De weg naar je ware zelf

Nieuws

Hooggespannen verwachtingen voor de nieuwe tijd

Alle artikelen, Dieptepsychologie, Mystiek & gnosis

In de natuurkunde staat elektrische spanning bekend als ‘potentiaalverschil’: het verschil in potentiële elektrische energie tussen een plus- en minpool.

Spanning ontlaadt zich als er een potentiaalverschil is tussen twee punten. De voortgang van evolutie is gebaseerd op dit principe. Alles in het universum heeft een duaal karakter en manifesteert zich bij de gratie van de wisselwerking van tegenpolen. De tegenpolen hebben tal van namen, zoals plus- en minpool, yang en yin, mannelijk en vrouwelijk, animus en anima. Op het moment dat er geen sprake meer is van polariteit of dualiteit wordt de verlichting van de eenheid ervaren. De hemel of het gnostieke begrip ‘pleroma’ duidt op deze oorspronkelijke toestand, waarin er geen staat van splitsing meer is en yin en yang volledig met elkaar gefuseerd zijn.

Er geldt: ‘zo boven, zo beneden’. De mens is een microkosmos en gehoorzaamt dezelfde universele wetten als de macrokosmos. In de mens openbaart spanning zich op tal van wijzen, positief en negatief. De spanning van nog niet vervulde verlangens of gerealiseerde ambities openbaart zich als een vorm van onrust en stuwt het individu voort op zijn pad van zelfrealisatie. De spanning tussen volkeren, zoals tussen Palestijnen en Israëlieten, duidt op de nog onvervulde belofte van vrede tussen godsdiensten en culturen.

Spanning als voorbode van bewustwording

Waar er sprake is van een spanningsveld, daar is een toestand nog niet geheeld. Hoe groter de spanningen die zich voordoen in een individueel of collectief veld van bewustzijn, hoe groter het potentieel op heling en daarmee bewustwording. Immers, alleen door onbewust zijn wordt er een bres in de geestelijke matrix van heelheid geslagen, waardoor een spanningsveld als manifestatie van polariteit ontstaat. In de oosterse wijsheidstradities wordt de kosmos als ‘maya’ of illusionair beschouwd. Alle vormen van bewust-zijn zijn een manifestatie van niet-zijn en getuigen daarmee van imperfectie. Deze toestand brengt een spanningsveld voort. Hoe groter de kloof van onbewust zijn die overbrugd moet worden, hoe groter het spanningsveld en daarmee de mogelijkheid tot bewustwording.

Cognitieve revolutie creëert spanningsveld

We leven in een tijd van enorme spanningen – collectief en individueel. Sinds de ontwikkeling van de cognitie zijn spanningsvelden steeds groter geworden. De opdracht van homo sapiens sapiens is zelfkennis, dat alleen kan ontstaan als er een kapstok is waaraan concepten van het zelf gehangen kunnen worden. Deze kapstok is het ego of een sterk ‘ik’, dat dankzij de reflectieve natuur van de rede ontstaat.

Denken veronderstelt het maken van onderscheid tussen het denkend subject en het object waarover nagedacht wordt. Dit object bestaat altijd buiten jezelf, ook in het geval dat je over jezelf nadenkt, waardoor je een deel van je bewustzijn buiten je zelf plaatst om erover na te denken.

Het punt is: sinds de ontwikkeling van de rede vanaf 3000 voor Christus, heeft de mens een steeds sterker ego of ‘ik’ ontwikkeld. Hierdoor is de mens individueel en collectief in een steeds groter spanningsveld komen te staan met het leven of ene zijn dat alles doorademt. In onze tijd, waarin egosystemen als academische wetenschappen en kapitalisme hun hoogtepunt hebben bereikt, hebben spanningen een bovengrens bereikt. Het is te verwachten dat binnen een tijdsbestek van enkele decennia egosystemen – collectief en individueel – in elkaar zullen storten. Het is een natuurlijke gang van zaken dat aan het einde van een evolutiecyclus de te beperkt geworden bewustzijnsvorm desintegreert en afsterft om plaats te maken voor een nieuw, ruimer bewustzijnskader met een andere spanningsboog.

Ego als instrument van bewustzijn

Door onze cognitieve vermogens tot het uiterste te ontwikkelen, hebben we niet alleen een sterk ego of ‘ik’ ontwikkeld, maar tevens een extreme bewustzijnsvernauwing gecreëerd. De meeste mensen en maatschappelijke systemen hebben alle vermogens tot bewustwording binnen het korset van cognitie geperst. Het alles omvattende bewustzijn van de geest hebben ze hiermee buitengesloten. Dit was noodzakelijk. Alleen door ons af te scheiden van onze symbiotische relatie met de werkelijkheid, waarin we niet als individu maar als collectief bestaan, hebben we de randvoorwaarden gecreëerd voor de ontwikkeling van een ego. Beschouw het ego als een lens, dat door de bewustzijnsvernauwing van het ‘ik’ fenomenen uitvergroot (als de lens in een telescoop) of tot in het extreme inzoomt (als de lens in een microscoop). Dankzij het cognitieve ego kunnen we nadenken over de toekomst en een visie vormen of terug denken aan het verleden en hieruit onze levenslessen destilleren. Nogmaals, het ego is an sich niet goed of slecht; zij is een instrument – de lens – van bewustzijn.

