De weg naar je ware zelf

Nieuws

De principes van creatie (1)

Alle artikelen, Creatie, Mystiek & gnosis

CREATIE -
Deel 1: To be, or not to be

In dit eerste deel uit een serie van vier artikelen beschrijf ik hoe wij zelf onze werkelijkheid vormgeven. Ik maak hierbij gebruik van concepten uit ‘Gesprekken met God’ (Neale Donald Walsch), ‘Een Cursus in Wonderen’ (Helen Schucman) en de Padwerk-lezingen van Eva Pierrakos.

Om te leren hoe wij bewust vorm aan ons leven kunnen geven, moeten we eerst de aard van de werkelijkheid begrijpen. De werkelijkheid is immers de absolute zijnsgrond. Zij vormt het fundament waarop alle bestaansvormen zijn gebaseerd. De werkelijkheid is het bestaan zelf.

Met deze ene, ogenschijnlijk eenvoudige zin is in feite alles gezegd: “De werkelijkheid is het bestaan zelf.” De Grote Van Dale definieert ‘bestaan’ als ‘het in wezen zijn’. Als je het in wezen bent, besta je. Zo niet, dan besta je niet. In de woorden van Shakespeare: “To be, or not to be: that is the question.”

Besta jij? Ja. Maar je hebt het waarschijnlijk niet in de gaten. Immers, ken jij jezelf zo volledig dat je met absolute zekerheid kunt zeggen wie jij in wezen bent?

Hoewel we ons in het dagelijks taalgebruik met 101 dingen identificeren, gebruiken we vaak loze woorden. We zeggen: ‘Ik ben Sander’ of ‘Ik ben Mieke’, zonder dat we werkelijk beseffen wie we zijn. We identificeren ons met de rollen die we spelen of de spullen die we bezitten. Dan zeggen we: ‘Ik ben manager’ en ‘Ik ben rijk’. Of, hoewel we het liever niet zeggen: ‘Ik ben werkloos’ en ‘Ik ben arm’. In geen van deze gevallen zeggen we iets over onszelf. We zeggen niet wie we zijn, maar hoe wij onszelf ervaren.

Je kunt pas zeggen dat je iets bent, als datgene beschrijft wie jij in wezen bent. Begrippen kunnen nooit jouw absolute zijnsgrond aanduiden. Al omschrijf je jezelf met alle woorden die bestaan, dan kun jij nog niet al je emoties en gedachten bevatten. En zelfs al zou je dit kunnen, je emoties en gedachten kunnen niet bevatten wie jij bent. Je kunt jezelf als treurig of gelukkig ervaren. Het simpele feit dat jij je het ene moment treurig en het andere moment gelukkig kunt voelen, geeft al aan dat jij iets bent wat beide omvat en overstijgt. Noch onze gevoelswereld, noch onze gedachtenwereld is in staat door te dringen tot de absolute zijnsgrond. Om toch te kunnen filosoferen over wie wij zijn hebben we het bestaan een naam gegeven: God.

God

De identiteitscrisis die we met betrekking tot onszelf ervaren is niets vergeleken met de verwarring die ontstaat als je het woord ‘God’ noemt. Voor veel joden en christenen is God een boze man die met enige regelmaat hel en verdoemenis over de mens uitstort. In de ogen van wetenschappers is God dood. Omdat de absolute zijnsgrond – Ik ben – inderdaad niet ervaren kan worden, concludeert de empirische wetenschap dat God niet bestaat. Zij heeft niet in de gaten dat het feit dat geen ervaring het wezen van iets – het bestaan zelf – kan omvatten, juist bewijst dat er naast de ervaring iets anders moet bestaan dat de ervaring mogelijk maakt. Totdat de kwantumfysica zo diep in de bestaansvormen is doorgedrongen dat zij op de absolute zijnsgrond stuit – ‘To Be’ – concludeert de wetenschap voorbarig: ‘Not To Be’.

Vat je de grap? Zolang de mens God door middel van ervaring probeert te benaderen, sluit zij God uit. Geen ervaring kan het zijn – het bestaan zelf – bevatten. Wie God probeert te ervaren bereikt daarmee één ding: je ervaart niet-zijn. Wie zichzelf met ervaringen identificeert ondergaat de meest angstwekkende ervaring van alle, namelijk de ervaring niet te bestaan. Want zo zeker als je emoties van het ene op het andere moment veranderen, zo zeker houdt jouw ervaring van man of vrouw, gezondheid of ziekte, rijkdom of armoede op een dag op. Als je het ene of het andere verliest, wat blijft er dan nog van jou over? Niets, behalve dat je bent.

