De weg naar je ware zelf

Nieuws

De cyclus van de ziel

Alle artikelen, Mystiek & gnosis

VERHANDELINGEN OVER DE ZIEL, DEEL 3 - Zoals alles in de kosmos volgens een eigen cyclus functioneert, zo heeft ook de microkosmos van de ziel haar cycli.

Elke cyclus van de ziel is een afspiegeling van de grotere cyclus van de macrokosmos.

Stel je het universum voor als het lichaam, de uiterlijke manifestate, van God. Mystici leren ons dat in het centrum van het universum de geestzon, de kern van de kosmos, pulseert. Deze geestzon, die groter is dan alle andere zonnen in het universum, vomt als het ware de ziel van het universum. Om haar heen draaien de talloze sterrenstelsels hun baan. Elk van de myriaden zonnestelsels binnen elk van de myriaden sterrenstelsels is in haar baan en ritmen afgestemd op de pulsaties van de ene, centrale geestzon.

Zielen die op aarde incarneren zijn allereerst onderworpen aan de cycli van de aarde, die onderworpen is aan de cycli van ons zonnestelsel. Deze is onderworpen aan de cycli van ons sterrenstelsel, welke op haar beurt onderworpen is aan de cycli van de geestzon. Zo is de kringloop van elke ziel ten diepste verbonden met die van de geestzon, het geestelijk centrum van de macrokosmos – zogezegd, de ziel van God.

Opgaan, blinken en verzinken

In de wereld van de manifestaties heeft alles een bepaalde tijdspanne. Alles heeft er een begin en alles komt er ten einde. Zo ook de geestzon. Deze pulseert voor een voor de mens onmetelijk lange tijd, maar op een gegeven moment komt zelf haar kringloop ten einde en daarmee het leven van dit universum. Overigens, er zijn een ontelbaar aantal parallelle universa; elk ervan vormt ‘één versie’ van het goddelijke. Met het verzinken van dit universum, wordt weer een ander universum geboren. Deze cyclus gaat door tot in het oneindige. Dat kan ook niet anders, want wil tijd een manifestatie zijn van de eeuwigheid – één van de attributen van het goddelijke – dan moet de tijd wel de oneindigheid omspannen. Hetzelfde geldt voor de ruimte – het geheel van universa. Wil de ruimte een manifestatie zijn van de oneindigheid, een ander goddelijk attribuut, dan moet de ruimte wel de oneindigheid omspannen. Zo geven een oneindig aantal universa gedurende een oneindig lange tijd expressie aan het goddelijke.

De ziel doet hetzelfde door steeds opnieuw te incarneren, op steeds hogere manifestatieniveaus. Langs de lange weg van reïncarnatie streeft de ziel perfectie na, zodat zij dat wat in haar kern besloten ligt – goddelijke perfectie – op een dag ten toon kan spreiden. Hiermee bootst de ziel de cyclus van de macrokosmos na: het opgaan, blinken en verzinken van de talloze universa.

De eeuwige constante in dit alles is de immanifeste, immanente godsvonk: de geest van God die in alles woont. Zij kan nooit volledig tot uitdrukking gebracht worden. Daarom neemt God een oneindig aantal verschijningsvormen aan, die steeds opnieuw ten einde komen om plaats te maken voor een nieuwe, hogere expressievorm.

Holografisch universum

Nemen we nu één specifieke incarnatie: je huidige leven. Zij is als één kraal aan een onmetelijk lange ketting. De kraal zelf is een hlogram en weerspiegelt alle andere kralen. Neem bijvoorbeeld een ketting met glazen kralen, waarin de beeltenis van elke afzonderlijke kraal door de andere kralen wordt weerspiegeld. Indiërs hebben dit idee uitgewerkt in de metafoor van ‘Indra’s web’, welke het macrokosmisch web representeert van universa, waarbij elk universum een holografische weerspiegeling is van de andere universa. Volgens de hermetische wet ‘zo boven, zo beneden’, gelden de principes van de macrokosmos eveneens op het niveau van de microkosmos. Deze wet is in de voorgaande tekst al verschillende keren uitgewerkt. In dit geval, vormt één incarnatie – je huidige leven – een holografische afspiegeling van alle andere levens. Let wel, zij weerspiegelt niet alleen de verleden levens met hun cumulatieve karme. Je leven nu is tevens een weerspiegeling van je toekomstige levens: mogelijkheden die dan tot bloei komen, worden in dit leven reeds voorbereid, zoals de boer ruim van tevoren zaait, zodat hij op tijd kan oogsten.

