De weg naar je ware zelf

Nieuws

De kleine prins (en de kleine zeemeermin)

Alle artikelen, Mythen & sprookjes

SPROOKJES - Er zijn van die sprookjes die je met een onbestemd gevoel achterlaten, omdat de afloop onbevredigend. Neem bijvoorbeeld de sprookjes van de kleine prins (Aintone de Saint-Éxupery) en de kleine zeemeermin (Hans Christian Andersen).

In beide sprookjes is er geen lysis of ontknoping: zowel de kleine prins, als de kleine zeemeermin blijven alleen achter ondanks hun pogingen een innerlijke en uiterlijke integratie te bewerkstelligen. De kleine prins komt weliswaar van zijn asteroïde af om contact met anderen te zoeken, maar uiteindelijk stranden zijn pogingen in de woestijn, waar ook de schrijver van het sprookje, de piloot Antoine de Saint-Éxupery, met zijn vliegtuig uit de lucht is gevallen. Het sprookje bleek profetisch: tijdens de tweede wereldoorlog is de schrijver en piloot in zijn vliegtuig verongelukt. De kleine zeemeermin wacht eveneens een gelukkig lot. Zij verlaat de diepe, maar eenzame wateren van haar ziel om op land op zoek te gaan naar een prins. Maar haar huwelijk heeft een hoge prijs: zij verliest haar stem. In deze vroegtijdige vereniging tussen vrouw en man, vrouwelijk (anima) en mannelijk (animus) kan zij haar ziel niet tot uiting brengen. En dus trekt zij zich autistisch terug in haar eigen gevoelswereld.

Ik ken beide sprookjes ten diepste uit eigen ervaring. De archetypen van de kleine prins en de kleine zeemeermin zijn op mijn lijf geschreven. Toen ik de verwantschap tussen beide sprookjes bewust werd – in beide sprookjes zijn animus (prins) en anima (zeemeermin) nog klein of onvolgroeid – besefte ik dat beide sprookjes tevens over een innerlijke gespletenheid gaan.

De kleine prins

De kleine prins woont afgezonderd op een asteroïde, symbool voor een onbewust complex, hoog in de ijle ruimte van het universum. Dit mannelijk deel in onszelf is afgescheiden van het aardse zelf en zoekt naar mogelijkheden om het eigen wezen vanuit een diepere bezieling, gesymboliseerd door de ziel, tot manifestatie te brengen. Op zijn zoektocht naar authentieke zelfexpressie passeert de kleine prins verschillende figuren, die allen gestold zijn in hun masker of persona. De dronkaard, de koning en de bankier geven geen uiting aan hun ziel. Deze zit gevangen in hun persoonlijkheid. Hun ziel, gesymboliseerd door de roos die op de asteroïde van de kleine prins groeit, kan niet tot bloei komen, wat uiteindelijk leidt tot het zinnebeeld van de woestijn op aarde, waar de kleine prins belandt en waar hij de gestrande piloot ontmoet. Hier komen lucht en aarde, de geest en de aardse persoonlijkheid, bij elkaar, maar niet in geïntegreerde zin. De prins en de piloot, bijgestaan door de wijsheid van de slang, wisselen weliswaar zinvolle wetenswaardigheden uit, maar zij hebben geen oplossing voor de splitsing in de ziel. Dit is de kloof die bestaat tussen de geestelijke mogelijkheden enerzijds (de prins en zijn roos) en het beperkte bewustzijn anderzijds, waardoor de persoonlijkheid als een te kleine mal is om de zielenmogelijkheden in te gieten en in vorm te geven. Vandaar dat de kleine prins alleen maar mensen gevangen in hun masker ontmoet. Hun ultieme bestemming is een stranden in de woestijn: een schraal leven, zonder nieuwe zielenmogelijkheden.

