De weg naar je ware zelf

Nieuws

De ijskoningin

Alle artikelen, Boeken & films, Mythen & sprookjes

Lang heb ik het niet gedurfd om over de boze heks in het Noorden te schrijven.

Ze woont op de Noordpool, in het land waar het altijd vriest en het eeuwig wit is. Het lijkt er rustig en mooi, maar het is schijn. Wie de trilogie ‘His dark materials’ van Philip Pullman heeft gelezen (of de film ‘The Golden Compass’ heeft gezien), weet dat in het hoge noorden een vreselijk geheim huist. Er worden zieke kinderen verborgen op wie de ijskoningin experimenten uitvoert.

Het lijkt op het eerste gezicht misschien ver gezocht, maar in veel sprookjes en mythen rondom de ijs- of sneeuwkoningin, spelen zieke, zwakke kinderen een rol. In ‘De Kronieken van Narnia’, een zevendelige kinderboekenserie van C.S. Lewis, wordt een van de kinderen, Edmund, gevangen genomen door Jadis, de witte heks. Zij heeft de onderbewuste wereld Narnia in haar ijzige greep – het is er altijd winter en het wordt er nooit meer kerstmis. In symbolische taal wordt hier over een psychische toestand verhaald waarin het gevoel (water) bevroren is (sneeuw en ijs). Vaak is dit gevoelsdeel al vanaf de kindertijd bevroren. Dat wil zeggen: terwijl de rest van de persoonlijkheid zich in de loop der jaren ontwikkeld heeft, is een deel ervan bevroren geraakt. In dit bevroren gevoelsdeel zijn we nog steeds een kind: bang, afgesloten van bepaalde gevoelens. De ijskoningin zelf is een ander deel van de persoonlijkheid dat het innerlijk kind gevangen houdt. Vaak echter hebben we deze ijskoningin in eerste instantie in een belangrijke persoon buiten ons ervaren, bijvoorbeeld in de ouders.

In een winterland waar het nooit meer kerstmis is, is alle hoop vervlogen. Kerst is de viering van de winterzonnewende: op het moment dat de tijd het donkerst is en de dagen het kortst, verschijnt het licht. Het wordt eerder licht, waardoor in de bevroren aarde de kiemkracht weer aangewakkerd wordt. Maar in een land zonder kerst is alles doods bevroren. Het is nog net niet dood. De levensimpuls is er nog, maar zij is ingekapseld in een laag ijs, bedekt door sneeuw.

De Sneeuwkoningin

In ‘De Sneeuwkoningin’, het sprookje van Hans Christian Andersen, vinden we nog een aantal aanwijzingen voor wat hier aan de hand is.

Het verhaal begint met de duivel in de vorm van een boze trol die een magische spiegel heeft gecreëerd. Deze spiegel weerspiegelt alle slechte en lelijke dingen, maar niet wat goed en mooi is. De duivel en zijn metgezellen gaan met de toverspiegel over de aarde, waardoor zelfs de mooiste landschappen stinkende moerassen toeschijnen. Dan krijgen ze het idee om de spiegel naar de hemel te brengen, om zo God en de engelen in de schaduw te doen verdwijnen. Tijdens de vlucht naar boven, valt de spiegel op aarde, waar ze in splinters breekt, die in de ogen en harten van de mensen komen. Hierdoor bevriezen de harten van de mensen en veranderen hun ogen in trollenogen, waardoor ook zij alles als slecht zien. Ook Kai, een jongetje, wordt getroffen door de splinters.

Het buurmeisje van Kai, Gerda, is verliefd op hem en Kai en Gerda spelen vaak samen.

In de winter, Kai is dan veranderd in een baldadige, gemene jongen, gaat Kai sleeën en ontmoet hij de Sneeuwkoningin met haar prachtige slee. Zij ontvoert Kai naar Spitsbergen. Door de splinters in zijn hart en ogen vergeet hij zijn familie en Gerda.

