De weg naar je ware zelf

Nieuws

De vrouw in de Zuidelijke IJszee

Verhalen

Ik heb eens een vrouw gekend die op een klein eiland voor de kust van Antarctica woonde. Over haar wil ik een verhaal vertellen omdat anders niemand ooit over deze vrouw op de Zuidpool te weten zal komen.

Nu is het zo dat de vrouw heel lang door niemand gekend wilde worden. Ze had het prima naar haar zin, daar alleen op dat eiland. Maar tegen het eind van haar leven gebeurde er iets dat heel haar leven veranderde (zo zie je maar, het is nooit te laat in het leven). Wat er precies gebeurde zal ik dadelijk vertellen, maar de uitkomst was dat zij niet meer alleen wilde zijn. Omdat de dood dagelijks bij haar stond, had ze besloten om met de dood te trouwen om zo nog lang samen met de dood te kunnen leven. (Gelukkig was ze niet, maar dit kan ook niet als je met de dood getrouwd bent.)

Maar ik loop vooruit op de feiten. Ik ben nu al bij het slot van het verhaal, wat overigens niet erg is. Het klopt namelijk met het leven van de vrouw, wiens leven feitelijk pas op het einde van haar leven begon.

Wat gebeurde er tot aan het leven van de vrouw een einde kwam en zij een nieuw leven begon? Nou, eigenlijk niet zoveel. Zoals gezegd, de vrouw leefde alleen op een eilandje in de Zuidelijke Oceaan. Dat is een enorm zeegebied dat het hele continent Antarctica omspant. Deze oceaan staat overigens bekend onder verschillende namen. Zij wordt ook de Antarctische Oceaan of Zuidpoolzee genoemd. Haar andere naam is Zuidelijke IJszee. Ikzelf vind dat deze naam het gebied nog het beste typeert. Zij behelst immers het meest zuidelijke deel van de wereld en haar zee is als ijswater: ijskoud en bezaaid met klonters ijs. Sommige groot, dan heten ze ‘ijsbergen’ en andere klein. Die zijn meer als ijsblokjes.

Persoonlijk vind ik dit het mooiste gebied op aarde. Ik ben verliefd op de Zuidelijke IJszee, al is het een eenzijdige liefde. Ik kijk graag van een afstand naar haar, haar foto’s en kaarten op internet bestuderend. Dan ziet zij er sereen en maagdelijk wit en glazig uit. Als een kristallen glas gevuld met glinsterend ijswater (het kan ook wodka met ijsblokjes zijn, dat geeft hetzelfde effect). Ik ben echter niet graag op de IJszee omdat ik uit ervaring weet hoe koud en guur het klimaat er is. Zonder thermosjassen en andere lagen dikke, isolerende kleding overleef je het daar niet. Zegt dit niet genoeg? De Zuidelijke IJszee is oorspronkelijk niet voor mensen bestemd (evenals de woestijn en het hart van het regenwoud). Toch begeven zich er mensen, net als nomaden de woestijn doorkruisen en indianen in het hart van de Amazone wonen. Trouwens, nu ik erover nadenk wonen mensen overal. Er wonen Tibetanen op het dak van de wereld en vroeger bewoonden holbewoners de donkere krochten van de aarde.

Wanneer mensen ergens gaan wonen waar ze eigenlijk niet thuis horen, dan moeten ze altijd aanpassingen maken om te overleven. Tibetanen trekken dikke jassen aan en drinken yakthee, doortrokken met vette klonters boter om de huid te spekken tegen de kou. Het zoutig goedje wordt alleen door Tibetanen lekker gevonden, maar dat is niet verwonderlijk. Als je elke dag hetzelfde eet of doet dan raak je er zo aan gewend dat je op een dag zelfs het vieste eten lekker vindt of de saaiste baan leuk vindt. Dan wordt dit eten of deze baan als een soort familielid. En zeg nou zelf, op de zeurderigste tante raak je op den duur toch ook gesteld? (Al was het maar omdat je zonder het gezeur van je tante op verjaardagsfeestjes iets zou missen, ook al kun je niet definiëren wat dit ‘iets’ betekent).

