De weg naar je ware zelf

Nieuws

Voice dialogue: subpersoonlijkheden in gesprek

Alle artikelen, Dieptepsychologie, Therapie

Je bent voortdurend met jezelf in gesprek.

Een dialoog kan alleen gevoerd worden tussen delen. De innerlijke dialoog vind plaats tussen afgesplitste delen van jezelf. Het gesprek dat deze subpersoonlijkheden voeren vertelt je alles over jezelf. Als je denkt dat je het ego bent, dan zal in jouw innerlijk een gesprek gevoerd worden over je mislukkingen en tekortkomingen. Als je toegang hebt tot je hoger zelf, dan zal de innerlijke dialoog liefde en optimisme reflecteren.

Het probleem met de innerlijke dialoog is drievoudig.

Ten eerste, veel mensen zijn zich nauwelijks bewust van hun innerlijke dialoog. Dit, ondanks dat ze vanaf hun geboorte vergezeld zijn door een stem die op elk moment van de dag tegen hen praat.

Ten tweede, de innerlijke dialoog die in je denkgeest gevoerd wordt bestaat in feite uit verschillende dialogen, die tegelijkertijd door verschillende gesprekspartners gevoerd worden. Als we ons al bewust zijn van de dominante gesprekspartner en de dingen waarvan ons dagbewustzijn spreekt, we zijn ons zelden bewust van de gedachten- en gevoelsuitwisselingen die in de dieper verborgen delen van ons bewustzijn plaats vinden.

Ten derde, alle dialogen samen geven vorm aan je bewustzijn, en deze geeft op zijn beurt vorm aan jouw uiterlijke leven. Je onbewustzijn van de dialogen die in je wezen gevoerd worden, maakt je onmachtig om de vormgeving van je leven in eigen hand te nemen. Vaak hebben mensen het gevoel dat ze getroffen worden door omstandigheden van buitenaf. Maar, zoals om-standers alleen rondom een schouwspel kunnen staan, kunnen om-standigheden zich alleen rondom een bewustzijnskracht vormen. En die bewustzijnskracht ben jezelf. Door naar jezelf te leren luisteren, word je je bewust van de levensomstandigheden die in je bewustzijn aan de maak zijn en kun je bewust ingrijpen in het steeds voortgaande scheppingsproces dat zich in jezelf afspeelt.

Subpersoonlijkheden

Een dialoog wordt gevoerd door twee of meer gesprekspartners. De aard van de dialoog is volledig afhankelijk van de aard van de geprekspartners. Zoals gezegd, het ego voert een andere dialoog dan het hoger zelf. Maar, tegen wie praat het ego of hoger zelf? Tegen je dagbewuste ‘ik’. Dit deel van de denkgeest staat tussen het ego en het hoger zelf in en kiest voortdurend naar welke van de twee hij zijn aandacht zal richten. ‘Een Cursus in Wonderen’ omschrijft deze neutrale gesprekspartner als de ‘beslisser’.

De beslisser omvat je aandacht of psychische energie en bepaalt in welke richting deze gaat: licht of duisternis, liefde of angst? De tweede gesprekspartner bestaat in feite uit meer dan één ‘persoonlijkheid’. Hij of zij is opgebouwd uit een unieke verzameling individuele subpersoonlijkheden. De meeste mensen hebben twaalf of meer subpersoonlijkheden, welke deels tot het ego en deels tot het hoger zelf behoren. Als het bewustzijn sterk door het ego wordt bepaald, zijn de meeste subpersoonlijkheden gemanifesteerde afsplitsingen van het ego. In ontwaakte mensen hebben de delen van het hoger zelf de overhand.