De kleine zeemeermin

Ook de zeemeermin in het sprookje van Andersen heeft een te klein bewustzijn, waardoor het voor haar niet mogelijk is om een innerlijke integratie te bereiken. De kleine zeemeermin bewoont weliswaar de diepten van de ziel, symbool van een vrouwelijke (zee) wereld, vol gevoelsdiepten en intuïtieve wijsheid, maar zij slaagt er niet in om haar vrouwelijke bezieling op aarde vorm te geven. Op het moment dat zij de prins (animus) redt en met hem aan land gaat, verliest zij haar stem.

Vereniging blijft uit

Net als in het geval van de kleine prins, is het bewustzijn van de kleine zeemeermin te klein om een vereniging van tegendelen – anima en animus, gevoelswereld en verstandelijke mogelijkheden – met elkaar te verenigen. Beide – prins en zeemeermin – kunnen ook gezien worden als symbolen van wat Rudolf Steiner de verstandsziel en de waarnemingsziel noemt.

De prins vertegenwoordigt het mannelijk besturingssysteem in de ziel: de verstandsziel of het heldere bewustzijn dat voortkomt uit een diepgaand mentaal bewustzijn. Dit gaat verder dan een ontwikkeld intellect, maar omvat tevens de associatieve, holistische inzichten (mentale mogelijkheden).

De zeemeermin vertegenwoordigt het vrouwelijk besturingssysteem in de ziel: de zogenoemde waarnemingsziel dat de gevoelsdiepten van de ziel omvat, waarin de intuïtieve, vrouwelijke wijsheid haar oorsprong heeft.

In beide sprookjes slaagt de ziel er (nog) niet in om een vereniging te volbrengen tussen verstand en gevoel, het mannelijke en het vrouwelijks besturingssysteem van de ziel.

De kleine prins, symbool voor de animus, slaagt er niet in om via de verstandsziel of mannelijk intellect een integrate te bereiken tussen lichaam en geest. Hij wil zijn spiritueel-geestelijke mogelijkheden op aarde gebruiken, maar de afstand tussen zijn autistisch opgesloten zitten in zijn geest, gesymboliseerd door de asteroïde, en een volwaardig leven op aarde blijkt te groot.

De kleine zeemeermin, symbool voor de anima, slaagt er niet in om via de waarnemingsziel of vrouwelijke intuïtie de bezieling en wijsheid van de gevoelswereld te verenigen met de aardse mogelijkheden van de prins: het intellect en de wilskracht die vorm kan geven aan de diepzee van mogelijkheden in de ziel.

Impasse

De hierboven beschreven impasse wordt in het sprookje van de kleine prins als volgt beschreven.

Het sprookje begint met te verhalen hoe de kleine prins, gezeten op zijn asteroïde, voor de zoveelste keer de zon onder ziet gaan. De kleine prins had het aantal keren geteld: vierenveertig. Hij had er nog aan toegevoegd dat op dagen dat je droevig bent, je de zon graag ziet ondergaan. Hij zal dus wel erg droevig zijn geweest zijn toen hij die dag al vierenveertig keer op zijn eind had zien komen.

De asteroïde waar de prins vandaan komt is overigens erg klein, net als de prins zelf. Ik stel me voor dat er naast de apenbroodboom en de netelige roos die op een dag opbloeide, er net genoeg plaats was voor een uitklapstoel om op te zitten.

Het is een wonderlijk verhaal dat Antoine de Saint-Exupéry geschreven heeft, zo vlak voor zijn onverwachte dood. De Franse vliegenier zou even later in zijn toestel omkomen tijdens een verkenningsvlucht boven bezet Frankrijk ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Gelukkig had hij zijn noodlot op tijd aangevoeld en is hij een verhaal gaan schrijven over een vliegenier die met zijn vliegtuig op aarde stort, waar hij een kleine prins ontmoet. De twee ontmoetten elkaar in de woestijn.

