De weg naar je ware zelf

Nieuws

Het wonderlijke leven van Ivan

Alle artikelen, Boeken & films, Dieptepsychologie, Mystiek & gnosis

In Ouspensky’s roman ‘Het wonderlijke leven van Ivan Osokin’ strijdt de protagonist tegen de beperkingen van zijn bewustzijn. Als Ivan van een magiër de kans krijgt om een deel van zijn leven over te doen, maar nu met de ervaring van de afgelopen tien jaar, blijkt dat Ivan, ondanks zijn bewustzijn, dezelfde keuzes maakt en opnieuw zijn noodlot creëert.

De titel van het boek is ironisch bedoeld; Ivan’s leven is niet wonderbaarlijk in de zin dat hem grootse, helende ervaringen ten deel vallen. Hij eindigt eenzaam op een zolderkamer, nadat hij het laatste decennium van zijn leven de tweede keer heeft geleefd en, ondanks zijn voorkennis, dezelfde, in zijn ogen, tragische keuzes heeft gemaakt. Hiermee onderstreept Ouspensky, een leerling van de Grieks-Armeense mysticus Gurdjieff, de centrale boodschap van zijn leermeester: het menselijk bewustzijn zit in zichzelf gevangen.

Vierde weg

Gurdjieff zocht de bevrijding van het menselijk onbewust zijn in andere richtingen dan welke gangbaar zijn in veel religieuze en esoterische systemen. Het mystiek-filosofische erfgoed van Gurdjieff wordt de ‘Vierde weg’ genoemd. In deze beeldspraak worden drie andere wegen onderscheiden. De Eerste weg van de fakir, die zijn lichamelijke verlangens probeert te beteugelen. De Tweede weg van de monnik, die zijn emotionele verlangens probeert te doven. En de Derde weg van de yogi, die zijn intellect probeert af te leggen. Op de Vierde weg probeert de slapende mens zichzelf wakker te schudden door, gebruikmakend van elementen van de andere drie wegen, zijn eigen onbewust zijn vast te stellen. Vervolgens moet de mens zichzelf wakker schudden, gebruikmakend van verschillende, door Gurdjieff ontworpen, middelen die vaak langs de weg van het shockeren werken. Een voorbeeld hiervan is het uitvoeren van extreem hard fysiek werk.

Het gaat mij in dit artikel niet om het beschrijven van Gurdjieff’s ‘Vierde weg’, dat vol met valkuilen is, zoals ook de eerste, tweede en derde weg vaak hobbelpaadjes zijn waarop veel reizigers stuk lopen. In navolging van Ouspensky ben ik op zoek naar het wonderbaarlijke: hoe kan de onbewuste mens ontwaken in een wezenlijk verruimd bewustzijn dat voorbij de eigen individualiteit gaat? Het ik-bewustzijn is immers inderdaad een gevangene van de eigen begrenzingen, zoals bijvoorbeeld ook Plato illustreerde aan de hand van de grotvergelijking. In deze bekende vergelijking wordt de slapende mens vergeleken met een gevangene die geketend zit in de grot en slechts het vervormde schaduwspel kan waarnemen op de grotmuur waarnaar hij kijkt. Deze schaduwden ontstaan doordat het licht dat in de grot schijnt, geworpen wordt op voorwerpen die hun schaduw werpen op de muren van de grot. Het licht staat symbool voor de helder schijnende geest van de godsvonken die als zuivere ideeën achter, en in de visie van Aristoteles, in de verschijningsvormen branden. Deze nemen wij niet direct waar. Al wat de slapende mens waarneemt zijn dromen: illusies, drogbeelden, ontstaan binnen de gevangenis van ons bewustzijn, waarmee we slechts beperkt kunnen denken, voelen en waarnemen. Ik ben, net als Ivan, op zoek naar een uitweg uit de kerker van mijn beperkte bewustzijn.

Op zoek naar het wonderbaarlijke

Natuurlijk ben ik me inmiddels bewust dat wie de weg zoekt, de weg paradoxaal kwijt raakt. Immers, het Tao wat benoemd of gekend kan worden is niet de Tao. De weg is belangrijker dan de bestemming. Wie als Ivan een weg zoekt uit het gevangenschap van zijn bewustzijn, zal moeten beschikken over enkele levende, leidende principes die hij belichaamt bij het gaan van de weg.

Laat me voorop stellen dat wie op weg is, per definitie verwond is in zijn bewustzijn. Het mens zijn is een gebroken staat van zijn, welke gemakkelijk afgeleid kan worden uit bestudering van onze stamboom, zoals deze bijvoorbeeld door de Grieken in kaart is gebracht.

