De weg naar je ware zelf

Nieuws

Psychoanalist gered van Zelfmoord

Alle artikelen, Dieptepsychologie, Verhalen

De wetenschap van de psyche was in de vorige eeuw voornamelijk voorbehouden aan Westerse mannen. Freud, Jung, Assagioli en Maslow waren pioniers in de studie van het on(der)bewuste, bijgestaan door de walkure Melanie Klein. Twee van deze mannen richtten de tegenpolen van de psychologie op: Freud’s psychoanalyse versus de psychosynthese van Assagioli.

Analyse & synthese.

Beide termen lijken op het eerste gezicht op elkaar. Toch zetelen beide in een andere hersenhelft. Analyse is een cognitief-mentale vaardigheid, gebruik makend van het onderscheidend vermogen van de linkerhersenhelft. Synthese is een energetisch-mentale vaardigheden, gebuik makend van de drive naar holisme in de rechterhersenhelft. De ene – analyse – schijnt ‘mannelijk’ van aard te zijn, maar dat is een lastige term in deze genderfluïde maatschappij. De ander is synthetiserend-vrouwelijk van aard, voor zover vrouwen niet teveel hun mannetje staan.

Freudiaanse psychoanalyse

Ik heb een hekel aan de term ‘psychoanalyse’. Het begrip ‘analyse’ is even beknellend als een Victoriaans korset. De naam is wel passend. Zijn geestesvader is Freud, de psychiater die de geestesziekten van de door ratio verlichte geest en lichaam bestudeerde. Sinds de  ‘geest’ in de tijd van de Verlichting van zijn/haar spirituele essentie werd ontdaan en ingelijfd is in het keurslijf van de rationale wetenschappen, is de mens gereduceerd tot een ‘denkgeest’. Of, zoals Descartes het verwoordde: ‘Ik denk, dus ik ben’. De ratio zetelt als een verheven despoot in het brein van de mens, dat de hele menselijke machine aanstuurt. Er komt geen God meer aan te pas.

Enter Freud, exit Deus ex machina.

Sinds de psychoanalyse is de geest ontdaan van haar numineus karakter. Er is geen mystiek mysterie of goddelijke komedie meer. Voor Freud & Co. is de denkgeest synoniem aan het fysieke brein. Deze bestaat uit hersenkronkels, perverse driften en op hol geslagen complexen die in toom moeten worden gehouden door een Überich. Het zooitje ongeregeld dat, aangekleed door normen en waarden, min of meer in de pas loopt met de verwachtingen van de maatschappij heeft een naam: ‘Ich’. Mijn ik aanbidt geen goden of godinnen meer, laat staan natuurgeesten, maar weet zich geleid door twee tegengestelde regiseurs. Aan de ene kant is er het aan de maatschappij aangepaste ‘Überich’, dat alles doet zoals het heurt. Aan de andere kant is het dierlijke, driftmatige ‘Es’, dat het liefst moordend en verkrachtend het leven zou willen verzieken.

Ik overdrijf. Maar dat deed Freud in zijn fixatie op de donkere krochten van het onderbewuste ook. Psychoanalytici in de klassieke, enge zin van het woord zijn Darwinisten die de evolutie van de psyche bestuderen. Ze kennen geen hoger bewustzijn of bovenbewuste in de spirituele zin van het woord. Ze bestuderen een ontzielde psyche en zijn daar vaak heel goed in! Psychoanalytici zijn meesters in het doorvorsen van psychopathologie: de regionen van het onbewuste die zich onttrekken aan de weldadige invloed van de ziel. Deze laat zich, in tegenstelling tot het monsterlijke Es of Id, leiden door universele, spirituele waarden als waarheid en liefde.

Freud kan met recht aanspraak maken op een eredoctoraat in de biologie gemankeerde psychopathologie. Niemand heeft de wisselwerking tussen lichaam en bewustzijn zo goed bestudeerd als Freud en Co. Zij hebben de gesels van het lidbido in de psychoseksuele ontwikkeling ontdekt en in kaart gebracht. Het Es, aangevoerd door seksuele drift, vuurt het kinderbrein vanuit de orale fase, door de anale fase heen naar de genitale fase toe. De tepel van de moederborst fixeert de psychische ontwikkeling op een gevoel van welbehagen en veiligheid. Met het zindelijk worden van het kind neemt de kringspier het over. Door de anus via wilskracht aan te sturen, leert het kind dat het macht kan uitoefenen over de eigen lichaamsfuncties. Hiermee ontdekt het kind de despoot in zichzelf, die in een latere fase anderen kan tiraniseren in een doorgeschoten anale fixatie.

