De weg naar je ware zelf

Nieuws

Psychosofia: vernieuwing van gods- en mensbeeld

Alle artikelen, Mystiek & gnosis, Wegen naar het Zelf

WEGEN NAAR HET ZELF - Een nieuwe, onafhankelijke geestelijke stroming.

Hieronder zijn integraal teksten geciteerd van Zohra Bertrand-Noach, oprichtster van psychosofia, een gnostische stroming met geestelijke wortels in het esoterisch christendom. De teksten zijn afkomsig uit het boekje ‘Wat is Psychosofia?’

“Psychosofia is een levensbeschouwing die uitgaat van het goddelijke in alles en allen. Daar waar wijsheid en liefde elkaar in het hart ontmoeten ontstaat een krachtbron van ongekende grootte en intensiteit. Als de Geest in het hart gaat werken verandert het denken.

Psychosofia is een (nieuwe) levensbeschouwing vanuit de hoogste spirituele sferen aangereikt, via Zohra Bertrand-Noach. In psychosofia is geen macht of gezag, geen lidmaatschap of dwang. Geen dogma’s of onvrijheid. De aangereikte diepere achtergronden van psychosofia hebben als basis: eerbied voor de essentie van alle spirituele waarden vanaf het begin der mensheid gegeven. Deze essentie (…) behelst dat er is: één Geest van waarheid en liefde, één Bron waaruit alle religies en godsdiensten zijn ontsproten. Deze Bron is het hoogste Zijn, de supernature, door de mens vertaald in het woord God of de Vader. De mens bepaalt zelf, naar gelang van cultuur-historische en sociaal-maatschappelijke achtergronden, op welke wijze de ontvangen spirituele essentie vorm zal krijgen.

Psychosofia reikt aan:

I.

De ene Bron van waarheid en liefde, de supernature, is de oorsprong en bestemming van al het geschapene. Deze ene Bron van waarheid en liefde, de supernature, heeft een oneindige uitstraling van lichtende energieën. In de oude religies werd dit gegeven vertaald door het menselijke bewustzijn, als goden en godinnen. De monotheïstische godsdiensten vertaalde hetzelfde gegeven – de oneindige uitstraling van lichtende energieën – als aartsengelen, engelen, hooggeëvolueerde wezens en heiligen, de machten en krachten rond de troon van God.

De mens is het hoogst geëvolueerde bewustzijn op de planeet Aarde. Hij is de drager van de supernature of goddelijke natuur en de realisatie daarvan in de stoffelijke menselijke natuur. De hoogste macht van de mens is zijn eigen vrije wil in de verantwoordelijkheid daarvan. De mens als drager van de supernature is in zijn goddelijke natuur onvernietigbaar. In zijn stoffelijke, menselijke realisatie is de mens gebonden door de dood. Zo zal de goddelijke natuur van de mens zich steeds weer opnieuw, daar zij onvernietigbaar is, in een stoffelijke menselijke incarnatie realiseren. Het evolutieproces van het bewustzijn der mensheid op de planeet Aarde zal uiteindelijk bekroond worden door de werkelijke integratie, c.q. eenheid van de goddelijke natuur in de stoffelijke menselijke natuur. Dan zal er zijn, werkelijke gelijkwaardigheid van alle mensen in alle volkeren, gelijkwaardige verdeling van het voedsel der aarde (…) Zo zal de mensheid (…) komen tot waarachtige broederschap in waarheid en liefde.

II.

De goddelijke natuur van de mens is de onsterfelijke ziel van de stoffelijke menselijke persoonlijkheid. De ziel bestaat uit twee componenten. De ene component van de ziel is de eenheid met de goddelijke natuur. De andere component van de ziel is gericht op de stoffelijke lichamelijke persoonlijkheid van de mens. In deze op de stoffelijke lichamelijke persoonlijkheid van de mens gerichte component van de onsterfelijke ziel, liggen alle herinneringsenergieën opgeslagen uit de ontelbare levens op aarde. Over het algemeen zijn deze herinneringsenergieën onbewust in het stoffelijke denken van de mens. Nu het bewustzijn van de wedergeboorte of reïncarnatie een grotere verbreiding krijgt, opent zich het bewustzijn van de mens hiervoor. Vele mensen beleven hun eigen ervaringen hierin. Iedere emotie, iedere gedachte, iedere handeling heeft een grote energetische kracht in het bewustzijn van de mens.

