De weg naar je ware zelf

Nieuws

Assepoester: de ziel gereinigd in materie

Alle artikelen, Mythen & sprookjes

De eerste versies van Assepoester gaan terug tot voor de jaartelling. In 1697 werd de huidige versie van het sprookje opgetekend door de Franse schrijver Charles Perrault in de bundel ‘Sprookjes van moeder de gans’. In de 19e eeuw werd het sprookje door de gebroeders Grimm opschreven.

Het verhaal gaat over een meisje dat verplicht wordt al het werk te doen voor haar gemene stiefmoeder en haar twee dochters. Omdat ze alle vuile karweitjes moet opknappen, zoals het aanmaken van de haard, wordt ze ‘Assepoester’ genoemd.

Symbolische betekenis van sprookjes

Sprookjes grossieren, net als dromen, in buitenissige symboliek. Wolven in travestie verkleed als grootmoeder, houten poppen die tot leven komen, huizen gemaakt van peperkoek, prinsessen op glazen muiltjes of pompoenen die in koetsen veranderd, zoals in het sprookje van Assepoester. Als je niet in de gaten hebt dat de ziel symbolen gebruikt om de onmetelijke reikwijdte van de wijsheid van de geest uit te drukken, dan raak je bij het lezen van sprookjes verdwaald.

De kunst is om het sprookje, evenals een droom, juist te duiden. Dit doe je het best door de essentie van het verhaal te vatten. Houd bovendien de stelregel voor ogen: ‘the devil is in the details’. Zo ook in Assepoester die, zoals veel sprookjesfiguren, geen moeder maar een (boze) stiefmoeder heeft. Sneeuwwitje en Hans en Grietje treft een zelfde lot en allen komen er zonder moeder in eerste instantie bekaaid van af. Net als Doornroosje valt Sneeuwwitje in een diepe slaap en Hans en Grietje vallen in handen van een kannibalistische heks.

Wie deze verhalen letterlijk neemt begaat dezelfde zonde als fundamentalistische christenen die echt geloven dat God hemel en aarde in zeven dagen heeft geschapen. Een andere doodzonde bij het duiden van sprookjes is je te buiten gaan aan psychologismen. Sprookjes hebben eerst en vooral een diepe mystieke en geestelijke betekenis. De kleine zeemeermin die op haar vijftiende haar stem verliest als zij aan land met de prins trouwt gaat niet over een faalangstig puberend meisje. Evenmin als de Grieks-Egyptische mythe van Oedipus gaat over de seksuele fantasieën van een jongen over zijn moeder en de noodzaak tot het (psychisch) doden van de eigen vader, om zonder sanctie met je moeder te kunnen trouwen. Freud was een meester in psychologismen, maar een leek in geesteswetenschappen.

Assepoester en de zondeval

Het lijkt op het eerste gezicht ver gezocht, maar Assepoester is een ‘sequel’ op het verhaal van de zondeval. Het sprookje verhaalt van de ziel die zich in de stof bewust wordt. Net als Adam en Eva na de zondeval, moet Assepoester zich uitsloven in het stof. Om preciezer te zijn: zij ontleent haar naam aan het schoonmaken van de haard. Het as maakt haar vuil.

Zoals de glazen muiltjes een belangrijke symbolische betekenis blijken te hebben, zo is ook het symbool van de as veelzeggend.

Ik associeer as met twee gebeurtenissen: de crematie van mijn vader en van mijn moeder. Beiden lieten een feniks als erfenis na. Na hun dood moest ik, gedwongen door een intens transformatieproces, mijn oude natuur verbranden en uit de as herrijzen. Hier is Assepoester dagelijks mee bezig. Zij werkt zich kapot om de villa die zij met haar boze stiefmoeder en stiefzussen deelt schoon te maken.

Huizen, kastelen, torens etc. zijn symbolen van de behuizingen van de ziel: de aardse persoonlijkheid en het lichaam, waarin wij sinds de val uit het geestelijke paradijs op aarde moeten wonen. Wanneer de ziel in de fysieke wereld belandt, en volledig door stof omgeven wordt, verliest zij het zicht op haar spirituele aard. De ziel wordt tot Assepoester. Schijnbaar afgesloten van haar essentie, lijdt de ziel in de stof, waar zij hard moet werken. Of, zoals in Genesis beschreven staat: ‘in het zweet moet werken’ voor haar brood.

Net zoals in ‘Onze Vader’ ‘brood’ niet voor fysiek brood staat, zo werkt de ziel in Genesis eveneens niet voor brood in letterlijke zin, maar voor ‘manas’. Dit is geestelijk voedsel dat door beproeving wordt verworven. De stoffelijke ervaring werkt als een feniks in op de ziel. Op aarde worden alle smetten op de ziel, de blinde vlekken van onbewust zijn, verbrand.

