De weg naar je ware zelf

Nieuws

Spaltung!

Alle artikelen, Dieptepsychologie, Freud

Heb je wel eens goed naar het symbool van Hitler’s SS gekeken? Waarschijnlijk niet. Het is taboe om de symboliek van het nazisme te duiden. Maar wie het SS-symbool door psychoanalytische bril bekijkt, doet veel inzicht op over doodnormale psychopathologie in het alledaagse.

Het begrip ‘spaltung’ is van Freudiaanse origine en betekent ‘splitsing’ of ‘splijting’ in het Duits. Het betreft een splitsing tussen bewust en onbewust, waarbij diep gelegen onbewuste complexen of subpersoonlijkheden voor de gezagsvoerder van de persoonlijkheid, het centrale ik, niet meer bereikbaar worden. De ik-persoonlijkheid verliest de controle over de afgespleten onbewuste delen en wordt slachtoffer van de eigen complexwerking. Mensen raken bezeten van de onbewuste inhouden. Het afgesplitste onbewuste deel neemt bezit van het bewuste ik. Hierdoor word je een speelbal van je eigen onbewuste, zoals de nazi’s en het hele Duitse volk speelbal werden van het eigen onbewuste. Eigenlijk is dit helemaal niet erg. Maar om dit te begrijpen moet je Freud buiten de deur zetten en de mystieke visie op de psyche van Jung naar binnen laten. Dit doe ik verderop in dit artikel. Maar eerst wijd ik je in in de duistere krochten van de psychoanalyse. En nazi’s zijn nu eenmaal een perfect studieobject voor de meest duistere psychopathologie.

Afsplitsing van mystiek

Het zal in de loop van dit artikel steeds onduidelijker worden of ik spreek over de psychopathologie van het nazisme of de psychoanalyse. Excuses voor deze harde uitspraak, maar laat me met de deur in huis vallen: de psychopathologie van de psychoanalyse is geweldig groot, waardoor Freudiaanse psychoanalyse ook zo’n perfecte school is om psychopathologie te bestuderen.  Ik zeg dit met het grootste respect. Uit eigen ervaring weet ik dat ervaringsdeskundigheid een voorwaarde is voor meesterschap. Zij is niet de enige voorwaarde – je moet wel je eigen psychopathologie te boven zijn gekomen om anderen te kunnen helen en je hebt ook een grondige studie nodig in de psyche. Maar met alleen een studie psychologie, zonder dat je zelf ooit in een psychose, een diepe depressie of existentiële crisis hebt gezeten, kom je niet ver(der).

Sorry, ik dreig de draad van Ariadne uit het oog te verliezen, waardoor ik mezelf in het doolhof van de psyche verlies. Zonder Ariadne, de verpersoonlijking van de ziel, kom je nergens. Dit was en is de diepste psychopathologie van nazisme en psychoanalyse: beide systemen staan niet langer in contact met de diepere zielsfuncties, waardoor ze speelbal zijn geworden van een on(der)bewust, op drift geslagen biologisch ik – het Freudiaanse ‘Ich’ (bewust) en ‘Es’ (onderbewust). Psychoanalytici, wees getroost, u bevindt zich in een goed en grooot gezeldschap: heel de academische wetenschap heeft last van deze primaire Spaltung: een splitsing tussen ego en ziel. De laatste, het geestelijk centrum waarmee de mens verbonden is met alles wat leeft (inclusief God), wordt pervasief ontkend, genegeerd en onderdrukt. Wat verstandig lijkt – een zuiver cognitieve benadering – is onverstandig, want het gecultiveerde, verstandige ik belandt door de scheiding van Ariadne in een existentiële crisis. Ik ben ervan overtuigd dat alle psychopathologie ten diepste een uiting is van het afsplitsen van de ziel. De westerse mens (en wie is dit niet, tegenwoordig?) is ten diepste ongelukkig, waar de paar overgebleven natuurvolkeren of spiritueel ingestelde volkeren als Tibetaans boeddhisten, blijk geven van een zeer evenwichtige levensinstelling, vol bezieling en respect voor al wat leeft.