Een subpersoonlijkheid is een afgesplitst deel van het bewustzijn met een eigen persoonlijkheidsstructuur en gedragskenmerken. De psychologie spreekt in dit geval ook wel van ‘complexen’ of een samenbundeling van ideeën en gevoelens die het denken, voelen en handelen van de persoonlijkheid beïnvloeden. Het feit dat het om afgesplitste delen bewustzijn gaat geeft aan dat er iets bijzonders aan de hand is. Een gezonde denkgeest wordt gekenmerkt door de integratie van het ego en het hoger zelf. Wanneer beide delen afzonderlijk en ten opzichte van elkaar gespleten zijn, dan wil dit zeggen dat het dagbewustzijn de afgesplitste delen niet onder ogen wilt zien. Afsplitsing is altijd een uiting van het ego en nooit van het hoger zelf. De afgesplitste delen ego en hoger zelf worden dus vanuit de positie van het ego verworpen. Zo kan het zijn dat er zich binnen het egobewustzijn pijnlijke ervaringen bevinden, die het het liefst zo snel mogelijk wilt vergeten. Het hoger zelf zou in dit geval de ervaringen in het licht van het bewustzijn brengen, waar ze geheeld worden en zo de oude, negatieve energie oplossen in de kracht van liefde. Maar, omdat het ego niet over de kracht van liefde beschikt, probeert het dergelijke bewustzijnsinhouden onder het oppervlakte van het bewustzijn te drukken, waar ze in de duistere diepten van het onbewustzijn in vergetelheid wegzakken. Maar, in plaats van dat dit de oorspronkelijke energie oplost, veranderd ze hierdoor in een steeds sterkere onbewuste kracht die als een magneet overeenkomstige bewustzijnsinhouden naar zich toezuigt. Zo kan het gebeuren dat zich na verloop van tijd rondom één enkele ervaring een complex netwerk van associaties ontwikkelt waaruit een subpersoonlijkheid ontstaat. Vaak ook ontstaan subpersoonlijkheden uit bestaande, negatief beoordeelde persoonlijkheidskenmerken. Doordat deze zijden van de persoonlijkheid genegeerd worden, hebben ze geen deel aan de verdere ontwikkeling van het bewustzijn, waardoor ze als het ware ‘achterop’ de rest van de persoonlijkheid raken. Zo blijven delen van de persoonlijkheid in een infantiele ontwikkelingsfase steken en verstoren ze de dagbewuste persoonlijkheid in zijn gezonde expressie van behoeften en gevoelens.

De subpersoonlijkheden bevinden zich vaak in verschillende fasen van ontwikkeling. Ken Wilber onderscheidt verschillende niveaus van bewustzijnsgroei: archaïsch, magisch, mythisch, rationeel en holistisch. Een archaïsche bewustzijnstoestand wordt gekenmerkt door een zwak gedefinieerd zelfbewustzijn, waardoor iemand niet in staat is om de grenzen van zijn ego aan te geven. Animisme, of het projecteren van de eigen ziel is hier een voorbeeld van. Het magisch bewustzijn beschouwt het eigen ego als middelpunt van de kosmos. Het ego is in dit geval zeer gevoelig van inflatie, wat zich bijvoorbeeld uit in de overtuiging dat je de hoofdrol speelt in een wereld die op magische om jouw persoon draait. Mytisch bewustzijn is sociocentrisch gericht. Het ego ziet zich nu als onderdeel van een speciale familie, welke belangrijker is dan andere groepen. Veel godsdienstigen denken bijvoorbeeld dat alleen hun God de ware is – een geloof dat ze kracht bij zetten door de creatie van speciale mythen. Het rationeel bewustzijn is het concreet-letterlijke denken van het mytisch bewustzijn ontstegen, maar is nog niet in staat om boven de grenzen van zijn eigen formele logicasystemen uit te stijgen. Dit is het stadium waarin het collectieve bewustzijn van de mens zich momentteel bevindt. We hebben magisch en mythisch bijgeloof ingeruild voor het empirisch materialisme, dat echter niet in staat is om dat wat het ziet te verbinden met de mogelijkheden die bestaan in dat wat niet gezien wordt. Hiervoor is het noodzakelijk dat we evolueren naar een holistisch bewustzijn, dat vanuit de ziel opereert en in staat is om alle processen van de kosmos op een eenduidige wijze te verklaren.

Naast het bewustzijnsniveau, is de kracht van de subpersoonlijkheid van belang voor de invloed op het bewustzijn. Een zwak ontwikkeld subpersoonlijkheid dat vlak onder het dagbewustzijn sluimert, heeft geen duidelijke karakterstructuur en een zwakke invloed op het bewustzijn. Geëvolueerde subpersoonlijkheden hebben een gedetailleerde, complexe aard en gedragen zich vaak als dubbelgangers van de bewuste persoonlijkheid. Ze eisen voortdurend de aandacht op en, wanneer zij door een situatie of signaal geactiveerd worden, nemen ze de overhand. Bewustzijn dat door de werking van krachtige subpersoonlijkheden sterk gefragmenteerd is uit zich in de schizofrene en borderline persoonlijkheid. In dit geval is de eenheid in denken en voelen verloren gegaan, waardoor neuroses en psychoses ontstaan.