Alle emoties, gedachten en handelingen hebben hun basis in het onderbewustzijn van de mens. Het onderbewustzijn van de mens is in eenheid met die component van de ziel, welke is gericht op de stoffelijke persoonlijkheid van de mens. Deze component van de ziel is het reservoir waar de mens in ieder leven op aarde zijn eigen menselijke persoonlijkheid door kleurt. De biologische aspecten zullen altijd inherent zijn aan die aspecten van de ziel die om transformatie vragen.

III.

Psychosofia reikt (…) een levensbeschouwing aan, een weg van lering om tot vernieuwende inzichten te kunnen komen, vrij van oude afhankelijkheid aan een persoonlijke God die straft of beloont; eenheid met de goddelijke natuur of supernature door de eigen vrije wil vanuit de eigen verantwoordelijkheid. Psychosofia, een innerlijke religieuze weg, niet gebonden aan een uiterlijke religie of godsdienst, kan leiden tot een vernieuwd Christusbewustzijn. Hiertoe werden drie sleutels gegeven:

  • Innerlijke zuivering van het eigen denken en de emoties.
  • Innerlijke onthechting aan de overheersing van de eigen begeerten en dwangmatigheden.
  • Innerlijke eenheid met de eigen goddelijke natuur.

 

De Avatar (= gezondene) Buddha bracht het bewustzijn van de kringloop der levens. Transformatie van negatieve aspecten van het karma leidt tot verlossing. De Avatar Christus bracht de realisatie van de goddelijke natuur of supernature in de mens, door zijn voorbeeld. Hij bracht de mensheid tot het punt van verlossing van het karma door zijn realisatie als mens vanuit de goddelijke natuur, door zijn acceptatie en overgave, door waarheid en liefde in werkelijke vergeving.

Wat is het karma van de wereld?

Vanaf het begin, toen materie werd gecreëerd, was dit zonnestelsel bestemd tot verlossing via de weg van lijden. Dit lijden heeft eerst plaats gevonden in de lagere regionen, in de dierenwereld, in het elkaar verslinden en dergelijke. (…) Dit zonnestelsel is gecreëerd opdat er in hen, die later de mensheid zouden vormen, onderscheidingsvermogen zou kunnen komen: in de gevallen engelen die de mensheid uiteindelijk zouden vormen. De engelen hadden geen bewustzijn van goed en kwaad. Zij leefden in God’s Zijn, in liefde. Toen kwam de creatie van de mens, naar God’s ‘beeld en gelijkenis’. Niet naar de uiterlijke vorm, want God is niet een man of een vrouw, maar is beide, is bewustzijn, het eerste atoom, een kosmisch vuur. ‘Zijn beeld en gelijkenis’ betekent bewustzijn.

De engelen hadden bewustzijn, maar niet van goed en kwaad. Ze hadden niet het onderscheid. Daartoe moest, wat genoemd werd: ‘de val der engelen’ komen. Ik noem het liever ‘het spel der engelen’. In dit spel werden engelen uit dat totale Zijn in liefde, in Godsverbinding, weggevoerd opdat zij uiteindelijk in de mens konden incarneren, waardoor er een bewustzijn van goed en kwaad in de creatie van God zou kunnen komen. Dit was een enorm groot kosmisch gebeuren, waardoor geest in materie gerealiseerd kon worden. In dit gebeuren kon het onderscheid tussen goed en kwaad komen en kon tussen de dualiteit van geest en persoonlijkheid uiteindelijk weer die bewuste hereniging en vereniging komen.

Waarom was het nodig eerst een ‘engel’ en daarna een ‘bengel’ te worden?

Ze werden ‘bengels’ om uiteindelijk weer in dat grote bewustzijn te kunnen komen. Maar dan vergroot met ook het bewustzijn van het kwaad. Dit houdt in dat daardoor de mens, de creatie van God, zo’n groot bewustzijn kon krijgen dat hij in de materie het goddelijk Zijn, de geest, kon brengen.