Heden, verleden en toekomst zijn één, luidt een mystieke wet. In de oneindige geest van God is er van tijd geen sprake: alles vindt in het oneindige nu plaats. Het menselijk bewustzijn is echter (nog) niet in staat dit oneindige nu te bevatten en ervaart de cirkel van levens als een lineaire lijn, met verleden en toekomstige levens en het huidige leven als de overgang van het verleden naar de toekomst. Dit is in zekere zin het product van de menselijke verbeelding, want in werkelijkheid is een deel van de ziel op dit moment geïncarneerd als je toekomstig zelf in een ander leven. Vanuit het oogpunt van je huidige leven ligt dit leven in de toekomst, maar in wezen bestaat zij, tegelijkertijd met alle andere levens, tegelijkertijd in het eeuwige nu. Belangrijk is te beseffen dat omstandigheden in dit leven niet alleen het verleden, maar eveneens toekomstige mogelijkheden weerspiegelen. In zekere zin kan het leven nu opgevat worden als een afrekening met het verleden en een vooruitbetaling op de toekomst. Zo komt het dat dit ene leven nu alle zogenaamde ‘verleden’ en ‘toekomstige’ cycli vervat in haar eigen omloop.

Binnen de omloop van dit leven heeft de ziel een bepaald aantal karmische thema’s meegenomen die via de levensomstandigheden tot uiting komen. Zoals gezegd, heeft de ziel hierbij niet alleen naar het verleden ‘gekeken’, maar eveneens haar blik op de toekomst gericht. Vanuit de geest bekeken is er geen tijd en wordt alles als in een 360°perspectief in één keer overzien. Voor en na het leven heeft de ziel de mogelijkheid tot een dergelijke kaleidoscopische visie. Zij heeft dan de kans om de betekenis van het huidige leven, dat als één facet van de totale diamant oplicht, te bevatten.

Geboorte en dood

Elk leven heeft een exact bepaald begin en einde. De complexe matrix van de ziel, inclusief haar karmische mogelijkheden en beperkingen, kan alleen binnen één bepaald tijdsgewricht ingepast worden binnen de collectieve matrix van het gezin, de familie, de regio, het land en de aarde, waarvan de collectieve matrix op elk specifiek moment eveneens op een heel bepaalde manier resoneert met de karmische mogelijkheden en beperkingen van het zonnestelsel, het sterrenstelsel en het universum.

Stel je de vele, in feite, oneindig aantal cycli voor als de ringen rondom Saturnus, maar dan alle een eigen richting opdraaiend, door elkaar elkaar in, in een uiterst complexe symfonie. Er is één bepaald moment waarop al deze verschillende cycli, die door elkaar en langs elkaar heen roteren, elkaar op een heel specifieke wijze kruisen, waardoor zich een heel specifieke constellatie van mogelijkheden voordoet. Deze unieke constellatie van mogelijkheden spiegelt zich af in de evolutionaire mogelijkheden van één ziel, die op dat moment door de ontstane ‘window of opportunity’ stapt en incarneert. Astrologen geven deze heel specifieke ‘window of opportunity’ vorm in een geboortehoroscoop, waarin het samenspel van sterrenbeelden, planeten en andere sterren de karmische imprint – positief en negatief – weergeven. Een geboortehoroscoop vormt een heel kleine uitsnede van het samenspel van constellaties in het heelal, die de betreffende ziel op het lijf zijn geschreven. Zouden het bewustzijn en de geesteswetenschappen van de mens op dit moment nog verder reiken, dan zouden we in staat zijn te zien, dat de (on)mogelijkheden van de geboortehoroscoop zich op dat ene, specifieke moment in heel het universum, op alle niveaus van bewustzijn, weerspiegelden. Immers, in een hlografisch universum, bestaand in de oneindige geest van God, is alles met alles verbonden. Het is alsof de ziel in een spiegelpaleis staat en haar beeltenis tot in het oneindige in het universum weerspiegeld ziet, totdat zij tot slot weerkaatst wordt in een aspect van de geestzon, de ziel van God, waarmee elke ziel intrinsiek is verbonden.

