De weg naar je ware zelf

Nieuws

Pinokkio

Alchemie, Alle artikelen, Mythen & sprookjes

SPROOKJES - In het sprookje van Pinokkio, de houten pop door Gepetto gemaakt en door de blauwe fee tot leven gewekt, wordt het scheppend vermogen van de ziel symbolisch uitgebeeld.

Gepetto de vrijmetselaar

Er was eens een man die Gepetto heette. Gepetto was een vrijmetselaar. Via zijn bewustzijn beeldde hij poppen uit: verheven versies van zichzelf. Je weet misschien dat vrijmetselaren van oorsprong een genootschap vormden van ambachtslieden die bouwden aan de kathedralen van de middeleeuwen. Steenhouwers en houtbewerkers werkten aan het vormen van religieuze kunst, welke voor sommigen van hen niet alleen een uiterlijke kunst, maar ook een innerlijke kunst was. Door zich te verbinden met de innerlijke religieuze symbolieken van de kunstwerken werkten zij aan hun innerlijke ontwikkeling.

Pinokkio, gesneden uit het hout van de boom van kennis van goed en kwaad

In het sprookje snijdt Gepetto zijn pop uit het hout van een pijnboom, in het Italiaans ‘pinokkio’ geheten.

De naam ‘pijnboom’ is in dit verband symbolisch. Als we Pinokkio opvatten als een projectiebeeld van het bewustzijn van Gepetto, dan staat Pinokkio symbool voor het proces van bewustwording. Bewustwording gaat gepaard met lijden of pijn. Door pijnlijke ‘fouten’ te maken leren we.

De (pijn)boom kan ook in verband worden gebracht met de boom van de kennis van goed en kwaad. Sinds de dag dat Adam en Eva gegeten hebben van de kennis van goed en kwaad en zij een eigen, van God afgezonderd bewustzijn ontwikkeld hebben, lijdt de mens. In Genesis wordt dit verbeeld door de slang die, sinds hij de mens heeft verleid om van de vruchten van de kennis van goed en kwaad te eten, gedoemd is om over de aarde te kruipen. Sinds de mens het kosmisch bewustzijn beperkt heeft tot een eigen, individueel bewustzijn, moet de mens moet zwoegen voor zijn brood en het land, vol distels en doorns, bewerken.

De slang staat symbool voor bewustzijn, zoals bijvoorbeeld in het Oosten de oprijzende slang het kundalinivuur of stijgend bewustzijn symboliseert.

Ooit bezat de mens kennis van (de eenheid van) het leven en kende hij zichzelf als een goddelijk of geestelijk wezen. Steiner en Blavatsky verhalen in hun esoterische geschiedschrijving over vroegere beschavingen waarin de mens een hoger bewustzijn bezat. Ten tijde van Lemurië was er zelfs nog sprake van een androgyne mens waarin de tegenpolen van het leven in eenheid rustten. Dit menstype ligt in een oerverleden, voor de opkomst van homo erectus, waaruit homo sapiens (sapiens) is voortgekomen.

Sinds de mens van de boom van de kennis van goed en kwaad heeft gegeten bezit hij een afgescheiden zelf of ego. Het ego of ik opereert door middel van het dialectisch bewustzijn, dat de werkelijkheid kent bij de gratie van tegenpolen. De mens kan de werkelijkheid hierdoor niet kan kennen, omdat deze voorbij beperkte begrippen als goed en kwaad, licht en duisternis gaat. In zijn dialectisch bewustzijn heeft de mens zich afgezonderd van de kennis van het leven dat aan de Ene toebehoort. Verdreven uit het paradijs van de geest moet hij sindsdien zwoegen en dus lijden om zijn bewustzijn in de oorspronkelijke staat van eenzijn (één Zijn) te herstellen. Alleen door zijn bewustzijn te ontwikkelen kan de mens weer eten van het manna, het brood van de hemel.