Sowulo

Kijk eens naar de Germaanse rune, ‘Sowulo’ genaamd.

Kijk dubbel en je ziet het symbool van de Schutzstaffel (SS):

Ik voel, zoals de meeste mensen, weerzin bij het symbool. Het is doodzonde dat de rune Sowelu, symbool voor de zon en de overwinnig – beide verbonden aan de ziel – door de nazi’s tot symbool is gemaakt van dood en verderf.

Germaanse runen zijn vergelijkbaar met Egyptische hiërogliefen: goddelijke woorden; in het Grieks, ‘heilige’ (‘hieros’) groeven (‘glyphoi’) genaamd. De Germaanse oppergod Wodan heeft de runen eigenhandig in zijn houten speer gekrast toen hij ondersteboven aan de heilige es of levensboom hing.

We bevinden ons hier in een mystieke sfeer van de hoogste orde. Het valt buiten de context van dit artikel om de diep mystieke betekenis van dit alles uit de doeken te doen, maar besef dat runen meer zijn dan alleen letterlijke woorden: het zijn symbolische weergaven van energetische frequenties die, zoals het Sanskriet ‘Aum’, een verbinding leggen tussen de eigen ziel en onze mystieke bron. Sowulo staat hierbij symbool voor de ziel of de zon. Maar wanneer zij tot SS-symbool wordt verkracht, zoals in het dubbelteken van Sowulo, dan verbeeldt zij exact de Spaltung of splijting tussen ego en ziel die tekenend was voor de nazi-ideologie, die tot in onze tijd voortduurt. Want, mind you, ons huidig mensbeeld geeft evengoed blijk van de gespletenheid tussen ego en ziel, zoals deze in de academische psychologie en in de psychoanalyse van Freud en consorten tot uitdrukking komt.

Overdracht van energieën

Ik begeef me nu op een ander terrein: de psychiatrie van splitten en splijten, oorspronkelijk door psychoanalytici in het Duits ‘Spaltung’ genoemd. Ik noem ook meteen de naam van Melanie Klein, een van de belangrijkste psychoanalytica. Zij heeft het mechanisme van splitten tot in detail uitgewerkt.

Al in de baarmoeder, de zogenoemde ‘prenatale fase’, registreert het nog ongeboren kind psychische ‘energieën’. Ik spreek hier met opzet van ‘energie’, omdat de psychische inhouden die op het kind afkomen nog ongedifferentieerd zijn, zoals in het geval van energie dat nog niet informatie is omgezet als gevoelens en gedachten. Het bewustzijn van het nog ongeboren kind registreert letterlijk alles, maar omdat het kind nog niet in de polaire situatie van een binnen- versus een buitenwereld is geworden, de grootst mogelijke Spaltung, heeft het kind in de baarmoeder nog geen ik-besef of zelfbewustzijn of ego. Het ongeboren kind leeft nog in een volledige symbiose met moeder en wordt zodoende volledig door de psychische energie van moeder doorademt. Omdat moeder ook een man heeft (gehad) met wie ze het kind heeft verwekt, dringen via moeder ook de psychische indrukken van vader door in het kind. Zo wordt, behalve genetisch, ook energetisch alle psychische inhouden van moeder en vader, vrouwelijk en mannelijk, aan het kind overgedragen. In de Jungiaanse psychologie spreken we in dit geval van ‘overdrachtsenergieën’. Zij kunnen gelezen worden als de epigenetische factoren die bepalen welke eigenschappen in de genen ‘aan’ of ‘uit’ worden gezet. Zo wordt in de baarmoeder in feite de gehele psychische make-up bepaald. Op epigenetische wijze printen overdrachtsenergieën alle psychische patronen in, zoals bij de fabricage van een computerchip, waardoor het ongeboren kind reeds alle ‘Intel inside’draagt.

