De weg naar je ware zelf

Nieuws

Doornroosje: de slaap van de ziel

Alle artikelen, Mythen & sprookjes

Doornroosje is een verhaal over dood, slaap en ontwaken. De roos staat centraal als zinnebeeld van liefde én het lijden aan haar pijnlijke doornen.

Doornroosje is de feministische versie van universele verhalen over lijdenswegen, waarin met name mannelijke hoofdpersonages figureren. Doornroosje’s lijden aan een honderdjarige slaap van de ziel doet niet onder voor de pijn van de doornenkrans van Jezus of het smachtende lijden van de Boeddha op zijn zoektocht naar verlichting. Jezus, Boeddha en Doornroosje belichamen een zelfde motief: het lijden van de ziel en de hunkering naar verlossing.

Veel verschillende betekenissen

Interpretaties die het universeel Leidmotif van lijden en verlossing achterwege laten, verliezen zich in duidingen die weliswaar hout snijden, maar zelden de ziel van het sprookje bloot leggen.

Over de betekenis van Doornroosje is in de loop van de tijd veel geschreven. Het sprookje wordt geduid als het verhaal van de levenscyclus: het jaarritme en de zonnecyclus. Opvallend hierbij is dat vooral wordt uitgegaan van de Grimm versie en deze min of meer als oerversie wordt beschouwd, terwijl de klassieke oorsprong van Doornroosje bij Perrault ligt, die reeds een stevige literaire en inhoudelijke redactie op het volksverhaal had aangebracht.

Meer psychologische interpretaties zien in het sprookje het rijpingsproces van een jong meisje uitgebeeld. Tijdens de puberteit (de honderdjarige slaap) schermt ze zich af tegen het mannelijk geslacht (de doornhaag) en ontwikkelt ze zich tot vrouw. Je kunt hier ook het rijpingsproces van de ziel in zien, waarin tegenslagen zowel kunnen leiden tot desoriëntatie en inactiviteit als tot grotere kracht.

De crux van betekenisgeving aan Doornroosje ligt in het juist duiden van de symboliek van de dertiende fee en het spinnewiel, dat als het karmische rad van fortuin verantwoordelijk is voor de wendingen van het menselijk lot. Voor een goed begrip, geef ik hieronder eerst enkele hoofdlijnen uit het sprookje weer.

Er leefden eens …

… een koning en een koningin. Op een dag zeiden zij tegen elkaar: ‘Hadden we maar een kindje!’ Ze kregen er geen. IVF bestond toen nog niet, maar gelukkig kenden oeroude tijden andere manieren tot bevruchting. En dus, op een keer, toen de koningin in bad was, kwam er een kikker uit de vijver naar het land gekropen en ging naar de koningin toe en zei: ‘Uw wens zal vervuld worden. Voor het jaar om is, zult u een dochtertje krijgen.’

Het gebeurde zoals de kikker had gezegd en de koning en de koningin kregen een dochtertje. Uit vreugde gaven zij een groot feest, waarop ze ook alle wijze feeën uit het land uitnodigden. In totaal waren er dertien feeën in het koninkrijk, maar de koning en de koningin hadden maar twaalf gouden borden voor hen om van te eten. Daarom werd één fee niet uitgenodigd. Dit bleek geen gouden greep, want uiteindelijk zal de betovering van de dertiende, ongenodigde fee een noodlottige wending geven aan Doornroosje’s lot.

Toen het feest ten einde liep, gaven alle feeën hun geschenken aan het kind. De ene schonk deugd, de tweede schoonheid, de derde rijkdom, etc. Toen elf feeën hun toverspreuk hadden gesproken, verscheen de dertiende, ongenodigde fee. Zij wilde zich wreken omdat ze niet was uitgenodigd. Zij sprak haar vloek over Doornroosje uit:

“De prinses zal op haar vijftiende jaar gestoken worden door een weefspoel en dood neervallen.”

Zonder verder een woord te spreken, keerde ze zich om en verliet het paleis. Allen zwegen verschrikt. Gelukkig had de twaalfde fee haar wens nog niet gedaan. Zij kon de onheilsspreuk niet ongedaan maken, maar wel verzachten:

“Sterven zal ze niet, maar Doornroosje zal honderd jaar slapen.”