Het punt dat ik wil maken is het volgende. Wij mensen kunnen overal overleven, ook al vergt het (grote) aanpassing. En al is het maken van een aanpassing nooit aangenaam – je moet namelijk altijd iets van jezelf inleveren – zij verandert op den duur van een noodzakelijk kwaad tot een zeurderige tante waarop je gesteld raakt. Dan is zij geworden tot iets dat zo bij je leven hoort dat je je een leven zonder niet meer kunt voorstellen.

Zo stelde ik me ook het leven van de vrouw voor, wonend op dat kleine eiland in de Zuidelijke IJszee. Door het lot – het is altijd het lot dat sturing geeft aan ons leven – is zij op een goede dag (voor haar leek het eerst een slechte dag te zijn) op dat eiland in het meest desolate en gure gebied op onze aardbol terecht gekomen. Werkelijk, ik kan me geen eenzamer gebied voorstellen dan dat eiland in de Zuidelijke IJszee! Stel je voor, niets dan ijswater om je heen! Je kunt er niets mee, behalve er naar kijken. Je kunt er niet in zwemmen want daarvoor is het water te koud. Je kunt er vrijwel geen vissen vangen, tenzij je van diepvriesvissen houdt. En je kunt het ook al niet drinken, want net als alle water uit de oceaan is dit water zout.

De vrouw overigens was van dit laatste feit niet op de hoogte. Zij dacht dat alleen het water in de Zuidelijke IJszee zout smaakte. Toen ik haar op een goede dag bezocht (of misschien was het voor haar wel een slechte dag omdat ze niet aan gezelschap was gewend) vertelde ze mij waarom volgens haar alleen het water in de Zuidelijke IJszee gepekeld was. Dat was het woord dat ze gebruikte: ‘gepekeld’. Pekelen is het conserveren van etenswaren door ze in te leggen in zout. Ikzelf was eerst niet op de hoogte dat mensen eten pekelen om het te kunnen bewaren. Ik dacht dat sommige mensen, net als ik, zout eten gewoon lekker vinden. Persoonlijk waardeer ik een zoute haring of frites met veel zout zeer! Maar nee, de Zuidelijke IJszee was volgens de vrouw niet gepekeld omdat het water dan lekkerder smaakte. Integendeel, het water was hierdoor niet te drinken. Maar de vissen en andere etenswaren uit de zee, zoals zeewier en schelpdieren, bleven hierdoor langer goed. Hoewel ik de vrouw niet kon geloven – ik had nog nooit van deze theorie gehoord – dichtte ik haar woorden aanvankelijk enige waarheid toe. Ik dacht dat de vrouw, die hier al bijna haar hele leven woonde, wel zou weten waar ze het over had. Ik vroeg haar waarom de etenswaren uit de Zuidelijke IJszee dan langer bewaard moesten blijven? Hiervoor had ze de volgende verklaring.

De vrouw vertelde me dat het op dit zuidelijkste punt van de aarde zo koud was dat alle levende wezens, inclusief zijzelf, veel sliepen. Eigenlijk hielden zij en de dieren het grootste deel van de tijd winterslaap, want als ze sliepen hoefden ze niet aan de kou te denken. Terwijl zij sliepen moest het eten natuurlijk bewaard blijven. Langer dan bijvoorbeeld in de tropen, waar de mensen geen winterslaap houden en zij elke ochtend vroeg opstaan om er met hun boot op uit te varen en vis te vangen.

