De weg naar je ware zelf

Nieuws

De principes van creatie (3)

Alle artikelen, Creatie, Mystiek & gnosis

CREATIE -
Deel 3: Verander je waarneming en je verandert je werkelijkheid

In dit derde deel uit een serie van vier artikelen beschrijf ik hoe wij zelf onze werkelijkheid vormgeven. Ik maak hierbij gebruik van concepten uit ‘Gesprekken met God’ (Neale Donald Walsch), ‘Een Cursus in Wonderen’ (Helen Schucman) en de Padwerk-lezingen van Eva Pierrakos.

In de voorgaande twee artikelen werden de principes uitgelegd die aan creatie ten grondslag liggen. Deze zijn:

  • Dit is niet de werkelijkheid (1)
  • De werkelijkheid is God (2)
  • De kosmos bestaat als illusie in God (3)
  • In de kosmos ervaart God zichzelf (4)
  • God schept, de denkgeest creëert (5)

 

Dit is niet de werkelijkheid

De werkelijkheid is ‘al wat is.’ Iets wat alles omvat is werkelijk omdat buiten haar niets anders bestaat. Het tegendeel van werkelijkheid is onwerkelijkheid. Maar, iets wat alles omvat heeft geen tegendeel. En, iets wat onwerkelijk is bestaat niet.

De werkelijkheid is God

Alomvattendheid kent geen einde aan zichzelf, ze is daardoor vormloos. Iets wat nergens beperkt (gevormd) wordt is almachtig. Ze wordt ook begrepen als God of de oneindige Geest.

De kosmos bestaat als illusie in God

Niets dat eindig is bestaat werkelijk, omdat de oneindige Geest geen eindige bestaansvorm kan aannemen. Immers, God die zichzelf beperkt is niet langer ‘al wat is.’ Ruimte en tijd, dimensies van de eindigheid, bestaan in werkelijkheid dus niet. Ofwel, de kosmos is een fata morgana van Geest.

In de kosmos ervaart God zichzelf

Alomvattendheid kent zichzelf als ‘al wat is’ of het bestaan zelf. Dit is de toestand van ‘Ik ben.’ Ze is zuiver bewust-zijn. In deze toestand is ervaring onmogelijk, want ervaring gaat uit van een (eindig) subject dat het andere als object ervaart. God weet dus dat hij ‘is’, zonder te weten wat ‘zijn’ inhoudt. Hiervoor is het noodzakelijk dat de oneindige Geest zichzelf tot uitdrukking brengt in eindige bestaansvormen. Door zichzelf uit te drukken in de mens, begrijpt God het menszijn als een mogelijkheid van bestaan en ervaart hij wat het is om zichzelf – het Al – te zijn. Dit geldt voor alle bestaansvormen: mineralen, planten, dieren, heiligen en schurken – elke bestaansvorm is een uitdrukking van God die in de spiegel van de eindigheid zichzelf als oneindig ervaart.

God schept, de denkgeest creëert

Alles wat de oneindige Geest schept is noodzakelijkerwijs een uitbreiding van zichzelf. Jij bent als ziel geschapen. Omdat de ziel dezelfde geestelijke aard met God deelt, is er nergens een punt waar jij begint en God eindigt. Je leeft dus eeuwig in volkomen eenheid met God. Je lijkt nu een eindig bestaan te leiden, gescheiden van God, omdat je in de creaties van je denkgeest woont. De denkgeest is het ‘deel’ van Geest dat doet alsof het eindig is. Hierdoor creëert de denkgeest de illusie dat het als subject gescheiden van de andere ‘delen’ van Geest (objecten) bestaat. Door zichzelf als het ene, en niet als het andere waar te nemen, creëert jouw denkgeest je huidige bestaansvorm. Een bestaansvorm, zoals het lichaam, is geen schepping. Een schepping is een uitbreiding van het Al; ze bestaat eeuwig als ‘al wat is.’ Een creatie is een afscheiding van het Al. Wanneer je het Al vermindert met de bestaansmogelijkheden die je niet als de jouwe ziet (het bestaan als boom, auto etc.), blijft de illusie van een op zichzelf staand ‘ik’ over. Dit is niet de werkelijkheid.

