De weg naar je ware zelf

Nieuws

De principes van creatie (4)

Alle artikelen, Creatie, Mystiek & gnosis

CREATIE -
Deel 4: Ben jezelf

In dit vierde deel uit een serie van vier artikelen beschrijf ik hoe wij zelf onze werkelijkheid vormgeven. Ik maak hierbij gebruik van concepten uit ‘Gesprekken met God’ (Neale Donald Walsch), ‘Een Cursus in Wonderen’ (Helen Schucman) en de Padwerk-lezingen van Eva Pierrakos.

In de voorgaande artikelen zijn de principes van creatie reeds uiteengezet. Met als uitgangspunt dat ieder mens, iedere denkgeest, binnen het Al van God bestaansvormen schept, hebben we de scheppingskracht die in iedere denkgeest besloten ligt onderzocht. Centraal hierin stond de samenwerking van de Geest, de denkgeest en het lichaam die samen een heilige drie-eenheid vormen. De Geest, het kosmische Zelf of God vormt het levensprincipe. Het is het leven zelf dat ononderbroken in de eeuwigheid uitstraalt. In haar ononderbroken werking brengt zij niets dan zichzelf voort, ofwel: schepping is een uitbreiding van het wezen van God. Wanneer we dit wezen in woorden beschrijven, kunnen we niet anders dan terugvallen op metaforen: symbolen die een voorstelling geven van de werkelijkheid. De werkelijkheid zelf – het wezen van God – is ongrijpbaar, ontastbaar en onaantastbaar. Waarom? Omdat het wezen van God het Al vormt. Zij is Al wat bestaat en daardoor vormloos van aard. Vorm komt uit begrenzing of beperking voort. Een melkpak ontleent haar typerende vorm aan haar omgeving, aan dat wat zij niet is. Doordat een pak melk geen tafel, stoel, ijskast en alle andere bestaansvormen is, neemt zij haar specifieke vorm aan. Anders gezegd: het Al minus alle mogelijke bestaansvormen (behalve het melkpak) geeft gestalte aan het melkpak. Een melkpak, zo weten ook de Hindoes, bestaat op zichzelf niet. Immers, zij ontleent haar bestaan aan wat zij niet is (niet de ijskast, niet de tafel etc.). Maar, hoe kan iets werkelijk bestaan als het bestaat als ‘Al wat niet bestaat’? Hindoes spreken het melkpak, en alle bestaansvormen in de kosmos, om deze reden met Maya, dat ‘illusie’ betekent, aan.

Alle bestaansvormen berusten dus op illusie. Tegenover de illusie staat de werkelijkheid. Alleen de Geest is werkelijk, omdat alleen dat wat alles is werkelijk bestaat. De Geest (God) bestaat – anders dan het melkpak – als datgene wat het wél is: het Al. In metaforen beschreven wordt het Al vaak als een oneindig licht voorgesteld. Haar kracht wordt als ‘liefde’ getypeerd omdat liefde alles omvat, bevat en omarmt. Licht en liefde kunnen alleen zichzelf voortbrengen. Licht dat uitstraalt breidt zichzelf noodzakelijkerwijs in licht uit. Pas wanneer licht door iets geblokkeerd wordt, werpt zij een schaduw. De duisternis die zo ontstaat bestaat – net als het melkpak – niet op zichzelf, zij bestaat als dat wat zij niet is: duisternis is een ontbreken van licht. Wanneer niets de uitstraling van het wezen van God in de weg staat, schijnt het wezen van God tot in de oneindigheid. Hetzelfde geldt voor liefde. Wanneer niets de liefde van God blokkeert, heeft God alle wezens onvoorwaardelijk en zonder beperking lief. Waarom? Omdat God alle wezens is. Er bestaat maar één Al.