Dit was voor de eerste keer dat ik dacht dat de vrouw op het eiland in de Zuidelijke IJszee gek was geworden. Twee dingen klopten er immers niet aan haar verhaal. Ten eerste hebben de dieren in het zuidelijke poolgebied van nature dikke pelsjassen aan, waardoor ze het helemaal niet koud hebben. Zij hoeven dan ook niet te slapen om de kou te vergeten. Voor zover ik wist was de vrouw de enige in het zuidpoolgebied die zoveel sliep. Overigens, toen ik haar dit vertelde geloofde ze me niet. Maar dat vond ik niet gek, want ik zag dat de ogen van de vrouw zich gevormd hadden tot kleine spleetjes. De vrouw had het zo koud dat ze voor mijn ogen in slaap viel om de kou te vergeten. Geen wonder dat zij mij niet geloofde, want als je voortdurend zo slaperig bent als de vrouw dan kun je niet meer nadenken. In dat geval kunnen je hersenen twee dingen doen. Of ze nemen alles voor waar aan, te moe om het ware van het onware te onderscheiden. Dit is het geval bij kinderen die voor het slapen gaan naar sprookjes luisteren en alles geloven. Het kan ook zijn dat je hersenen zo moe zijn dat ze zich voor alle indrukken afsluiten, zoals bij de vrouw het geval was. Dan neem je simpelweg niets meer in je op en doe je alles af als bijgeloof.

Nou, daar zat ik dan op dat eenzame eiland met een vrouw die voor mijn neus in slaap was gevallen! En ik moest mijn tweede punt nog maken waarom het water van de Zuidelijke IJszee niet gepekeld is om de etenswaren te conserveren. Ik wilde de vrouw vertellen dat niet alleen het water in de Zuidelijke IJszee, maar het water in alle oceanen zout smaakt. Ook in de gebieden waar dieren en mensen geen winterslaap houden, zoals in de tropen. Waarom zou het water daar dan ook zout zijn? Maar het had geen zin, want de vrouw was in een diepe slaap verzonken.

Dit gaf me mooi de gelegenheid om het eiland te verkennen. Ik maakte een blokje om, heel het eiland rond. Het verbaasde me dat de vrouw hier al zo lang had kunnen wonen, want het was er dodelijk saai. Alles leek op elkaar. De rotsen waarvan het eiland gemaakt was glinsterden van de dikke ijslaag waarmee ze bezet waren en hadden dezelfde schittering als het ijswater in de omringende zee. Als ik in de verte keek dan moest ik heel goed kijken om het eiland van de Zuidelijke IJszee te kunnen onderscheiden. Ik zag rotsblokken voor drijvende ijsschotsen aan en water voor land. Hierdoor nam mijn bewondering voor de vrouw toe. Hoe speelde ze het klaar om niet van het eiland af te vallen als het onderscheid met de zee zo moeilijk te maken was? Een ding wist ik zeker. De dag dat de vrouw een ijsschots voor een rotsblok zou aanzien en zij per ongeluk in het ijswater zou stappen, zou de laatste dag van haar leven zijn. Want het water van de Zuidelijke IJszee is zo koud dat je er onmiddellijk in bevriest. (Dit geldt alleen voor mensen. De dieren die in de Zuidelijke IJszee leven zijn zo aan het koude water gewend dat het voor hen aangenaam warm aanvoelt.)

Ik was teleurgesteld in dit eiland midden in de Zuidelijke IJszee. Ik vond het er niet alleen levensgevaarlijk maar ook dodelijk saai. Wat een zwaar leven moest dat zijn als je leven voortdurend met de dood bedreigd werd en het leven er zo saai was dat je beter dood had kunnen zijn! Ik begreep steeds minder hoe de vrouw het hier al zo lang had kunnen uithouden en mijn respect voor de vrouw nam toe. Al voelde ik ook weerzin tegen deze rare vrouw die alleen op dit eenzame eiland woonde en nu zo luid snurkte dat ik haar aan de andere kant van het eiland kon horen.

Omdat er verder op het eiland niets te zien was keerde ik terug en ging bij de vrouw wachten totdat zij uitgeslapen was. Toen zij haar ogen geopend had en weer bij bewustzijn gekomen was, vroeg ik hoe ze het zo lang op deze levensgevaarlijke en dodelijk saaie plek had uitgehouden? Het antwoord van de vrouw verraste mij.

