

Uiteindelijk bereiken Odysseus en zijn mannen het eiland van de zonnegod Helios. Helios vertegenwoordigt de ziel – de odyssee heeft de mens weggeleid uit de lagere fysieke, astrale en mentale gebieden van het ego, het land binnen van de ziel: de hogere mentaal-spirituele sferen.

Tijdens deze fase van de reis wordt Odysseus beproefd in zijn geduld. Is hij in staat om te vertrouwen op de onzichtbare werking van zielenkrachten, die een geheel nieuw leven voor hem voorbereiden? Helios heeft Odysseus en de bemanning uitdrukkelijk bevolen het grazende vee met rust te laten. Odysseus houdt zich aan de belofte en eet alleen van het lagere geestelijke voedsel dat Circe hem meegegeven heeft, wetende dat hoger geestelijk voedsel (vee) bereid wordt in hogere, creationistische sferen van de kosmos. Op aarde geldt echter de wet van Chronos: het heeft tijd nodig voordat innerlijke en uiterlijke omstandigheden zodanig gerijpt zijn, dat het hoger geestelijk voedsel kan indalen. Dit vraagt niet alleen om geduld, maar ook om vertrouwen en het doorzettingsvermogen om – hoewel nieuwe beloften in het verschiet liggen – de mens nog even voort moet leven binnen de oude beperkingen van het ego.

De mannen hebben dit inzicht niet en hongerig slachten ze het vee, daarmee de in voorbereiding zijnde hogere zielenkrachten aborterend. Met tussenkomst van Zeus worden alle mannen gedood door het vuur van zijn bliksem. Hiermee ondergaat de ziel de initiatie van het vuur, dat alle onzuiverheden verbrandt. Odysseus heeft nu alleen nog zijn ware zelf en de goden – hogere archetypisch werkzame krachten. Het uur van de waarheid is aangebroken. Odysseus verlangt terug naar huis en het einddoel lijkt in zicht. Maar de ziel kan pas definitief op een hoger geestelijk niveau thuiskomen, als zij van alle karma bevrijd is.

11e test: Kalypso – je moet door alle karma heen

De naam Kalypso betekent in het Grieks ‘zij die verbergt’. Kalypso houdt Odysseus zeven lange jaren vast. Ze is verliefd op hem en wil bezit van haar nemen. Dit lukt haar uiteindelijk niet. Want, niettegenstaande haar belofte aan Odysseus van onsterfelijkheid, wil Odysseus maar één ding: thuis komen in Ithaka, waar hemel en aarde met elkaar verenigd zijn.

Wat is deze verborgen kracht die Odysseus zo lang gevangen houdt? Karma.

Vlak voordat een cyclus van zielenontwikkeling haar afronding vindt, doet zich een interludium voor: een vaak lange periode waarin er ogenschijnlijk niets lijkt te gebeuren. In deze zogenoemde ‘donkere nacht van het karma’ denkt de aspirant zoeker dat alle geestelijke arbeid voor niets is geweest. De zo verlangde ‘nieuwe hemel en aarde’ lijken uit te blijven. Dit komt doordat eerst alle oude karma volledig gepasseerd moet zijn, willen de geplante geestelijke zaden vrucht schieten. Opnieuw wordt de mens beproefd op zijn doorzettingsvermogen en geloof in de werkzaamheid van de geestelijke wereld. De laatste wordt, net als de fysieke natuur op aarde, geregeerd door exacte natuurwetten. Een beter lot kun je niet afdwingen, je kunt haar alleen verdienen door geestelijke ontwikkeling. En een elementair onderdeel van deze training is het beproefd worden in geduld en vertrouwen.

12e test: Faiaken – vertrouwen op genade

Vrijwel op het einde van zijn reis lijdt Odysseus nog een keer schipbreuk, door toedoen van Poseidon die de zoveelste (karmische) storm ontketent. Odysseus denkt dat hij stervende is, maar goddelijke genade schiet hem te hulp in de vorm van de nimf Ino Leukothea die ervoor zorgt dat Odysseus het eiland van de Faiaken bereikt, als hij doet wat zij zegt. Dit doet hij. Deze daad van overgave zorgt ervoor dat Athene, godin van begrip van goddelijke wijsheid en rechtvaardigheid, Odysseus te hulp komt, die geheel naakt aan land spoelt.

