De weg naar je ware zelf

Nieuws

Over de wil

Alle artikelen, Boeken & films, Dieptepsychologie

BOEKEN – Een van de eerste boeken die ik op mijn Pad las was ‘Over de wil’ van Roberto Assagioli, de grondlegger van de psychosynthese. Deze naam duidt op een synthese tussen psychologie & religie, tussen psyche & geest.

Assagioli heeft zijn boek over de wil als ondertitel gegeven: ‘sturend mechanisme in menselijk handelen’. Hij vat hiermee de functie van de wil en haar wilskracht uitstekend samen. De wil kan vergeleken worden met wat de spieren en spierkracht in het lichaam beogen: zij brengen het lijf in beweging. Maar je moet het wel willen. Om spierkracht te ontwikkelen moet je je inspannen. Je moet uit je luie stoel komen om aan krachttraining te doen om sterke spieren te ontwikkelen. Dankzij wils- en spierkracht krijgt de ziel, dat het fysieke lichaam als haar voertuig heeft, sturing over de fysieke wereld.

Waar een wil is, is een weg

Nu kleeft er aan ‘wilskracht’ ook een negatieve connotatie. Persoonlijk heb ik een hekel aan de uitdrukking ‘waar een wil is, is een weg’. De uitspraak an sich klopt, mits aan het begrip ‘wil’ de juiste betekenis wordt gegeven. Maar dat gebeurt in deze context vaak niet, waar de wil als een blind instrument en verlengstuk van het ego en haar oppervlakkige bewustzijn wordt gezien. Deze opvatting van de wil stamt uit het Victoriaanse tijdperk, het hoogtepunt van de renaissance van de menselijke rede en de baken van het zuiver rationeel verlichtingsideaal. In die tijd werden rede en verstand ten volle omarmd, ten koste van diepere lagen van bewustzijn, zoals ons lichaamsbewustzijn en het geestelijke weten van het hart. Victorianen krijsten ‘victorie’ dat de rede het van de natuur gewonnen had. Met de nieuw verkregen verstandelijke wil zouden we de blinde, instinctieve wil van de natuur voortaan besturen. Het gevolg: een zieke maatschappij en een zieke leefomgeving. We hebben de natuur in onszelf en collectief met onze verstandelijke, Victoriaanse wil verziekt, verstikt en ernstig aangetast. Met deze opvatting van de wil wil ik niets te maken hebben.

Verschillende vormen van de wil

Gelukkig onderscheidt Assagioli verschillende vormen van de wil. Naast de verstandelijke egowil, in dienst van verdringing en forcering, onderscheidt hij ondermeer de kundige wil, de goede wil en de transpersoonlijke wil. Assagioli ziet de wil als de meest directe functie van het ware, spirituele zelf van de mens, dat als de dirigent van handelen functioneert en zo de zelfverwezenlijking van het individu waarmaakt. Deze definitie heeft als premisse dat we ten diepste weten wat we willen, omdat we ons bewust zijn van onze ziel en haar geestelijke inspiratie of leiding.

Besef hoe belangrijk dit is begrip is! In de visie van Assagioli (en andere mystici en dieptepsychologen) wordt de wil niet als het instrument van het ego beschouwd, maar als instrument van de geest. Tussen het ego (ik) en de geest (God) staat de ziel als bemiddelende instantie. Deze moet twee meesters dienen die zich, in het beste geval, op één lijn bevinden. Als Jezus zegt: ‘niet mijn wil, maar Uw wil geschiedde’, dan geeft hij hiermee de hiërarchische relatie tussen ego en God, ons ware, universele Zelf, weer. Vanuit een eenheidsbewustzijn, door Jezus getypeerd als ‘ik en de Vader zijn één’, staat de wil van het ego ten dienste aan de goddelijke wil. Op z’n best is er in zo’n toestand geen verschil van mening of wilsrichting meer. Op z’n slechtst streeft iemand een fusie tussen beide wilskrachten na, maar wil zijn ego of ik vanuit haar beperkt bewustzijn nog iets anders dan wat de goddelijke voorzienigheid voor ogen heeft. Zolang beide wilskrachten nog niet met elkaar versmolten zijn, kan er gesproken worden van een ‘kleine wil’ versus de ‘grote wil’. De laatste is dienend aan het universele Zelf en daarmee aan de hele schepping, de eerste is dienend aan de vaak zeer beperkte en kortstondige eigenbelangen van het ego.

De kolonisatie door het verstand

Misschien begrijp je nu iets meer van mijn aversie van onze overgeërfde Victoriaanse wil, welke vaak volledig in de grip is van het ego en de holistische belangen van het grote geheel uit het oog verliest. Natuurlijk heeft de Victoriaanse wil een belangrijke evolutionaire functie – niets gebeurt voor niets. Zij is een uiting van een, onder aansporing van het verstand, ontwikkelend ego- of ik-bewustzijn, waarin de mens zich noodzakelijkerwijs eerst moest afsnijden van het de natuur en de kosmos.

