De weg naar je ware zelf

Nieuws

De principes van creatie (2)

Alle artikelen, Creatie, Mystiek & gnosis

CREATIE -
Deel 2: Bewustzijn als creatieve kracht

In dit tweede deel uit een serie van vier artikelen beschrijf ik hoe wij zelf onze werkelijkheid vormgeven. Ik maak hierbij gebruik van concepten uit ‘Gesprekken met God’ (Neale Donald Walsch), ‘Een Cursus in Wonderen’ (Helen Schucman) en de Padwerk-lezingen van Eva Pierrakos.

De onmachtige mens

De mens is een gevangene van zijn onbewust zijn. Hij is zich er niet van bewust dat hij zijn eigen werkelijkheid creëert. Als de mens al bereid is verantwoordelijkheid voor zijn creatieve kracht te nemen, dan nog onderkent hij het bestaan van toeval. Hij gelooft dat hij door het lot getroffen wordt of dat hij het slachtoffer is van omstandigheden. In veel gevallen schrijft hij zijn ervaringen toe aan een externe factor. Het betreft een macht die buiten de mens om zou werken en ervoor zorgt dat geluk of ongeluk hem toevalt.

Het geloof in toeval hangt nauw samen met het traditionele godsbeeld. Joden, christenen en moslims beschouwen God als een externe oorzakelijke factor. God wordt begrepen als de oorzaak van bestaan en ervaring. Dit geloof wijkt in principe niet af van het wetenschappelijk paradigma dat oorzakelijkheid buiten de mens plaatst. Religie en wetenschap delen dezelfde visie op het menszijn: de mens is onmachtig. In de religieuze visie is hij overgeleverd aan het oordeel van zijn godheid. In de wetenschappelijke visie is hij de speelbal van de blinde werking van materie. De huidige drang van de mensheid om de buitenwereld ten koste van alles te veroveren, en zo te vernietigen, is een reactie op de visie van de onmachtige mens. En hoewel de wetenschap ontstaan is uit de belofte om hem te bevrijden van de boeien van religies die slachtofferschap propageerden, heeft zij de ervaring van onmacht slechts een andere invulling gegeven. De moderne mens is weliswaar niet langer afhankelijk van het oordeel van God. Maar nu wordt zijn leven bedreigd door een immens, kil en duister universum dat uit het niets is ontstaan en voor niets bestaat.

De machtige mens

Tegenover de onmachtige mens staat de machtige mens. Deze neemt het lot in eigen hand. Hij doet dit niet door zijn godheid middels smeekbeden en het opvolgen van ge- en verboden tevreden te stemmen, want schijnheiligheid is hem vreemd. Evenmin gaat hij de strijd aan met de natuur, want hij weet dat hij zelf uit de natuur voortkomt. Hij beseft dat het kappen van de bossen en het doden van de zeeën zelfvernietiging is. Noch probeert hij het diepe, onbewuste weten dat hij suïcidaal is, te verbergen achter eufemismen als ‘de beschaving van de mens’ of ‘het cultiveren van de aarde’. De natuur zoals zij is, is maximaal beschaafd en gecultiveerd. Aan haar oneindige intelligentie en rechtvaardigheid kan niets verbeterd worden!

 

De machtige mens kent de oorzaak van omstandigheden toe waar zij hoort: aan het bewustzijn. Hij begrijpt dat het bewustzijn de creatieve kracht is die het leven vormgeeft. Niet God of toeval bepalen wat ervaren wordt, maar de mens zelf.

Bestaan en ervaring

Om de creatieve kracht van het bewustzijn te begrijpen, is het belangrijk het verschil tussen bestaan en ervaring te kennen.

Het bestaan ervaren is iets anders dan het bestaan zijn. Bestaan is groter dan ervaring. Zij omvat al-wat-is. Zou het bestaan minder dan al-wat-is omvatten, dan zou dat betekenen dat buiten het bestaan nog iets anders bestaat. Een bestaan buiten het bestaan dus. Maar hoe kan buiten het bestaan iets anders bestaan? Buiten het bestaan bestaat dan ook niets.

