De weg naar je ware zelf

Nieuws

De uitbeelding van de ziel

Alle artikelen, Mystiek & gnosis

VERHANDELINGEN OVER DE ZIEL, DEEL 1 - Zoals een sneeuwvlok volgens een voor het oog in eerste instantie onzichtbaar patroon kristalliseert, zo neemt de ziel volgens een vooraf bepaald patroon vorm aan in de persoonlijkheid.

De sneeuwvlok ondervindt vroeg of laat tegenwerking van de omgeving. Door warmte smelt zij weg en verliest haar structuur. Zo ook moet de ziel tijdens de incarnatie strijden tegen de fysieke en psychologische omgeving. In de persoonlijkheid die zich nog door het ego laat leiden, kan de ziel een haar vijandige omgeving vinden. Het kan zijn dat zij de voor deze incarnatie bestemde architectonische blauwdruk niet kan manifesteren, omdat het bewustzijn in de persoonlijkheid nog in duisternis verkeert. Deze mens stelt het ik en haar egocentrische belangen nog teveel centraal.

Waarom kan de ziel niet gewoon incarneren in een optimale omgeving? Bij zielen die reeds een lange cyclus van incarnaties hebben doorlopen is dit ook vaak het geval. Maar waar de ziel nog karmische lessen bewust te maken heeft, is een deel van haar noodzakelijk nog in onbewust zijn gehuld. Dit onbewuste deel draait als een satelliet of planeet rondom de inwonende zielenzon. Zij is het ego dat als een bijna autonoom en afgesplitst ik-deel incarneert. Het is de opdracht van het ego om door de duisternis van de innerlijke en haar omringende levensomstandigheden, een weg te banen tot inzicht in het bestaan en het plan van de ziel. Of en in welke levensfase het ego dit lukt is afhankelijk van enerzijds de graad van onbewust zijn en anderzijds de complexiteit van het zielsplan voor de betreffende incarnatie. Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat er zielen zijn met een heel ingenieus en ambitieus plan. De ziel kan ertoe besluiten in één leven een grote karmische last op zich te nemen, welke zich uit in zeer uitdagende levenslessen. Het hoeft geen betoog dat een dergelijke incarnatie voor de persoonlijkheid die het ondergaat als een ware helletocht beleefd kan worden. De ziel laat zich aan dergelijke belevingen van het ik doorgaans weinig gelegen liggen. Zij schouwt over vele horizons heen naar een verder reikende horizon, waar zij langs de weg van incarnatie uitendelijk haar onbewuste last van zich zal hebben afgelegd, om zo haar ultieme doel – vereniging met de godsvonk en daarmee met God zelf – te kunnen ondergaan. In dit licht stelt een leven vol lijden nagenoeg niets voor.

Vrije wil

Er is nog een reden waarom de ziel bij incarnatie een eerste instantie relatief onbewuste persoonlijkheid bewoont. De mens moet namelijk vanuit vrije wil kiezen voor het pad van de ziel, dat optimaal is afgestemd op de goddelijke wil, of voor het pad van ik-gerichtheid.

Vanwege karmische noodzaak en omwille van de vrije wil komt de ziel dus, al naar gelang de eigen ontwikkeling, in een persoonlijkheid terecht die in eerste instantie een verre van perfecte mal is om de ziel tot uitdrukking te brengen.

In de noodzaak tot vrije wil ligt nog een andere mystieke les besloten. Deze verklaart waarom sommige zielen, die duidelijk het goede en het ware nastreven in het leven, soms te maken krijgen met omstandigheden die door karma niet verklaard kunnen worden. Degenen die zich in dit leven trainen om met hun vrije wil steeds voor het goddelijk pad te kiezen, kunnen geconfronteerd worden met zwaar wegende omstandigheden. Ze worden hierin beproefd om ondanks de omstandigheden te volharden in het gaan van hun zielenpad. Je kunt dus niet simpelweg, van buitenaf iemand’s leven beschouwend, concluderen of degene een zuivere ziel is of niet.