Creëren vanuit liefde of angst

Om te voorkomen dat creatie in zwarte magie vervalt, is het belangrijk het voorbeeld van scheppen voor ogen te houden. Zoals beschreven is scheppen het uitbreiden van het eigen wezen. Dit wezen is universeel: God is de essentie van alle bestaansvormen. Hoewel de oneindigheid niet in eindige termen beschreven kan worden, kunnen we haar aard wel bij benadering als volmaakte liefde omschrijven.

De wereld heeft geen idee wat liefde werkelijk is. Dat komt doordat subject en object hier gescheiden zijn. Elke vorm van liefde uit zich zodoende in de aantrekking tussen de een en de ander. Maar aantrekkingskracht is, net als elke andere natuurkracht, op scheiding gebaseerd is. Zolang subject en object van elkaar gescheiden zijn, kunnen zij zich alleen door middel van waarneming tot elkaar relateren. Waarnemen is het door het oog van de denkgeest naar de ‘buitenwereld’ kijken. Zij is nooit objectief, maar gaat altijd uit van het bewustzijn van het subject. Doordat bewustzijn altijd verandert is waarneming niet constant. Waarneming deinst mee op de golven van het bewustzijn. Zo kan het gebeuren dat ons gevoel van genegenheid voor iemand van de een op de andere dag in haat kan omslaan. De wereld duidt de oorspronkelijke affectie als liefde aan, maar zij heeft niets met liefde te maken. Liefde is niet op waarneming maar op kennis gebaseerd. Liefde is de kennis van God dat alles eeuwig één is.

Vaak creëren denkgeesten niet vanuit liefde maar vanuit angst. Angst is de waarneming van afscheiding. Een denkgeest die zijn identiteit los van andere denkgeesten definieert, is zich niet van de oneindige – volkomen liefdevolle – Geest bewust. In haar poging haar valse zelfbesef achter dikke muren te beschermen, sluit de denkgeest zich van de helende werking van liefde af. Dit gaat altijd met een gevoel van gebrek gepaard. In een poging het tekort vanbinnen met iets van buitenaf aan te vullen, richt de denkgeest zich op het creëren van vaak concrete dingen, zoals het manifesteren van geld, een nieuwe baan, een partner etc. Deze vorm van zwarte magie versterkt het bewustzijn van gemis om twee redenen. Ten eerste kunnen concrete bestaansvormen nooit de plaats van het abstracte, het vormloze innemen. Er is geen substituut voor de liefde van God. Ten tweede, wie vanuit een bewustzijn van tekort creëert, ervaart tekort. Omdat er in werkelijkheid geen scheiding tussen binnen en buiten bestaat, manifesteert de denkgeest in de ‘buitenwereld’ wat het in haar ‘binnenwereld’ als werkelijkheid beschouwt. Iets van waarde – materieel of immaterieel – kan dus alleen in de buitenwereld ervaren worden als zij eerst in de binnenwereld, het bewustzijn, manifest is gemaakt. Zo beschouwd benadert effectieve creatie de wijze van scheppen. Door vanuit je wezen te creëren, manifesteer je bestaansvormen die een uitbreiding vormen van je liefde.

Denkgeest: houder van het leven

De principes van creatie kennende, kunnen we de creatieve werking van de denkgeest en het bewustzijn beter begrijpen. De denkgeest houdt het bewustzijn in. Binnen de schijnbare grenzen van de denkgeest neemt de oneindige Geest de vorm aan van bewustzijn. De Tarot stelt de denkgeest daarom als de beker of houder van het leven (Geest) voor. Haar symboliek betekent het volgende.