De koning wilde zijn kind voor zo’n onheil bewaren, en hij gaf het bevel dat alle weefspoelen in het hele rijk zouden worden verbrand. Intussen werden alle gaven van de goede feeën aan het meisje bewaarheid: ze was zo mooi, zo bescheiden, vriendelijk en verstandig dat ieder die haar zag wel van haar moest houden. Nu gebeurde het dat juist op de dag dat Doornroosje vijftien werd, de koning en de koningin niet thuis waren (dat zul je net hebben!). Doornroosje bleef alleen in het paleis achter en zwierf door de vele zalen en kamers heen. Tenslotte kwam ze bij een oude toren. Via een wenteltrap liep ze naar boven en kwam bij een smalle deur. In het slot stak een roestige sleutel, die zij om draaide. In het kamertje zat een oude vrouw achter een spinnewiel te spinnen.

De rest van het verhaal is bekend. Doornroosje prikt haar vinger aan de naald van het spinnewiel en viel voor honderd jaar in slaap. En met haar viel ook de rest van het paleis in slaap, inclusief de paarden in de stal. Ook de wind ging liggen en er bewoog geen blad meer aan de bomen. Rondom het slot begon een doornenhaag te groeien. Deze werd elk jaar hoger tot uiteindelijk het hele paleis omsloten was door de doornenhaag. Van het paleis was niets meer te zien.

Van tijd tot tijd probeerden prinsen door de heg heen te dringen. Dit bleek onmogelijk. De onervaren, jonge prinsen bleven eraan hangen, konden niet meer loskomen en stierven. Na bijna honderd jaar kwam er een prins uit een ver land en hoorde over het lot van Doornroosje en de rest van het hof. Hij wachtte tot precies honder jaar verstreken waren en drong toen door de haag heen. De doorns veranderden in bloemen en de prins bereikte moeiteloos het paleis. De prins ging het paleis binnen en kwam in de grote zaal; daar lag de hofhouding te slapen. Naast de troon sliepen de koning en de koningin. Via de wenteltrap bereikte de prins de kamer van Doornroosje en kuste haar wakker.

Doornroosje en de prins gingen samen naar beneden en de koning en koningin werden wakker. Ook de hofhouding ontwaakte en iedereen keek elkaar met verwondering aan. De paarden stonden op en stampten, de jachthonden sprongen op en begonnen te kwispelen, de duiven op het dak trokken hun kopjes onder hun vleugels uit en vlogen naar ’t veld, het vuur in de keuken laaide weer op, het gebraad begon weer te pruttelen, de kok gaf de jongen een draai om zijn oren en de meid plukte de kip.

The End

Het proces van bewustwording

Het sprookje begint met een alchemistische symboliek: koning en koningin als de hoogst gerealiseerde wording van het mannelijk en vrouwelijk, animus en anima, yang en yin in de mens. Maar er is geen alchemie. Het koningspaar is onvruchtbaar. Dit komt omdat er nog iets vanuit de diepe, onbewuste wateren van de geest geïntegreerd moet worden.

De kikker als amfibie staat symbool voor het deel van de ziel dat nog flexibel tussen water, geest en land, bewustzijn op en neer gaat. Het zachte lichaam van het amfibie duidt op de fijnstoffelijkere energielagen van de aura, het astrale en mentale lichaam die nog kneedbaar zijn. Pas als de kikker uit de onderbewuste geest de nog te integreren inhouden heeft opgedoken, kan een nieuw leven gevormd worden. Doornroosje wordt geboren.

Koning en koningin zijn zich echter nog niet bewust van de prijs die betaald moet worden voor een hogere zieleninwijding. De on(der)bewuste inhouden van de psyche moeten op een hoger niveau geïntegreerd worden. De synthese tussen mannelijk en vrouwelijk, bewust en onbewust, licht en schaduw kan alleen gerealiseerd worden als ook de dertiende fee wordt uitgenodigd!

Het bewustzijn van de mens wordt gemodelleerd door dertien, op de ziel inwerkende kosmische constellaties van energieën. We kennen deze als de twaalf sterrenbeelden (of maanden, apostelen etc.). Pardon, dertien sterrenbeelden! De mens is zich, zoals de koning en koningin in het sprookje, nog onvoldoende bewust van het dertiende, alles integrerende sterrenbeeld van de Slangendrager. Dit is de dertiende fee die niet uitgenodigd was, maar noodzakelijk om de andere twaalf sterrenbeelden of feeën tot een alles synthetiserende symfonie. Het geheim van de symfonie is deze: de mens moet sporen van licht en duisternis in zijn ziel tot één smeden. Dit is waar de Slangendrager voor staat.