De woestijn

Antoine was eerder die dag met zijn vliegtuigje uit de lucht gevallen en in de Sahara terecht gekomen. Later zou de schrijver/brokkenpiloot inderdaad ter aarde storten, maar dan voorgoed. Voor nu waren de goden hem nog goed gezind. Nou ja, bij wijze van spreken dan, want Antoine leed aan een ernstige depressie, zo kun je opmerken uit zijn verhaal. Waarom zou hij het verhaal anders in de Sahara situeren? De woestijn is het zinnebeeld van een plek waar bijna niets meer groeit. Net als in de ziel van veel grote mensen die de rollen die zij in hun leven spelen zo serieus nemen, dat zij vergeten zijn dat zij eigenlijk een volwassen geworden kind zijn.

In ieder van ons woont een kleine prins of prinses. Deze staat symbool voor de oorspronkelijke ziel. De asteroïde van de kleine prins vliegt in de ruimte van ons hart. Maar omdat grote mensen zo druk zijn met groot zijn, zijn ze hun oorspronkelijke, authentieke zelf vergeten.

Antoine was zo iemand. Ook hij had het druk met groot zijn. Ik heb Antoine uiteraard nooit persoonlijk gekend, dus ik weet weinig van de man, maar ik stel me voor dat hij eenzaam geweest moet zijn. Anders had hij zijn kleine prins toch niet alleen op een asteroïde laten wonen? Misschien was hij wel depri, omdat de kleine prins zo ver weg woont. Het zou goed kunnen dat Antoine de kleine prins helemaal vergeten was, totdat hij op een dag met zijn vliegtuigje op aarde was neergestort. Een crisis bracht hem die dag ertoe zijn feitelijke gemoedstoestand onder ogen te zien. Stoppend met luchtfietserij – de mooie verhaaltjes die grote mensen aan zichzelf en anderen vertellen om de waarheid te bedekken – ontwaakte Antoine in de realiteit van zijn gevoelswereld. Deze was zo dor als de woestijn.

Daar zit je dan, op een dag, midden in de woestijn. Je vliegtuigje is kapot, vluchten kan niet meer. Al wat je kan doen is aarden, contact maken met de woestenij in je ziel.

Een schaap in een doosje

Gelukkig zijn dit ook de ideale omstandigheden waarop velen hun kleine prins of prinses ontmoeten. Grote mensen moeten vaak hardhandig worden wakker geschud voor de realiteit, zozeer gaan zij op in hun luchtfietserij. Door een of andere crisis vallen ze uit de lucht – de mentale wereld van abstracte cijfertjes en betekenisloze woorden – en belanden in de woestijn, waar zij dan voor het eerst sinds jaren contact maken met hun gevoel. Deze komt hen als een kleine prins of prinses voort, want het gevoel is de boodschapper van de ziel: de koning die in de troonzaal van ons hart woont, waar hij een direct lijntje heeft met die andere, grote Koning.

Maar dat is een ander verhaal.

Wat moet Antoine opgelucht zijn geweest toen hij op die bijna fatale dag de kleine prins in de woestijn ontmoette! Maar wat moet hij ook beduusd zijn geweest toen deze hem vroeg een schaap te tekenen. Antoine had immers wel iets anders aan zijn hoofd. Terwijl hij zich zorgen maakte over de vraag of hij de motor van zijn vliegtuigje wel gerepareerd zou krijgen voordat zijn drinkwater op was, viel het kleine ventje hem lastig met allerlei – voor grote mensen – onnozele vragen. Zoals het tekenen van het schaap, wat Antoine tot vier maal toe probeerde. Pas het vierde schaap dat hij tekende – een schaap in een doosje – werd tot zijn verbazing door de kleine prins goed bevonden.

Kinderen begrijpen onmiddellijk wat het verschil is tussen een schaap en een schaap in een doosje. De laatste staat symbool voor het gevoel – het zachte schaapje – dat zich verscholen heeft, zoals wanneer je je gevoel in een doosje verstopt of jezelf achter een masker verschuilt.