Bewustzijn wordt in esoterische tradities als water voorgesteld. Anders dan Geest, die in vormloze toestand bestaat en als lucht wordt voorgesteld, neemt water (bewustzijn) vorm aan. Zij doet dit pas als ze door de denkgeest wordt ingedamd. Water dat nergens wordt tegengehouden verspreidt zich naar alle kanten. Water gedraagt zich hetzelfde als zuiver bewustzijn. Wanneer jij je volkomen van je bestaan (‘te zijn’) bewust ben, dan realiseer jij je dat je het bestaan zelf bent. Zoals beschreven, is het bestaan oneindig van aard; zij omvat een oneindig aantal bestaansmogelijkheden. Iemand die zich dus realiseert dat hij het bestaan zelf is, identificeert zich niet met een specifieke bestaansvorm. Een mysticus beseft dat hij één subject deelt met al wat leeft. Hij kent zichzelf niet slechts als Gautama of Rob, maar als alle bestaansvormen. Doordat de mysticus de illusie van de begrensde denkgeest doorziet, stroomt zijn bewustzijn net als water alle kanten op. Dit in tegenstelling tot iemand met een gesloten denkgeest. Zo iemand is zich niet bewust dat hij het bestaan zelf is; hij gelooft dat hij een specifieke bestaansvorm is. In de illusie dat hij een identiteit bezit dat los van de rest van het leven bestaat, houdt hij de grenzen van zijn denkgeest in stand. Hierdoor wordt bewustwording geremd.

Alle bestaansvormen streven voortdurend naar verdere bewustwording. Net als water is bewustzijn continu in beweging. Omdat alles Geest, en dus één, is, bestaat er in werkelijkheid geen individueel of collectief bewustzijn. Bewustzijn is het ‘deel’ Geest dat de denkgeest bevat. Het ‘deel’ Geest dat buiten de denkgeest lijkt te bestaan, is één met het ‘deel’ Geest binnen de denkgeest. Het verschil tussen beide is dat het ene deel als bewustzijn, en het andere als onbewust zijn, wordt gekend. Als je nu voor ‘bewustzijn’ het woord ‘subject’ of ‘ik’ invult, dan begrijp je op wat voor een wankel fundament jij je ‘identiteit’ baseert! Je baseert je zelfbesef op de illusie dat denkgeest en Geest, subject en object, gescheiden zijn.

Alintelligente Geest werkt, buiten het bewustzijn om, aan verdere zelfrealisatie. Geest weet dat het één is en dat het zichzelf binnen de grenzen van de denkgeest niet volledig tot uitdrukking kan brengen. Toch is dit de bedoeling. God kan zichzelf immers alleen als God ervaren als hij zijn oneindige aard volkomen tot uitdrukking kan brengen. De twee ‘delen’ Geest streven daarom voortdurend eenwording na, waardoor de grens tussen subject en object continu verandert. Het in de denkgeest opgesloten bewustzijn voelt zich hierdoor aanhoudend in haar (valse) identiteit aangetast.

De evolutie van bewustzijn

Een ontwaakte denkgeest begrijpt dat identificatie met een veranderende bestaansvorm lijden veroorzaakt. Zo iemand identificeert zichzelf niet met het lichaam, wetende dat het lichaam een tijdelijke expressie van Geest is.

Naarmate de grenzen van de denkgeest opgerekt worden, en het bewustzijn toeneemt, drukt Geest zichzelf in meer omvattende, intelligente bestaansvormen uit. We zien de fysieke uitwerking hiervan weerspiegeld in de evolutie. In de natuur werken alle ‘delen’ van Geest samen aan het creëren van meer bewuste bestaansvormen. Wat eens met een amoebe begon, groeide uit tot een dinosaurus, en later tot mensaap. In homo sapiens is het bewustzijn zo ver geëvolueerd dat de in de mens geïncarneerde Geest op zichzelf kan terugkijken. Via ons verstandelijk vermogen zijn we in staat het bestaan van een oneindige Geest te beredeneren. Maar omdat ditzelfde verstand de werking van Geest van buitenaf beschouwt, merkt het niet op dat het zelf een expressie is van de Geest die het bestudeert! Als het verstand het bestaan van Geest al opmerkt, gelooft het dat Geest en materie van elkaar gescheiden zijn. De mens is nog niet tot realisatie gekomen dat materie een expressievorm van Geest is. Wanneer dit ontwaken plaats vindt, kunnen we op een nieuwe wijze onze wereld vormgeven. We kunnen onze creatieve vermogens bewust gaan gebruiken. Hoe? Door onze waarneming te veranderen.

De functie van waarneming

Het is voor de fysiek georiënteerde mens moeilijk te bevatten dat iets ogenschijnlijk nietszeggend als waarneming de wereld creëert en in stand houdt. Maar de wereld begrijpt waarneming dan ook helemaal verkeerd.