Net als Jozef, de vader van Jezus, is Gepetto een timmerman – een houtbewerker die via zijn bewustzijn Adman Kadmon, de oorspronkelijke mens, uit het hout van de boom van de kennis van goed en kwaad snijdt. Gepetto heeft een eervol beroep. In de traditie van kabbalisten, alchemisten, vrijmetselaren en andere zoekers naar waarheid probeert hij zijn bewustzijn terug te brengen tot de oorspronkelijke, volmaakte staat van eenzijn. Pinokkio staat symbool voor een nieuw bewustzijn, dat gevormd is naar het hoogst mogelijke begrip van de waarheid of werkelijkheid dat Gepetto op dat moment heeft. Dit nieuwe bewustzijn bevindt zich nog in een pril stadium en wordt nog regelmatig verduisterd door onbewust zijn. Dit wordt gesymboliseerd door de neus van Pinokkio, die bij elke leugen (onbewust zijn) groeit.

In de kabbalah wordt de hemelse of goddelijke mens Adam Kadmon geprojecteerd op het fysieke lichaam. Ter hoogte van de neus zetelt, wat kabbalisten noemen, het bewustzijnscentrum Da’ath. Deze representeert de hoogste mystieke wijsheid. Behalve dat de neus van Pinokkio een groeiende tak aan de boom van kennis van goed en kwaad representeert, staat de neus ook symbool voor het kabbalistische begrip ‘Da’ath’.

Homunculus in de alchemie

Een ‘homunculus’, de naamt zegt het al, is een miniatuurmens. Als je de geschriften mag geloven, schiepen alchemisten uit de middeleeuwen aan de lopende band homunculussen in hun destilleerkolven en athanors (ovens). Zelf probeer ik me met behulp van een brouwsel van dieptepsychologie, kabbalah en alchemie tot Adam Kadmon, een homo unversalis, te transformeren.

Transformatie in de alchemie gaat over het omzetten van de ene stof in de andere stof, zoals de (figuurlijke) omzetting van lood (grofstoffelijk bewustzijn) in goud (fijnstoffelijk bewustzijn). Een ander voorbeeld is de omzetting van inerte materie, zoals een houten pop, in een levend mens. Een mens kan dit niet op eigen kracht. Hij heeft hiervoor een hemelse of geestelijke macht en kracht nodig in de vorm van de heilige geest.

In het sprookje wordt Pinokkio aan het eind van het verhaal door de blauwe fee, een hemelse kracht, tot leven gewekt. Een ander voorbeeld van zo’n transformatieproces wordt beschreven door Gustav Meyrink in ‘Der Golem’. In dit boek geeft de Joodse schrijver een verslag van een tot leven gewekte pop, in het Jiddisch ‘golem’ genoemd.

Golem en magie

Het verschijnsel van de golem is afkomstig uit kabbalistisch magische tradities. In de Talmoed wordt gesproken over het scheppen van een levend wezen uit klei of leem door middel van magische handelingen. Dit motief is afkomstig uit Genesis, waarin God de mens Adamas uit klei vormt.

Om de tot leven wekking van Pinokkio of welk wezen ook (mens, homunculus, golem) te begrijpen, is het zinvol het idee achter magie te bevatten.

Wat is magie?

Magie is letterlijk magnetisme: de onweerstaanbare band die er tussen twee polen bestaat. Wetenschappelijk gezien ontstaat deze band doordat beide polen op een zelfde trillingsfrequentie resoneren, maar elk met een andere geladenheid (positief/negatief of actief-scheppend versus passief-ontvangend). Polariteit of dualiteit ontstaat in een toestand van gespletenheid. De wederzijdse aantrekking van beide polen probeert deze gespletenheid, die sinds de zondeval een universele toestand van de mens is, te helen.

Op aarde streeft alle leven naar een herstel van de oorspronkelijke staat door de wederzijdse aantrekking tussen tegenpolen, zoals tussen mannelijk (yang) en vrouwelijk (yin). Neem bijvoorbeeld verliefdhed, dat een uiting is van dit principe van magnetisme. Ten diepste worden we niet slechts op de ander verliefd, maar de ander draagt iets in zich, dat we op een dieper, on(der)bewust niveau ook in onszelf dragen. Omdat we ons van dit deel in onszelf (nog) niet bewust zijn, projecteren we dit op de ander. Vervolgens zien we een onbewust, eigen deel van onszelf terug in de ander en willen we niets liever dan ons verenigen met de ander (in onszelf). Dit is een poging om ons met ons eigen onbewuste te verenigen.

Pinokkio kan opgevat worden als de ontvankelijke, negatieve tegenpool van het scheppend bewustzijn van Gepetto, de positieve tegenpool. Opnieuw is er de gelijkenis met de golem, die gezien kan worden als een gestalte van ons eigen on(der)bewuste. De golem is de negatieve, onbewuste tegenpool van het positief geladen bewustzijn.