Athene helpt Odysseus de weg te vinden naar de hoofdstad van de Faiaken, die hem het beste eten en de beste spullen, denkende dat Odysseus een god is. Hier wordt de ziel nog één keer getest op hybris of hoogmoed. Hoewel dankzij bovenmenselijke inspanningen Odysseus bijna in Ithaka is aangekomen, is het nooit dankzij de ik-persoonlijkheid, maar dankzij de overgave van de ziel aan de inwerking van de geest dat we hemel en aarde weer met elkaar kunnen verenigen. Odysseus antwoordt dan ook dat hij een sterveling is en geen god. Hierop geeft de koning van de Faiaken een nieuw schip – de vernieuwing van het bewustzijn is afgerond – en Odysseus mag huiswaarts keren.

Ithaka

Bij aankomst herkend Odysseus, die twintig jaar is weggeweest, zijn thuisland aanvankelijk niet. Nadat Athena, de godin van de wijsheid, de mist in zijn geest heeft opgehelderd herkent hij Ithaka weer. Athena vermomt Odysseus bovendien als bedelaar, want voor het oude bewustzijn, dat bij Penelope in Ithaka is gebleven, is de nieuwe ziel aanvankelijk onherkenbaar. Na een lange reis of zware beproevingen moeten we eerst het stof laten neerdalen, voordat we de waarde en betekenis van onze innerlijke (en uiterlijke) reis kunnen vatten.

Het oude bewustzijn wordt door Homerus voorgesteld als de mannen of vrijers die in afwezigheid van Odysseus Penelope het hof maken. Penelope, die symbool staat voor de zuivere ziel die geen transformatie in de vorm van de odyssee hoefde te ondergaan, is nooit op de avances van de lagere impulsen van het oude bewustzijn ingegaan. Maar voor Odysseus leveren deze nog niet verslagen, ongebonden impulsen nog een gevaar op. Samen met zijn zoon Telemachos, die in de afwezigheid van zijn vader in Sparta gelouterd is en tot man geworden is, moet Odysseus zijn laatste beproeving ondergaan en het laatste restje oude bezieling verslaan. De symboliek waarin deze genadeslag door Homerus is aangekleed is treffend.

Penelope, die de vrijers van haar af moet houden, verzint een list om niet met een van hen te hoeven trouwen. Ze daagt de oude fragmenten van het bewustzijn uit om, met de boog van Odysseus (die alleen hij kan spannen), in één keer een pijl te schieten door de twaalf ogen die op de bovenkant van twaalf bijlen zijn bevestigd te schieten. Twaalf staat dus hierbij niet alleen symbool voor de afronding van de zielenreis, maar verwijst tevens naar de twaalf kosmologische aspecten die in de beeltenis van de dierenriemtekens in ons allen werkzaam zijn. Alleen degenen die alle twaalf aspecten van het nieuwe bewustzijn heeft geïntegreerd, kan de pijl door twaalf ogen schieten.

Uiteraard falen de oude zielendelen voor deze test, waarop Odysseus – nog steeds vermomd als bedelaar – het mag proberen… en hij slaagt. Hierop wordt de betovering gebroken en krijgt Odysseus zijn oorspronkelijke gedaante terug, maar belevendigd vanuit een geheel nieuwe bezieling. Vergelijk het maar met iemand die een zware tijd van beproevingen heeft doorstaan en hierdoor is ingewijd in nieuwe geheimen van de ziel, van waaruit hij voortaan kan leven, hoewel zijn fysieke voorkomen dezelfde is.

Samen met zijn jeugdige, tot man geworden kracht (Telemachos, zijn zoon, die net als Penelope een aspect van de ziel vertegenwoordigt) doodt Odysseus de oude zielendelen, waarna Odysseus met Penelope wordt herenigd.