Gerda gaat op zoek naar Kai. Onderweg wordt ze gevangen genomen door een roversbende. Een van de roversmeisjes heeft Kai met de Sneeuwkoningin richting Lapland zien reizen. Zij bevrijdt Gerda die, gezeten op een rendier, naar het Noorden reist. Onderweg bezoekt ze een oude, wijze vrouw die Gerda vertelt dat zij met de zuiverheid van haar hart Kai kan redden. In het paleis van de Sneeuwkoningin treft Gerda Kai aan gezeten op een bevroren meer. Het ijs vormt de vloer van de troonzaal,  waar de Sneeuwkoningin zetelt. De zaal heet ‘Spiegel van de Rede’. Op de ijskoude vloer zit Kai, die van de Sneeuwkoningin de opdracht heeft om met stukjes ijs het woord ‘eeuwigheid’ op de vloer te spellen. Als Gerda binnenkomt en huilend van blijdschap Kai omhelst, ontdooit zijn hart. De splinter valt eruit en Kai ziet de wereld weer zoals deze is. Ook Kai huilt, waardoor de splinter uit zijn oog valt. De twee kinderen dansen van vreugde en alle splinters van ijs dansen met hen mee, al dansend het woord ‘eeuwigheid’ vormend. De kinderen verlaten het paleis van de Sneeuwkoningin en keren terug naar de wereld, waar het inmiddels zomer is geworden.

De verbanning van Kaïn

Het oorspronkelijk sprookje is doorspekt met christelijke symboliek, waar ik verder niet op in ga. Wel valt de gelijkenis op met de Bijbelse figuur Kaïn. Net als Kai in het sprookje, wordt Kaïn verbannen. Dit gebeurt als straf van God, nadat Kaïn zijn broer Abel heeft vermoord.

Abel was schaapherder en Kaïn was landbouwer. Kaïn was jaloers op Abel, omdat het offer van zijn broer God wel welgevallig was, maar het offer van Kaïn niet. In symbolische termen wordt hier beschreven hoe het verstand – de spiegel van de rede – het in het bewustzijn voor het zeggen kreeg.

Een schaapherder migreert, samen met zijn kudde, mee met de seizoenswisselingen in de natuur. Hiermee staat Abel symbool voor de mens die zich nog laat leiden door zijn gevoel, een cyclisch natuurverschijnsel. Een landbouwer daarentegen vestigt zich op één plek en onderwerpt de natuur aan hem. Dit gebeurde toen de mens over zichzelf na begon te denken, waardoor hij een zelfbeeld of ik vormde, dat hij tot centrum van zijn wereld maakte. Kaïn of Kai staan dus symbool voor de mens die door het verstand overheerst wordt en zo zijn ego als centrum van de wereld maakt. De Sneeuwkoningin vormt in dit beeld het summum van de verstandsmens. De mens die zichzelf in de spiegel van de rede reflecteert door voortdurend over zichzelf en de wereld na te denken en zo het cyclische gevoelsleven kapot redeneert – in splinters uiteen denkt. De Sneeuwkoningin doet dit omdat zij door zelfreflectie in de spiegel van de rede een permanent ego hoopt te vestigen. Een ik dat gescheiden van de wereld bestaat, zodat de mens niet langer onderhevig is aan de cycli van de natuur.

De huidige verstandsmens met zijn bevroren hart heeft de lineair denkende rede tot zijn godheid verheven. Technologie geeft uitdrukking aan de verloren gegane gevoelsbinding met onszelf en de aarde. Het verstand is als de donkere toverspiegel van de duivel (oorspronkelijk een trol). Een mens die bevangen is door ijskoude rede, reflecteert op zichzelf en de wereld zondr gevoel. Het weerloze gevoel of de natuur dat voor het verstand van geen waarde is, wordt verbannen, een ontzielde wereld achterlatend.

De poolwind die door het ijspaleis waait

Kaïn en de Sneeuwkoningin worden geregeerd door het harde, kille verstand. Wie zich laten leiden door het verstand, onderwerpt zichzelf en zijn omgeving voortdurend aan analyse, hiermee afstand creërend tussen hemzelf en het object van zijn studie. Mensen worden in de rede van de ijskoningin tot dingen gereduceerd. Vandaar ook dat ijskoninginnen kinderen ontvoeren. Zij nemen het (innerlijk) kind, dat nog met zijn gevoel verbonden is, in hun bezit en met hun rede bevriezen ze het gevoel. In het sprookje van Andersen zien we waarom.

De Sneeuwkoningin is bang voor de dood en zoekt naar een manier om eeuwigheidswaarde te krijgen. De rede lijkt haar dit te geven, want met het verstand kunnen we ogenschijnlijk de tijd beheersen. Door na te denken over het verleden en vooruit te denken in de toekomst, lijkt het alsof we oppermachtig zijn over leven en dood. Door toekomstscenario’s te analyseren en hierop in te spelen, willen we ons kwetsbare ego redden van de tanden van de tijd. In ons denken zijn we bovendien alleenheerser. Ook al voelen we ons afgewezen, verlaten of minderwaardig; via ons denken kunnen we alternatieve ‘werkelijkheden’ creëren: luchtspiegelingen – ijskoud – waarin we als held bestaan, geliefd en bewonderd door anderen. In ons denken lijkt de dood ons niet te kunnen treffen. Maar juist de overmatige rede, denkt de gevoels- of belevingswereld, die organisch en heel is, dood. In het ijspaleis dat de Sneeuwkoningin voor de vooronderstelde almacht van haar ego opricht heerst de dood. De wanden van ijs ademen kou en op de spiegelgladde vloeren van de rede kun je niet staan. Je breekt er je benen; het contact met je / de natuur. Het is er bovendien doodstil; alle leven is er bevroren.