Incarnatieplan

Voordat de ziel incarneert gaat zij te rade bij haar gidsen om, samen met zielen met een hoger bewustzijn, de parameters vast te stellen waarbinnen het nieuwe leven volgens karmische wetmatigheden aan gebonden is. Het betreft hier niet alleen zogenaamd ‘negatief’ karma, maar eveneens het potentieel aan positieve mogelijkheden die voor de ziel voorradig is. Een ziel moet deze mogelijkheden ‘verdiend’ hebben op basis van karma uit vorige levens.

‘Verdienen’ is wellicht een misleidend woord. De goddelijke wereld kent geen concept van belonen of straffen, zoals we dit kennen in deze wereld van dualiteiten. Het betreft zeker niet een persoonlijke gunst die aan de ziel door de een of andere godheid aan de ziel verleend wordt. Dergelijke denk- en godsbeelden zijn gebaseerd op antropomorfismen, waarbij de mens zijn menselijke karaktertrekken projecteert op het concept van God. Niet voor niets waarschuwt de bijbel voor het maken van (af)godsbeelden, om de eenvoudige reden dat elke voorstelling, elk beeld noodzakelijkerwijs beperkt is en menselijke projecties bevat die de werkelijkheid per definitie vertekenen.

Een incarnatieplan wordt dus, in ons meest eenvoudige begrip ervan, samengesteld aan de hand van negatieve en positieve karmische consequenties: de beperkende of juist bevrijdende factoren in iemand’s leven, die het gevolg zijn van eigen, zelf geïnitieerde oorzaken. Deze karmische oorzaken kunnen opgevat worden als zaden die gezaaid zijn en die na verloop van tijd onherroepelijk ontkiemen. De tijd waarop dit gebeurd is van ‘hogeraf’ bepaald. De goddelijke intelligentie, ook wel ‘Logos’ genoemd, die doorheen de hele schepping aanwezig is, beïnvloedt het tijdsverloop waarop karmische zaden tot wasdom komen.

Vergelijk het met een boer die weliswaar invloed heeft op het jaargetijde waarin hij bepaalde gewassen inzaait, maar die verder machteloos staat ten overstaan van de werking van de natuur die niet alleen wetmatig, maar ook grillig verloopt. Waarbij ook de grillen van de natuur of het lot aan goddelijke wetmatigheden en intelligentie onderworpen zijn. Je hebt dus wel invloed op dat wat je zaait en uiteindelijk zult oogsten, maar je hebt vrijwel niks te zeggen over het tijdstip waarop je oogst tot wasdom is gekomen. Hierin spelen tal van andere factoren een rol, waaronder eigen karma dat versnellend of vertragend kan werken of eerder ‘ingezaaide’ mogelijkheden weer teniet kan doen. De eerder aangehaalde vrije loop is hierin belangrijk. Iemand kan een incarnatieplan hebben ontworpen dat perfect georchestreerde positieve omstandigheden bevat en dit alles middels zijn vrije wil teniet doen.

Behalve de eigen karmische factoren worden bovendien de karmische factoren meegewogen van alle, met de ziel verbonden anderen. Dergelijke karmische betrekkingen kunnen zeer veelomvattend zijn. Je zou bijna kunnen zeggen dat vrijwel iedereen die je in je leven ontmoet, reeds bij voorbaat – voor de incarnatie – zijn of haar eigen lot en levensloop heeft laten ‘invlechten’ in de levensloop en de bestemming van de betreffende ziel. Met veel familieden, partners – tijdelijk en levenslang – en vrienden heeft de ziel al in eerdere levens, soms heel ver terug, te maken gehad. Je moet je nu voorstellen dat al deze zielen, die gezamenlijke karmische thema’s delen, een tijdsgewricht en geografische regio selecteren, waarbinnen zowel het eigen incarnatieplan, als de gezamenlijke thema’s, optimaal geactiveerd worden. Daarnaast kiest elke ziel binnen dit geheel aan mogelijkheden een eigen levensloop, welke tevens in detail is afgestemd op de levensloop van anderen. Misschien dat je nu besef hebt van hoe ongelooflijk complex het patroon van onderlinge karmische verbondenheden is – niet alleen tussen mensen, maar tevens tussen mensen, tijden, landen en grotere regio’s. Het is immers ook zo dat landen elk een eigen collectief karma hebben, waarvan de complexiteit voor het intellect niet te bevatten is.