Elke subpersoonlijkheid ontwikkelt zijn eigen geloofssysteem dat dienst doet als een catalysator van de werkelijkheid. De betreffende subpersoonlijkheid ervaart het leven volgens de regels en dogma’s van zijn eigen religie. Een subpersoonlijkheid dat zich gevormd heeft rondom het idee dat het gevaarlijk is om uiting te geven aan je verlangens en gevoelens, ervaart dit niet alleen als zijn werkelijkheid, maar draagt tevens actief bij aan de vorming van een dergelijke werkelijkheid.

Evenals het bewustzijn uit een individuele en collectieve ervaringswereld bestaat, zijn subpersoonlijkheden gebaseerd zijn op een individueel of een collectief geloofsysteem. In het laatste geval wordt gesproken van ‘archetypen’.

Archetypen 

Het bestaan van het collectief bewustzijn en de werking van archetypen is voor het eerst beschreven door de geniale Carl Gustav Jung. Archetypen zijn collectieve geloof-systemen die grotendeels in het onbewuste werkzaam zijn. Het betreft vaak restanten van een oeroud bewustzijn dat om twee redenen vergeten is: 1) de geloofsovertuigingen en daarmee samenhangende emotionele beelden dienen de evolutie van de mens niet meer; 2) de inhouden van het bewustzijn zijn te pijnlijk om bewust ervaren te worden. Het verschil met subpersoonlijkheden is dat archetypen collectief van aard zijn, waardoor ze deel uitmaken van de denkgeest van een volk, ras of zelfs de gehele mensheid.

Wanneer wetenschappers het concept van archetypen bestuderen gaan ze er ten onrechte vanuit dat het altijd restanten van een oerbewustzijn betreffen. Archetypen worden voortdurend nieuw aangemaakt, al duurt het vaak decennia of eeuwen voordat een archetype in de collectieve denkgeest bezonken is. Een voorbeeld van een archetype dat het denken en doen van de mensheid op dit moment sterk beïnvloedt is het geloof in schaarste. Mensen geloven al eeuwenlang dat er niet genoeg is voor iedereen, wat hen tot  hebzucht en machtsmisbruik aanzet. Een ander archetype is het negatieve beeld van God.

Verschillende archetypen samen vormen een paradigma dat de collectieve beleving van de werkelijkheid bepaalt. Nadat millennia lang angst het overheersende paradigma is geweest, is vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw de mogelijkheid ontstaan om dit oude energiepatroon te vervangen door liefde.

Om de vormende kracht van je innerlijke dialoog te begrijpen, is het belangrijk dat je de subpersoonlijkheden en archetypen, die in jouw bewustzijn werken, identificeert. Hiervoor moet je de werking van beelden beter begrijpen.

Werking van beelden

Subpersoonlijkheden zijn antropomorfe beelden, die het de mens gemakkelijker maken om zijn innerlijke wereld te begrijpen. Beelden zijn aangeleerde, mentale en emotionele reacties, die de groei van het bewustzijn negatief beïnvloeden. Dit komt doordat elke vorm of illusie – positief of negatief – de inwerking van liefde blokkeert. Waar er geen beelden bestaan in je bewustzijn kan de energie van je gedachten en gevoelens vrij en zonder vooropgezet denkbeeld stromen. De bewustzijnskracht bevindt zich in dit geval in het moment, waarin ze in staat is om spontaan op nieuwe invloeden te reageren. De aanwezigheid van beelden blokkeert de inwerking van de ziel. De ziel werkt door het hoger zelf heen om elke situatie tot een ervaring van liefde te scheppen. De kracht van liefde is gelegen in haar eenheid of vormloosheid, waardoor zij alintelligent is en in elk moment de optimale oplossing manifesteert. Elk beeld dat haar inwerking in de weg staat – ook de ‘positieve’ beelden – vermindert de kracht van liefde.