Typerend voor deze ontwikkeling is de ondergang van de Native Americans die door de Europese kolonisten feitelijk zijn afgeslacht. De laatste stonden reeds geheel onder invloed van het verstand en haar wil. In andere artikelen (‘Requiem aan Demian’, ‘Deep transformation uitgelegd aan de hand van Theorie U’) heb ik uitgebreid beschreven dat de evolutionaire functie van het verstand is het ‘ik’ in bestaan te denken. Alleen wezens, zoals homo sapiens (sapiens), die over zichzelf nadenken, onderscheiden een ego of ik, waardoor zij zich in hun zelfbewustzijn afzonderen van het geheel. Dit moest gebeuren, want de mens moet over een sterk ego of ik beschikken om in de toekomst vanuit volledige autonomie en zelfverantwoordelijkheid de geestkracht te dragen en zelf te hanteren. We moeten immers als God worden, staat in Genesis geschreven. Dit veronderstelt dat de mens zelfbewust zijn aandeel neemt in het scheppingsproces.

De Europeanen waren niet alleen kolonisten en indringers op het heilige land van de Indianen, maar zij koloniseerden ook de geest. Door de natuur te verwerpen, hebben zij zich afgesneden van de heilzame en alintelligente werkzaamheid van de universele geest, waarvan de natuur een uiting is. De natuur is de onbewuste geest. Dit zie je duidelijk in het dieren- en plantenrijk. Zij zijn volledig van geestelijke scheppingskrachten doordrongen (ze zijn hier immers een manifestatie van), maar dieren, noch planten en mineralen nemen zelfbewust deel aan het scheppingsproces. Ze voeren de orders van de natuur, en daarmee van haar immanente geest, uit, maar zij schrijven de orders niet mee. Met het koloniserend verstand is de mens de natuur aan de wilskracht van gedachten gaan onderwerpen.

Egoïstisch en narcistisch denken

Het verstand beziet alles in termen van delen, het is immers de schepper van het ego, waarmee het zelf intrinsiek ook egoïstisch is. Een ego is niets anders dan een atoom, dat denkt dat het op zichzelf bestaat en niet in de gaten heeft dat het mee danst in de kosmische symfonie.

Het verstand beredeneert dus alles vanuit zichzelf – neemt het eigen, afgescheiden zelf als uitgangspunt en ‘atomiseert’ zodoende de werkelijkheid. Dit wil zeggen: het deelt alles in deeltjes op, welke het vervolgens middels causale relaties weer aan elkaar probeert te lijmen. Causaal denken is een heel primitieve vorm van ‘(her)schepppen’ of ‘ordenen’. Causaliteit gaat, net als het denken waaruit het voortkomt, uit van het idee van deeltjes, ook in termen van tijd (verleden versus toekomst). Het causale karakter van ons verstand maakt dat denken of redeneren alleen binnen de kaders van tijd kan plaats vinden. Als je over iets nadenkt, dan denk je per definitie over het verleden of de toekomst na. Het ‘over-denken’ kost immers tijd; er is een afstand tussen het zelf of subject dat denkt en het object waarover nagedacht wordt. Hiermee bevindt hetgeen bedacht wordt zich nooit in het huidig moment, maar altijd in een verleden of in een toekomst.

Nu heeft ons verstand onze hele wereld gekoloniseerd. Alles is in delen opgebroken en wordt, door de verstandelijke zinsbegoocheling van de tijd, weer ‘causaal’ aan elkaar gelijmd. Zo wordt alles bezien in termen van oorzaak en gevolg. Hierbij wordt de wil ingezet om processen te veroorzaken om zo gevolgen af te dwingen. We zien simpelweg niet in dat met het willen veroorzaken van gebeurtenissen, we onze wil reeds hebben afgescheiden van het geheel en we per definitie iets vanuit het ego willen. Door te willen (vanuit het ego) wordt per definitie de grotere geestelijke werkelijkheid buitengesloten, waardoor hetgeen we willen in gaat tegen de kosmische belangen van het geheel.

Ik weet dat wat ik hier beschrijf abstract en moeilijk te bevatten is, maar dit begrijpen is noodzakelijk om te bevatten wat kolonisatie door het verstand betekent. Door te denken hebben we een ego of ik gevormd, waaruit al onze systemen zijn voortgekomen. Kapitalisme is een egoïstisch systeem dat de Darwinistische visie op evolutie naar de economie heeft doorvertaald. In onze economieën geldt het recht van de sterkste. Dit geldt evengoed voor de economie versus de ecologie. De economie van de mens is erop gericht de ecologie naar haar hand te zetten. Dat zij hiermee het levensweb vernietigt waarin de mens en haar economie bestaan, zien de miljarden ego’s die elkaar beconcurreren om de meeste winst in hun kortzichtig denken nauwelijks in. Zo ook hebben de kolonisten uit Europa de Native Americans, die nog in verbondenheid met de natuur, vernietigd. Evolutionair gezien was dit noodzakelijk, want binnen de symbiose waarin de natuurvolkeren met de natuur samenleven is er nog nauwelijks sprake van egovorming.