De volgende metafoor maakt de schaduwzijde van de vernauwende lens van ons ik-bewustzijn duidelijk.

Laat een vergrootglas op de grond liggen in het Amazonewoud en de kans is groot dat er een bosbrand ontstaat. Het zonlicht dat op de lens valt is het bewustzijn dat door de vernauwende werking van het ego tot een centripetale, ‘ik-gerichte’ straal wordt en het bos in lichterlaaie zet. Iedereen volgt alleen het eigen ‘ik’, denkend en handelend in eigenbelang. De spanningen die dit met zich meebrengt zijn fenomenaal. De matrix van het ene zijn wordt door miljarden ego’s in flarden bewustzijn uiteen gescheurd. Dit moet gebeuren, omdat miljarden zielen miljarden ontwikkelingsopgaven tot taak hebben. Alle delen bewustwording samen vormen uiteindelijk één geheeld veld van zijn.

Opmaat naar de Übermensch

Nadat Nietzsche zijn meesterwerk ‘Aldus sprak Zarathustra’ had voltooid, zonk de vaandeldrager van de Germaanse cultuur neer op de stoel van het Avondland. In de laatste jaren van zijn leven wist de meesterdenker niets van betekenis meer op te schrijven. Dit is, achteraf gezien, van grote betekenis. Niemand heeft de rede zo ver doorgevoerd om de menselijke geest te peilen als Nietzsche. In ‘Aldus sprak Zarathustra’ kondigt Nietzsche de opkomst van een nieuw menstype aan: de ‘Übermensch’. Deze wordt geboren aan de andere kant van de spanningsboog waarop de koorddanser loopt. De koorddanser heeft de egoïstisch denkende homo sapiens sapiens verlaten. Hij loopt balancerend over het koord van bewustwording richting het ideaal van de Übermensch. Deze heeft de vernauwende cognitie achter zich gelaten en is, in termen van Ken Wilber, via de centaurische fase op weg naar ontwikkeling van visie-logica. Dit is de logica van de intuïtief opgevangen universele geest, dat per definitie vanuit een hogere visie opereert. We zijn hier als mens naar op weg. Maar voordat we deze nieuwe ontwikkelingsfase van ‘homo aquarius’ hebben bereikt, moet de individuele en collectieve geest gezuiverd zijn van alle ‘gedoe’.

Zoals gezegd, hoe sterker de spanningsboog tussen de bewuste pool en onbewuste pool is gespannen, hoe groter de kans op heling. Psychiatrie is vanuit deze optiek een mogelijkheid tot bewustwording. Persoonlijkheids- en geestelijke stoornissen zijn de onvoltooide antwoorden op een vraag naar groei. Mensen met een dissociateve identiteitstoornis leven in een gek makend spanningsveld van afgesplitste subpersoonlijkheden. De bijna ondraaglijke spanning die dit met zich meebrengt heeft een doel: door lijden worden we bewogen om de gek makende splitsingen in onze denkgeest tot heelheid te brengen. Wat van buitenaf als waanzin en nodeloos lijden wordt geregistreerd, zoals in het geval van schizofrenie of borderline, dient vanuit een hoger, geestelijk perspectief een doel: heelwording. De ultieme heelwording van homo sapiens sapiens is gelegen in het afleggen van de dominantie van het denken. Dit kan alleen wanneer het denken geen evolutionair doel – het ontwikkelen van een sterk ego – meer dient. Voordat dit doel is bereikt, moeten alle geestelijke splitsingen opgelost zijn. Dit verklaart waarom er zoveel psychische en psychiatrische aandoeningen zijn.

Evolutie en spanningsbogen van tijd

Vanuit het perspectief van reïncarnatie, zoals dit in het hindoeïsme en boeddhisme nog aanwezig is, is incarnatie en dus het opgaan in ‘samsara’ of lijden alleen noodzakelijk wanneer er nog een polariteit (bewust-onbewust) opgelost moet worden. Alleen wanneer er nog sprake is van een gespletenheid in de ziel, en dus van een spanningsveld, ontstaat er de kiemmogelijkheid van fysieke reïncarnatie. De tijd die het duurt om de spanningsboog tussen tegenpolen op te lossen bepaalt de levensduur.

Wanneer je dit perspectief verder trekt, dan onstaat het volgende beeld.

Geboren worden is geworpen worden in het spanningsveld van een eigen, polair gestemd bewustzijn. Hoe ver de tegenpolen van bewust en onbewust zijn uit elkaar liggen is per definitie verschillend. Karma en draagkracht bepalen de kracht van het spanningsveld, waarbij geldt dat hoe groter de spanning, hoe groter de lijdensdruk. De dood is een (voorlopige) oplossing van spanningen, doordat het bewustzijn een nieuwe staat van heelheid en balans heeft bereikt.