Kosmologie

Om de wijsheid van het sprookje van Doornroosje beter te doorgronden moet je ingewijd zijn in de kosmologie. De logos of wijsheid van de kosmos zit op het aardse vlak ongeveer zo in elkaar.

We kennen dertien sterrenbeelden, welke door het astrologische jaar chronologisch in deze volgorde het firmament passeren:

Ram, Stier, Tweelingen, Kreeft, Leeuw, Maagd, Weegschaal, Schorpioen, Slangendrager (!), Boogschutter, Steenbok, Waterman, Vissen.

De Slangendrager is nog een stap te ver voor de meeste mensen, vandaar dat dit sterrenbeeld nog niet volledig in het collectief bewustzijn is geaccepteerd.

Elk sterrenbeeld staat voor een constellatie aan collectieve energieën die inwerken op de bewustwording van het individu. Om ons bewustzijn te helen moeten we alle bewustzijnsaspecten die door de sterrenbeelden gevormd worden integreren. Dit duurt vele incarnaties. Besef ook dat, ook al ben je geboren onder één specifiek sterrenbeeld, de andere sterrenbeelden eveneens hun invloed op je wordingsproces uitoefenen.

Terug naar Doornroosje.

De mens is zich momenteel maar van twaalf bewustzijnskrachten bewust. De dertiende fee, het sterrenbeeld Slangendrager, is niet uitgenodigd. De Slangendrager staat voor een integratie van duisternis (Schorpioen) en licht (Boogschutter). Hemel en hel komen hier samen in een geheelde bewustzijnstoestand. Als je de Slangendrager uit het rijtje feeën laat, dan representeert de elfde fee Waterman!

Er ligt een diepe mystieke wijsheid besloten in het zinnebeeld dat na de elfde fee (Waterman), de ongenodigde dertiende, nog onbewuste fee (Slangendrager), het paleis van de psyche binnen treedt. Waterman staat symbool voor alles wat te maken heeft met energie en informatie. Hierbij geldt dat energie of geest nog niet uitgepakte informatie is. Door de geest te doorgronden, wordt gedissocieerde energie omgezet in informatie of bewustzijn. Wat het sprookje zegt is dat de ziel, belichaamd door Doornroosje, niet klaar is om bepaalde nieuwe, hogere bewustzijnsniveaus of velden van energie/informatie te betreden. De poort sluit in de vorm van de Slangendrager. Er is nog duisternis of onbewust zijn dat niet naar het licht is gebracht. Doornroosje, de nieuw geboren bezieling, moet sterven.

De kosmos is wijzer dan de ziel en zij is vol liefde en mededogen. Deze essentie wordt belichaamd door de twaalfde fee, het sterrenbeeld Vissen. Jezus staat symbool voor de energie van Vissen: heling door middel van vergeving en compassie. Vol mededogen wikkelt de kosmos de ziel in een lange slaap. Doornroosje hoeft niet te sterven. Haar ziel zal slechts, als de tijdsgeest rijp is, door de wendingen van karma, gesymboliseerd door het spinnenwiel en de oude vrouw, ‘geprikt’ worden. Zelfs hierin ligt een prachtige symboliek besloten, want ‘geprikt worden’ betekent dat we bloed verliezen. En bloed is de drager van de essentiële krachten van de ziel.

Het leven wordt bepaald door exacte karmische wetten die vanuit een oneindige intelligentie werkzaam zijn. Op exact de juiste tijd, Doornroosje is dan vijftien jaar, wordt de ziel in slaap gebracht. Zij gaat een ‘paralaya’ in, een staat van ogenschijnlijke ‘nietsheid’, dat in het boeddhisme gekend is als de meditatieve staat van het zogenoemde ‘fluweelzwarte bewustzijn’. In deze tijdelijke staat wordt het onbewust zijn van de ziel schoon geveegd, waarna de ziel weer kan ontwaken en met een schone lei kan beginnen.

Ontwaken voor onze zielsopdracht

In het sprookje proberen prinsen, krachten van de mannelijke logos of spirituele kennis, door de doornenhaag heen te breken. Maar zolang de tijd niet rijp is, zullen nieuwe zielenimpulsen in de doornen van het lijden sterven. We moeten en mogen keer op keer dezelfde ‘fouten’ maken, totdat de karmische wet van het lijden ons voor een nieuw, hoger inzicht doet ontwaken. Dit wordt gesymboliseerd door de prins uit een ver land.