Angels in America

Ook in het hypermaterialistische Amerika van de jaren ’80 waaide een poolwind.

In de miniserie ‘Angels in America’, over de begindagen van de aidsepidemie, speelt Harper – een depressieve huisvrouw, wiens man Joe een in-de-kast homo is. Harper is verslaafd aan pillen. Valium, Lexapro, Lorazepam, Oxazepam, Diazepam. Net als Kai heeft Harper een splinter in haar hart. Niet de depressie is de splinter, maar de pillen, die haar bewustzijn in een ijskoude splinter samentrekken.

Door pillen te slikken voelt Harper geen angst of eenzaamheid meer. Ze voelt helemaal niets meer. In de serie zien we dit prachtig verbeeld. Telkens als Harper pillen slikt, slipt ze weg in een hallucinerende roes en denkt ze dat ze door de ijskast heen het poolgebied binnenstapt.

Psychofarmaca zijn de splinters of ijskristallen van deze tijd. Ze worden voorgeschreven door ijskoningen: psychiaters en klinische psychologen die de mens verstandelijk reduceren tot een object dat ijskoud en glashard gediagnosticeerd kan worden. De bijbel van de ijskoning(in) is de DSM: ‘the Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders’. Hierin wordt zelfs niet meer gesproken van ‘psychische’ aandoeningen, maar van ‘mentale’. De geest (‘geestesstoornissen’) is er gereduceerd tot een mentale toestand in plaats van een religieuze verbinding met het numineuze. Wie in de spiegel van de rede naar de mens kijkt ontzielt de mens. De DSM reduceert mensen tot machines: karikaturen van het levende leven, bezien door het verstand.

De belevingswereld van de ijskoning(in) is gereduceerd tot een spiegelglad mentaal vlak. De kille, analytische blik van het verstand reduceert het organisch levende tot splinters, alles dood redenerend. Mentale bespiegelingen lijken mooi, maar zijn glashard. In de wereld van de ijskoning is er geen plaats voor liefde, empathie of een ander gevoel. Want gevoel ontdooit. Gevoel gaat uit van verbinding. Met mensen voor wie ik iets voel ben ik verbonden. Ook als het een binding is in haat. Maar mensen van wie ik alleen iets denk, zijn als rondzwevende splinters in een leeg universum.

Psychofarmaca hebben de neiging een zelfde effect te hebben op mensen. Ze onderdrukken het gevoel, waardoor het leven zich uit de belevingswereld terugtrekt – een Arctisch gebied achterlatend.

Spitsbergen, de verblijfplaats van de Sneeuwkoningin en de gevangenis van Kai, is zeker mooi. Witte gletsjers rollen hun tongen van ijs uit in het koude, donkere water, waarin glazig blauwe ijsbergen drijven. Maar dit is niet de natuurlijke habitat van de mens. In de vrieskou van het verstand kristalliseren gevoelens uit tot harde splinters, die zich vastzetten in het hart. Alleen de zoute, warme tranen van Gerda kunnen het hart ontdooien.

De muur

Ook in ‘Angels of America’ speelt een ijskoningin de hoofdrol. In de rol van een oerstrenge, ijzige mormoonse vrouw speelt Meryl Streep de moeder van Joe. Pas als de ijskoningin in de spiegel van Harper met haar eigen kou geconfronteerd wordt, kan zij haar gevoel weer toelaten en ontdooit zij.

In de kern is de ijskoningin een gevoelsmens. Gevoel wordt vaak gesymboliseerd door water dat, net als gevoelens en emoties, vervloeiend is. Gevoelens kunnen ons overspoelen, waardoor we bang zijn erin te verdwijnen. In de kern is de ijskoningin bang zichzelf te verliezen in de redeloosheid van haar gevoel. Om het overspoelende gevoel te lijf te gaan, richt zij muren van verstand op.