Persoonlijkheid en karakter

De ziel zelf is onsterfelijk en is ten diepste met God verbonden. In deze verbinding met God is zij een spiegelbeeld van de schepper en dus perfect geschapen. De persoonlijkheid is een tijdelijke uitdrukking van de ziel gedurende een leven. Het is dus heel belangrijk om een onderscheid te maken tussen de persoonlijkheid, die per definitie tijdelijk is, en de ziel, die eeuwig is.

Net als de ziel zelf, is de persoonlijkheid een complex geheel.

Zij omvat allereerst het karakter van een individu. Karakter is nog iets anders dan persoonlijkheid. Het karakter geeft uiting aan de aard, tendensen en mogelijkheden die iemand kenmerken. De aard is een doorstraling van de inwonende ziel. We kunnen middels ons denken en voelen diep in de persoonlijkheid van iemand tasten, waar we zijn of haar aard als een Gestalt gewaar worden.

Een eenvoudig voorbeeld. Een ziel die al vele levens op aarde is geweest, wordt vaak een ‘oude’ ziel genoemd. De karakterologische aard van zo iemand kenmerkt zich doordat zij van een bepaalde doordachtheid en levenswijsheid getuigt. De bewustzijnsfuncties – denken, voelen, zintuiglijke gewaarwording en intuïtie – zijn bij zo iemand vaak evenwichtiger en diepgaander ontwikkeld dan bij een zogenaamde ‘jonge’ ziel. Je kunt hier geen vaste wetmatigheden aan ontlenen, maar het is wel zo dat een meer bezonken en verstilde aard in het karakter getuigt van een sterkere doorvoeling van het leven.

Het begrip ‘karakter’ wordt in een gelijksoortige betekenis toegepast om de wezenskenmerken van bijvoorbeeld wijn te beschrijven. Hierbij geldt dat naarmate een wijn meer gerijpt is, zij in haar aard meer gewaardeerd wordt. Zij dankt dit aan de volheid van haar karakter.

Een ander fenomeen kan het idee van karakter verduidelijken.

Iedereen kent wel mensen met charisma. Neem beroemdheden als Mahatma Gandhi, Nelson Mandela of Martin Luther King – drie mannen met charisma of uitstraling. Van hun persoonlijkheid ging een bepaalde, niet geheel definieerbare uitstraling schuil die afkomstig is van hun oude en zeer wijze ziel. Deze straalt door de persoonlijkheid heen en geeft het individu een krachtige uitstraling en magnetische aantrekkingskracht. Deze uitstraling wordt nog eens geaccentueerd door het tijdsbeeld waarmee zij samenvielen. Hun karakter resoneerden met het specifieke karakter van het tijdsbestek waarin zij incarneerden. Tijdens het hoogtepunt van de roeping van King, kookte de Amerikaanse samenleving over van verontwaardiging omtrent de rassen ongelijkheid. Juist de vredelievende aard en het idealisme van King vormden een karakteristiek antwoord op de behoeften van een deel van het Amerikaanse volk.

Karakter of wezensaard – twee woorden die uitdrukking geven aan de doordruk van de ziel, welke nooit door het intellect bevat kan worden, maar alleen als Gestalt en charisme of uitstraling opgevangen kunnen worden. De persoonlijkheid is als het huis waarvan het karakter de aard bepaalt. Neem het voorbeeld van een oud herenhuis dat een specifiek karakter heeft, dat het huis ontleent aan een samenspel van factoren. Denk hierbij aan de geschiedenis van het huis en haar bewoners van het huis, de soort materialen die gebruikt zijn, de omgeving, etc. Punt is: het karakter is meer dan de som van de delen. Zij is het Gestalt of de bezieling die door de zichtbare persoonlijkheid – het huis – heen straalt.

De persoonlijkheid omvat alle meer manifeste typeringen die iemand’s individualiteit bepalen, zoals intelligentie, ingesteldheid (introvert/extravert), temperament, verdieping van het gevoel en eventuele psychische en persoonlijkheidsstoornissen. Dit alles is niet de bezieling of het karakter, maar zij is als het tijdelijke interieur van het huis. En hoewel de stijl van het meubilair het karakter van huis kunnen kleuren, kunnen zij haar niet bepalen. De tijdloze uitdrukking van de ziel is immers sterker dan de tijdelijke persoonlijkheid.