Persona

Ik zou me nu als een groot mens kunnen gaan gedragen. Ik doe dit ook vaak genoeg. Op mijn website heb ik een biografie gezet die een masker – Jung zou zeggen ‘persona’ – spiegelt van succes. Och, ben ik niet net als de koning op asteroïde 325?

Voordat de kleine prins Antoine in de woestijn ontmoet, legt hij een hele reis af langs allerlei asteroïden: 325, 326, 327, 328, 329, 330. Op elke ‘planeet’, symbool voor het psychologisch idee van het complex, ontmoet hij belangrijke grote mensen. Of, althans, grote mensen die zich belangrijk voordoen, zonder dat zij nog weten waarom zij ooit begonnen zijn hun rol zo serieus te nemen. Deze figuren, allen vergroeid met hun masker of persona, zijn de vele laagjes die de ziel of kleine prins van grote mensen omhullen, waardoor het oorspronkelijke gevoel steeds verder naar de achtergrond verdwijnt en de ziel uitdroogt en wordt tot een woestijn.

Om Antoine in zijn depressie, zijn werkelijke gevoel, te ontmoeten, moet de kleine prins dus een reis afleggen door allerlei maskers of identificaties heen – een bijna boeddhistisch ritueel.

Koning zonder land

Eerst ontmoet hij een koning gezeten op een statige troon. Echter, de koning woont helemaal alleen op zijn asteroïde en heeft geen onderdanen. Als de kleine prins hem bezoekt heeft hij nauwelijks een plekje om te staan, zo wordt de asteroïde in beslag genomen door de enorme hermelijnen mantel van de koning.

De koning staat symbool voor de belangrijkheid die grote mensen zo beslag neemt – hun banen, titels en salaris, waardoor er voor gevoelszaken – laat staan de stem van de ziel – geen plaats meer is.

De kleine prins begrijpt niets van de koning, die denkt dat hij over de zon en de sterren regeert en besluit met de opmerking: “Grote mensen zijn toch wel vreemd”.

Dan laat hij de koning achter in zijn eigen wereldje. Alleen met zijn eigen complex.

Complexen

Complexen zijn stukjes bewustzijn die ogenschijnlijk zijn afgesneden van het Zelf of de ziel: het organiserend centrum van de psyche. Vaak onderdrukken grote mensen een groot deel van hun gevoelswereld, waardoor ze heel veel gevoelens afsplitsen. Deze ‘los geslagen’ gevoelens zijn als asteroïden die door de ziel zwerven. Hoe meer gevoelens mensen afsplitsen, hoe meer stukjes van hun authenticiteit zij verliezen. Al die losse stukjes van de ziel – de asteroïden – staan niet langer in contact met elkaar, waardoor grote mensen voelen alsof ze uiteen vallen en hun eigenwaarde verliezen. Vaak voelen ze zich ook leeg van binnen, doordat ze zichzelf in zoveel kleine stukjes hebben opgedeeld. Om toch nog iets van eigenwaarde te voelen, zetten grote mensen vervolgens een masker op. Ze spiegelen een vals imago, waardoor ze menen toch wat voor te stellen. Net als de koning. Maar het is een koning zonder land – zonder werkelijke waarde. De koning op asteroïde 325 staat symbool voor het ego: het zelfbewustzijn of Ik, dat meent dat het op de troon van de psyche zit. Deze koning meent werkelijk dat hij over de banen en het lot van de hemellichamen beschikt, niet beseffend dat hijzelf op een hemellichaam zit dat wordt bestuurd door een veel grotere kracht dan hem zelf: het al doordringend Zelf. Alle planeten en asteroïden trekken hun baan door de oneindige ruimte van dit Zelf, dat niets anders is dan een benaming voor de geest van de echte, grote Koning.

Maar goed, dat is dus een ander verhaal.

De ijdeltuit: het narcistisch complex

De kleine prins reist verder om Antoine in zijn depressie te kunnen bereiken. Hij gaat naar de tweede planeet die wordt bewoond door een ijdeltuit.