Op dit moment moet je bewustzijn zijn aandacht verdelen tussen verschillende gesprekspartners, die allemaal voor hun eigen levensvisie pleiten. Ze spreken niet alleen door elkaar heen, maar vaak spreken ze elkaar ook tegen. Je hebt niets eens in de gaten dat je gesprekspartner voortdurend van gedaante verandert. Terwijl je in de ene situatie nog met je ‘verwonde kind’ aan het overleggen was, dringt in het volgende moment de ‘boze man’ zijn advies op. Tussen deze twee kan minder dan een seconde voorbij zijn gegaan, waardoor jij niet in de gaten hebt dat je adviseur van masker is veranderd. En met een ander masker, wordt ook een ander rolpatroon en geloofsysteem van kracht.

Zou het niet beter zijn als je met één alwetende gesprekspartner overleggen kunt? Eén die adviezen niet op ervaringen uit het verleden baseert, maar adviseert op basis van de nu relevante feiten? Een adviseur zonder vooringenomen meningen, en vooral: iemand die gebruik maakt van een coherent beslissingsysteem. Die adviseur bestaat en is altijd bij je geweest, maar waarschijnlijk heb je dit door het gekakel in je denkgeest nooit gemerkt. Onder de monologen van onze subpersoonlijkheden is een dialoog tussen Vader en Zoon gaande. Hier wordt je geen advies opgedrongen, want je hebt een vrije wil. Hier is advies eenduidig en helder. En iedereen kan altijd het advies van deze gesprekspartner inwinnen. Niet alleen de profeten uit bijbelse tijden of een ingewijde in een speciaal geloof. Sterker nog: je hoger zelf is vanaf de afscheiding onafgebroken in contact geweest met God. Het feit dat je je hiervan onbewust bent, wilt niet zeggen dat het gesprek niet plaats heeft! Het maakt ook niet uit welke je naam je eraan geeft. Door de hegemonie van religies over spirituele waarheid, durven maar weinigen ervoor uit te komen dat zij God in zichzelf horen spreken. Laat staan dat ze Zijn gedachten en gevoelens in woorden durven te vatten en met anderen delen. De testament schrijvers kenden geen gêne om te beweren dat zij God kende, omdat zij nog buiten de invloed van religieuze machtsinstituten werkten. Alle religies voorspellen de terugkomst van een verlosser. De verlosser is inderdaad op komst – in het bewustzijn van iedereen. Jij bent de verlosser op het moment dat je aanspraak maakt op de macht van God in je. Zijn stem is in je en spreekt tot je – laat je niets anders wijsmaken.

Soorten subpersoonlijkheden

Wat op het eerste gezicht een verwarrende, vaak vermoeiende dialoog in je innerlijk lijkt, blijkt in de diepten van je bewustzijn een gebed te bevatten. Dit gebed vormt de kern van je bewustzijn, en het is voor jouw geluk van wezenlijk belang dat je leert luisteren naar het gebed in je zelf. Een manier om bij de kern van je dialoog te komen is door de ruis uit je bewustzijn te filteren, zodat alleen die ene Stem, dat ene gezang, die ene frequentie hoorbaar is. Om het je gemakkelijker te maken, worden hieronder veel voorkomende stoorzenders beschreven.

Ideaalbeelden

De subpersoonlijkheden van het ego houden altijd verband met de aanwezigheid van schuld. De denkgeest probeert haar waargenomen zwakheid en schuld door middel van ideaalbeelden te compenseren. Ideaalbeelden fungeren als een masker dat het bewustzijn van de onderliggende pijn en schaamte afleidt, waardoor deze ongeheeld blijven.

Evenals een toneelspeler, hebben maskers een eigen rol en script dat hen in staat stelt om ‘veilig’ door het leven te navigeren. Ideaalbeelden zijn altijd afkomstig van het ego, dat niet in staat is om zijn inherente onvolmaaktheden te accepteren.

Omdat het ego schuld met het lichaam associeert, hebben veel maskers de functie om lichamelijke ‘onvolkomenheden’ te verbergen. Voorbeelden zijn schuldgevoelens die betrekking hebben op seksualiteit, lichamelijke kenmerken en prestaties van fysieke en intellectuele aard.