Iemand die gelooft in de werkelijkheid van bestaansvormen, doorziet de illusie van ruimte en tijd niet. Als alleen oneindigheid werkelijk is, kunnen er geen eindige bestaansvormen bestaan die in ruimte en tijd van elkaar gescheiden zijn. Het idee dat jij en de ander ruimtelijk van elkaar gescheiden zijn, berust op gezichtsbedrog. Doordat jij vanuit het eindig perspectief van de denkgeest waarneemt, zie je de oneindige Geest in fragmenten. Deze fragmenten doen zich voor als in ruimte en tijd plaats vindende intervallen. Doordat de denkgeest de eenheid van Geest niet bevatten kan, neemt ze het ene bestaan in myriaden bestaansvormen waar. Hierdoor lijk jij als lichaam te bestaan en lijken de objecten in de buitenwereld werkelijk te zijn.

Het bestaan van afscheiding, gemanifesteerd in ruimte en tijd, berust dus op een illusie. De zich met het bewustzijn identificerende denkgeest tracht de illusie in stand te houden, omdat het zo meent dat het zijn zelfbeeld veilig kan stellen. Iemand die gelooft dat hij een lichaam is, zal er alles aan doen om de werkelijkheid van ruimte en tijd te bewijzen, want alleen zo kan hij als lichaam voortbestaan. Om het schijnbare bestaan van ruimte en tijd aan te tonen, heeft de denkgeest een truc bedacht: dissociatie.

Door dissociatie lijkt het alsof ruimte en tijd bestaan voordat jij waarneemt. Het lijkt alsof de tafel eerst bestaat, en dat jij haar bestaan als object slechts waarneemt of registreert in je bewustzijn. Het lijkt alsof de ander eerst bestaat, en dat jij zijn bestaan als lichaam vervolgens waarneemt. Maar het is precies andersom: bewustzijn bepaalt waarneming. Omdat jij meent dat je als denkgeest bestaat, neem je Geest in delen waar. Omdat je gelooft dat bestaansvormen werkelijk zijn, zie je een wereld voor je die uit gescheiden bestaansvormen is opgebouwd. De tafel bestond nog niet voordat jij haar waarnam! Omdat jij een tafel verwachtte, projecteerde je de bestaansvorm van een tafel op de oneindige Geest. Anders dan wat aangenomen wordt, is de functie van waarneming dus niet het registreren van bestaansvormen. Waarneming creëert in de eerste plaats zelf de bestaansvormen die zij vervolgens ervaart. Omdat bewustzijn je waarneming bepaalt, is creëren een self-fulfilling prophecy. Wat jij als werkelijkheid aanvaardt is werkelijk voor jou. Als jij gelooft dat je als lichaam gescheiden van God bestaat, dan waan je jezelf in een fysieke wereld vol andere lichamen. Als je gelooft dat je een slachtoffer van het leven bent, dan projecteer je omstandigheden die jou in de rol van slachtoffer plaatsen. De omstandigheid bestond niet eerst als op zichzelf staande mogelijkheid. Jij hebt haar zelf als mogelijkheid in het leven geroepen. Hoe? Door de ideeën waar te nemen die overeenkomen met je bewustzijn.

In het vorige artikel werd beschreven hoe Geest als een zee van ideeën kan worden beschouwd. Een idee is een latente bestaansmogelijkheid die tot expressie wordt gebracht wanneer de denkgeest het idee waarneemt, en dit zo als haar werkelijkheid manifesteert. Iedere ziel is gelijk geschapen en elke denkgeest wordt door dezelfde zee van ideeën omringd. Maar niet iedere denkgeest selecteert uit de haar ter beschikking staande bestaansmogelijkheden dezelfde mogelijkheden. Dit komt doordat – afhankelijk van het bewustzijn – iedere denkgeest de mogelijkheden van wat werkelijk is, anders waarneemt. De een neemt een vervullend bestaan als zijn werkelijkheid waar, terwijl de ander gelooft (= waarneming) zijn mogelijkheden beperkt ziet. De sleutel tot bevrijding uit een beknellend bestaan is dus je waarneming te veranderen. In het volgende, laatste artikel uit deze serie van vier, worden de concrete stappen beschreven hoe jij je waarneming van jezelf zo kunt veranderen, dat je in staat bent nieuwe bestaansmogelijkheden als jouw werkelijkheid te realiseren.

 

© Sander Videler, 2011