De prins moet, net als Doornroosje op haar vijftiende, een wenteltrap bestijgen, zinnebeeld van het cyclische proces van bewustwording. In de afgesloten torenkamer kan de logos de eigen innerlijke zielsessentie wakker kussen en kunnen we, na een eeuwige slaap, terugkeren naar onze zielsopdracht.

Besef dat alle aspecten in een sprookje als Doornroosje een genuanceerde symboliek vertegenwoordigen. Niet alleen de twaalf plus één (dertiende) fee staan symbool voor kosmische wijsheden, maar ook elementen als het paleis en haar bewoners: mens en dier.

De koning en koningin zijn natuurlijk representant van de leidende krachten in de psyche: animus en anima, logos en eros, rede en gevoel. Wanneer de ziel haar noodlot nadert en zij op haar vijftiende verjaardag tegen haar eigen onbewust zijn aanloopt, is het koningspaar weg van huis.

Vijftien is een heel belangrijk getal. In het mensenleven representeert zij de drempel naar een eerste vorm van volwassenheid toe. De seksuele driften zijn in lichaam en geest van de puberende jongeling ontwaakt, waardoor de mens voor het eerst in staat wordt om zelf nieuw leven te scheppen. In de esoterie is het de leeftijd waarin de mens zich bewust wordt van zijn levenslot. We gaan voor het eerst een rode draad bespeuren die de gebeurtenissen in ons leven aan elkaar rijgen.

En wat te denken van de prachtige symboliek dat op de dag van het noodlot eveneens heel de hofhouding in slaap valt? Alle subpersoonlijkheden en facetten van het bewustzijn raken bedwelmd door de roes van onbewust zijn die met het in slaap vallen van de ziel gepaard gaat. Ook de instincten vallen in slaap: paarden en jachthonden. En de duiven, symbool van de heilige geest, kunnen hun opdracht om boodschappen heen en weer te zenden tussen de ziel en de geest niet meer volbrengen. Net als alle andere bewoners van het paleis, symbool van de psyche, vallen ook zij in slaap.

De karmische raden wentelen met uiterste precisie. Het spinnewiel dat ooit de draad van onbewust zijn in het leven van de persoon gesponnen heeft, zal op een dag een nieuwe omwenteling maken. Dan ontwaakt de ziel voor een nieuwe logos. De kok in de paleiskeuken slaat de koksjongen bij het ontwaken om de oren. Door een gebrek aan psychisch voedsel was de ziel in slaap gevallen. Beschaamd leert de koksjongen de harde les van het mislopen van inzichten. De duiven ontwaken, net als de jachthonden. De onbewuste driften kunnen weer aan banden worden gelegd van de heilige geest.

Tot slot zijn ook de doornen van het lijden van de onwetende ziel in bloemen veranderd.

Velen leven en sterven op aarde zonder zich zelfs ooit van hun ziel bewust te zijn geworden. Zolang de mens nog onbewust is van zijn ziel, leeft hij uitsluitend ten behoeve van zijn lichamelijke en verstandelijke emoties en beperkt al zijn ervaringen in het leven daartoe. En de mens die innerlijk als dood is, wordt uiterlijk stekelig en onvriendelijk en steeds moeilijker toegankelijk voor hen die toenadering tot hem zoeken. Maar de mens die van een vroegtijdige innerlijke dood bevrijd wil worden, wordt geholpen door goddelijke krachten. Iedere ziel die daar vurig om vraagt zal worden wakker gekust uit de geestdodende macht van het onbewuste.

Als de grote dag is aangebroken waarop de ziel zich van zichzelf bewust is geworden, ervaart zij de vreugde van de herkenning van haar eigen schoonheid en wijsheid. Er vindt een nieuwe synthese plaats in de psyche tussen licht en duisternis, goed en kwaad. De prinselijke logos trouwt met zijn prinses, de zuivere bezieling. De bruiloft van prins en prinses symboliseert een vereniging van animus en anima, logos en eros, op een hoger niveau dan waar de koning en de koningin in hun ontwikkeling zijn blijven steken. Na de fase van ‘vernietiging’, een overspoelen door onbewust zijn, vindt een herrijzenis van het bewustzijn plaats. De bruiloft van Doornroosje en haar prins representeert het ‘hieros gamos’ of heilig huwelijk, dat ten diepste plaats heeft tussen de ziel en de goddelijke geest.

En zij leefden nog lang en gelukkig.

 

* * * EINDE * * *

 

© 2019, Sander Videler (www.sandervideler.com)