Een synchroniciteit.

Terwijl ik dit artikel schrijf in een dorpscafé, komen een oma en een jongetje naast mij aan tafel zitten. Het jongetje zegt: ‘Ik denk dat ik precies als papa word. Maar nooit wil ik zo worden. Nooit, nooit, nooit.’ Waarop zijn oma antwoordt: ‘Je wordt wie je bent.’ En het jongetje zegt: ‘Ik creëer mezelf.’

Beiden hebben gelijk. Genetisch zijn we voorbestemd om zoals onze ouders te worden. Door de overdracht van psychische energieën worden epigenetisch bepaalde genetische mogelijkheden aan- of uitgezet. Hierin zijn de psychische inhouden van moeder en vader op het moment van de conceptie bepalend. Verwacht mag worden dat beiden in hun leven tot dan toe inmiddels verder geëvolueerd zijn, waardoor de genetisch bepaalde mogelijkheden in het nieuw verwekte leven verder opgerekt zijn dan bij de ouders. De reactie van het ongeboren kind op de overgedragen energieën bepaalt vervolgens wat het kind doet met de aangeboden ontwikkelingsmogelijkheden. In deze ruimte creëert het kind zichzelf. Echter, niet vanuit vrije wil. Want hoe een kind reageert op de psychische energieën die op hem af komen, is collectief bepaald. Er is immers nog geen ‘ik’, er is alleen de kosmischische, collectieve identiteit.

Splitten als reactie op overdrachtsenergieën

Ik begeef me nu in een paradox.

In de baarmoeder is er nog geen afgespleten ik dat reageert op de overgedragen energieën. Er is alleen de verbondenheid met het kosmisch veld, de universele intelligentie, die bepaalt. Deze bepaalt hoe de psychische energieën van moeder en vader binnenkomen. Omdat in deze fase tevens de vorming van het ego of ik een aanvang neemt, wordt hierin ook bepaald hoe energieën een reactie of alchemishe verbinding aangaan met het embryonale ik. Hierin speelt het afweermechanisme van splitten een prominente rol.

Splitten ontstaat als een tegenreactie van het (embryonale) ik op de energieën die er op het nog ongeboren kind afkomen. Een voorbeeld.

Moeder heeft zelf geen veilige hechting met haar moeder ervaren in de kindertijd en voelt zich hierdoor angstig. De frequentie van angst ligt als bewustzijn in haar opgeslagen. Bij de ontwikkeling van het nieuwe leven zal het (ongeboren) kind geconfronteerd worden met de angst van moeder. En hoewel er nog geen welgevormd ik is die zijn of haar reactie hierop kan bepalen, is de collectieve intelligentie – het kosmisch bewustzijn – in staat om de draagkracht van het in vorming zijnde ego te bepalen. De angst kan bijvoorbeeld overweldigend zijn, waarop het zich ontwikkelende ik zich als een oester zal sluiten en een harde beschermingslaag zal ontwikkelen om zich te weren tegen de angst. Hiermee wordt in de psyche van het ongeboren kind een neurotisch patroon ingeprent. De neurotische afsluiting heeft als doel de angst buiten te sluiten, maar tegelijk wordt hiermee een zelfde angstige natuur in de psyche gecreëerd. Wat bewust niet de bedoeling lijkt – angst voelen – wordt onbewust opnieuw gecreëerd. Want angst kan alleen middels ‘muren’ of neurotische structuren afgeweerd worden. Maar de psychische burcht die zo wordt opgebouwd getuigt zelf van angst en recreëert deze bovendien. Energetisch wordt zo gevormd wat genetisch reeds bepaald was: net als moeder heeft het kind een angstige ondergrond. Het afweermechanisme dat dit heeft bewerkstelligt is splitten of afscheiden.