Volgens de oude Grieken begint de schepping met Chaos, waarin onvoorstelbare krachtvelden van energie een weg zoeken naar bewustwording, uiteindelijk tot in de meest verdichte punt van het menselijk bewustzijn. Voordat de gigantische en titanische krachten echter zodanig ‘gecastreerd’ zijn, dat zij in een menselijk lichaam met fysiek brein geïncorporeerd kunnen worden, leggen zij een lange weg af. Uit Chaos wordt de Tartaros gecreëerd: de onmetelijke diepten van, voor ons, onbewust zijn, waarin de voor de mens onbedwingbare goddelijke krachten in de vergetelheid worden verstopt. Hier wachten zij totdat de mens bewust genoeg is om deze demonen uit de onderwereld te bevrijden om deze, in een verruimd bewustzijn, te kunnen opnemen. Het afsnijden van een deel van de goddelijke krachten uit de oerchaos creëert dualiteit. Waar in Chaos alles één is – wat op ons overkomt als een ongedifferentieerde chaos – onderscheidt de mens in dit oorspronkelijk één zijn een dualiteit of oppositie met de schepping van de Tartaros. Deze laatste bestaat in de mens zelf in de vorm van het onbewuste – persoonlijk en collectief – waar de reuzen, monsters en demonen slapen, totdat de mens bewust genoeg is om deze transpersoonlijke krachtvelden in zich te ontketenen. Met het afsnijden van een deel van de oorspronkelijke ‘zijnsnatuur’ ontstaat echter een verwonding, welke in de Griekse mythologie wordt voorgesteld met het archetype van Cheiron: de gewonde centaur en leermeester, die steeds opnieuw naar zichzelf op zoek moet gaan, om zo zijn wonden te helen.

Jung stelde dat, waar je diepste verwonding is, zich hier tevens de poort naar heling vindt. Wat is een wonder anders dan het instromen van een verruimd, groter bewustzijn binnen het gecastreerde bewustzijn, dat als een open wond afgescheurd is van de oorspronkelijke heelheid en eenheid van zijn? Juist door steeds stukken zijnsnatuur uit Chaos af te scheuren, begrenzen we een stuk van de oerchaos binnen de beperkingen van wat bewust te bevatten is. Hiermee onttrekken we een deel van het geheel. De verwonding ligt erin dat we ons blind staren op het afgescheurde deel bewust-zijn, waardoor we menen dat dit alles is. Hiermee sluiten we onszelf als holbewoners op in de grotten van ons beperkte denken, voelen en waarnemen, net zo lang totdat we de verwonding van binnenuit geheel belicht hebben. Dan ontstaat de ver-wond-ering: we bereiken de grenzen van ons bewustzijn en worden ons ervan bewust dat voorbij deze wond, er een grote, meer wonderbaarlijke wereld bestaat waarin nog ongekende krachtvelden wachten om bewust te worden. ‘Verwonderen’ is een ‘ver(der) reiken dan de wond’. Het wonder, waar Gurdjieff en Ouspensky middels hun Vierde weg op zoek zijn, is het feit dat heling nooit door het afgescheurde, verwonde ik-bewustzijn kan plaats hebben. Immers, het ik zelf is de verwond(er)ing, de tot de mens gereduceerde Chaos die langs een lange weg tracht terug te keren tot de oorspronkelijke eenheid. Volgens de Griekse stamboom moeten wij hiertoe eerst promoveren tot helden, titanen en goden, om vervolgens voorbij de Olympus van Zeus te reiken naar krachtvelden die ons bevattingsvermogen te boven gaan. Deze vinden we belichaamd in de planeten rondom de aarde, zoals Chronos (Saturnus) en Ouranos (Uranus) – voorbij de laatste liggen de poseidonisch overspoelende krachten van Oceanos en, de onmetelijkste van alle, de ‘abyss’ van de Tartaros: Pluto. Het feit dat we de laatste tot een dwergplaneet reduceren, geeft aan dat we momenteel niet in staat zijn om onze eigen onderwereld te bevatten.

Niet ik, maar wel met het ik!?

Het spel dat wij als mensen spelen is wonderlijk. Enerzijds moeten wij onze vele wonden of afscheuringen van binnenuit verlichten, hierbij steeds grotere krachtvelden belichtend, zoals de Griekse stamboom van de godenwereld duidelijk maakt. Anderzijds kunnen we vanuit het ik-bewustzijn, dat als Ivan opgesloten zit binnen de begrenzingen van het eigen bewustzijn, dit bewustzijn niet afleggen. Het ‘ik’ dat zichzelf wil afleggen, creëert een ander ‘ik’ dat de daad van aflegging moet voltooien. Het ware wonder is dat, wanneer het ik-bewustzijn zo vol is van zichzelf, waarin het zijn beperkingen volledig doorleefd heeft, het overgenomen wordt door een groter krachtveld, waarin de oorspronkelijke ik-wond oplost.