Eenmaal geboren op aarde zullen de kosmische imprint (constellaties van sterren en planeten), die de karmische imprint in de ziel vormen, zich doen gelden in cycli, die samen de evolutie van de ziel in dit leven vormgeven. In de kleine omwenteling van de ziel hier op aarde, vinden de sterren en planeten hun eigen rondgang terug, waardoor de ziel niet alleen uiting geeft aan de eigen levensmogelijkheden, maar tevens aan de mogelijkheden van bestaan zoals deze door de andere hemellichamen worden uitgebeeld. Iemand die in zijn geboortehoroscoop bijvoorbeeld een sterke invloed van Saturnus heeft, zal in het ervaren van beperkingen niet alleen de eigen noodzakelijke, karmische contractie(s) ervaren, maar evens de contractie van het hemelwezen Saturnus, die uiteraard geen dode planeet is, maar de belichaming is van een bezielde entiteit.

De mens als hemellichaam, volgt niet alleen de wetten van zijn karma, zoals weerspiegeld in de baan van de hemellichamen, maar hij wordt natuurlijk ook door aardse wetten geregeerd. Deze werken vanaf de geboorte op zo’n wijze in op het lichaam van de ziel, dat deze (de ziel) op het moment dat zich opnieuw een ‘window of opportunity’ aan het firmament aftekent, het lichaam verlaat. De dood vormt als het ware een omgekeerde geboorte. Door te sterven worden we, met de dan gecrëerde matrix van (on)mogelijkheden, in een leven na de dood herboren. In de geboorte ligt de dood dus reeds besloten. Niet slechts als een biologisch gegeven, maar ook als een bespiegeling van de reikwijdte van de ziel’s mogelijkheden in dit leven. Wanneer de ziel deze mogelijkheden heeft uitgeput, zullen lichaam en persoonlijkheid sterven in de armen van de tijd en zal de ziel door de dood in een nieuw leven geïnitieerd worden.

Geboorte en dood vormen de twee uiteinden waarbinnen de cyclus van dit leven is bepaald. Binnen deze cyclus liggen uiteraard weer talloze andere cycli besloten, die zich in de gedaanten van zeer verschillende numerieke en numerologische waarden voordoen. Bij de laatste – numerologische waarden – drukken de jaartallen een voor de evolutie van de ziel (symbolische) betekenis uit.

Zeven is bijvoorbeeld een getal van volheid (de schepping werd in zeven dagen voltooid) en wordt door antroposofen gezien als een sleutelgetal in de omgang van de ziel tijdens één leven. Elke zeven jaar breekt voor de ziel een nieuwe cyclus aan, zoals bijvoorbeeld weerspiegeld in de eerste zeven kinderjaren, de daaropvolgende jaren die min of meer gelijk lopen met de lagere school, de jaren van jong volwassene tot 21 jaar, etc. Maar je kunt in het leven ook andere cycli herkennen, van bijvoorbeeld 13, 12, 10, 9, 6, 4 en 3 jaar. En natuurlijk de jaarcyclus.

Tot slot is het natuurlijk ook zo dat de cycli binnen één leven interacteren met de cycli binnen het familiesysteem, welke ook volgens karmische en biologische wetten wordt geleid in het opgaan, blinken en verzinken. Omdat een familie vervolgens weer deel uitmaakt van steeds grotere organisaties, die als concentrische cirkels rondom het individu en het familiesysteem liggen, worden de omloop van ziel en familie eveneens begeleid door de omwentelingen in deze andere systemen.

 

© Sander Videler, 2018