Freud identifceerde reeds een gebied in de denkgeest dat hij het ‘Superego’ noemde. In dit deel liggen onze gedachten en gevoelens opgeslagen, die een compensatorische functie hebben en daardoor van inflatoire aard zijn. Het ego heeft zich in dit gebied van je persoonlijkheid letterlijk opgeblazen, zodat het mooier, intelligenter en onschuldiger lijkt dan het is. Puriteinse geloofsvormen, zoals dat van de Amish, zijn collectieve uitngen van dergelijke ideaalbeelden.

In het onbewuste van alle mensen bestaan beelden die de vorm aannemen van lieve, kinderlijke, zuivere en etherische wezens, zoals elfjes en feeën. Hun voorkomen dient om de existentiële schaamte die je in dit gebied van je wezen ervaart, te bedekken. Onder hun masker gaat vaak een enorme pijn schuil die je belet om jezelf te zijn. Omdat je bang bent dat je afgewezen zult worden als je jezelf bent, creëer je een ideaalbeeld van jezelf.

Het is soms heel moeilijk om een onderscheid te maken tussen de ideaalbeelden van het ego en de religieuze beelden van het hoger zelf. Het hoger zelf heeft geen dubbele agenda. Haar beelden dienen niet om iets anders te verbergen, maar om je bewust te maken van jouw werkelijke aard. Veel mensen dragen bijvoorbeeld een beeld van een hogepriester of –priesteres in zich, dat het bewustzijn van God symboliseert.

Autoriteitsbeelden

Dit zijn de demonen die in je onbewustzijn spoken, en door mensen naar buiten toe geprojecteerd worden, waar ze de vorm aannemen van astrale monsters. Door de eeuwen heen zijn mensen bang geweest voor een duivel die niet bestaat. Satan huist in je – het is het ego dat niet in staat is om je liefdevolle natuur te accepteren. In dit deel van je bewustzijn creëert het ego duisternis, omdat het bang is voor het licht. Weet je waarom duisternis, en niet licht, een illusie is? Duisternis ontstaat door het buitensluiten van licht. Wanneer je in een kamer alle ramen verwijdert, wordt het donker omdat je licht weert. Wanneer je de deur openzet, stroomt licht naar binnen. Maar duisternis kan niet naar buiten stromen! Duisternis is dus geen zelfstandige kracht – het is het gebrek aan kracht.

Autoriteitsbeelden zijn de innerlijke tirans die je vertellen dat je ‘niet goed genoeg bent’, ‘geen liefde verdient’ en ‘een stom, lelijk en onwaardig mens’ bent. Vaak nemen ze de vorm aan van bestaande autoriteiten, zoals morele gezaghebbers (ouders, God), publieke leiders op het gebied van schoonheid (film- en popsterren) en maatschappelijke status (politieke, economische en culturele boegbeelden). Maar ze kunnen ook de vorm van  zelf bedachte autoriteitssymbolen aannemen.

Doordat autoriteitsbeelden een ondraaglijk schuldbesef creëren, projecteert de denkgeest deze vervolgens op de buitenwereld. Zo ontstaan in de schaduwzijde van je persoonlijkheid dictatoriale subpersoonlijkheden. Vrijwel iedereen bezit een kleine Hitler in zijn egobewustzijn, die andere mensen aanvalt, martelt en vermoordt. Als je de moed hebt om in de duisterste fantasieën van je onbewustzijn door te dringen, dan vind je daar beelden van wreedheid en moordlust. Ergens zijn we ons ervan bewust dat we genieten van het lijden van anderen, zoals onze voorliefde voor films over seriemoordenaars en verkrachters aantonen. Experimenten hebben aangetoond dat in veel mensen de potentie van een kampbeul aanwezig is. Wanneer iemand in een machtspositie wordt geplaatst en de mogelijkheid wordt geboden om zonder negatieve consequenties een slachtoffer te martelen, dan geven veel mensen aan dit diepe verlangen toe. Omdat het bewustzijn van kwaadaardige gevoelens in onszelf te pijnlijk is, projecteren we deze naar buiten toe in de vorm van de duivel of onze steniging van mensen die hun verlangens uitgeleefd hebben, zoals verkrachters en moordenaars. Maar, de collectieve woede over oorlogsmisdadigers verbergt ons onvermogen om de verantwoordelijkheid voor onze eigen gedachten en gevoelens te nemen, die het collectief bewustzijn vormen waarin het individueel bewustzijn van een despoot als Hitler tot bloei kan komen.