Vanuit spiritueel perspectief wordt het bestaan begrepen als geest. Geest wordt gezien als een energie die alles omvat en in stand houdt: de levenskracht of, zoals de Indiërs zeggen: ‘prana’. Christenen noemen deze levenskracht ‘God’. Wetenschappers ontkennen de levenskracht. Zij bestuderen wel haar werking en manifestatie, maar zij ontkennen dat de natuur veroorzaakt is. Zij verklaren het bestaan van de kosmos vanuit de Big Bang, waar zij stoppen met denken. En met een reden, want het verstand kan geest niet begrijpen. Daarom bestaat geest voor het verstand niet. Maar omdat de redenering dat iets (materie) uit het niets is ontstaan volkomen irrationeel is, doet het verstand net alsof de vraag niet bestaat. De spirituele visie, volgens welke iets (materie) alleen uit iets anders (geest of God) kan ontstaan, biedt daarom vooralsnog meer houvast.

Het bestaan is dus God zelf. Omdat het bestaan al-wat-is is, is zij tevens de oorzaak van zichzelf. Het mysterie der mysteriën – de vraag: waar komt God vandaan? – kan dus in zichzelf beantwoord worden: God heeft zichzelf veroorzaakt.

Ten onrechte wordt ervan uitgegaan dat als God de oorzaak van bestaan is, hij ook de oorzaak van ervaring is. Opgemerkt werd al dat bestaan en ervaring niet hetzelfde zijn. Bestaan is groter dan ervaring; als een vat houdt het bestaan (al-wat-is) ervaring (dat-wat-is) in. Hieruit volgt dat ervaring wel een vorm van bestaan is, maar bestaan is geen vorm van ervaring. Als je dus net als God het bestaan zelf bent, ken je geen ervaring. Dit kan als volgt begrepen worden.

God of geest is al-wat-is. Geest is noodzakelijkerwijs oneindig. Een eindige geest zou immers niet al-wat-is kunnen inhouden. Alleen een oneindige geest kan alle mogelijkheden van bestaan bevatten. Iets wat oneindig is, is tevens vormloos. Binnen het vormloze kunnen subject en object niet onderscheiden worden. Het bestaan van waarnemer (subject) en waarneming (object) veronderstelt dat beide een aparte vorm aannemen. Dit is onmogelijk in vormloze geest. God is zodoende niet in staat de eigen aard als object waar te nemen. God kent zichzelf alleen langs directe weg als al-wat-is, maar hij weet niet wat dat is? Ofwel: God kent zichzelf als het bestaan of puur zijn zonder te weten wat dit inhoudt. Hiervoor is het noodzakelijk dat het bestaan zichzelf ervaart.

Bewustzijn

Het bestaan dat zichzelf ervaart is bewust-zijn of gewaar-zijn. Door bewust te zijn, weet je wat het is om te zijn. Bewust-zijn is dus het waarnemen of het ervaren van het bestaan zelf. De mens die zichzelf of de wereld aanschouwt, ervaart God! Hij is zich hiervan onbewust, omdat door de scheiding van subject (de waarnemende mens) en object (de waargenomen wereld) de kennis van het geheel – geest of God – verloren gaat. De mens heeft daardoor niet in de gaten dat hij God zelf is die naar zichzelf kijkt!

Eerder werd gesteld dat het voor God onmogelijk is om zichzelf te beschouwen. Oneindige geest kan geen eindig subject en object vormen. Dit betekent dat geest eeuwig in ongemanifesteerde, en dus ervaringsloze, toestand bestaat. Maar, door te doen alsof de oneindigheid een einde kent, heeft God ruimte en tijd doen beginnen. Door zijn geest te beperken, schiep God een eindig kader waarbinnen hij zichzelf ervaren kan. Dit kader is de denkgeest. Zij wordt ook ‘kosmos’ of ‘ruimte’ genoemd.