In een andere TV-serie, ‘Game of Thrones’, is ‘The Wall’ een muur van ijzig steen. Achter deze muur begint het desolate poolgebied, waar de ‘White Walkers’ – demonen – onder het ijs hun winterslaap houden. Mannen die hun leven lang celibatair blijven, moeten het land achter ‘The Wall’ verdedigen, voor het geval deze ijzige demonen uit hun slaap worden gewekt. Dan breekt de hel uit.

De ijskoningin probeert haar eigen demonen te temmen door ze met een muur van analytisch ijs te omringen. Ingekapseld in een denkbeeld, probeert zij het gevoel te neutraliseren. Ooit zag ze rood van woede, groen van haat en zwart van droefenis, maar ze kon deze innerlijke demonen niet langer verdragen en heeft ze vastgezet achter een muur van ijskoude rationalisaties en kil, berekenend gedrag. Met pillen heeft ze haar gevoelswereld in een winterslaap ondergedompeld. Maar ze moet continu de wacht houden bij de muur. Het verstand moet dag en nacht blijven werken en machinaal moet zij zich houden aan het pillenprotocol. De demonen van het gesmoorde, vaak pijnlijke gevoel mogen niet uit hun winterslaap worden gewekt.

Het hart als gouden kompas

In de trilogie ‘His dark materials’ van Philip Pullman speelt eveneens een ijskoningin de hoofdrol: Mevrouw Coulter, leider van de ‘lokkers’ of kinderrovers (merk de gelijkenis op met het sprookje van de Sneeuwkoningin). In dit verhaal worden kinderen naar de Noordpool ontvoerd, waar volwassenen experimenten op de kinderen uitvoeren.

In sprookjes en verhalen rondom de ijskoningin valt telkens hetzelfde motief op: kinderen die in de greep zijn van een vrouw – anima – van ijs. Symbolisch gaat het hier om het gevoelsleven (vrouwelijk) dat in de kindertijd bevroren is geraakt.

Bevriezing van het gevoel is een manier van de psyche om een (te) pijnlijk gevoel tijdelijk in te kapselen in een laagje ijs.

In de psychologie kennen we drie verdedigingsmechanismen: manieren om pijnlijke, traumatische gevoelens af te weren: vechten (‘fight’), vluchten (‘flight’) of bevriezen (‘freeze’). Wanneer vechten tegen het gevoel of het gevoel ontvluchten niet meer werkt, blijft bevriezing als enige afweer over.

Verstand bevriest het gevoel. Het verstand omhult het gevoel, zodat we de pijn ervan niet hoeven te beleven. In plaats hiervan hebben we deze ‘weg geredeneerd’ of zelfs gedissocieerd, waardoor het oorspronkelijke gevoel van het egobewustzijn is afgesneden. Hierdoor is het gevoel zelf, en vaak de eraan gerelateerde traumatische gebeurtenis, niet meer beleefbaar. Het wordt vergeten, raakt ondergesneeuwd. In beide gevallen – rationalisatie en dissociatie van het gevoel – komt de mens in een mentale wereld van abstracties terecht. Het is er ijzig koud, want zonder beleving van gevoel is er geen warmte of ervaren binding met de eigen kern. Dit is het innerlijk kind dat als het ware is afgesneden (ontvoerd) en dat verwond op de Noordpool ligt.

In ‘His dark materials’ trekt Lyra naar het hoge noorden om een van haar ontvoerde vrienden te redden. (Vergelijk Gerda die op zoek gaat naar Kai.) Om de weg te vinden maakt ze gebruik van een zogenoemde ‘alethiometer’ of een ‘waarheidsmeter’ – een gouden kompas, voorzien van symbolen. Alleen door op de waarheid van haar hart af te gaan, kan zij de weg naar het verwonde, innerlijke kind vinden. De waarheidsmeter reageert namelijk alleen op de waarheid en wijst dan een symbool aan, dat een aanwijzing vormt op haar weg. Lyra kan op haar hart vertrouwen, want zij heeft nog geen splinters in haar hart, waardoor ze zich door haar gevoel kan laten leiden.

Anders dan verstandelijke redenaties, die het product zijn van dialetische zelfreflectie, is het gevoel verbonden met het geheel. Het verstand heeft betrekking op het ik – het product van zelfreflectie. De gevoelswereld delen we met de rest natuur (dieren hebben ook gevoel), waar alles met alles is verbonden. Door dus op de waarheid van het hart – het zuivere gevoel of intuïtie – te vertrouwen, gaan we de weg naar heelwording.