De vrouw vertelde me dat ze er elke dag rekening mee hield dat ze van het eiland af zou vallen, uitglijdend over de spiegelgladde rotsen. Dat leek haar helemaal niet zo gek, want dan zou zij via de stromingen in de Zuidelijke IJszee meegevoerd worden naar een van de aangrenzende oceanen. Toen vertelde de vrouw me iets over het gebied wat ik niet wist. De vrouw zei dat de Zuidelijke IJszee de enige oceaan ter wereld is die volkomen rond is, waardoor zij aan alle kanten omringd wordt door andere oceanen. Zodoende kun je via de stromingen in de Zuidelijke IJszee overal komen. Misschien, zo zei ze, bracht een stroming haar wel tot aan de Atlantische Oceaan. Dan zou ze uiteindelijk bij Zuid-Amerika of Afrika terecht komen. Wellicht dat de stroming haar zelfs tot aan Europa zou meevoeren, mijmerde de vrouw. Als dat niet gebeurde, dan was er volgens de vrouw nog geen man (in dit geval geen vrouw) overboord. Want dan zouden de stromingen in de Zuidelijke IJszee haar wel naar de Grote Oceaan voeren, via welke zij Noord-Amerika bereiken kon. En als laatste mogelijkheid was er nog altijd de Indische Oceaan, via welke zij in Azië terecht kon komen. Hoe het ook zei, via de Zuidelijke IJszee kom je altijd ergens uit en het is onder andere om deze reden dat de vrouw ‘haar’ oceaan als de beste oceaan ter wereld beschouwde. Plus, herinnerde de vrouw me er aan, de Zuidelijke IJszee pekelt als enige oceaan ter wereld haar etenswaren, waardoor de vrouw in leven kon blijven.

Ik moest toegeven dat ik de mogelijkheden van de Zuidelijke IJszee nog nooit op deze wijze bezien had. Later, toen ik al lang weer thuis was, heb ik de Zuidelijke IJszee nog eens goed op een wereldkaart bekeken. Ik moest inderdaad constateren dat alle andere oceanen op de wereld, inclusief de Noordelijke IJszee, altijd wel ergens door land begrensd worden en dat de mogelijkheden om via een van deze oceanen ergens anders uit te komen beperkter zijn. Toch kon ik de vrouw niet begrijpen. Woonde ze op dat door de goden verlaten eiland, dat helemaal alleen in de Zuidelijke IJszee lag, omdat ze vanuit die geïsoleerde positie de beste mogelijkheden had om ergens anders uit te komen? Dat leek me onlogisch. Waarom zou je niet op in Europa of Amerika gaan wonen en van daaruit de wereld rond trekken? Vanuit Londen, Parijs of New York heb je ook alle mogelijkheden en het klimaat is er beslist aangenamer dan op het eiland van de vrouw. Het is er bovendien allesbehalve saai. En hoewel sommige buurten van Londen, Parijs en New York gevaarlijk zijn, zijn deze steden lang niet zo levensgevaarlijk als dat spiegelgladde eiland in de Zuidelijke IJszee.