Het motief van de boze stiefmoeder

Wat is dat toch dat er zoveel weeskinderen in sprookjes zijn die het zonder moeder en met een (boze) stiefmoeder moeten doen?

De stiefmoeder is een universeel symbool of archetype dat op de heks lijkt. Het motief van de overleden moeder wijst op het feit dat de ziel in de stof haar natuurlijke, geestelijke verbinding verliest.

De stiefmoeder van Sneeuwwitje mag dan wel een koningin zijn, zij is lelijk omdat zij haar geestelijke natuur ontkent. Deze heeft zij van zich afgesplitst in de vorm van Sneeuwwitje die geestelijk zo zuiver is als dat sneeuw wit is. Maar na het eten van de appel van de kennis van goed en kwaad, haar aangereikt door haar stiefmoeder, valt zij voor haar geestelijke natuur bij de zeven dwergen in slaap.

Door de val in de materie ontstaat de illusie dat we als afge-zonde-rde (fysieke) wezens bestaan. Afgescheiden van het ware, goede en schone van de geest, begaan we ‘zonden’. Ons kosmisch bewustzijn neemt de proporties van een dwerg aan. Het is uiteraard geen toeval zijn dat er evenveel dwergen als hoofdzonden zijn.

Ook in Assepoester speelt het motief van de stiefmoeder. Deze heeft na het sterven van de vader van Assepoester haar aangenomen dochter als dienstmeid aangesteld. De stiefmoeder heeft ook twee eigen dochters: Anastasia en Drizella. Net als hun moeder, hechten zij alleen waarde aan materieel bezit. Dit, in tegenstelling tot Assepoester die een geadopteerde dochter is. Diep van binnen weet de ziel dat zij het lichaam niet is, maar dat zij een spiritueel wezen is.

De boze stiefmoeder is een archetype dat herleid kan worden tot de moeder aller moeders, en de mythe aller mythen: Eva in Genesis, die met een slang (serpent) wordt geassocieerd. Deze associatie is ontstaan nadat Eva door de slang of het oprijzend bewustzijn is verleid om van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten. De boom van de kennis van goed en kwaad symboliseert het onderscheidend inodvidueel bewustzijn: het vermogen om een onderscheid te maken, bijvoorbeeld tussen goed en kwaad, licht en duisternis. Dit vermogen kan alleen tot stand komen als er een onderscheidende instantie bestaat: een ego of ‘ik’ dat keuzes maakt.

De slang verleidt Eva om zelf keuzes te maken en zo goed en kwaad van elkaar te onderscheiden. Hiermee is Eva de eerste mens die zich van zichzelf bewust wordt. Ze wordt hiervoor gestraft doordat zij en Adam uit het paradijs worden gezet. De straf is dat wanneer we net als Eva en Adam een ego met zelfbewustzijn ontwikkelen, we een gevoel van afscheiding ervaren. Sinds de val ervaart de ziel zich afgescheiden van het geheel en lijdt zij aan eenzaamheid en onwetendheid.

Het is belangrijk op te merken dat archetypen als de boze stiefmoeder en de heks geen verwijt zijn aan de vrouw, evenmin als Eva in het verhaal van Genesis letterlijk een vrouw was! Het betreft hier zuiver symboliek, welke het best samengevat kan worden in de taoïstisch Chinese wijsheid van yin en yang. Yin staat voor de ontvankelijke, negatieve pool, die geïnspireerd en bevrucht wordt door uitreikende, positieve pool yang. In een westerse context spreken we van logos, de goddelijke wijsheid, die door eros, de zuivere ingesteldheid van de ziel, wordt ontvangen. In het christendom wordt dit verbeeld door de maagdelijke Maria (yin) die door de Heilige Geest (yang) bevrucht wordt en zo het leven schenkt aan een zeer hoog, goddelijk geïnspireerd bewustzijn in de vorm van Jezus.

Drie-eenheid: ware (ego), goede (ziel), schone (geest)

De boze stiefmoeder, welke dus niet de echte moeder van Assepoester is, is een symbool voor het deel van de ziel dat zich volledig met materie heeft vereenzelvigd. In Assepoester worden de boze stiefmoeder en haar dochters daarom voorgesteld als zielsaspecten die alleen oog hebben voor materie.

De vader van Assepoester is gestorven; Assepoester zelf komt voort uit een eerder huwelijk waarin de oorspronkelijke, wezenlijke kwaliteiten van yin en yang, mannelijk en vrouwelijk, logos en eros met elkaar getrouwd waren. Maar sinds de ziel zich op haar avontuur van zelfbewustzijn heeft begeven, heeft zij het contact met haar essentie verloren. Het zuiver hemelse (mannelijk-scheppend) en aardse (vrouwelijk-ontvankelijk) zijn verloren gegaan. Hiermee is ook de drie-eenheid van het ware, goede en schone verbroken. De mens klampt zich in illusies vast aan zijn materieel bestaan (onware) en heeft hierdoor zijn wezenlijke aard van liefde verloren, waardoor goed in kwaad is veranderd. Alleen Assepoester, als zinnebeeld van het schone, blijft over. Zij is de geestelijke invloed die in het bewustzijn straalt.