Gidsbeelden

De derde soort subpersoonlijkheden heeft betrekking op je hoger zelf. Deze uit de verlangens en doelen van je ziel door middel van gidsbeelden. De oude Grieken duidden deze innerlijke raadgevers aan als ‘daimons’. In het christelijke geloof, dat materialistisch bepaald en dus extern gericht is, worden deze voorgesteld als ‘beschermengelen’. Beiden bestaan. In een universum dat als hologram van het innerlijk fungeert, werken innerlijk en uiterlijk waargenomen gidsen samen om je bewustzijnsontwikkeling te begeleiden.

Er bestaan verschillende soorten gidsbeelden. Zo draagt iedereen een blauwdruk met zich mee van het levensplan, dat je ziel voor deze incarnatie opgesteld heeft. Deze beschrijft de mogelijkheden voor je denkgeest om te groeien in liefde door middel van persoonlijke ontwikkeling, relaties en werk. Op basis hiervan heb je talenten toebedeeld gekregen, die je in staat stellen om je opdracht te vervullen.

In iedereen zijn beelden werkzaam, die je vertellen wat jouw levenstaak inhoudt, waar je talenten liggen, welke soort relaties jouw groei bevorderen en hoe je je eigen, innerlijk gevoelde waarheid tegen de mening van anderen beschermen kunt. Ook draagt elke man een vrouwelijk tegenbeeld in zich – de anima – dat hem helpt vrouwelijke eigenschappen te ontwikkelen om zijn mannelijke persoonlijkheid te balanseren. Evenzo, dragen vrouwen een mannelijk tegenbeeld – de animus – in zich. Daarnaast kent iedereen een herdersfiguur, die als functie heeft om de subpersoonlijkheden en archetypen met het bewustzijn te integreren. Dit beeld komt het meest overeen met de dagbewuste persoonlijkheid en is als woordvoerder de meeste tijd in gesprek met je.

Het verwonde kind

Sinds de jaren ’60 is veel gezegd en geschreven over het kind in onszelf en hoe het contact met hem/haar belangrijk is voor onze heling. Het klopt dat na twee generaties oorlog, velen niet meer in staat waren om de onschuld in de menselijke natuur waar te nemen. Zo raakten we vervreemd van onze eigen lichtbron en verwondden we ons eigen innerlijke kind.

Het archetype van het kind als beeld van onschuld – Kind van God – heeft door de geschiedenis heen in veel religies en culturen een belangrijke rol gespeeld. Dit beeld herinnert de mens steeds aan zijn ware natuur en afkomst en geeft hem de aspiratie om het bewustzijn steeds meer te zuiveren. Omdat het een archetype betreft, draagt ieder mens een imprint van dit beeld in zich. De mensen die zich hiervan niet bewust zijn, en hun eigenwaarde door de ervaringen van het leven laten aantasten, voelen zich vaak als een verwond kind. Ze zijn niet in staat om uiting te geven aan hun authentieke gevoelens. Hun angst belemmert hen om het leven als een ontdekkinsreis te ervaren, waarin geen goede of slechte keuzes gemaakt kunnen worden, maar alleen bewust of onbewust gekozen wordt. Verwonde kinderen hebben de ervaring dat hun spontane uitingen van wie ze zijn door de omgeving afkeurd worden. Toen ze zich in de ogen van volwassenen te vroeg seksueel uitte, voelden ze zich afgewezen. Toen ze niet het beroep kozen wat hun ouders voor hen wilden, voelden ze zich afgewezen. Op basis van de ervaringen in hun verleden, ontwikkelen mensen een minderwaardigheidscomplex, dat hun emotionele en spirituele volwassen worden belemmert. Deze mensen zijn, net als een kind, behoeftig, omdat ze niet geleerd hebben om veiligheid, respect en liefde in hun authentieke zelf te zoeken.

Voor veel mensen begint spirituele bewustwording met het in contact komen met het verwonde deel van hun persoonlijkheid, welke voor een groot deel verantwoordelijk is voor de dagelijkse pijn en leegte die mensen ervaren. Dit is belangrijk werk, omdat hiermee een krachtig archetype hersteld wordt. Er zijn veel boeken over dit onderwerp verschenen, waaronder dat van John Bradshaw ‘Wanneer koesteren hoop betekent’.