Maar goed, toen ik dit alles bedacht was ik weer thuis en had ik het eiland verlaten. Voor wie nu denkt dat ik een egoïst ben en de vrouw daar alleen heb achtergelaten – ik heb haar wel degelijk een comfortabel plekje op onze boot aangeboden om haar mee te nemen naar onze eindbestemming, het Caribische gebied. Ik heb de vrouw verteld dat de eilanden in de Caribische zee duizendmaal aangenamer zijn om te wonen, alleen al vanwege het feit dat er kokosnoten groeien die je zowel kunt eten als waaruit je kunt drinken. Hoewel de vrouw verbaasd was over een vrucht die je zowel kunt opeten als op drinken, wilde ze toch niet met me mee. De Caribische zee was volgens haar niet gepekeld waardoor ze het er niet lang overleven zou. Hoe zou ze het voedsel kunnen conserveren als ze haar winterslaap deed? Ik heb haar nog uitgelegd dat het zo warm is in het Caribische gebied dat geen wezen er ooit een winterslaap houdt, maar dit wilde de vrouw niet geloven. En, zo verzekerde ze mij, ook al deed geen mens of dier er ooit een winterslaap, de vrouw was zo gewend geraakt aan haar winterslaap dat ze zeker wist dat ze, ook op een Caribisch eiland, in slaap zou vallen. En dat zou zonder gepekelde etenswaren zeker haar dood worden. Ik hoef je niet te vertellen dat ik hiertegen in heb gebracht dat, al mocht ze in slaap vallen, ze zich geen zorgen hoefde te maken. De zee in het Caribische gebied is net zo gepekeld als de Zuidelijke IJszee. Maar hier wilde de vrouw niets van weten. Ze bleef op haar ijskoude eiland. Elke andere mogelijkheid hield volgens haar een zekere dood in.

Toen ik van het eiland vertrok en onze boot koers zette naar het Caribische gebied, maakte ik me grote zorgen over het lot van de vrouw. Ik wist bijna zeker dat de vrouw het niet zou overleven. Op een dag zou zij van het spiegelgladde eiland afglibberen of een ijsschots voor een rots aanzien, en dan zou zij in het ijswater vallen en tot een ijsblok bevriezen.

We vaarden nog aan de rand van de Zuidelijke IJszee toen ik op een ijsschots zeehonden zag liggen. Ze lagen er te zonnebaden, want zeehonden hebben zo’n dikke pels dat elk gebied voor hen als de tropen aanvoelt. Ik kreeg een idee. Ik zou een zeehond afschieten en hem (of haar) van de pels ontdoen. We waren nog maar een dag onderweg en we konden nog terugkeren. (Als we al langer onderweg waren geweest dan zou ik de kapitein nooit zo ver hebben gekregen om te draaien.) Ik zou de vrouw een zeehondenpels geven, dan had ze het tenminste lekker warm op dat ijskoude eiland van haar. En, redeneerde ik, als ze het net als de zeehonden warm zou krijgen, dan zou ze geen behoefte meer hebben aan een winterslaap om de kou te vergeten. Ik hoopte dat ze hierdoor tijd over zou hebben om over haar situatie na te denken. Misschien kwam ze tot inkeer en dan konden we de vrouw alsnog meenemen naar het Caribische gebied (waar ze de zeehondenpels dan wel zou moeten afleggen om niet van de hitte te stikken). We moesten de vrouw wel voldoende tijd geven om tot inkeer te kunnen komen. Dus overtuigde ik de kapitein van de noodzaak een paar dagen voor de kust van het eiland te varen. Ik verzon een smoesje dat ik geleend had van de vrouw. Ik vertelde de kapitein dat het water in de Zuidelijke IJszee zouter is dan het water in de andere oceanen. Als verklaring gaf ik de koude temperatuur. Omdat vissen in het koude water eerder dreigden dood te vriezen moest de zee hen pekelen en conserveren, uit voorzorg mochten ze vroegtijdig sterven. Ik wist dat de kapitein net als ik van gezouten eten hield. Ik vertelde hem dat het pekelen als gunstig bijeffect had dat vis uit de Zuidelijke IJszee beter smaakt dan vis uit bijvoorbeeld de warme Indische Oceaan. (Ik dikte het verschil aan door te zeggen dat vissen in de Indische Oceaan het zo warm hadden dat ze al aan het rotten waren nog voordat ze dood waren en dat vis daardoor zo stonk.) De kapitein geloofde me en beloofde om een paar dagen voor de kust van het eiland te wachten, in het geval de vrouw zich zou bedenken.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik heb een zeehond voor de vrouw geschoten en de zeehondenpels aan de vrouw gegeven. Ze merkte onmiddellijk het verschil en nadat ze de pels een dag gedragen had, was ze volledig bij zinnen. Ze viel niet meer telkens in slaap om de kou te vergeten en had hierdoor zeeën van tijd om na te denken. Maar ook na een dag nadenken vond ze nog steeds dat de ronde omtrek van de Zuidelijke IJszee veruit de beste mogelijkheden bood. Vanuit hier kon ze alle kanten op. Voor de duidelijkheid somden ze voor mij nog eens alle richtingen op. Via de Atlantische Oceaan kon ze Zuid-Amerika, Afrika of misschien zelfs Europa bereiken. Via de Grote Oceaan kon ze tot in Amerika komen en via de Indische Oceaan kon ze naar Azië reizen. Ik vertelde haar dat ze dat ook aan boord van ons schip kon doen en dat ze hiervoor niet op het ellendige eiland in de Zuidelijke IJszee hoefde te blijven. Zo had ze het nog niet bekeken. Even leek ze in te stemmen, totdat de avond viel en zij in slaap viel. Ze sliep de hele nacht. Niet omdat ze het koud had, maar gewoon omdat ze moe was. Dit was natuurlijk gedrag en ik kreeg hoop dat de vrouw vanzelf tot inkeer zou komen omtrent haar lot. Dit gebeurde de volgende dag toen zij, uitgeslapen, tot de conclusie kwam dat als ze maar zeven of acht uur op een dag slaap nodig had, zij niet langer afhankelijk was van gepekeld voedsel. Ze kon nu minstens zestien uur per dag op jacht gaan, waardoor ze van vers in plaats van geconserveerd voedsel kon leven. Het maakte dan ook niet uit dat het water in de andere oceanen niet zout was en dat het voedsel daar niet gepekeld was. Ik liet haar maar in de waan. Snel genoeg zou ze merken dat het water in de Caribische zee net zo zout smaakt als het water in de Zuidelijke IJszee. Hoe kan het ook anders? Als de Zuidelijke IJszee nergens door land begrensd wordt en zij in contact staat met de andere oceanen en zeeën, dan kan het zoute water toch alle kanten op stromen? Misschien is het water van de Zuidelijke IJszee oorspronkelijk wel uit de Caribische zee afkomstig en is de laatste gevuld met water uit de Zuidelijke IJszee?