Iedereen draagt mechanismen van splitten of splijten in zich. Het hierboven genoemde is slechts een voorbeeld van hoe angst van moeder op kind wordt overgedragen. Maar er zijn nog veel meer voorbeelden te noemen.

Universeel Zelf versus afgescheiden zelf

Ten diepste is elke egovorming een uitdrukking van splitten. Splitten is daarmee een existentieel of universeel verschijnsel in de mens, wat ervoor zorgt dat er een ego of ik wordt gevormd.

In een staat van volledige symbiose is er geen onderscheid tussen de binnen- en de buitenwereld. Hierin is er van egobewustzijn geen sprake. Helemaal op het eind van de menselijke ontwikkelingscyclus wordt deze toestand als ‘verlichting’ gekend, waarin je één bent met de kosmos en alleen het universeel Zelf kent. Het ‘Zelf’ wordt hier met hoofdletter geschreven, om uitdrukking te geven aan haar kosmische, verheven natuur. Tegenover deze eenheidsnatuur staat de afgescheiden natuur van het ego, het kleine of afgescheiden zelf.

Behalve in de eindfase komen we ook in de beginfase van evolutie de staat van symbiose tegen, in de door psychoanalytici genoemde ‘orale’ fase. Hierin moet er een hechte verbinding met moeder (en vader) ontstaan. De orale fase is de eerste ontwikkelingsfase buiten de baarmoeder. Tijdens de prenatale fase, hebben we gezien, zijn afweermechanismen als splitsen reeds in werking getreden als reactie op de overdracht van energieën. Het ontwikkelingsprogramma voor het leven is reeds geschreven. Hierin is feitelijk de hele psychische constitutie van het kind bepaald. De geboorte zelf is een eerste manifestatie van dit programma. De wijze waarop de geboorte zich voltrekt draagt een grote symbolische betekenis in zich en is tekenend voor de psychische constitutie van het kind (en de moeder).

Splitsingen tijdens de ontwikkelingsfasen

Bij een gezonde ego-ontwikkeling heeft het ik een doorlatend membraan ontwikkeld, dankzij welke het ik een goed contact met de omgeving heeft, zonder deze volledig buiten te sluiten of zonder hierin volledig op te gaan. Echter, in de orale fase is een vorm van symbiose of opgaan in de ouders wel een voorwaarde voor een goede verdere ontwikkeling. Het vermogen om je in deze fase in de ouders, en met name de moeder, te verliezen, creëert een basisgevoel van veiligheid dat er voor je gezorgd wordt en dat je, hier op aarde, veilig omringd ben door de natuur. Hiermee bedoel ik niet slechts de aardse, fysieke natuur, maar de gehele kosmische natuur met al haar energetische lagen of niveaus van bewustzijn die het leven voeden. Een vorm van symbiose in de orale fase is dus essentieel voor een veilige hechting aan het leven.

Er zijn maar weinig mensen die volledig veilig gehecht zijn doordat zij tot symbiose in de orale fase in staat zijn geweest. De tijdens de conceptiefase ingebakken ‘Intel inside’ bevat vaak splitsingen in het programma die zich tijdens de orale fase, van nul tot twee jaar, openbaren.

De volgende ontwikkelingsfase wordt door psychoanalytici de ‘anale fase’ genoemd. Je moet er maar aan wennen dat Freudianen een fixatie hebben op intieme lichaamsdelen. Freud klampte zich angstig vast aan een Darwinistisch mensbeeld, omdat hij als de dood was voor de religieuze functie waardoor hij zelf werd geregeerd. Veel van zijn psychoanalytische theorieën getuigen van een hogere, geestelijke inspiratie, maar hier wilde hij zelf niets van af weten. En dus fixeerde hij zijn aandacht dwangmatig op een biologisch mensbeeld, met een hoofdrol voor intieme lichaamsdelen als de anus en de genitalieën. Dit alles doet in eerste instantie lachwekkend aan, maar er zit een waarheid in deze benadering.