Wat betrekking heeft op individualiteit geldt tevens voor de collectiviteit. Culturen zijn collectieve systemen die geboren worden en ondergaan op de spanningsbogen van de tijdsgeest. Elke tijd kent een andere bewustzijnsvorm. Tijd is niet neutraal, want ook tijd is een spanningsboog tussen twee punten: het beginpunt en het eindpunt van het universum. Spanning en daarmee beweging of evolutie bestaat alleen in een nog niet gerealiseerd potentieel. Hoe kan de tijd neutraal zijn als zij uiting geeft aan een nog ongerealiseerd potentieel? Het voert in dit verband te ver, maar Rudolf Steiner beschrijft hoe tijdsgeesten of aartsengelen of, neutraler gezegd: kosmische energieën, vorm geven aan de tijd. Steiner beschrijft ook hoe deze tijd onder leiding staat van aartsengel Michaël. Gewapend met zijn zwaard voert Michaël deze tijdsgeest aan die in het teken staat van een gigantische omwenteling. Homo sapiens sapiens moet immers zijn door denkkracht ontwikkelde ego of ik-kracht weer afleggen. Nu wij, voorzien van een sterk ‘ik’, zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen voor onze scheppingskracht, moeten we de volgende stap in de evolutie gaan zetten. Hierbij moeten we, vanuit onze vrije wil, de richting van ons scheppend potentieel in lijn brengen met de kosmische of universele wil.

Een beknopte geschiedenis van de tijdsgeest

Een korte terugblik in de tijd maakt duidelijk(er) waarom onze huidige tijd zo gespannen is.

Schouwend vanuit geesteswetenschappelijk perspectief laat de geschiedenis een steeds verdere ondergang van bewustzijn zien. Dit staat haaks op de geschiedschrijving welke louter vanuit cognitief perspectief schouwt.

De Upanishaden, duizenden jaren geleden ontstaan in de Indusvallei, geven nog blijk van een zeer hoog ontwikkelde geestelijke mens. Daarna zie je een steeds verder afkalven van van geestelijke vermogens. Via de Perzische tijd en het zoroastrisme, de Egyptische inwijdingsmysterieën tot aan de Griekse cultuurperiode dooft de geestkracht van de mens steeds verder uit. De Grieken ontwikkelden dankzij de cultivering van de rede de filosofie: fundament voor de cognitieve ontwikkeling. De Romeinen bouwden aan een sterk ego dat de sterkste driften aan banden moesten leggen. Hiermee legden zij het fundament voor een steeds verdere cultivatie van verstand en ego, waarop onze individualistische en kapitalistische maatschappij is gebouwd.

Je ziet twee elkaar tegenstrevende ontwikkelingslijnen: een afname van geestelijke vermogens versus een opbouw van verstandelijke vermogens en egokracht. Deze twee evolutionaire lijnen zijn om elkaar heen gespannen als de strengen in het dubbele helix in DNA. In deze tijd zullen de strengen loslaten. We hebben de ontwikkeling van egokracht tot in het uiterste doorgevoerd. Elk individueel ego is nu sterk genoeg om het gigantische ontwikkelingspotentieel van de geest te dragen en uit te vouwen. Het verschil met de vroeg-Indische tijd is dat de mens nu zelf zijn geestelijke vermogens kan dragen, terwijl de rishi’s hun geestelijke vermogens hadden dankzij de afwezigheid van een ego. Het hebben van een ego of ‘ik’ maakt een cruciaal verschil. Nu heeft de mens een vrije wil en kiest hij zelf of hij zijn geestelijke vermogens in accordantie met de universele wil of niet gebruikt.

De goden zijn tot mensen geworden. Nu moeten we ons weer tot onze oorspronkelijke godenstatus verheffen. Dit zal gepaard gaan met een vernietiging van alle egosystemen. Ego’s die te ingekapseld zijn in individualiteit ondergaan toenemende pyschische spanningen als depressie, burn-out etc. In ego’s die nog te zwak zijn om het eigen ‘ik’ te dragen wordt de druk opgevoerd om zich te ontwikkelen. Zij worden ontvankelijk voor psychosen en angsten. Maatschappelijke structuren die te zeer op egokrachten zijn gebouwd zijn aan het desintegreren. Kapitalisme is bezig zichzelf te ontmantelen, onze democratie gaat aan populisme ten onder en onze individualistische welvaartsmaatschappij brokkelt aan alle kanten af. Tot slot hebben we, vanuit onze evolutionair aangestuurde individualisatiedrift, de eenheidsstructuren van ecosystemen zo sterk aangetast, dat ook ecosystemen aan een verval begonnen zijn. We zijn aanbeland op het hoogtepunt van de spanningsboog en een algehele ontlading is nabij.

In verwachting van nieuwe tijdsgeest

De tijdsgeest stuwt en duwt individuen en collectieve systemen naar de volgende evolutionaire fase. Nietzsche’s Übermensch, de ‘homo aquarius’, zal volgens de astrologische tijdsrekening vanaf 2160 de ontwikkeling van mens en aarde leiden. Michaël heeft nog 140 jaar om de oud geworden tijdsgeest wakker te schudden en een nieuwe tijdsgeest geboren te laten worden.

De verwachtingen voor de komende tijd zijn hooggespannen.

 

© 2019, Sander Videler