“Bewonder je me heus?’, vraagt de ijdeltuit aan het prinsje. ‘Wat is bewonderen?’, vraagt de prins.”

Evenmin als de oorspronkelijke ziel iets begrijpt van het machtscomplex (ego of koning), begrijpt hij iets van het narcistisch complex (ijdeltuit). De ziel is immers van zichzelf vervuld. Eén met het leven zelf, weet het prinsje dat hij deel is van een groter, intelligenter geheel. Waarde, de verkeerd ingevulde behoefte van de ijdeltuit, weet de kleine prins, komt van binnenuit en ontstaat door contact met het eigen gevoel. Voelen is ervaren dat je bestaat. Als je maar diep genoeg voelt, ga je op een dag het gevoel krijgen dat je deel uitmaakt van een groter, betekenisvol geheel. Dit gevoel heet liefde.

Liefde

In het verhaal staat de roos op de planeet van de prins symbool voor de liefde voor de eigen ziel. Nu is de kleine prins, die in Antoine woont, net als de schrijver bijna vergeten wat het is om van jezelf te houden. In het verhaal wordt dit verbeeld door de ontevredenheid van de kleine prins over zijn netelige roos met vier doorns. Het prinsje vindt zijn roos maar hoogmoedig en verwaand, net als de koning en de ijdeltuit. Daarom besluit de prins te vertrekken, op zoek naar een beter lot.

Wanneer de mens weggaat bij zichzelf, ontmoet hij lijden. We lijden omdat we onze authentieke gevoel onder een doosje hebben verstopt of omdat we ons rollen toe-eigenen die niet werkelijk bij ons passen. Dit zijn de doorns op de steel van de roos.

Daarmee staat de roos niet alleen symbool voor liefde, maar tevens voor lijden. Anders gezegd: liefde bloeit op wanneer we de doorns van het leven ervaren.

Dit is geen oproep tot zelfkastijding of een heilig geloof in de noodzaak van lijden. Maar feit is dat de meeste grote mensen pas gaan inzien dat er een kleine prins in hun hart woont, nadat ze zoveel hebben geleden, dat ze de aandacht naar binnen toe keren en zien dat er een schaapje schuilgaat in het doosje. Dit is het moment waarop we de prins of prinses als het ware wakker kussen. De ziel hoort onze oproep en besluit ons weer op te zoeken, nu we open staan voor haar liefde. In het verhaal van de kleine prins wordt dit gesymboliseerd door de roos die op een dag op de asteroïde van de kleine prins groeit. Zolang er geen roos in ons groeit, zijn we nog niet toe aan de ondraaglijke lichtheid van het contact met de kleine prins. Als echter, op een goede dag, de kleine prins een roos op zijn planeet ontdekt, dan is dit het signaal aan de ziel dat de mens waarin de prins woont toe is aan liefde. De kleine prins komt van zijn planeet af.

Hij doet dit nadat vierenveertig keer de zon is ondergegaan op één dag, wat natuurlijk niet kan. Het moet ‘diezelfde’ dag dan ook minstens vierenveertig keer nacht zijn geweest. Oftewel: na vier dagen plus vier nachten (44) is de maat vol. Vier is het getal van de aarde of materie. Zij staat symbool voor volheid op het aardse vlak, waar de opeenvolging van vier seizoenen een cyclus voltooien. Het getal 44 duidt op een vol of juist leeg gemoed, en de prins gaat kijken wat er scheelt.

De andere planeten

Op zijn reis naar de persoonlijkheid toe, ontmoet de kleine prins nog een aantal andere ‘typische’ grote mensen.

Zo wordt de volgende planeet bewoond door een dronkaard. Hier blijft de prins maar kort, want het aanzien van de werking van verslaving stemde de kleine prins zeer droevig. De prins vraagt nog wel waarom de dronkaard drinkt. Deze antwoordt dat hij drinkt om te vergeten.