In ‘In de ban van de ring’ wordt dit principe letterlijk verbeeld in het wezen Gollem, het alter ego van de protagonist Frodo. Gollem is een gedegenereerd wezen, dat als onbewuste, negatieve pool onlosmakelijk verbonden is met zijn meer bewuste, positieve tegenpool Frodo. Het vercorrumpeerde karakter van Gollem duidt op een Freudiaans Es: onderdrukte verlangens die de vorm hebben aangenomen van blinde drift. In dit voorbeeld heeft Frodo, net als Gepetto, een wezen geschapen, maar dan in negatieve zin.

Alles waarvan we ons nog niet bewust zijn bestaat als ongedifferentieerde energie (niet gecodeerde informatie) in ons. Het feit dat we deze onbewuste energie niet kunnen zien, wil niet zeggen dat zij niet bestaat! We komen al wat onbewust in ons is voortdurend tegen in de buitenwereld, waar ze de vorm aanneemt van het (nood)lot. Je kunt je immers alleen in een veld van energie (trillingen, frequenties) bevinden dat aansluit op je eigen energie of frequentie! Het (nood)lot kan beschouwd worden als de negatieve tegenpool van het zich ontwikkelend bewustzijn en staat in een zelfde verhouding als Pinokkio ten opzichte van Gepetto.

Magie tot slot is het langs bewuste wijze opwekken van een veld van spanning of lading (bewustzijnspotentieel) tussen de tegenpolen bewust en onbewust zijn. Als magiër heeft Gepetto langs alchemistische weg een homunculus geschapen: Pinokkio. Deze beleeft allerlei avonturen waardoor zijn creator Gepetto tot bewustwording komt. Pinokkio wordt bijvoorbeeld door bandieten in de val gelokt en belandt in het circus, een metafoor voor het dagelijks leven dat, zolang het onbewust wordt beleefd, vaak clownesk overkomt. Later komt Pinokkio zelfs, net als de bijbelfiguur Jonas, in de buik van een walvis terecht, symbool van het onbewuste. Gepetto, zijn bewuste tegenpool, moet hem redden, zoals de jager Roodkapje uit de buik van de wolf, het alles verslindende onbewuste, bevrijdt.

Goddelijke metafysica

Om het idee van magie of het scheppen van Pinokkio’s en andere golems nog beter te begrijpen, grijp ik terug op een boek, getiteld ‘Kosmische heelheid’ van Murdo-MacDonald. Ik ga nu verder in op het in positieve zin scheppen (‘witte magie’), door Murdo-MacDonald  ‘goddelijke metafysica’ genoemd.

Op pagina 59 schrijft Murdo-MacDonald:

“De mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, met hetzelfde scheppend vermogen als erfdeel.” Dit wil zeggen: ons bewustzijn, onze gedachten, gevoelens, handelingen en intenties (ideeën) hebben scheppend vermogen. Via zijn bewustzijn geeft de mens vorm aan de alomtegenwoordige geest van God. In de woorden van Murdo-MacDonald: “Je schept een beeld in de mentale substantie, die geen individueel eigendom is. Met ons bewustzijn scheppen we wat we maar willen.”

De geest van God fungeert als onpersoonlijke oersubstantie. Zij manifesteert al naar gelang onze overtuigingen:

“De menselijke onderbewuste geest is niets anders dan de geest zelf en die universele geest is een substantie die je precies bezorgt wat je denkt. Hij houdt geen rekening met personen, hij is onpersoonlijk van nature. Als je naar iets verlangt en gelooft dat je het krijgt, krijg je het ook.” (pagina 13)

In andere woorden schrijft Murdo-MacDonald:

“De geest is passief van nature. Bewustzijn is de leidinggevende factor en de schepper van gedachten. De intelligentie, de actieve factor, veruiterlijkt de gedachte tot in de kleinste bijzonderheden.” (pagina 55)

“Gedachte is geest in actie. De grote geest – de universele geest – waarin wij leven, gaan en ons bestaan hebben, is toegerust met hoedanigheden van het oneindige, dat niet anders dan alomtegenwoordig kan zijn, niet anders dan alle wijsheid kan bevatten. De geest zal op ons verlangen reageren overeenkomstig ons geloof en doel.” (pagina 75)