Denkgeest

De denkgeest is het ‘deel’ geest dat zichzelf als eindig beschouwt: het subject. Het ‘deel’ geest dat buiten de denkgeest lijkt te bestaan wordt als de buitenwereld ervaren: het object. Omdat beide – subject en object – in de illusie van eindigheid vermomd zijn, realiseren zij zich niet dat zij één geest vormen. Zij beseffen niet dat ze het bestaan zelf zijn. Zij menen daarentegen dat zij deel van het bestaan, of eindige wezens, zijn. Zichzelf tot eindige wezens beperkt te hebben, identificeren zij zich met de inhoud – het bewustzijn – van hun denkgeest. Zij zien het deel van geest waarvan zij zich bewust zijn, voor identiteit aan. Zo gelooft de mens dat hij zijn lichaam is. Hij beseft niet dat het lichaam de ervaring van zichzelf is. Wanneer het subject de valse zelfidentificatie opgeeft, is hij in staat een groter deel van geest te bevatten. Hij ervaart zijn bestaan daardoor niet langer als een menselijk lichaam, maar als de planeet Aarde. Wanneer het nieuwe, grotere subject ook deze valse zelfidentificatie opgeeft, is zij in staat een nog groter deel van geest te bevatten. Zij ervaart haar bestaan daardoor niet langer als de planeet Aarde, maar als de kosmos. Wanneer de kosmos tenslotte haar identiteit tot in de oneindigheid oprekt – en zo de objectieve buitenwereld tot subjectieve binnenwereld maakt – ervaart de kosmos zichzelf als God. Dan realiseert het bestaan volkomen bewust-zijn, en gaat het geheelde bewustzijn over in haar oorspronkelijke toestand van geest.

Alles bestaat in God

Zolang de waarnemer niet herkent dat het één is met zijn waarnemingen – en er dus geen verschil tussen waarnemer en waarneming bestaat – herkent God zichzelf niet als de ene godheid. In plaats daarvan beschouwt God zichzelf als steen, plant, dier, mens, aarde of kosmos. Kortom, als elke mogelijke bestaansvorm, maar niet als het bestaan zelf.

Alle bestaansvormen bestaan in God. Zo ook de wereld – zij bestaat in God! God bevindt zich dus niet ver weg verstopt in het universum, maar God bestaat nergens anders dan hier en nu. De dingen die je ziet, de ruimte waarin je leeft, het lichaam dat de ruimte inneemt – dit alles is God. Omdat God het bestaan zelf is, kan niets ooit buiten God bestaan.

De creatieve kracht van bewustzijn

De oneindige geest waarin alles leeft is de creatieve macht. De eindige denkgeest is de creatieve kracht die via het bewustzijn vorm geeft aan de vormloze geest. Omdat geest alle mogelijkheden van bestaan bevat, kan het bewustzijn in haar aan alles vormgeven. Alle bestaansmogelijkheden die de denkgeest bevatten kan, nemen vorm aan in geest. Er zijn letterlijk geen grenzen aan wat mogelijk is. Alles kan en alles mag. God zou niet langer het bestaan zelf zijn indien hij op welke wijze dan ook restricties zou stellen aan de mogelijkheden die kunnen of mogen bestaan.

Niet de geest, maar de denkgeest beslist wat mogelijk is. Geest is ‘slechts’ de bestaansgrond waarin het individuele en collectieve bewustzijn de zaden zaait van wat het als bestaansmogelijkheid zal oogsten. God is de oorzaak van het bestaan, maar de denkgeest en zijn bewustzijn geven vorm aan het bestaan. Ervaringen – dat wat de denkgeest als bestaansmogelijkheid waarneemt – zijn dus altijd zelf bepaald. ‘Zelf bepaald’ betekent ‘zelf gewild’. Alles wat de mens ervaart is in de diepste zin door hemzelf gewild. Bedenk echter dat de denkgeest oneindig diep en oneindig wijd is.

Boven- en onderbewustzijn

In werkelijkheid is de denkgeest de geest zelf. Haar bewustzijn is daarom oneindig diep: zowel het onder- als het bovenbewustzijn zijn onbegrensd. Het onderbewustzijn bevat alle verleden bestaansmogelijkheden: de leerervaringen. Het bovenbewustzijn bevat alle toekomstige bestaansmogelijkheden: het potentieel. In het heden werken beide lagen van het bewustzijn samen: opgedane ervaring inspireert nieuwe mogelijkheden. Omdat verleden en toekomst echter illusies zijn van het bewustzijn, dat niet in één keer de gehele geest kan bevatten, werkt de tijd ook andersom. Huidige en toekomstige ervaringen veranderen de ervaringen van het verleden. Dit betekent dat in het heden zowel het verleden, als de toekomst, gecreëerd worden. Door in het nu nieuwe mogelijkheden te manifesteren, wordt het onderbewustzijn zo gevormd dat zij in haar ontmoeting met het bovenbewustzijn één geest vormt. De twee delen – als ‘puzzelstukjes’ in elkaar passend – brengen zodoende in elk moment de gehele geest tot openbaring. Op deze wijze brengt iedere denkgeest telkens nieuwe universa in bestaan.