Integratie en transcendentie

Wanneer we onze subpersoonlijkheden onderzoeken is het belangrijk te beseffen dat we niet dit niet zijn. Er bestaat een verschil tussen wie je bent en wat je denkt of voelt. De inhouden van je bewustzijn zijn niet wie je in je kern bent. Het ego is zich hier echter niet van bewust en identificeert zich met het beperkte bewustzijn. Door het blootleggen van het onbewuste en de confrontatie met de beelden, zijn we in staat om in alle eerlijkheid deze elementen van ons denken en voelen te onderzoeken. Dan ook komen we erachter dat beperkende, niet-liefdevolle beelden ons zelf niet weerspiegelen. Zo veranderen de subjectieve beelden, die eerst zo bedreigend leken voor onze eigenwaarde, in objectieve elementen van ons bewustzijn.

Heling komt tot stand door de gedissocieerde subpersoonlijkheden te integreren met  de rest van ons bewustzijn. Jung sprak in dit verband van ‘individuatie’ of het heel maken van het individu door alle onbewuste fragmenten samen te voegen tot een transcendentale geheelde persoonlijkheid. Juist de bewustwording van gedissocieerde schuldgevoelens zorgt ervoor dat het bewustzijn deze kan transcenderen en zich zo realiseert dat het veel meer omvat dan dit kleine ‘ik’ dat het al die tijd dacht dat het was. Het verschil tussen dissociatie en transcendentie wordt door Ken Wilber in ‘Integrale psychologie’ als volgt beschreven: “(…) dissociatie of verdringing treedt op wanneer een nabij ik verandert in een ver ik, terwijl transcendentie optreedt wanneer een nabij ik verandert in een ver mij. In het eerste geval blijft de subjectieve identificatie/gehechtheid (of ik-heid) bestaan, maar onder de oppervlakte (als een onbewust subject); in het tweede geval wordt de subjectieve identificatie ontbonden en verandert het bewuste subject in een bewust object, dat vervolgens geïntegreerd kan worden (overstegen en omvat, niet gedissocieerd en verdrongen).”

Een methode om je subpersoonlijkheden bewust te maken is ‘voice dialogue’. Dit is niets anders dan je innerlijke gesprekken vast te leggen op papier. Om de verschillende stemmen te kunnen onderscheiden is het belangrijk dat je je in een ontspannen en open denkstaat brengt. Dit kun je doen door middel van meditatie, visualisatie of het luisteren naar rustgevende muziek. Als je merkt dat het chaotische gebabbel in je denkgeest tot bedaren is gebracht, kun je simpelweg vragen of de dominante persoonlijkheid zich wilt voorstellen. Afhankelijk van het bewustzijnsniveau van de subpersoonlijkheid, zal deze zich van een vocale, beeldende, impulsieve of intuïtieve taal bedienen. De meer bewuste persoonlijkheden zijn duidelijk hoorbaar of waarneembaar. De dieper verborgen persoonlijkheden, waar je later in je werk toegang tot krijgt, zijn in eerste instantie alleen waarneembaar als vage emotionele of fysieke gewaarwordingen. Als je het moeilijk vind om op verbale wijze contact te leggen, kun je proberen om op affectieve wijze een beeld van de subpersoonlijkheden te vormen. Dit kun je doen door het maken van collages, samengesteld uit beelden (foto’s, illustraties, zinsneden) die je uit tijdschriften uitknipt.

Het is verstandig om op regelmatige tijdstippen in dialoog te treden met elk van je gesprekspartners en de gevoelens en onderwerpen die hierbij aan de orde komen tijdens of achteraf te beschrijven. Zo kun je langzaam maar zeker een identiteitsprofiel van elke subpersoonlijkheid samenstellen.

Hal & Sidra Stone

Zoals beschreven is een belangrijk kenmerk van subpersoonlijkheden dat ze ten tijde van de afsplitsing nog niet door het subjectieve bewustzijn getranscendeerd waren, waardoor het ego of het ‘ik’-bewustzijn zich met hun verdrongen (en vaak misvormde) aard blijft identificeren. Hiermee wordt de gouden regel van de evolutie overtreden die stelt dat alles wat bewust kan worden gemaakt, doorleefd moet worden om van binnenuit gekend te zijn en zodoende overstegen te kunnen worden. Iets kan dus alleen maar als object afgelegd worden, nadat het als subject ervaren en bewust gemaakt is.