“De hersenen zijn het orgaan van de individuele geest, die in rechtstreeks contact staat met de universele geest. Jouw individuele geest staat voortdurend in verbinding met de universele geest. De universele geest leeft in de individuele geest. Ze zijn één geheel, onafscheidelijk met elkaar verbonden. Met ons denkproces scheppen wij vanuit het universele naar het persoonlijke of fysieke vlak toe.” (pagina 75)

Het is belangrijk om op te merken dat wij in dit scheppingsproces een vrije wil hebben. We zijn vrij om te scheppen wat wij willen. Dit lezen we in de bijbel waar God de mens naar beeld en gelijkenis van zichzelf geschapen heeft. Onze vrije wil is een goddelijke eigenschap. Wij kiezen er zelf voor om in eenheid met God of tegen Zijn wil in te scheppen. Zo zijn we zelf verantwoordelijk voor alles wat in ons leven vorm aanneemt, zowel in positieve, als in negatieve aspecten.

Murdo-MacDonald heeft met zijn boek ‘Kosmische heelheid’ als doel de menselijke wil in overeenstemming met de goddelijke wil, die in hem woont, te brengen. Op deze wijze kunnen we onze schepping(en) terugbrengen naar hun oorspronkelijke staat, waarin ze een uitdrukking van liefde zijn.

Met deze inzichten uit de goddelijke metafysica keren we terug naar Pinokkio.

Pinokkio geboren uit een onbevlekte ontvangenis

Ik heb al gewezen op de gelijkenis tussen Gepetto en Jozef. Beiden waren lid van de plaatselijke vrijmetselaarsloge.

Gepetto en Jozef zijn archetypen. Als timmerman of vrijmetselaar staan zij symbool voor het beeldhouwend bewustzijn. Wanneer dit bewustzijn geperfectioneerd is, kan zij zich verbinden met de geestkracht van de Logos of de heilige geest. Dit is de betekenis van de onbevlekte ontvangenis, waarbij een rein bewustzijn als dat van Maria de scheppingskracht van de geest kan ontvangen. Maria symboliseert de zuivere ziel (Eros), die door de geestelijke kracht van de Logos wordt bevrucht. De verbintenis tussen scheppende mannelijke energieën en ontvankelijke vrouwelijke energieën – de parendans tussen Eros en Logos – is het meesterwerk van elke vrijmetselaar, die hiermee nieuwe, geestelijke creaties in de stof wekt.

Waar in de bijbel Jozef en Maria de twee verschillende scheppingskrachten of tegenpolen (actief-passief, mannelijk-vrouwelijk) personifiëren, verenigt Gepetto deze in zichzelf. In beide verhalen, de ‘verwekking’ van Jezus door de onbevlekte ontvangenis en de verwekking van Pinokkio, komt geen fysieke seks aan te pas. Beide gebeurtenissen zijn geestelijk van aard. Door het samenspel van mannelijke, vormgevende scheppende krachten (Jozef) en vrouwelijke, ontvankelijke scheppende krachten (Maria), wordt het nieuwe leven (Jezus) voorbereid. Maria symboliseert de geestelijke substantie die volledig zuiver (Eros) is, waardoor deze bevrucht kan worden door de heilige geest of goddelijke intelligentie (Logos) en er een (goddelijk) wezen uit geboren wordt: Jezus.

In het sprookje neemt Gepetto beide, vrouwelijke (ontvankelijke) en mannelijke (vormgevende) scheppingskrachten voor zijn rekening.

’s Avonds, voor het slapen gaan, bidt Gepetto tot de Blauwe Fee om hem een zoon te schenken. Zijn vurig verlangen in het bidden is zijn vormgevend bewustzijn of mannelijke scheppingskracht. Tegenwoordig zouden we spreken van ‘creatieve visualisatie’ of ‘actieve imaginatie’. (Ik besef dat deze termen geen recht doen aan de spirituele functie van bidden.)

Nadat Gepetto is gaan slapen, en hij passief (vrouwelijk-ontvankelijk) is geworden, daalt de Blauwe Fee af uit de hemel en blaast Pinokkio levensadem in, waardoor de houten pop tot leven komt. Als de oude man de volgende dag wakker wordt is zijn via het bewustzijn geschapen creatie tot leven gekomen.