“Om wat te vergeten?”, vraagt de prins. “Om te vergeten dat ik drink.”

Hierop concludeert de kleine prins:

“Grote mensen zijn toch wel héél, héél wonderlijk.”

De volgende planeet wordt bewoond door een zakenman, maar deze heeft het te druk met het tellen van geld om echt met de prins in dialoog te gaan. Dat is precies de bedoeling van veel vormen van zaken doen. Net als drinken stelt hard werken om meer geld te verdienen ons in staat te vergeten dat we eigenlijk ongelukkig zijn. Werk en geld moeten deze leegte vullen.

Net als de koning, die dacht dat hij regeert over de sterren, gelooft de zakenman dat hij de sterren bezit. Beiden proberen een leegte in zichzelf op te vullen door zich iets van buitenaf toe te eigenen.

De dialoog met de zakenman is vertederend in haar eenvoud (zoals alle dialogen in het sprookje).

“En zo bezit ik de sterren, omdat niemand vóór mij eraan gedacht heeft ze te bezitten.’ ‘Ja dat is waar’, zei de kleine prins. En wat doe je ermee?’ ‘Ik beheer ze. Ik tel ze nog eens over’, zei de zakenman. ‘Het is wel moeilijk. Maar ik ben een serieus man.’ De kleine prins was nog niet tevreden. ‘Als ik een das bezit kan ik die omslaan en meenemen. En als ik een bloem bezit kan ik haar plukken en meenemen. Maar jij kunt de sterren niet plukken!’ ‘Nee, maar ik kan ze op de bank zetten.’ ‘Wat betekent dat?’ ‘Dat betekent dat ik een aantal van mijn sterren op een papiertje schrijf en dan stop ik dat papiertje in een la en doe de la op slot.’ ‘En dat is alles?’ ‘Dat is genoeg.’ ‘Dat is grappig’, dacht de kleine prins. ‘Het is nogal poëtisch, maar niet zo serieus.”

De kleine prins reisde verder; verder door de onbewuste lagen van de psyche van Antoine. Hij kwam nog een lantaarnopsteker tegen. De man deed niets anders dan de lantaarn op zijn planeet aanmaken, uitmaken en weer aanmaken – symbolisch voor de verveelde routine waarin veel grote mensen verzeild zijn geraakt. Op de volgende planeet ontmoette hij een man die aardrijkskunde studeerde uit dikke boeken. Alleen de aarde, met haar zeeën en bergen, had hij nog nooit bezocht – symbolisch voor de fantasieën van grote mensen die hun dromen niet in de praktijk brengen. Daar echter, op bezoek bij de aardrijkskundige, krijgt de prins het idee om zelf ook eens een kijkje op de planeet Aarde te gaan nemen.

‘Wie weet’, dacht het mannetje, ‘groeit op aarde een zelfde roos als op mijn planeet? Dan kan ik aan de roos vragen waarom zij doornen heeft.’

Planeet Aarde

Midden in de nacht – het is donker in de psyche van Antoine – landt de kleine prins op Aarde, in de woestijn van Afrika. Waar de woestijn symbool staat voor het contact met zichzelf in de depressie, staat Afrika symbool voor het meest primaire contact: aarden.

We zagen al dat de piloot Antoine aan luchtfietserij deed voordat hij met zijn vliegtuigje op Aarde neerstortte. Zoals veel mensen was hij waarschijnlijk niet geaard. Dat wil zeggen: hij was niet werkelijk aanwezig in zijn lichaam. Dit is een verdedigingsmechanisme van de ziel die niet wil voelen.

Gevoelens uiten zich primair via het lichaam, in de vorm van emotie. Grote mensen die niet in hun lichaam aanwezig zijn, maar met hun hoofd in de wolken zijn, zijn niet op aarde, waar ze het primaire contact met lijf en emotie aan moeten gaan. Afrika staat symbool voor dit primaire contact. De problemen en mogelijkheden die zich in het collectief bewustzijn van Afrikanen openbaren, hebben veelal betrekking op het omgaan met zware fysieke en emotionele omstandigheden. Heling van de depressie en het gevoel van eenzaamheid dat hiermee gepaard gaat – gesymboliseerd door de kleine prins die alleen op zijn planeet woont (het gevoel is in de steek gelaten) – moet dus starten in de woestijn van Afrika.