Het hart is onze waarheidsmeter, niet het verstand van de ijskoningin! Als deel van een groter, energetisch collectief – Jung sprak van een collectief of kosmisch bewustzijn – krijgen we voortdurend boodschappen aangereikt die ons helpen heel te worden. Deze informatie komt in de vorm van symbolen, want de reikwijdte van de belevingswereld  is niet in zoiets logisch als taal of een getal te vervatten, de concrete producten van het verstand. Alleen het hart kan de symbooltaal van de ziel bevatten. Het hart is ons gouden kompas. Door ons hart te volgen, komen we in contact met de bevroren gevoelens uit de kindertijd en kunnen we innerlijk ontdooien.

Contact met de kern en het collectief

Wanneer onze kern ontdooit, komen we tevens in een bewust contact met het collectief. Onze geestelijke kern is als een druppel in de oceaan. Ze is tegelijkertijd een deel van geest en zij is de geest. We kunnen ons onderdeel van het groter geheel niet verliezen, het is wie we zijn. Echter, als onze gevoelskern bevroren of gedissocieerd is, dan kunnen we onze essentie niet voelen en ervaren we niet dat we deel zijn van een groter geheel.

De ijskoningin kan haar kern niet voelen, waardoor ze ook de kern van de ander niet kan invoelen. Hierdoor is ze tot kille en berekenende acties in staat.

In de TV-serie ‘Damages’ speelt Glenn Close de ijskoude advocate Patty Hewes. Het decor waarin de serie zich afspeelt is onmiskenbaar dat van de ijskoningin. Veel glas, wolkenkrabbers (de ijskoningin gaat uit het contact door zich boven anderen te verheffen) en een cleane, technologische ‘look and feel’. Patty Hewes is zelf zo koel, dat ze bijna sereen overkomt. Maar onder haar semi zen-uitstraling en dito outfits schuilt een keiharde en berekende vrouw. Ook in deze serie is het (innerlijk) kind verwond. Patty Hewes heeft in haar jonge jaren geboorte gegeven aan een dood meisje. In plaats van het trauma te verwerken, is zij aan haar niets en niemand ontziende opmars als topadvocate begonnen. Een ijzig hart is egoïstisch, omdat zij de warmte van de omgeving en de goed bedoelende intelligentie van het collectief bewustzijn niet kan ervaren.

Nog niet.

Scherven

Het is de vrieskou, tot slot, die zich tegen de mens zelf keert. Wanneer ons gevoelsleven zo bevroren raakt, dat we van de innerlijke kou bijna doodvriezen, komen we tot inkeer. Het is alsof ons gevoelsleven zo sterk bevriest dat zij in stukken slaat en de scherven in ons hart snijden. Het hart gaat bloeden en we huilen van pijn. De zoute, warme tranen doen het ijs verder smelten, waardoor het gevoel weer gaat stromen. Gevoel dat stroomt uit zich in emoties, in tegenstelling tot het verstilde gevoel dat door het statische verstand wordt beheerst.

Door het ijs te breken, maakt de ijskoningin weer contact met zichzelf en de omgeving. Het verwonde, innerlijk kind wordt achter de muur van ijs bevrijd. Door contact te maken met de eigen kern, kunnen we ook weer contact maken met het collectief, waarin de kernen van anderen besloten liggen. Het is alsof de glaswand die de ijskoningin tussen haar kern en de wereld geplaatst had in scherven uiteen valt. De innerlijke en uiterlijke binding wordt vrij gemaakt. Het gevoelsleven van het kind ontdooit. Hierdoor gaat het stromen, wat zich in de vorm van emoties uit. Ook het leven zelf gaat weer stromen, als we onze kern bevrijd hebben van haar ijsschaal, waardoor zij weer energetisch kan gaan samenwerken met het collectief bewustzijn. Zo komen nieuwe mensen op ons pad en stromen nieuwe mogelijkheden ons leven in.

Tot slot. Technologie is het mentale communicatiemiddel waarmee de ijskoningin de afstand tussen haarzelf en de omgeving overbrugt. Het is tekenend dat we steeds meer contact leggen via technologie: iPhones en iPads met hun gladde, glazen schermen en koele materialen, komen steeds vaker tussen ons en de wereld te staan. Het scherm is de muur. Op internet regeert de ijskoningin. Ik heb aan de Kerstman een iPad gevraagd. Maar ik heb me bedacht. Ik hoop dat de goede man op zijn sleerit vanuit de Noordpool mijn iPad verliest, het glazen scherm van de al te cleane Apple in scherven brekend.

 

© Sander Videler, 2021 (www.sandervideler.com