Op de middag van de tweede dag was de vrouw overtuigd dat het veilig was om het eiland in de Zuidelijke IJszee te verlaten en is zij aan boord van ons schip gestapt. We hebben nog een paar dagen voor de kust van het eiland gelegen, overtuigd als de kapitein was dat de vis hier meer gepekeld was en dus beter smaakte! Ik heb hem maar in de waan gelaten, want al die tijd dat wij voor de kust van het eiland voeren had de vrouw de kans om afscheid te nemen van haar eenzame positie. Dit was de enige plek die zij ooit gekend had en het zou nog wel even duren voordat ze aan een nieuwe positie in de wereld gewend was. Een ding wist ik zeker. Als ze eenmaal de wereld rond was gereisd, dan zou ze tot de conclusie komen dat het water in alle oceanen en zeeën op aarde zout is. En dat zij dus overal kon overleven.

Tevreden sloeg ik mijn verhaal op onder de titel zoals die boven dit verhaal staat. Ik wilde oorspronkelijk een verhaal schrijven met de titel ‘Een zeehondenpels voor een wolvenhuid’. Maar een wolvenhuid bleek in dit verhaal niet nodig te zijn. Nadat wij het zuidelijke poolgebied voor warmere gebieden hadden verlaten, heeft de vrouw de zeehondenpels afgelegd. Het tropische klimaat van het Caribische gebied is warm genoeg voor mensen om te leven, ook zonder aanpassingen. Hier hoeven mensen geen dierenhuiden te dragen om te overleven. Ook een wolvenhuid niet.

Ik stopte met schrijven en opende mijn Yahoo mail voordat ik mijn computer uitzette. Ik had één nieuw mailtje ontvangen. Het was een reisaanbieding naar zonnige bestemmingen.

 

© Sander Videler, 2011