Het is meteen duidelijk dat de aarde een geheel andere planeet is dan de planeten die de kleine prins tot dan toe heeft bezocht. Op aarde zijn honderdenelf koningen, zevenduizend aardrijkskundigen, negenhonderdduizend zakenmensen, zeveneneenhalf miljoen dronkaards en driehonderdelf miljoen ijdeltuiten. Oftewel: de complexen en verbeeldingen van psychische problemen die de kleine prins op zijn reis door de psyche heeft bezocht, zijn exemplarisch voor de grote mens.

De slang

“Kijk, daar is mijn planeet, precies boven ons… Maar wat is ze ver.’ ‘Ze is heel mooi’, zei de slang. ‘Wat kom je hier doen?’ ‘Ik heb moeilijkheden met een bloem’, zei het prinsje.”

De ontmoeting met de slang is een archetypische verbeelding van de eerdere ontmoetingen die de mens met de slang heeft gehad. Toen Eva zich door de slang in het paradijs liet verleiden om van de vruchten van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten, zette de mens de stap om zich definitief in het fysieke lichaam te nestelen, zich hiermee te identificeren. Hierdoor is de mens het bewustzijn kwijtgeraakt dat hij een kosmisch of geestelijk wezen is – één met het leven zelf. Hierdoor ook is hij de kennis van het leven kwijtgeraakt. Maar hij heeft er de kennis van goed en kwaad – het verstandelijk bewustzijn – voor in de plaats gekregen. Toch, deze laatste kennis heeft hem ook van zichzelf, van zijn eigen lichaam, afgesneden. Want sindsdien leeft homo sapiens vrijwel uitsluitend in zijn hoofd, zich niet langer bewust van zijn emotionele en fysieke behoeften. Grote mensen snijden hun bewustzijn af van hun lichaamsbeleving, om niet te hoeven voelen. De prijs echter die ze hiervoor betalen is hoog. Want door niet te voelen, worden we ons bewust van het zwaarste gevoel van al. Het gevoel van depressief en eenzaam zijn. De slang – misschien is het wel dezelfde Oroburus als waarmee Eva sprak – kent de gevolgen van de zondeval…

“Waar zijn de mensen?’, vroeg de kleine prins eindelijk. ‘Het is wel een beetje eenzaam in de woestijn…’ ‘Bij de mensen ben je ook eenzaam’, zei de slang. De kleine prins keek hem eens lang aan.”

Eenzaamheid

Hoewel Antoine zijn verhaal zo’n zeventig jaar geleden geschreven heeft, is ‘Le Petit Prince’ meer dan ooit een sprookje van deze tijd.

‘Bij de mensen ben je ook eenzaam.’

Ondanks alle communicatietechnologie, lijkt de mens eenzamer dan ooit. We gaan op in een virtuele wereld vol ideale bespiegelingen. Een wereld waarin iedereen zich een perfect imago kan aanmeten, maar waarin het contact met de aardse werkelijkheid steeds meer uit het oog wordt verloren. Helaas dragen in deze tijd niet alleen grote mensen, maar ook kinderen maskers. Het ene masker is nog mooier dan het andere en virtueel weten we allemaal een magnifieke uitstraling te creëren. De wrange paradox is dat we hierdoor steeds meer op elkaar zijn gaan lijken. Zonder menselijkheid en imperfectie is iedereen hetzelfde – een zwak schijnsel op internet, waar alles en iedereen even ‘perfect’ is. Of, beter gezegd: even virtueel en onecht.