Doordat het bewustzijn van de mens – vanuit liefde en de eenheid van bewustzijn met God – zodanig door de materie werd veranderd en gemanipuleerd, kon hij de onderscheiding van goed en kwaad krijgen. Daardoor – en alleen daardoor – wordt het bewustzijn van God vergroot. Niet van God als persoon, maar als het totale Bewustzijn. Daar bereik je mee dat in dit gehele zonnestelsel, uiteindelijk helemaal bewust, de Liefde zal overwinnen over het kwaad. Licht zal overwinnen over duisternis. Dit kan alleen door het bewustzijn van de mens.

Wat is een mens eigenlijk?

Wij zijn, dat klinkt misschien haast hoogmoedig, maar zo is dat niet bedoeld, hogere wezens. We hebben een hoger Zelf in ons diepste innerlijk verborgen. Dit hogere Zelf is onze heilige, onvergankelijke ziel. Deze ziel heeft de opdracht zichzelf van leven tot leven te vervolmaken, om zo weer dat hogere wezen dat hij eens was te kunnen worden. De ziel kiest ieder leven een nieuw fysiek lichaam, om tot vervolmaking van zijn onvolkomenheden en beperkingen te kunnen komen. Deze vervolmaking kunnen wij niet in één leven verkrijgen.

Wat houden reïncarnatie en karma in?

Boeddha bracht het bewustzijn van de kringloop van de levens. Alles bestaat uit energieën. Een mens is een onzienlijk energieveld. Energie kan niet vernietigd worden, zij blijft bestaan. Materie wordt door de dood ontbonden, maar energie blijft bestaan. In deze kringloop van levens zal het energieveld van het geestelijke wezen dat wij zijn, steeds opnieuw een materiële vorm kiezen, om tot steeds meer eenheid in het bewustzijn te kunnen komen met het goddelijke in zichzelf. In de kringloop van levens bestaat dus voor ieder mens een mate van – populair gezegd – herkansing van mogelijkheden tot transformatie van beperkingen vanuit een ander leven. Maar ook inzichten, waarom in juist dit huidige leven – en dat is nú het allerbelangrijkste – datgene naar je toe komt, wat er toe zal bijdragen om een nieuw inzicht en een bepaalde vrijheid in jezelf te brengen, zodat je los kunt komen van deze oude sturing en beheersing.

Bij reïncarnatie gaat het er niet om wat je in het vorige leven bent geweest (…) Maar wat was in dat vorige leven jouw rode draad, waardoor je in dit leven op een bepaalde manier, als het ware van binnenuit gestuurd, beheerst wordt?

Hoe leer je het ‘hogere’ en het ‘lagere’ onderscheiden?

Het hoger Zijn zal nooit of te nimmer op satisfactie uit zijn. Dat is al iets wat je kunt vasthouden. Het hoger Zijn, goddelijk aspect, is liefde en is dus vrij en belangeloos. Het is ruim, heeft mededogen en heeft zichzelf – de persoonlijkheid – en de ander lief.

Waarom? Omdat dat de eenheid met het hogere in de ander is. Het ego is er op uit om de eigen persoonlijkheid in de materie te bevestigen, hoe dan ook en waar dan ook. Daar moet je niet van schrikken, want dat is onze opdracht. Dat zijn dus twee uitersten. Hoe brengen wij twee zulke verschillende polen tot een eenheid? Dat is de weg van inwijding die elk mens alleen moet gaan.

Het is een hele leerschool. Wanneer iemand inzicht gaat krijgen, komt hij eerst in een heel moeilijke periode terecht (…) Dat inzicht laat hem zien waar begeerten een overhand op hem hebben (…) Waarom is het zo verschrikkelijk moeilijk? Omdat in ieder mens, in hele volkeren en rassen, de bevestiging van de materie prevaleert. Wanneer, eerst individueel en dan collectief, het prevaleren van dat ego, de materie, steeds minder dwingend is, kan het hogere in de mens eindelijk ook eens van zich laten spreken.