Zie de prachtige opzet van Assepoester!

Aan de ene kant is er de ziel die nog verbonden is met het geestelijke (Assepoester), temidden van een tot materie verzonken wereld en bewustzijn. Dit wordt verbeeld door het vrouwelijk: de boze stiefmoeder als beeld van een vercorrumpeerd yin, dat het ware in onwaarheid en het goede in kwaad heeft veranderd. In deze volledig fysiek geworden worden wereld straalt de geestelijke schoonheid in de persoon van Assepoester, die door haar eenvoudige natuur armoedig overkomt.

Aan de andere kant zijn er een koning en koningin, de oorspronkelijke geestelijke heersers van het innerlijke koninkrijk. Hun zoon, de prins, verbeeldt de logos of goddelijke wijsheid. Deze is zonder vrouw: er is in het koninkrijk van de geest nauwelijks een ziel (vrouwelijk) te vinden die ontvankelijk is voor het ware, goede en schone van de geest. Hierdoor vindt het hierosgamos of heilig huwelijk tussen logos en eros, goddelijk geïnspireerde wijsheid en een ontvankelijk begrip van de ziel (nog) niet plaats. De koning en koningin organiseren een bal, in de hoop een bruid voor hun koningszoon te vinden.

Assepoester gaat naar het bal

Wanneer er dus een bal wordt georganiseerd om een geschikte vrouw voor de koningszoon te vinden, en hiervoor alle vrouwen van het koninkrijk worden uitgenodigd, dost de stiefmoeder Anastasia en Drizella zo mooi mogelijk uit. Zij gaat ervan uit dat de prins zich door uiterlijke schoonheid zal laten verleiden.

Assepoester wordt ook uitgenodigd, tot woede van de stiefmoeder en haar dochters. Assepoester moet het zonder avondjurk van Valentino, Chanel of Chloé stellen en besluit niet naar het bal te gaan. Maar, als altijd in sprookjes, wordt het goede beloond. Een zuivere intentie blijkt het boterbriefje te zijn. Gezuiverd door het lijden in de stof, is Assepoester voor haar ware, spirituele aard ontwaakt. Zij ontleent haar eigenwaarde en betekenis niet aan uiterlijkheden, maar aan haar spiritueel innerlijk. En zo verschijnt op het moment suprême de goede fee.

Volgens de wet ‘zo binnen, zo buiten’ trekken wij in de buitenwereld datgene aan wat resoneert met ons innerlijk. De ware aard van Assepoester, die zichzelf gezuiverd heeft van aan de stof gebonden sensaties, emoties en denkbeelden, toont zich in een schitterende avondjurk. Ook verandert de goede fee een pompoen en een stelletje muizen in een snelle koets op paardenkracht!

Dit zijn alle beelden van de transformatieve kracht van de geest. Net als alchemisten het heilige huwelijk tussen innerlijke krachten nastreven, om zo alle tegenstellingen op te lossen en eenheid te ervaren, moet Assepoester lood in goud veranderen om naar het bal te kunnen gaan. Het lood zijn de fysieke zaken als de pompoen, dat eveneens symbool staat voor (innerlijke) duisternis, getuige de pompoenen met Halloween. Door haar innerlijke duisternis te verlichten, transformeert Assepoester haar onbewuste (pompoen) in een koets die, evenals de zegewagen in het Tarotspel, symbool staat voor de naar buiten tredende geestelijke krachten.

Muiltjes: van glas of eekhoornbont?

De bekendste symboliek uit Assepoester zijn natuurlijk haar glazen muiltjes.

Wist je dat deze oorspronkelijk van eekhoornbont waren? Het bont van de betreffende Russische eekhoorn heet in het Frans ‘vair’ en is onder die naam ook in de heraldiek bekend. Waarschijnlijk heeft Perrault dit verkeerd geïnterpreteerd als ‘verre’ of glas. Hierdoor zijn Assepoester’s sloffen van bont in glazen muiltjes veranderd. Toch, beide symbolen hebben betekenis.

De eekhoorn neemt in de Noorse mythologie van de Edda een belangrijke plaats in als de boodschapper van de goden. In deze mythologie wordt de kosmos verbeeld als de levensboom Ygdrasil, waarbij de goden hun woonplaats Walhalla in de kruin hebben, de mensen hun wereld ter hoogte van de stam hebben en de dwergen, symbool voor de lagere natuur, tussen de wortels wonen. De eekhoorn rent langs de stam op en neer, boodschappen uitwisselend tussen boven- en onderwereld.