Ten diepste gaat dit verhaal natuurlijk over hoe je als groot kind je authenticiteit kunt behouden in een wereld vol valse beloften en grote-mensen-rollen. Dit is een wereld waarin iedereen zich koning te rijk voelt, waarin iedereen als een zakenman succes en fortuin nastreeft. We hebben een wereld gecreëerd waarin uitblinken de norm is geworden en zijn hierdoor vergeten dat alleen onze wezenlijkheid – de authentieke aard van ieder – werkelijk uitstraling heeft.

Dit is de les die Antoine en de prins leren als ze elkaar in de woestijn treffen. De piloot die steeds hoger opgestegen is, is als Ikaros op aarde neergestort en wordt nu bezocht door zijn kleine vriend. Deze heeft zijn planeet verlaten, op zoek naar wezenlijkheid, niet beseffend dat de bloem op zijn planeet alle waarde inhoudt die hij als ziel heeft. Het is immers de liefde die opbloeit uit het lijden van Antoine, de persoonlijkheid van de mens, die de ster van de kleine prins zo helder verlicht. Maar voor de kleine prins is deze roos in eerste instantie niet voldoende. Hij wil een andere roos – een ander lot, een ander leven, een andere persoonlijkheid om in te wonen.

Dit is de vernietigende factor van deze rationele hightech tijd, waarin we zijn gaan geloven dat het leven maakbaar is. Talentenjachten houden ons voor dat iedereen een popster kan zijn. Iedereen kan Steve Jobs achterna gaan, iedereen kan succesvol zijn, iedereen heeft een perfecte relatie binnen handbereik, iedereen kan gelukkig zijn… Als we maar genoeg ons best doen en onszelf een nog perfecter masker aanmeten, dan ligt ieder lot binnen ons handbereik. Geloven grote mensen.

Als de kleine prins tenslotte vijfduizend rozen ziet, begint hij de waarde van zijn roos – zijn lot – te beseffen. Hoewel hij in eerste instantie teleurgesteld is dat zijn roos niet de enige is in haar soort, beseft hij wel dat de roos op zijn planeet maakt dat zijn ster ’s nachts het helderst straalt van alle sterren aan de hemel. Niet omdat zijn ster de grootste is of omdat zijn ster door de succesvolste zakenman wordt bewoond, maar gewoon, omdat het zijn ster is. Het is de uitstraling van zijn wezen. En toen verscheen de vos.

Het geheim van de vos

Deze spreekt tegen de kleine prins over verbondenheid, vriendschap en het belang van rituelen.

De vos staat bekend om zijn schuwe natuur. We kunnen het dier hiermee als een voorbeeld zien voor het bewaken van de eigen natuur, het beschermen van de eigen aard. De vos wil geen machtige leeuw of listige slang zijn, maar hij wil gewoon naar zijn eigen vossenaard leven. Niet meer en niet minder.

De vos geeft de kleine prins het advies om nog eens naar het veld met de rozen te gaan. “Dan zul je begrijpen dat jouw roos uniek is op de wereld. Kom me dan goedendag zeggen, dan zal ik je een geheim meegeven.”

Ik kan het sprookje hier wel verder uitleggen, maar dat is als het uiteenrukken van een prachtig geweven kleed. Beter citeer ik de woorden van de vos.

“Vaarwel zei de vos. Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.”

En de kleine prins herhaalde de woorden van de vos.

“Voor de ogen is het wezenlijke onzichtbaar.”

“Alle tijd die je aan je roos besteed hebt, maakt je roos juist zo belangrijk. Dat is een waarheid die de mensen vergeten zijn’, zei de vos. “Maar die moet jij niet vergeten. Jij blijft altijd verantwoordelijk voor wat je tam hebt gemaakt. Je bent verantwoordelijk voor je roos…”

“Ik ben verantwoordelijk voor mijn roos”, zei de kleine prins om het goed te onthouden.

Deze woorden schreef Antoine een jaar voor zijn dood.

 

© Sander Videler, 2019