Het moorddadig optreden van het koloniserende verstand was noodzakelijk om in de nog onbewuste natuur de kiemkracht van een zelfstandig denkend en handelend ‘ik’ te leggen. We hebben onze kleine wil dus nodig gehad om een sterk ego te vestigen. Alleen ziet dit ego nog niet in dat haar rol en betekenis van tijdelijke aard zijn. Want met het ontwikkelen van een sterk ego, is de evolutionaire rol van het denken uitgespeeld. Met ons ik-bewustzijn zijn we nu in staat om autonoom te scheppen. De volgende stap in onze evolutie is om vanuit een krachtig en zelfbewust ego in lijn met de universele wil te gaan scheppen.

Gedachten zijn krachten

Door te denken solliciteert de mens naar co-creatorschap met zijn schepper. Wat zijn gedachten anders dan mentale constructies? Hiermee is de link gelegd met het ‘mentale’ in de mens: zijn ‘mind’ of denkgeest, die een uitstraling is van de goddelijke geest. Denken is echter een tussenstap. Want hoewel gedachten scheppende krachten zijn, zijn onze gedachten in eerste instantie zuiver egoïstisch. Ze gaan uit van het ego of ik dat het denken zelf heeft voortgebracht. Hierdoor zijn gedachten in eerste instantie zuiver zelfreflexief: ze gaan niet boven de eigen scheppper of bedenker uit. In eerste instantie zijn gedachten zodoende narcistisch en egoïstisch. Hiermee worden hun scheppende krachten ‘negatief’, dat wil zeggen: louter voor het eigen gewin, aangewend. Je ziet dit momenteel tot in het extreme in de wereld om je heen. Het vergt een enorme transformatie van het ego om gedachtenkrachten van negatief-egoïstisch naar positief-universeel om te polen. Het ego moet hiervoor zijn bewustzijn zodanig verruimen dat het hierin de universele wil van het goddelijke kan omvatten. Dit is tevens en vooral een wilsdaad. Het ego moet de wil hebben om zijn gedachten anders te gaan richten: in plaats van op het persoonlijke, moet hij zijn gedachten op het transpersoonlijke richten, om uiteindelijk zijn eigen wil te laten opgaan in de universele wil. Assagioli beschrijft in zijn boek ‘Over de wil’ de verschillende methoden en technieken om de starre, blind egoïstische Victoriaanse wil om te buigen naar de kundige en goede wil die vervulling van transpersoonlijke en universele waarden nastreeft.

Grote wil & kleine wil

De kleine wil staat in dienst van het egoïstische denken, de grote wil staat in dienst van de universele geest, het kosmische Zelf, God of hoe je de supramentale mastermind die het universum geschapen heeft ook noemen wil.

In de Upanishaden staat geschreven:

“Je bent wat je diepe, bezielende wens is. Zoals je wens is, zal je wil zijn. Zoals je wil is, zullen je daden zijn. Zoals je daden zijn, zal je lot zijn.”

Ik heb me vaker afgevraagd waarom een ogenschijnlijk zo’n voor de hand liggende kennis in de Upanishaden staat beschreven. Wie tussen de regels door de diepere wijsheid van de Upishaden tot zich laat komen, zal de essentiële betekenis van deze regels beter begrijpen.

De vraag is: wat is je diepe, bezielende wens?

In de tijd dat de Upanishaden op schrift zijn gesteld, in de Vedische periode (1500-500 v.C.) was er nog geen sprake van een materiële verdichting en verstandelijke ontwikkeling, zoals wij dit nu kennen. Er was zeker nog geen sprake van een autonoom ego, dat zichzelf als los van de kosmos bezag. De mensen toen moeten daarom een heel ander idee hebben gehad van wat een ‘diepe, bezielende wens’ is. De Upanishaden duiden hiermee niet op het verlangen naar een Mercedes en hoe je een dure auto in je bezit kunt krijgen. Ik ben er zeker van dat de Upanishaden naar de grote wil verwijzen, als zij schrijft: ‘zoals je wens is, zal je wil zijn’.

Het gaat er in deze tijd om dat wij vanuit onze sterk ontwikkelde en vaak losgeslagen ego’s opnieuw de wil van God leren kennen. Hiermee duid ik niet op een dogmatisch religieus voorschrift, maar op het goddelijke levensplan dat in iedere ziel besloten is. Je draagt in je een blauwdruk met je mee van je bestemming in dit leven, maar je hebt tot op zekere hoogte een vrije keuze en deze is bepalend of je je laat leiden door je kleine of grote wil. De laatste stelt zichzelf in dienst van het uitvoeren van het diepe, bezielende verlangen.

Tot slot nog een belangrijke realisatie in het aanwenden van de wil. Je kunt alleen iets van blijvende en werkelijke waarde creëren als je in lijn met de universele wil of de ‘kosmische stroom’ (Tao) schept.

Ik ben hier niet dieper ingegaan op hoe je bij je diepe, bezielende verlangens kunt komen. Hierover kun je meer lezen op mijn website. Maar ik kan het boek ‘Over de wil’ van Roberto Assagioli iedere spirituele zoeker van harte aanbevelen.

 

© Sander Videler, 2019 (www.sandervideler.com)