Glas staat symbool voor de zuiverheid en transparantie van de geestelijke wereld. De glazen muiltjes symboliseren de geestelijke afkomst van Assepoester. Onze voeten verbinden de aarde met de geestelijke wereld. Deze verbinding is vaak  gemankeerd, zoals in de mythe van Oedipus (dat ‘manke voet’ betekent).

Klokslag twaalf

Het spreekt voor zich dat Assepoester het stralende middelpunt is van het bal. De ziel toont haar ware geestelijke schoonheid en straalt, zoals dit ook na onze dood gebeurd. Bij het sterven ontdoen we ons van ons lichaam en alle materiële bezittingen, als doen we een jas uit. Veel mensen investeren vrijwel heel hun leven in het verfraaien van hun jas, maar besteden nauwelijks aandacht aan het veredelen van hun geestelijke natuur.

De fee – beeld van Assepoester’s stralende natuur – heeft echter gewaarschuwd dat om twaalf uur middernacht de betovering wordt verbroken. Zij moet voor die tijd het bal verlaten, wil de prins haar niet in lompen gehuld zien. Assepoester gaat echter zo op in het feest dat zij de tijd vergeet. Wanneer om middernacht de betovering wordt verbroken en zij, het paleis ontvluchtend, haar glazen muiltje verliest, dan laat Assepoester een teken van haar geestelijke aard achter. Zij kan nog niet met de prins trouwen. Hiervoor moet zij eerst nog duisternis of onbewust zijn overwinnen. Maar, het sprookje belooft, dat wanneer zij dit zal doen, de prins of de geestkracht naar Assepoester op zoek zal gaan in de wereld.

Waarom worden betoveringen in sprookjes vaak om twaalf uur verbroken?

De twaalf symboliek is op vele plaatsen terug te vinden: twaalf maanden van een jaarcyclus, twaalf sterrenbeelden van de dierenriem en Jezus en de twaalf apostelen.

De naam ‘Jezus’ is verwant aan het hebreeuwse woord ‘Yesod’, een term uit de Joodse kabbala. Volgens kabbala zijn wij uitstralingen van het goddelijke. God heeft zich volgens de kabbala in tien eigenschappen (‘sefira’ genaamd) gemanifesteerd, waarvan Yesod er een is. ‘Yesod’ betekent fundament en kan worden beschouwd als het ego. In het ego neemt de geest vorm aan. Het leven van Jezus, zoals dat beschreven is in de bijbel, vertelt het verhaal hoe wij ons ego tot een zuivere afspiegeling van het goddelijke kunnen vormen. De mens doorloopt hiervoor twaalf fase van bewustwording – in de bijbel verpersoonlijkt door de twaalf apostelen en in de astrologie voorgesteld als de twaalf tekens van de dierenriem.

Om klokslag twaalf uur heeft Assepoester haar spirituele ontwikkeling voltooid en moet zij, net als Jezus na het laatste avondmaal, de wereld ontvluchten. Jezus laat zichzelf na middernacht verraden om gekruisigd te worden. Dat wil zeggen: om zijn ego aan het kruis van ruimte en tijd achter te laten, zodat zijn essentie – Christus – zich kan verenigen met het goddelijke of geestelijke. In Assepoester wordt de betovering van de geestelijke wereld om twaalf uur verbroken. De ziel is gedurende vele incarnaties door de twaalf sterrenbeelden van de dierenriem getrokken. Elk sterrenbeeld staat voor bepaalde bewustzijnsaspecten die geïntegreerd moeten worden. Wanneer dit is gedaan, om klokslag twaalf uur, vindt een kruisiging plaats. We laten alle ontwikkelde aspecten achter in de wereld en herrijzen in de geest. Vandaar ook dat na de kruisiging van Jezus zijn aardse graf leeg blijkt te zijn. De gesublimeerde geestelijke natuur hoort niet langer in deze aardse natuur thuis.

In het sprookje ontvlucht Assepoester het bal (de aardse natuur), maar verliest één glazen muilje. De prins vindt het muiltje en zweert dat hij de vrouw zal vinden en trouwen aan wie het glazen muiltje toebehoort. Alle meisjes van het land proberen hun voet in het schoentje te wringen. Uiteindelijk past alleen Assepoester de schoen. Zij heeft als enige ziel haar natuur gereinigd in de stof – de as weggepoetst – waardoor zij de verbinding met de geest heeft hersteld.

Zoals het een sprookje betaamt, leefden Assepoester en haar prins nog lang en gelukkig. De twee innerlijke delen – ziel (Assepoester) en geest (prins) – hebben zich verenigd, waardoor de mens zichzelf als geestelijk of geheeld wezen ervaart.

 

© 2019, Sander Videler (www.sandervideler.com)