We zijn nu op een belangrijk punt beland. Op dit punt gingen enkele duizenden jaren geleden de wegen van mystici enerzijds, en traditionele joden, christenen en moslims anderzijds uiteen. De mens die langs de weg van redenering concludeert, of via openbaring beleeft, dat hij het bestaan zelf is, zegt daarmee dat hij God is. De mysticus kent zichzelf als God. Daarom identificeert hij zich met alle bestaansvormen die in wezen dezelfde godskern delen. Toen mensen Jezus naar God vroegen zei hij: “Wees stil en weet dat Ik ben.” Oftewel: ga voorbij aan woorden en ervaringen en ken jezelf als het bestaan zelf. Je vraagt je af waarom anderen zich dan zoveel moeite doen om God te vinden in de thora, de bijbel of de koran? De reden is eenvoudig. Omdat zij zichzelf niet als God zien – en God dus niet kunnen kennen via de weg van zijn – zijn zij afhankelijk van de waarnemingen van anderen. Ze hebben geen andere keuze dan af te gaan op de woorden van goeroes, profeten en apostelen.

Volg je Zelf

Als zo iemand een ware spirituele leider is, zal hij of zij je slechts één advies geven: volg je Zelf! Want een meester weet dat alle bestaansvormen van binnenuit door de ene kracht worden bezield: de geest van God.

In het huidige christendom zijn nog sporen terug te vinden van de waarheid. Het concept van de Heilige Geest is er een van. Ieder wezen – elke steen, plant, dier, mens of hemellichaam – wordt door dezelfde kracht in leven gehouden: de Heilige Geest. Of: de innerlijke God. Zoals gezegd kan deze kracht niet ervaren worden, zij is slechts gekend. Wie door de poort van de tempel van Delphi ging om advies van het hogere te vragen, kreeg een dubbelzinnig antwoord. De mensen die de inscriptie boven de poort – “Ken je Zelf” – begrepen, wisten waar ze het antwoord moesten zoeken. In hun diepste wezen, waar denken en voelen in intuïtie samenvloeien, kenden zij het antwoord op alle vragen. Volg je Zelf! Wees een gnosticus: ken God in je eigen hart. Het hart is het menselijk orgaan waardoor liefde – de taal van God – begrepen wordt. Volg je Zelf! Treed in dialoog met God in jezelf (en schrijf er een goed boek over).

Wat is God?

De mens staat op de drempel van een paradigmaverandering waarbij hij de godheid in zichzelf leert (h)erkennen. Hierdoor is hij in staat om het dualisme, dat een onderscheid tussen subject en object maakt, te ontstijgen. Hij ziet dat alle bestaansvormen uitdrukkingen zijn van één kracht.

Subjecten en objecten vormen samen de relatieve werkelijkheid, het domein van ervaring of niet-zijn. De absolute werkelijkheid is het domein van zijn. De boeddhisten noemen dit het nirwana. Omdat hier van ervaring geen sprake is, zijn alle verlangens uitgedoofd. Zolang je je in het rijk der ervaring beweegt, zul je nooit helemaal gelukkig zijn. Want telkens als je het ene ervaart, mis je het andere. Alleen een synthese tussen het ene en het andere geeft werkelijke en duurzame vervulling.

De meeste mensen zijn doodsbang om het domein van puur zijn – de hemel – binnen te treden, omdat zij het bestaan alleen via ervaring kennen. Niet-ervaren wordt zodoende met niet-bestaan gelijkgesteld. Een vergissing. Want als je niets ervaart ben je het bestaan zelf. Dan ben je God.

Wat is God? Vaak geven mensen als antwoord een beschrijving van wie God is. Zij beschrijven God in antropomorfische termen: een wijze, oude man gezeten op een troon hoog in de hemel. In ieder geval is hij – ook al zo’n menselijke aanduiding – ver van ons verwijderd. Christenen geloven bijvoorbeeld dat de aarde een soort Siberië is waarheen de mens verbannen is vanwege een of andere erfzonde die hij begaan zou hebben. Alleen weet niemand wat die zonde precies inhoudt. De meest geleerde theoloog van het Vaticaan kan jou niet ondubbelzinnig verklaren wat Eva (waarom trouwens een vrouw?) misdaan heeft waarvoor de mens nu moet lijden.

Wat is God? God is in ieder geval niet lijden. Mensen die geloven dat God van hen eist dat zij lijden en boetedoen begrijpen God niet. Een beter begrip van God luidt: ‘al wat is’. Oftewel: God is het bestaan zelf, de absolute zijnsgrond.