‘Oraal’ en ‘anaal’ zijn typerend voor het psychoanalytisch vakjargon. Deze is doorspekt met heerlijk lichamelijke associaties. Naast de gulzige mond en de kakkende kont was Freud geobsedeerd door fallussen en vagina dentata. De laatste zijn vagina’s met tanden die angstige jongetjes in de genitale fase de stuipen op het lijf jagen en hen doet veranderen in pseudo-homoseksuelen. Freud was ook anti-feministisch, zoals zoveel mannen in zijn tijd (laat negentiende en vroeg twintigste eeuw). Een gezonde psyche, mannelijk of vrouwelijk, moet de fallische fase goed doorlopen hebben om zich bewust te zijn van de eigen fysieke en geestelijke potentie. Vrouwen zijn wat dit betreft benadeeld en hebben daarom penisnijd: de bitchen zijn jaloers op mannen en willen hen uit wraak castreren. Vaders zijn überhaupt niet veilig. Hun piemel kan er niet alleen door hun vrouw of dochter met penisnijd afgehakt worden, maar ook een oedipale zoon is er op uit de heer des huizes van zijn genitalieën te beroven. Dit is namelijk de enige manier waarop de opgroeiende jongen met zijn eigen moeder kan trouwen. Oh ja! Puberende jongens fantaseren over seks met hun moeder! Maar dit is ingewikkeld, want hoogstwaarschijnlijk lijden ze ook aan een moedercomplex. Ze hebben de borst immers met anderen moeten delen, waardoor ze niet veilig gehecht zijn. Ze voelen zich afgewezen door hun moeder en lijden hierdoor aan een minderwaardigheidscomplex, versterkt door verlatings- en dus bindingsangst. Ze keren introvert naar binnen toe en gaan op vergelding broeden. Hun Id zet hen tot duistere fantasieën aan, die je alleen in de gescalpeerde hersenpan van Hannibal Lecter verwacht aan te treffen. Ze verhullen hun zieke geest in een net pak. Uit gewetensnood leggen ze zichzelf allerlei beschaafde idealen op. Godsdienst is niets anders dan een dekmantel om hun moorddadige driften te verbergen. Narcisme is het gevolg van een zich blindend starend Überich op zijn eigen fallische idealen. Manhattan is niets anders dan een verzameling van beschaafde fallussymbolen die de totempalen van de primitieve Native Americans hebben vervangen.

Ik vergeet waarschijnlijk een paar bizarre complexen te noemen. Vergeef mij, deze zijn opgeslokt door mijn onderbewuste. Maar misschien verraad ik mezelf verderop in dit artikel nog met een Freudiaanse spraakverwarring.

Ik maak geen grap. Tijdens mijn studententijd heb ik de boeken Freud samen met een pornoboekje onder mijn matras verstopt. Ik wist niet welke perversiteiten mij meer opwonden: Freud of Hustler.

Psychosynthese: Thanks God!

Op het moment dat ik door mijn Es ten gronde gericht dreigde te worden vond ik Roberto Assagioli op mijn pad. De Italiaan getuigt van heel wat meer levenslust of eros dan de door thanatos of doodsdrift verziekte denkgeest van Sigmund. Toegeven, Assagioli is mij soms wat te frivool. Blijmoedig stapt hij over de zieke shit in psychopathologie heen en richt hij zijn bewustzijn op het hoogste ideaal van de ziel: eenwording met God te bereiken. Heerlijk is het te lezen dat God bij Assagioli vele namen kent: Atman, Brahman, Allah, universele geest – het mag/kan allemaal.

Het bestuderen en praktiseren van psychosynthese is ook geen gevaar voor je geestelijke gezondheid. Complexen kun je helen door middel van gebed en meditatie. Het ego of ik is niet slechts de vergaarbak van onderdrukte driften en opgelegde normen en waarden. Het Ik wordt bij Assagioli met een hoofdletter geschreven, want zij is een manifestatie van het goddelijke. Dit is weliswaar tijdelijk, maar de dood is in het licht van de eeuwigheid een overgang: een initiatie in een verruimd universeel bewustzijn.

Assagioli was één van de eersten die West en Oost met elkaar trachtte te verzoenen. Als westerling was hij ingewijd in de denkwijzen van de wetenschap. Door een brug te slaan naar de synthetiserende rechterhersenhelft ging hij voorbij aan de harde grenzen van de (psycho)analyse. Voor Assagioli was God een natuurverschijnsel. De psyche is, net als bij Jung, van nature religieus. Onze zoetocht naar spirituele waarheden is geen escapisme van een depressief, aan gewetensnood lijdend ego, maar een levensbehoefte van de naar licht en waarheid snakkende ziel. En hoewel de laatste regelmatig door het biologisch gefixeerde ego overruled wordt, is de bedoeling van de psychosynthese het trouwen van het ego met het (ware) Zelf. Dit kan bereikt worden in het hierosgamos of heilig huwelijk tussen psychologie en religie. Wanneer dit gerealiseerd wordt is er sprake van een fusie tussen indivdualiteit en universaliteit, tussen lichaam en geest, tussen dier en engel. De mens is de brug tussen de beide, ogenschijnlijk onverzoenlijke werelden van materie en geest.

Thanks God voor Assagioli! Had ik zijn psychosynthese niet op tijd ontdekt, dan was ik na mijn studie van de psychoanalyse waarschijnlijk van een brug gesprongen.

Ik zie de krantekop al voor me: ‘Psychoanalist gered door Zelfmoord’.

Pardon.

‘Gered door van Zelfmoord’.

 

© 2019, Sander Videler