Wat heeft dit alles met het incarnatieplan van de ziel te maken?

Zoals gezegd vormt de ziel een specifieke persoonlijkheid naar de mal van de nog onbewuste mogelijkheden – positief en negatief – waar de ziel in dit leven mee wil werken. Hierbij ligt het karakter, de aard van het huis, min of meer vast. Het kan zijn dat de ziel ervoor kiest het huis als het ware vol te zetten met ‘oud’ meubilair – persoonlijkheidskenmerken waar de ziel in dit leven mee in het reine wil komen. Denk bijvoorbeeld aan een psychische stoornis, welke als een gammele tafel is en die de ziel nog één leven gebruikt om er dan afstand van te doen. Je ziet dan ook dat gedurende één leven de persoonlijkheid van iemand één of meerdere malen kan veranderen, zoals dat je een huis in het leven ook een aantal keren inricht, meubels en kleuren afstemmend op de tijd. Het wezenlijke karakter van iemand blijft echter gedurende het leven min of meer gelijk. Wel is het zo dat, naarmate de persoonlijkheid steeds meer een uitdrukking wordt van de ziel, het karakter steeds beter uit de verf komt. Als al het overbodig meubilair verwijderd is, zolder (transpersoonlijke mogelijkheden) en kelder (onderbewuste, waaronder onderdrukte, verleden trauma’s) zijn opgeruimd en sommige delen van het huis zijn verbouwd en zijn aangepast aan de tijd, dan kan iemand uiteindelijk helemaal naar de eigen aard gaan leven. Latente zielenmogelijkheden, die in de aard altijd al aanwezig waren, worden manifest en kunnen voor bewustzijnsgroei worden aangewend. Denk bijvoorbeeld aan spirituele vermogens. In het algemeen geldt dat, naarmate iemand ouder wordt, zijn persoonlijkheid steeds stabieler wordt (of, helaas, in veel gevallen, vastgeroester raakt in gewoonten en dogma’s). Iemand wordt meer heer en meester in eigen huis. Zo iemand valt niet meer, als een puber, ten prooi aan hevige wisselingen in het gemoed. Hij heeft zijn huis op orde, waardoor de ziel haar licht steeds meer in alle ruimten van de persoonlijkheid kan schijnen.

Ego en ziel

De uitvoering van het incarnatieplan gebeurt dus in wisselwerking tussen het ego en de ziel zelf. De laatste houdt er rekening mee dat het ik-bewustzijn, dat in eerste instantie vrijwel geheel onbewust is, er een tijd voor nodig heeft om tot bewustzijn te komen. Carl Jung sprak over de twee levenshelften van de mens: de eerste levenshelft, waarin vooral het ego haar verlangens verwezenlijkt en de tweede levenshelft waarin, als het goed is, de ziel meer en meer aan bod komt. Anders gezegd: in de eerste levenshelft zijn veel mensen vooral gericht op het verwerven van een positie in de maatschappij, het opbouwen van een eigen gezin en het verwerven van materiële zaken. In de tweede helft, na de beroemde ‘midlife crisis’, komt een mens dan meer en meer tot inkeer. Zingeving krijgt een veel belangrijkere betekenis in het leven. Carrières worden afgebroken omdat ze te weinig intrinsieke betekenis hebben, etc.

In het leven van veel mensen zie je echter dat de ziel nooit werkelijk doorbreekt. Vor een deel heeft dit te maken met de huidige maatschappij, die vrijwel op geen enkele wijze nog de ontwikkeling van zielenfuncties faciliteert. Laat staan dat zij erkent dat er zoiets als een ziel bestaat. Opgeslokt door de waan van de dag, blijven veel mensen op het niveau van hun ego of afgescheiden ikbewustzijn sturing en inrichting geven aan hun leven. Weinigen kunnen de zachte, intuïtieve stem van hun ziel nog horen of de symbooltaal van hun dromen, door welke de ziel boodschappen geeft, nog verstaan.

Het ontbreekt in deze tijd niet alleen aan zielenherders, maar eveneens aan een context die het leren van de kennis van ziel en geest, de geesteswetenschappen, faciliteert. De chaos waartoe dit leidt is niet alleen zichtbaar in de wereld om ons heen, maar ook in de innerlijke wereld van vele mensen, die getekend wordt door psychische stoornissen, voortdurend piekeren (zonder tot wezenlijke inzichten of oplossingen te komen) en een gebrek aan ware levenswijsheid.