Nu terug naar de vraag: hoe gaan we dat (hogere en lagere) leren onderscheiden? Het is duidelijk. Je ziet jezelf als de mens die je bent, met alles wat er van kindzijn af is gebeurd; en wat een enorme invloed dat op je heeft gehad, zowel emotioneel als mentaal. Dat zijn de aspecten die je vasthouden in de materie. Die in jou een bepaalde energieuitstraling geven van ‘gebonden te zijn aan de aspecten, die je in dit leven tot een bepaalde negatieve invulling hebben gebracht.’ Dus als kind was je bijvoorbeeld niet geliefd (…) Daar kun je je hele leven pijn aan hebben (…) Wat is dan een alternatief? Steeds meer inzicht krijgen, gaan weten van je eigen innerlijke krachtbron, het goddelijke aspect in jezelf. Deze kracht gebruiken om jezelf niet meer voor de volle 100% te identificeren met al de ellende die in jouw leven is geweest.

Wat zijn geestelijke begeleiders?

Geestelijke begeleiders zijn entiteiten die leven zonder fysieke vormgeving. Het zijn intelligenties, zielen van overledenen, die blijven bestaan. Een mens bestaat uit energie. Deze energie sterft niet af, ze blijft, kan niet verloren gaan. Bij de dood sterft de fysieke vorm af en deze energie stijgt op. (…) Ik heb ook een begeleider. Deze geeft mij advies, want hij kan vanuit zijn ‘hoogte’ meer zien dan ik, kleine mens hier op aarde. Dus ik accepteer zijn begeleiding, zijn adviezen. Maar, is mij gezegd en ik heb dit ook heel duidelijk begrepen en ervaren, wanneer je niet in jezelf met je eigen hogere Zelf bent verbonden en je zou gaan volgen wat dan van buiten op je afkomt – want uiteindelijk is een begeleider buitenaf – dan zou je niet tot een werkelijke geestelijke groei kunnen komen. Vanuit de sferen wordt aan de mensheid een helpende hand gegeven om tot de eigen inspiratie, geestelijk bewust leven in de stof te kunnen komen.

Waarom is de angst voor sterven zo groot?

Sterven betekent thuiskomen, echt thuiskomen. Je hoeft geen angst te hebben. Er is zoveel liefde, je wordt zo opgevangen, daar hoef je niet bang voor te zijn. Maar om te leren sterven moet je leren loslaten in het leven. Want anders ga je door pijn heen wanneer je gaat sterven. (…) Leven is in wezen afscheid nemen. Leven betekent zoveel kracht in jezelf krijgen dat je durft afscheid te nemen; alles wat je naar beneden haalt, bindt of beperkt, durft los te laten. Sterven is zodanig loslaten dat je daardoor tot vreugde en beleving van Geest kunt komen.

Hoe vormen wij velden van licht?

In de jaren tachtig is er over de gehele wereld een diepe integratie van spiritueel bewustzijn gekomen in verschillende vormgevingen, formuleringen, uiterlijke symbolen. Alles in gradaties van niveaus. Nu is de tijd aangebroken om daarmee aan de gang te gaan. Alles wat in onze wereld gebeurt, ook in ons eigen land, gebeurt op het astrale vlak, op het vlak van herkennen, aantrekken en afstoten van karmische aspecten.

Hier kunnen we nog duizend jaar mee doorgaan en dan zullen we nooit verder komen. En de mensheid zal blijven in geweld, haat, wanhoop, eenzaamheid, macht en machtswellust. Wij kunnen daar pas aan ontsnappen, als voor ieder mens, ieder individu, het punt is gekomen, dat hij/zij de kracht in zich voelt ‘nu is het de tijd, dat ik het offer kan brengen om mij te onthechten aan al datgene waar ik mij mee identificeer’ – hetzij negatief, hetzij positief. In het begin lijkt het een offer. (…) Nu is de tijd gekomen, dat ik dat niet als een offer hoef te zien, maar dat ik door de liefde de kracht krijg om mij daaraan te onthechten, waardoor mijn licht, mijn straling, ook werkelijk kan stralen. Waardoor ik bij de ander oproep wat ik zelf heb te geven.’ De diepste betekenis van ‘ben ik dan mijn broeders hoeder?’ is, dat men vanuit deze hogere, fijnere energieën, het eigen licht kan en mag uitstralen, in die mate dat men vanuit de liefde heel behoedzaam omgaat met de straling, met het licht van de ander. Dit is liefdesenergie. Deze energie gaat nu over de wereld.