Er is nog een gelijkenis tussen het tot leven wekken van Pinokkio en de geboorte van Jezus. In beide gevallen wordt hun geboorte vooraf gegaan door het bezoek van een boodschapper uit de hemel. Als je de Blauwe Fee uit de Disney film van Pinokkio bekijkt, dan zie je in haar een treffende gelijkenis met Gabriël, de aartsengel die Maria het nieuws vertelt dat zij zwanger is van de zoon van God.

Van houten pop tot jongen van vlees en bloed

In ‘Pinokkio’ is nog een prachtig denkbeeld opgenomen.

Zolang Pinokkio nog lerend is over wat wel en niet waar is, is hij een houten pop. Anders gezegd: onze golem heeft een incubatieperiode.

Dankzij de gebeurtenissen die wij meemaken kunnen we ons bezinnen en bedenken of en hoe we de schepping van onze golem kunnen bijsturen. Tijdens deze periode is Pinokkio nog van hout. Hij leeft al wel, maar is nog geen volledig onderdeel van onze fysieke ervaring. Hij wordt pas een jongen van vlees en bloed als het onderbewuste zo vol en zwanger is van energie, dat er een nieuwe bewustzijnsvorm geboren kan worden. De periode ervoor was die van de zwangerschap, maar op een gegeven moment heeft de intentie zo’n kracht aangenomen, dat zij een nieuwe levensvorm creëert.

In het sprookje verdwijnt Pinokkio op zijn reis van intentie tot fysieke ervaring nog eenmaal in de buik van de walvis. Net als Jonas worden we op een gegeven moment door het zich opbouwend onderbewuste opgeslokt en belanden we in de buik van de walvis. De walvis is daarmee letterlijk het symbool van een baarmoeder – een enorme buik, zwemmend in de oceaan van energie. We ervaren dit als volgt.

In dit stadium zijn we geheel zwanger van onze intentie. Zij kleurt onze hele wereld. Een vrouw die bijvoorbeeld zelf zwanger wil worden, maar dit om een of andere reden niet wordt, zal haar kinderwens overal om zich heen gemanifesteerd zien. Ze ziet op een gegeven moment alleen nog ‘blije’ moeders met kinderen en zwangere vrouwen. Zij is net als Pinokkio opgeslokt door haar onderbewuste wens en ondergaat hiermee een pijnlijke ervaring. Namelijk, de ervaring waarin we ons bewust zijn van mogelijkheden, maar deze mogelijkheden zelf (nog) niet bewust kunnen maken of ervaren. Het vergt een laatste waarheidsonderzoek om te bepalen of we onze golem zullen ervaren of niet.

Wanneer we ons omringd zien door juist die omstandigheid die we zelf zo graag willen, maar die wij nog onderbewust in ons meedragen, dan worden we hiermee zo geconfronteerd dat we op een gegeven moment niets anders meer willen. Hiermee geven we onze intentie de kracht die zij nodig heeft om manifest te worden. In het verhaal van Pinokkio of Jonas en de walvis wordt dit gesymboliseerd door de uiteindelijke bevrijding uit de buik van de walvis of baarmoeder.

Tot slot, op een avond als Pinokkio, nog steeds van hout, slaapt en hij en Gepetto het het minst verwachten, daalt de blauwe fee nog een keer uit de sterrenhemel af. Onze slaap is een berusting in ons lot. Jarenlang hebben we iets vurigs gewenst en hebben we onderbewust onze golem gemaakt, maar zonder tastbaar resultaat. Dan komt er een moment waarop we het verlangen loslaten. Hiermee geven we het vasthouden aan onze intentie op en geven we feitelijk te kennen dat we zo in bewustzijn gegroeid zijn, dat we ook zonder de actualisatie ervan kunnen leven. We geven ons bewuste streven op. Hiermee maakt het ego en zijn beperkende overtuigingen ruimte voor de kosmos om ons diepste, bezielende verlangen te realiseren volgens goddelijke intelligentie.

New Age boekjes beschrijven steeds hoe ‘loslaten’ aan ‘ontvangen’ vooraf gaat. Wat ze er niet bij schrijven is dat de sterren bepalen wanneer het kosmisch tijd is om te kunnen loslaten. Loslaten doe je niet, maar wordt voor je gedaan als je er klaar voor bent.

Zo wordt Gepetto op een ochtend gewekt door een jongen van vlees en bloed.

 

© 2019, Sander Videler