Onze bejaardentehuizen zijn het schrijnende bewijs van een maatschappij die de ziel ontkent. De laatste levensfase die eigenlijk van een hoogtepunt van innerlijke rijping zou moeten getuigen, kenmerkt zich in onze wereld door een schrikbarende regressie van psychische en fysieke vermogens. In samenlevingen waarin de ziel nog wel centraal stond, zoals bij veel natuurvolkeren, nemen ouden van dagen niet alleen als de wijsten van de samenleving een voorname rol in, maar zij getuigen tevens van het feit dat zij voorbereidingen treffen voor de laatste reis: de wedergeboorte van de ziel in het hiernamaals, welke het fundament vormt voor de volgende reïncarnatie.

Je kunt je de verhouding tussen ego en ziel ook voorstellen als in een zandloper, waarbij het ego de verbinding is tussen het bovenste deel van de zandloper, het bovenbewuste of het transpersoonlijke domein van de ziel, en het onderste deel van de zandloper, de persoonlijkheid. Indien de verbinding tussen ego en ziel goed is, kan er vanuit de hogere geestelijke sfeer van de ziel voldoende inzicht doorstromen in de persoonlijkheid, op basis waarvan de mens dan kan handelen. Maar bij veel mensen zit de verbinding tussen persoonlijkheid en ziel dicht, waardoor er gedurende het leven niet voldoende kennis vanuit de ziel naar de persoonlijkheid kan stromen. De mens raakt hierdoor steeds meer verstrikt temidden van zijn materiële en benauwende psychische omstandigheden. Het ego of ikbewustzijn is simpel niet groot genoeg om als kanaal of medium te fungeren voor de wijsheid van de ziel.

Nog een invalshoek kan de ideale verhouding tussen ego en ziel verduidelijken.

In het beste geval sterft ego nog tijdens het leven in de schoot van de ziel. Het ego, zo zagen we, is niet meer dan een onbewuste satelliet van de ziel, die niet alleen in een baan rondom haar innerlijke zon moet draaien, maar die uiteindelijk door deze geestelijke zon opgeslokt dient te worden. Dan is alle karma, dat wat voorheen onbewust was, bewust gemaakt. Hetzelfde lot wacht de aarde, die nu nog relatief autonoom van de zon bestaat, maar die tegen het einde van de levensduur van de zon door haar opgeslokt zal worden, als de zon het stadium van een supernova heeft bereikt. Alles wat onbewust is moet door het geestelijk vuur verteerd worden. En – zo boven, zo beneden – wat voor de macrokosmos, het zonnestelsel geldt, geldt evengoed voor de microkosmos: het stelsel van de innerlijke zon (ziel) en de haar omringende planeten: de onbewuste egodelen die alle verenigd moeten worden in een nieuw bewustzijn.

Wat gebeurt er nu als het de mens niet lukt om het ego dichter om een baan rondom zijn innerlijke zon te brengen? Kijk naar onze maan: de satelliet die rondom de aarde draait. Alle levenskracht verdwijnt uit deze mens en zijn eens vruchtbare planeet versteend tot een maan: een nagenoeg zielloze bol van steen. Bewustzijn is levenskracht, er is in wezen geen verschil. Dat wat de verschijningsvormen leven inblaast, de geest, wordt door de mens ervaren als bewustzijn. Bewustzijn is geestkracht die door de ziel bemeesterd is. In haar meest zuivere, pure vorm is geestkracht ongedifferentieerd. Via de denkgeest onderscheidt de mens in zijn geest de talloze facetten – gedachten, gevoelens, intuïties en nog fijnstoffelijkre gewaarwordingen – die samen zijn bewustzijn vormen. Sterft het bewustzijn af, dan sterft het leven in de mens af. Iemand kan misschien nog wel op een animaal en vegetatief niveau als lichamelijke mens voortbestaan, maar zonder bewustzijn is hij als een lege huls, als een kaars zonder vlam.

Microchip, software en hardware

Vanwaar nu die titel: de uitbeelding van de ziel?