De term ‘oraal’ geeft bijvoorbeeld perfect aan waar het in de leeftijd van nul tot twee jaar om gaat. Een baby moet fysiek en psychisch gevoed worden door de moeder, zowel de kleine moeder als de Grote Moeder, om te overleven. In de orale fase is de belangrijkste fysieke en psychische reflex zodoende een gerichtheid op ‘voeding’, bijvoorbeeld via de tepel van moeder.

In de hierop volgende anale fase, vanaf de leeftijd van achttien maanden / twee jaar tot circa drie of vier jaar, ligt de aandacht op een sterke ik-ontwikkeling. Kinderen leren praten, ‘ik’ en ‘nee’ zeggen, waarmee ze hun ego afscheiden uit de symbiotische oerfase. Deze separatiefase wordt door het kind het eerst herkend in de vorm van ontlasten. Tijdens de zindelijkheidstraining leert het kind dat het zelf macht kan uitoefenen op loslaten (van plas en poep) of vasthouden. Hierdoor leert het kind de eigen wil kennen. Splitten of splijten is in deze fase een heel natuurlijk gegeven. De bedoeling van de anale fase is immers dat het kind het eigen ik separeert van dat van de ouders. Maar hierin kan het kind te ver doorschieten. In een zogenoemde ‘anale fixatie’ raakt het ego gepreoccupeerd door het idee van eigen macht en de invloed van de eigen wil, waardoor een mens halststarrig in de eigen ontwikkeling gaat volharden, zonder zich open te stellen voor de invloed van de omgeving. Een mens kan hierdoor te zelfstandig worden, als een geïsoleerd eiland, een fort of een bunker, waardoor de mens in een latere fase niet meer in staat is tot het aangaan van intieme relaties.

Na de orale en de anale fasen volgen nog andere fasen in de ontwikkelingspsychologie. Met name Melanie Klein en Erik Eriksson hebben de verschillende fasen tot in detail uitgewerkt. Klein, een psychoanalytici, blijft hierbij trouw aan de terminologie van Freud, waar Erikson deze loslaat, maar grosso modo dezelfde fasen uitwerkt. Hieronder is het model van Erikson weergegeven.

 

 

Erikson’s zuigelingenfase komt overeen met Freud’s orale fase en de peuterleeftijd correspondeert met de anale fase. De eerste fase staat in het teken van vertrouwen langs de weg van hechting, terwijl de tweede fase via onthechting gericht is op het ontwikkelen van autonomie. De kleuterleeftijd komt overeen met de oedipale fase van Freud. In deze fase ontwikkelen kinderen man- en vrouwbeelden en ontstaat een eerste zelfbewustzijn van de geïncorporeerde overdrachtsenergieën. Kinderen tonen eigen initatief waarin de eigen persoonlijkheid en signatuur voor het eerst echt zichtbaar worden. Twee andere belangrijke fasen zijn de Freudiaanse latentiefase (basisschoolleeftijd), waarin libidineuze invloeden de psychoseksuele ontwikkeling beïnvloeden tot aan de genitale fase (adolescentiefase). Ik ga hier niet verder in op de inhoud van de fasen, maar merk wel op dat in en tussen elke fase zich splitsingen kunnen voordoen. In het kader van dit artikel ga ik tot slot verder in op één van de meest voorkomende en zwaarste splitsingen: die tussen de orale en de anale fase.