Individueel en collectief bewustzijn

De denkgeest is niet alleen oneindig diep, zij is ook oneindig wijd. In werkelijkheid bestaan er geen individuele denkgeesten. Alle denkgeesten – dat van de kleinste tot de grootste bewustzijnsvorm – werken samen in één geest. Bewustwording van de ene, is hierdoor afhankelijk van het bewustzijn van alle andere bestaansvormen. Het bewustzijn van een bloem in de Amazone beïnvloedt het bewustzijn van een schipper op de Grote Oceaan. Ook binnen de kosmos vormen alle bewustzijnsvormen een web van relaties dat zo complex is, dat zij elk voorstellingsvermogen te boven gaat. Bedenk bovendien dat alles bewustzijn is! In geest bestaat geen ledige ruimte; dit zou haar oneindige aard aantasten. Elke ruimte, hoe klein ook, is bewust-zijn.

Bewustzijnsvormen zijn georganiseerd in orden van dezelfde kwaliteit bewustzijn. Atomen werken samen in de manifestatie van materie. Het mineralen-, planten- en dierenrijk werkt samen in de manifestatie van de mens. Alle mensen werken samen in de vorming van het collectief bewustzijn van de mensheid. Deze omvat en ontstijgt het collectieve bewustzijn van de natuur onder haar. De gehele natuur, inclusief de mens, werkt samen in de vorming van het bewustzijn van de Aarde. Deze omvat en ontstijgt het collectieve bewustzijn van het leven op de planeet. Alle individuele en collectieve bewustzijnsystemen samen vormen de kosmos, welke de gemanifesteerde godheid is.

Zo binnen, zo buiten

Ieder mens, ieder wezen, geeft op elk moment door middel van zijn bewustzijn vorm aan de eigen werkelijkheid. De collectieve werkelijkheid – de buitenwereld – is het resultaat van de samenwerkende creatieve krachten van alle wezens. De natuur manifesteert exact de collectieve bewustzijnstaat van het leven op Aarde. De wetten van de natuur, zoals ‘het recht van de sterkste’, zijn de uiterlijke manifestaties van de innerlijke bewustzijnsstaat. In een wereld waarin het geloof in schaarste regeert, vechten dier en mens om voedsel. In een wereld waarin liefde schaars is, eten de sterken de zwakkeren op. Planeten voortgekomen uit een andere kwaliteit van bewustzijn, manifesteren andere natuurwetten. Ook de buitenwereld van de individuele mens is een manifestatie van zijn bewustzijn. In werkelijkheid kan er net zo min van een ‘buitenwereld’ en ‘binnenwereld’ worden gesproken, als van een subject en object. Binnen en buiten zijn optische vervormingen van de denkgeest die de ene geest niet kan bevatten. Zolang de mens gelooft in een individueel bestaan, ervaart hij een binnen- en een buitenwereld. De bewuste mens weet dat wat hij als zijn ‘buitenwereld’ (object) ervaart, in werkelijkheid zijn ‘binnenwereld’ (subject) is. Een mens kan daarom nooit op de verkeerde plaats zijn!

Met het bewustzijn als oorzakelijke factor van manifestatie en ervaring, kan niemand nog de slachtofferrol claimen. Geen mens is overgeleverd aan het oordeel van God. Alleen een wezen dat in de werkelijkheid van eindige bestaansvormen gelooft, is tot oordelen of het maken van onderscheid in staat. Al-wat-is kent het principe van oordelen daarom niet. Bovendien, de mens is God! Welke godheid oordeelt tegen zichzelf? Zij die hun lot niet langer in de handen van God kunnen leggen, overwegen wellicht hun vlucht in het toeval te zoeken. Besef dan dat materie niets anders dan gematerialiseerd bewustzijn is. Ieder mens ervaart in materie wat hem overeenkomstig zijn bewustzijn toevalt.

 

© Sander Videler, 2011