Waarom is het Ivan niet gelukt zijn leven over te doen en andere keuzes te maken? Omdat hij ervan uitging dat er andere keuzes gemaakt kunnen worden dan welke hij gemaakt heeft. Het is een absolute waarheid dat alles wat gebeurt, gebeurd is met een reden. Deze reden is menselijkerwijs vaak niet te bevatten en is boven-rationeel, wat wij beschouwen als irrationeel. De magiër die Ivan een tweede kans biedt om de afgelopen weg nog eens af te leggen, leert Ivan dat, zolang je het verleden ongedaan wil maken, je bezig bent met het beïnvloeden van de bestemming. Dít is niet de weg! Wie vanuit een hoger bewustzijn leeft weet dat het niet om de bestemming an sich gaat. In de gevangenschap van ons huidig bewustzijn worden we gewrongen in een oneindig krachtspel van steeds meer omvattende energieën of goden die alle bewust gemaakt willen worden. We zijn heel dit spel, dat boven alle dualiteiten uitstijgt en dit te realiseren is onze uiteindelijke bestemming. We beseffen niet dat we het spel zijn, omdat we, zoals in de Griekse mythologie, ons oorspronkelijk totaalbewustzijn gecastreerd hebben. Chronos castreert zijn vader Ouranos en wordt zelf weer gecastreerd door zijn zoon Zeus. Dit castratieprincipe is een voortdurende pogen om Chaos te bedwingen door niet gekende krachten op te sluiten in de Tartaros, wetende dat we deze afgesneden energieën ooit weer moeten belichamen, om ons van binnenuit te verwonderen over onze verwondingen.

Een andere weg

Gaandeweg heb ik geleerd om minder als Ivan te zijn. Ik wil de koers van de weg steeds minder beïnvloeden, beseffend dat het manipuleren van de uitkomst op zijn best een vorm van witte magie is. Vaak proberen we ons lijden te beperken middels zwarte magie, waarin we anderen of levensomstandigheden trachten te manipuleren en naar onze hand te zetten, hierbij steeds nieuwe tegeneffecten (karma) creërend. Waar je je in het krachtenspel verzet, creëer je weerstand en roep je de tegenpool op je af. Hierdoor raak je steeds meer verwikkeld in het (onder)scheiden van tegenpolen, totdat de integriteit van je wezen verscheurd raakt, zoals het geval is bij de ‘diabolos’ of duivel. De weg van de magiër die Ouspensky in ‘Het wonderlijke leven van Ivan’ beschrijft leidt tot nog meer verdeeldheid. Niet doordat de protagonist Ivan zijn eigen (nood)lot creëert – dit was onvermijdelijk – maar omdat Ivan meent dat de bestemming via magie beïnvloed kan worden. Witte en zwarte magie dienen beide dezelfde afgod: het verstrikt raken in de dualiteiten van het bewustzijnsspel.

Het proberen ‘te ontwaken’ getuigt van de hand van de magiër, die via een wonder bewustwording en heel wording probeert te forceren. De wond moet geheel en van binnenuit doorleefd worden. Alle dualiteiten in het krachtspel van de vele, verschillende beïnvloedingssferen (goden) moeten ervaren worden – dit is voor mij persoonlijk het leven leidend principe geworden. Als yogi, monnik en magiër heb ik verschillende esoterische systemen beproefd (ik ben een luie fakir), maar telkens opnieuw kwam ik tot de conclusie dat ik iets aan het ontlopen was. De monnik in mijzelf die zijn verlangens probeerde te stillen bleef hongeren naar niet uitgeleefde ervaringen. De yogi in mij die de kosmos probeerde te bevatten bleef hangen op de grens van het eindige naar het oneindige. De magiër in mij die het leven naar zijn hand probeerde te zetten – meestal middels witte magie, soms via zwarte magie – kwam, net als Ivan, steeds bedrogen uit.

Ik heb voor nu mijn heil gevonden in een vijfde weg – zonder hoofdletter geschreven, want het is een weg die onbestemd is, maar waarin niets vermeden wordt van wat Ivan moet ondergaan om zijn wonden te helen en in verwondering te (be)staan.

 

© Sander Videler, 2021