Oraal-anale splitsing

Nogmaals, Freudiaans taalgebruik kan enigszins lachwekkend zijn. Maar de term ‘oraal-anale splitsing’ geeft precies aan waar het om draait: een splitsing tussen de symbiotische orale fase, welke qua energie min of meer vrouwelijk is, en de anale fase gericht op autonomie en wilskracht, welke qua energie min of meer mannelijk is. In een gezonde ontwikkeling komen beide fasen en werkzame vrouwelijke (oraal) en mannelijke (anaal) energieën samen in de oedipale fase. Freud heeft met het Oedipuscomplex de plank mis geslagen door de mythe van Oedipus te reduceren tot een psychologisme. In werkelijkheid vertelt de mythe het verhaal van de ondergang van de Egyptische cultuurperiode, gesymboliseerd door de Sfinx, en de overgang naar de Griekse cultuurperiode. Tijdens deze overgang is veel gnosis verloren gegaan, gesymboliseerd door het raadsel van de Sfinx, welke Oedipus schijnbaar op weet te lossen. Desondanks overvalt Oedipus, terwijl hij van de Sfinx passeren mag, de een na de andere rampspoed. Zonder het te beseffen doodt hij zijn vader en trouwt hij met zijn vader. Hoewel hierin zeker een psychologische werkelijkheid schuilt, gaat de mythe over veel meer dan dit; maar dat is een ander verhaal. Feit is, Oedipus komt ten val. En iets vergelijkbaars gebeurt in de oraal-anale splitsing.

Hierbij is het voor een kind onmogelijk om vrouwelijke en mannelijke (overdrachts)energieën bij elkaar te brengen. Dit kan allerlei oorzaken hebben. De beide energieën kunnen elkaar, evenals in de verbinding tussen de ouders, naar het leven staan, waardoor ook het kind in een spagaat komt te staan tussen moeder (vrouwelijk) en vader (mannelijk). De oraal-anale splitsing uit zich in een scheiding tussen de beleefde symbiose (met met name moeder) en de zich uitende wilskracht, welke los van de oergeborgenheid opereert. Iemand kan zich hierdoor volledig verliezen in één van de twee drives – de hang naar geborgenheid versus ambitie – zonder dat de ander geïntegreerd wordt.

In relaties komt dit bijvoorbeeld tot uitdrukking doordat iemand zich in de symbiose met de ander verliest, maar de eigen ontwikkelingsmogelijkheden (anale fase) niet tot uiting kan brengen. Hieraan kan een diepe separatieangst ten grondslag liggen: het kind (in de volwassene) is niet bij machte om uit de oersymbiose te breken en op eigen voeten te gaan staan. Dit kan in zo’n geval letterlijk doodsbedreigend zijn. Een ander voorbeeld is de workaholic die zich fixeert op de anale fase, zonder de behoeften en ontwikkelingsopgaven uit de orale fase te integreren. In mijn eigen leven uit de oraal-anale splitsing zich heel letterlijk en in geografische zin. Daar de beide energieën (vrouwelijk en mannelijk) nog niet in mijzelf bij elkaar komen, komen ze ten eerste ook nog niet in een relatie tot uiting. Maar bovenal speelt de splitsing zich geografisch uit. Ik verlang intens naar een (her)beleving van geborgenheid in mijn geboorteplaats Heerlen, maar weet dat ik er het gevaar loop in een infantiele regressie te blijven hangen. Een ander, meer mannelijk deel wil de ambities laten gelden in Maastricht, de stad waar mijn vader werkte. Maar ik voel me onvermogend me er te vestigen. In het projectiebeeld komt Maastricht me voor als een ‘harde’ stad met veel ‘steen’, een symbolische weergave van de inkapseling van mijn mannelijke natuur en de van de orale fase (geborgenheid) afgesplitste anale fase (autonomie). Een grote Spaltung breekt in dit opzicht op.

Ik heb middels dit artikel geprobeerd de ontwrichtende aard van splitsingen op collectieve (nazisme) en individuele schaal tot uitdrukking te brengen. Het is een wat excentriek getint artikel geworden, maar ik hoop dat ik mensen hiermee op het goede spoor zet van de natuur van splitten en splijten en hun uitwerkingen.

To be continued!

 

© 2019, Sander Videler