Kun je ons hiertoe handvatten geven?

De eerste is innerlijke zuiverheid van motivatie, het herkennen van de onzuiverheden in jezelf. Waar het om gaat is de zuiverheid van de uitstraling, de zuiverheid van de gedachtekrachten, de zuiverheid van de energieën waarmee je naar buiten komt, de ander tegemoet komt.

De tweede is de armoede. (…) heus niet allemaal op een slof en een schoen. De werkelijke armoede is dat men met het verkregen spiritueel bewustzijn, niet de persoonlijkheid gaat verheerlijken. (…) Het betekent dat men gaat leren om vanuit een heel diepe eenvoud (in de Bijbel staat ‘zalig zijn de armen van geest’) dat spirituele bewustzijn te hanteren als een liefdeskracht. (…)

De derde sleutel is de totale gehoorzaamheid aan het hoger Zijn, het goddelijk Zijn in jezelf, de diepste impuls in jezelf. Ieder mens zal in de komende tweeduizend jaar vanuit eigen zijn, juist datgene naar zich toe krijgen en in zichzelf gaan herkennen, waarmee hij dit hoogste Zijn in zichzelf kan gaan verwerkelijken. (…)

Wat is de taak van de grote, oude wijsheid in het oosten in de samenwerking met het westen?

In het oosten is een heel grote dualiteit. Aan de ene kant leven vanuit de emotie. Aan de andere kant de heel diepe wijsheid vanuit oude esoterische leringen, die daar zijn gebracht.

De oosterse Meesters hebben een heel grote voorsprong op de westerling in hun beleving van het eigen innerlijk contact met het hoger Zelf. De taak van het oosten, gezien vanuit dit hoge bewustzijn, is: in de westerse mens het verlangen te doen ontstaan naar satori, naar totale harmonie. De oosterling heeft met zijn hoge en grote wijsheid teveel geleefd in een niet reëel integreren van deze hoge wijsheid in de stof, in zijn maatschappij. De westerling kan door deze oosterse transcendentie, tot een integratie in de stof komen. Dat hebben wij nodig. Wij hebben niet een ivoren toren of een klooster nodig, wij hebben een mens nodig, levend in deze maatschappij.

Twaalf esoterische leringen van psychosofia

  • Voortgekomen uit de inspiratie van de Meesters van liefde en wijsheid.
  • Voortgestuwd door de wil en intelligentie.
  • Voortbrengend, de lering der kennis van de eigen ziel, de zoon Gods, in ieder mens aanwezig.
  • Erkenning van het eigen diepere Zelf, de ziel, door acceptatie van het goddelijke aspect in ieder mens.
  • Herkenning van de eigen goddelijke immanentie, opdat er herkenning van deze goddelijke immanentie in ieder mens kan plaats vinden.
  • Erkenning van de vrije wil van de mens.
  • Het ontwikkelen van de vrije wil door zelfkennis en begrip van het eigen wezen, opdat er geestelijke groei kan plaats vinden.
  • Begrip dat geestelijke groei zal leiden tot integratie van de ziel, de immanente God, in de menselijke persoonlijkheid.
  • Bewustwording dat door acceptatie van de macht van de eigen vrije wil transformatie van de menselijke persoonlijkheid kan plaats vinden.
  • Veredeling van de menselijke persoonlijkheid, door het richten van de vrije wil op transformatie van de eigen beperkingen.
  • Veredeling van de menselijke persoonlijkheid, plaas vindend in gradaties van niveaus tot integratie van de ziel in de menselijke persoonlijkheid.
  • Integratie van de ziel, in gradaties van niveaus, in de menselijke persoonlijkheid, bepaalt ook in gradaties van niveaus de herkenning van de immanentie Gods in de menselijke persoonlijkheid.”