Een wezen dat alles is wat bestaat is alomvattend, almachtig en alwetend. Zij is bovenal oneindig. Dit wil zeggen dat God door niets begrensd wordt, omdat buiten God niets bestaat. Overigens, in het spreken over God zijn dualistische termen als ‘buiten’ en ‘binnen’ betekenisloos. Bestaan is namelijk vormloos. Zou het vorm hebben, dan zou het niet langer het bestaan zelf zijn, want een vormhebbend iets kan niet alles omvatten. De ene bestaansvorm sluit noodzakelijkerwijs een ander deel van het bestaan uit. Je kunt God daarom opvatten als een alomvattend supersubject. Omdat het ene niet van het andere is onderscheiden, is ervaring onmogelijk. Ervaring komt namelijk alleen tot stand als de ene bestaansvorm (subject) de ander (object) waarneemt. Dit is de toestand van de wereld.

God is liefde en kennis

Vanuit het perspectief van de wereld vormt God een volkomen eenheid. De tegenstellingen die de menselijke ervaring vormen – licht versus duisternis, goed versus slecht etc. – zijn verenigd in God. Omdat ons verstand dit niet kan bevatten, noemen we God ‘paradoxaal’: schijnbaar tegenstrijdig. Geen mens begrijpt wat de goddelijke paradox inhoudt. Maar, paradoxaal genoeg, kunnen we haar wel ervaren. Eenheid van het bestaan wordt ervaren als liefde. Liefde omarmt alles: licht en duisternis, goed en slecht. Liefde oordeelt niet. Oordelen is een noodzakelijke functie in de dualistische wereld waarin de mens een weg moet zoeken tussen een schier oneindige reeks van tegenstellingen.

Behalve in liefde uit de goddelijke paradox zich in kennis. Werkelijke kennis, dat wil zeggen: onbetwijfelbare waarheid, is een gevolg van eenheid. In God kent het ene het andere als zichzelf, omdat beide één zijn. In de wereld neemt het ene het andere waar. Op basis van deze waarnemingen kan het ene gevolgtrekkingen over het andere formuleren. Maar het zal nooit zeker weten of dit de waarheid is. Daarvoor moet het ene het andere zijn.

To be, and not to be

We begonnen het betoog met de constatering dat, willen we bewust vormgeven aan ons leven, wij eerst de aard van de werkelijkheid moeten begrijpen. Zij wordt begrepen als God, het bestaan, liefde en waarheid. Dit zijn geen begrippen die betrekking hebben op iets buiten jou, maar zij duiden jouw eigen wezen aan. Hiermee zijn we bij de grootste paradox van alle beland: in wezen ben je God, maar in deze wereld ben je God niet. Oftewel: je bestaat en je bestaat niet.

In de wereld ontkent God zichzelf. Daarom is de wereld uit eindige bestaansvormen opgebouwd. Daarom is in de wereld iets anders dan liefde mogelijk. Daarom is de wereld een illusie.

De wereld bestaat niet. Alleen God is werkelijk. Oftewel: alleen wat alomvattend is, en dus niet beconcurreerd wordt door een alternatieve werkelijkheid, is werkelijk. Buiten de werkelijkheid, die alles is, kan niets bestaan. Dus ook geen wereld.

Scheppen versus projecteren

Tot slot, wat heeft dit alles met creatie te maken?

Het verschil tussen werkelijkheid en illusie is het verschil tussen scheppen en projecteren.

De eerste onderkent dat creëren een daad van zijn is. Een schepping is een staat van zijn: liefde. Wie leert scheppen, leert liefde bewust te maken en zo God in de wereld te bevestigen.

De tweede ontkent dat creëren een daad van zijn is. Omdat zij de pure staat van zijn ontkent, wendt zij zich tot ervaring. Een projectie is zodoende het voortbrengen van een bepaalde ervaring van het bestaan. Deze ervaring kan variëren van relatief liefdevol tot ronduit beangstigend. Doordat een ervaring alleen tot stand kan komen door de interactie met een object, zal een projectie zich altijd bekommeren om concrete dingen, zoals het voortbrengen van een snellere auto, een groter huis, een betere baan of een nieuwe partner. In alle gevallen schrijft het subject geluk toe aan het bezitten van een specifiek object. Het subject dat meent dat het los van God bestaat, en daardoor gebrek ervaart, gelooft dat het dit gemis kan aanvullen door het bezit van een mooier, groter, beter etc. object. Dit magische geloof is er de oorzaak van dat de wereld geobsedeerd is door bezit. In haar blinde geloof dat vervulling in ervaring gevonden kan worden, zoekt de wereld steeds weer naar de ultieme, nieuwe ervaring die geluk brengen zal. Zij begrijpt niet dat geluk en rijkdom op elk moment binnen ieders handbereik zijn.

 

© Sander Videler, 2011