Ik ben

Wie de bovenstaande woorden begrijpt, ziet in dat de aard van de werkelijkheid volkomen vormloos is. In de hemel, zo zeggen de gnostici, verkeert al het bestaan in volkomen eenheid met God. In deze vormloze toestand, de ‘absolute werkelijkheid’ in de woorden van Neale Donald Walsch, bestaat geen onderscheid tussen begin en einde, boven en beneden, de ene en de ander. Hier geldt het principe van Hermes Trismegistus ‘zo boven, zo beneden’. Hierin kan geen enkele bestaansvorm bestaan. Wat voor zin heeft het dan te schrijven over de creatieve kracht van de menselijke denkgeest? Wat is creatie? Vormt zij het voortbrengen van concrete bestaansvormen, zoals een auto of een I-Pod? Hoe kan het überhaupt dat de mens temidden van een kosmos vol bestaansvormen bestaat? De antwoorden op deze vragen zijn in voorgaande drie artikelen onderzocht. In het kort: de wereld (de kosmos) bestaat zodat God zichzelf kan ervaren. Neale Donald Walsch beschrijft hoe God, het Al – doordat het geen begrenzingen kent – zijn eigen wezen van licht en liefde niet kan ervaren. Ervaring of waarneming veronderstelt immers dat er iets is dat door iets anders ervaren kan worden. Omdat in de hemel niets van elkaar onderscheiden kan worden, maar alles één licht vormt, kan er niets ervaren worden. Dit klinkt saai maar is het niet. In de afwezigheid van ervaring – een wordingstoestand – blijft het pure ‘zijn’ over. ‘Te zijn’ betekent dat je bent – zonder onderbreking, zonder zelfbewustzijn, zonder op jezelf terug te kijken. Wanneer je op jezelf terugkijkt en je oneindige wezen beschouwt, wordt je ‘zijn’ in schijnbaar eindige fragmenten waargenomen. Dit komt doordat niets in staat is het Al in zijn oneindigheid waar te nemen.

In de bijbel staat geschreven: ‘Eer Abraham was, ben Ik.’ Ofwel: voordat enige bestaansvorm, enige ster, enige kosmos geboren was, bestond de Geest. De Geest zal altijd bestaan in een onderbroken zijnstaat. Deze staat is volkomen liefdevol. Maar zij wordt niet bewust (h)erkend en ervaren, omdat in de afwezigheid van iets anders dan licht (duisternis), alles verlicht is. Stel je bevindt je in een oneindig licht. Hoe weet je dan dat dit licht is als je geen duisternis kent? Hoe weet God dat hij als liefde bestaat als hij geen angst en haat kent? Om aldus zichzelf te doorgronden, fragmenteerde het Al in ontelbare, schijnbaar afzonderlijke bestaansvormen. Elke bestaansvorm, ook al lijkt zij net zo nietig als een pak melk, heeft een doel: God zichzelf te laten ervaren. De (zogenaamd) afgescheiden delen Geest hebben we ‘denkgeesten’ genoemd. De denkgeest is het deel van God dat net doet alsof het op zichzelf bestaat, niet wetende dat het het Al is. Door onszelf als begrensd voor te stellen, kunnen we de overige delen van het Al waarnemen of ervaren. Dit is het doel, het enige doel van de kosmos: het leven te ervaren in alle kleuren, geuren en smaken. De karakterkleur van een moordenaar heeft in deze evenveel waarde als de kleur van een yogi. De smaak van zoetheid is even belangrijk als bitterheid, want zonder de ene kan het andere niet bestaan. En zonder het andere kan de Ene (God) zijn wezen niet ervaren.

Ben jezelf

We eindigen deze serie over creatie met een open vraag: wat moet jij als individuele denkgeest, als zoon van God, creëren? Het antwoord is God. Maar wat is God? God is alles wat bestaat. Alle denkgeesten samen vormen één Geest. Alle kleuren samen vormen wit. Alle emoties samen vormen liefde. Wat moet jij als Geest, als God, re-creëren? Het Al. Alle kleuren. Alle smaken. Alle denkbeelden. Alles wat je kunt bedenken. Alles wat je maar wilt. Alleen door jezelf te zijn kun je het Al recreëren. Want alleen als iedereen uniek is, en vorm geeft aan zijn of haar unieke bestaan, kan het Bestaan zichzelf ervaren. Hierbij is alles geoorloofd. Alles is goed. In de hemel bestaat geen onderscheid. Goed en slecht zijn niets anders dan labeltjes die de mens aan de verschillende ervaringen hecht. Net als de ervaring zelf, bestaan ze niet werkelijk.

 

© Sander Videler, 2011