Zoals we zagen, komt de ziel niet als een tabula rasa, een onbeschreven blad, op aarde, maar incarneert zij onder omstandigheden die heel exact bepaald zijn volgens een zielenplan. Een dergelijke plan is niet, zoals bij ons, een logisch uitgeschreven stappenplan, maar net als de ziel zelf bestaat zij als een Gestalt – als één energetisch geheel, dat zich nog het best laat vergelijken met het web van een spin dat volgens een precieze geometrie met ragfijne draadjes gesponnen is. De draadjes zijn de energetische verbindingen tussen de talrijke karmische thema’s en voorbepaalde omstandigheden, waartussen de ziel haar levensloop en reikwijdte van haar groei spant.

Energie is informatie, weten we uit de natuurkunde, en draadjes die samen het incarnatieplan van de ziel omspannen vormen samen één blauwdruk of imprint van informatie, zoals bijvoorbeeld in het DNA of haar materiële evenknie, de microchip. Deze ‘microchip’ is nog iets anders dan de hardware en software van een computer. De hardware wordt gevormd door het fysieke lichaam met haar brein en de daarin biologisch en genetisch bepaalde mogelijkheden en beperkingen. Uiteraard zijn deze eveneens bepaald door het karmisch potentieel van een ziel. De software wordt gevormd door het bewustzijn dat de mens zich gedurende een leven eigen maakt. Naarmate de mens meer groeit in bewustzijn, zal zijn software in zijn leven vele malen een update ondergaan. Soms zal zijn software zelfs helemaal vernieuwd worden en een kwantumsprong ondergaan, waardoor ook de geestelijke capaciteiten van deze mens evenredig toenemen. Maar het is uiteindelijk de microchip, de ingebakken karmische bepalingen, die de reikwijdte van de bewustzijnsgroei en de zich ontvouwende levensomstandigheden bepaalt.

Kan een microchip dan niet vervangen worden? Jawel. Het is in deze tijd mogelijk om als het ware een reïncarnatie tijdens een incarnatie te ondergaan. In voorgaande eeuwen was dit nagenoeg uitgesloten, omdat het collectief bewustzijn te beperkt was, waardoor het voor een individuele ziel bijna onmogelijk was om op eigen kracht een groeispurt in bewustzijn te maken. In de huidige tijd, die een aankondiging is van de Watermantijd, gaan collectieve ontwikkelingen razendsnel, waardoor zielen die op de voortdurende gecreëerde golven van bewustzijnsgroei willen surfen, voortdurend in ontwikkeling kunnen blijven. Zo kan het gebeuren dat iemand in één leven een quantumsprong maakt, die innerlijk en uiterlijk met totaal nieuwe voorwaarden gepaard gaat.

Terug naar de titel: de uitbeelding van de ziel.

Zoals gezegd vormt de microchip één energetisch-informatierijk Gestalt van karmische mogelijkheden. Deze liggen niet letterlijk, maar als een symboolbeeld in de blauwdruk besloten. Zoals we weten van dromen, sprookjes en mythen, kan de onbegrensde wijsheid van de ziel niet in zoiets beperkends als de menselijke taal overgedragen worden. Letters zijn tekens die betekenissen in klanken vervatten die samen een taal vormen. Op zijn best kan iemand met een groot schrijverstalent én kennis van de ziel, via de prozaïsche en dichterlijke mogelijkheden van taal een symboolbeeld schilderen, welke vaak van metaforen en analogieën gebruik maakt om de grotere, immanifeste betekenis via het woord over te dragen. Dit is een omslachtige manier van kennisoverdracht, welke de ziel via energetische symboolbeelden omzeilt. Dergelijke symboolbeelden die, nogmaals, energetisch van gestalte zijn, worden ingeprent in de microchip welke tijdens de incarnatie door de ziel gelezen wordt en in innerlijke en uiterlijke omstandigheden wordt omgezet. De ziel zelf manifesteert dus, in samenwerking met andere zielen, de levensomstandigheden. De term ‘uitbeelden’ geeft dus precies aan wat de manifestatie van de ziel tijdens een incarnatie behelst: zij beeldt uit wat in haar als karmische (on)mogelijkheden als blauwdruk besloten ligt.

 

© Sander Videler, 2018