Hieronder citeer ik een aantal passages afkomstig uit de boeken en de website van Hal & Sidra Stone, de grondleggers van de techniek ‘voice dialogue’, waarmee je subpersoonlijkheden bewust kunt maken om hen uiteindelijk te integreren in het ik-bewustzijn. Als dit is gebeurd kan een hoger bewustzijn het ego of ik-bewustzijn transcenderen.

“The concept of subpersonalities is central to psychosynthesis. It explains how the personality consists of many different selves that exist on three levels: those that are closely related to the ego and are conscious; those that a person relates to, but that are only partly conscious and unconscious subpersonalities. The first two types of subpersonalities overlap with Jung’s concept of the ‘persona’ or ‘masks’; they are of a more or less personal nature. The third type are of an unconscious nature that is often collective; they belong to Jung’s archetypes. Subpersonalities always develop as defence-mechanisms of the ego, who is unable to become aware of certain aspects of the personality, that are then split of and develop into icy complexes derived of conscious feeling. Their nature is dynamic; they evolve and act as independent personalities that interfere with the conscious ego. They can be used to explain the many unconscious and contradictory tendencies of the personality. In order to develop, the person must synthesize all fragmented parts of the self around the center of awareness. Only by developing a strong ego, that has a healthy notion of one’s individuality, can awareness of the ‘Higher Self’ be attained that allows the person to transcend the personality.”

“The value of the subpersonalities does not lay in the theoretical notion, for it lacks a detailed ontological account in Assagioli’s psychology. Its value is one of therapeutic applicability, for it allows oneself to become aware of repressed and unconscious parts of the self through a method of dialectical understanding. This method describes how subpersonalities operate in terms of opposition. Subpersonality that originate from a negative defense mechanism, bear in the conscious understanding of the ‘poison’ the ‘remedy’ and can thus be transformed into a positive personality trait. The subpersonality of the fearful, rejected child can become a source of health ego-strength. The technique that psychosynthesis applies to become aware of the subpersonalities is called ‘voice-dialogue’ (…)”

“Before Jung introduced the concept of the collective unconscious, the unconscious was thought to contain repressed or forgotten contents of the individual psyche only. But according to Jung there exists a suprapersonal psychic realm that contains all “the whole spiritual heritage of mankind’s evolution, born anew in the brain structure of every individual” (Hardy, 1987, p. 53). Jung called the primordial thought-forms that express and activate the collective unconscious ‘archetypes’, and by acknowledging these he brought myth into the field of psychology. For mythical characters, such as the gods, were now not just metaphysical concepts of an archaic world, but they were an inherited part of every human being’s interior make-up. The concept of the archetypes was well understood by Assagioli, but he made one very important alteration the concept.”

“Strictly speaking, archetypes refer to the past and present time, for Jung never accepted the scientific concepts of a higher unconscious and soul that transcend time and space. Though Jung, at an old age, came to the notion of synchronicity (…), the meaningful coinciding of events that can only be explained by an a-causal relation, he was never able to explain these phenomena within his own scientific framework. It is also known from Jung’s autobiography (…) that he was a theist who himself had paranormal experiences that suggested the existence of unknown realities. In contrast with Jung, Assagioli made a distinction between archetypal influences, both good and evil, that belong to the realm of the lower self (past and present), and those that originate in the super-conscious, the time-transcending part of the mind that is only good. For him, the collective unconscious and its archetypes were much more positive in character, for they represented the spiritual potentials as much as the primordial originations.”

“Subpersonalities cannot just be compared to archetypes, their collective counterparts, but also to Jung’s complexes. They are emotionally toned groups of representations that originate in the unconscious and center around an archetypal element. When a complex acquires so many associations that it can no longer remain submerged, it can displace the person’s persona or mask as the ego’s interface with the world.”

Link naar website Hal & Sidra Stone: www.voicedialogueinternational.com

 

© 2004, Sander Videler (www.sandervideler.com)