De weg naar je ware zelf

Nieuws

Requiem voor Demian

Alle artikelen, Boeken & films, Dieptepsychologie, Mystiek & gnosis

DIEPTEPSYCHOLOGIE & MYSTIEK - “En de Heer gaf Kaïn een merkteken.” (Genesis, 4:15)

Weinig bijbelteksten hebben me zo gefascineerd als het verhaal van Kaïn en Abel, waarbij Kaïn na het doden van zijn broer Abel door God een merkteken op zijn voorhoofd krijgt geplaatst om hem te beschermen tegen anderen die hem als moordenaar van zijn broer zouden willen doden.

Kaïn wordt weliswaar gestraft door God voor zijn broedermoord: hij wordt verbannen tot vagebond en moet voortaan over de aarde zwerven. Hij wordt op zijn zwerftocht echter door God beschermd, die hem een merkteken gaf om te voorkomen dat ieder die hij ontmoette Kaïn zou doden. Hiermee krijgt de moordenaar Kaïn een illustere duisternis: blijkbaar gaat er in zijn moord een diepere betekenis schuil, waarvan alleen God op dat moment de waarde ziet.

De geschiedenis van een jeugd

Misschien heeft ook de Zwitserse schrijver Hermann Hesse de diepere betekenis van het goddelijke teken van Kaïn vermoed, hij heeft er immers zijn beste Bildungroman aan gewijd: ‘Demian. De geschiedenis van Emil Sinclairs jeugd.’ Het is veelzeggend dat Hesse het meesterwerk aanvankelijk onder het pseudoniem van Emil Sinclair publiceerde. Blijkbaar bevat het verhaal autobiografische elementen.

De titel verwijst naar een van de hoofdpersonages van het boek, Max Demian, die het merkteken van Kaïn draagt. Emil Sinclair is zijn jongere en nog onbewuste alter ego. Beiden – Sinclair en Demian – kunnen opgevat worden als aspecten van Hesse en daarmee van de prototypische mens die vanuit zijn jeugdig onbewuste ontwaakt voor het bestaan van kwaad en duisternis op aarde.

Hesse schreef het boek, dat meteen na het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1919 verscheen, in een periode dat hijzelf in psychoanalyse was geweest. In zijn individuele exploraties moet Hesse op de duistere gronden van zijn psyche zijn gestuit. Wanneer wij maar ver genoeg afdalen in deze duistere oergronden van onze psyche, zullen we ontdekken dat ieder individu in zichzelf een archetypische duisternis in zich draagt dat deel uitmaakt van het collectief kwaad. In ieder van ons huist in de verborgen, nog onontdekte, duistere lagen van het onbewuste een potentiële moordenaar en verkrachter.

Door zijn vriendschap met de mysterieuze en oudere Max Demian komt Emil Sinclair langzaam maar zeker in aanraking met zijn eigen schaduwkant. Demian oefent een magnetische aantrekkingskracht op de jonge, nog naïeve Sinclair uit om de duistere kant van het bestaan te onderzoeken. Wat klein begint, kan groot eindigen. Een jongen die voor het eerst uiting geeft aan eigen sadistische trekken door het uit elkaar trekken van een kikker of insect, kan uiteindelijk in de roes van zijn machtsdrift en agressie worden meegezogen en eindigen als Bruinhemd of lid van Hitler’s knokploeg (Sturmabteilung).

Je voelt, nee, weet, hoe elke stap dieper in de duisternis een duivels ‘mysterium coniunctionis’ oproept in de nog onbewuste en dus onverkende ziel. “Datgene in onze ziel dat we niet in ons bewustzijn laten doordringen, doemt in ons leven op als het noodlot”, zei een van de grootste psychoanalytici aller tijden, de eveneens van Zwitserse afkomt, Carl Gustav Jung. Zo kon het gebeuren dat meteen na de Eerste Wereldoorlog de kiemen van onbewust zijn alweer gezaaid waren voor het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog.

Abraxas

In ‘Demian’ draait alles rondom de gnostieke godheid Abraxas, de god van Demian en Kaïn. Abraxas is geen verstold, antropmorfisch godsbeeld van een ‘goedheiligman’, gezeten op zijn troon in de hemel, op afstand de wereld beschouwend. Abraxas ís de levensstroom zelf: rustig voort kabbelend en met gewelddadige kracht als waterval in de spelonken van de aarde stortend. Abraxas is licht en duisternis. Hij vertegenwoordigt het goede en het kwaad in de mens, maar vanuit een Nietzschiaans begrip dat aan geen van beide levenspolen een absolute waarde toekent.

In zijn boek “Voorbij goed en kwaad” daagt Nietzsche zijn lezer uit om eigen oordeel te ontwikkelen over moraliteit. Tegen religieuze dogma’s van christen- en jodendom (en islam) in, spoort Nietzsche de mens aan goed en kwaad in zichzelf te verkennen, om zo tot zelfbewustzijn te ontwaken. Als een wolf begeeft Nietzsche zich in de kudde schapen en jaagt hen in angstnood alle kanten uit, om zo alle mogelijkheden – licht en duisternis – in de wereld te verkennen. Hoewel Nietzsche hieraan geen verdere teleologische consequenties aan verbindt, leidt het verkennen van goed en kwaad in jezelf en in de ander vanuit gnostiek begrip tot zelfkennis. Alleen wanneer we in levende lijven beide polen hebben onderzocht en hebben ondergaan, kunnen wij onze lichte en duistere kant uiteindelijk in een synthese laten versmelten. Deze synthese is non-duaal: zij is de levenskracht zelf die boven goed en kwaad of menselijk oordeel uitstijgt en zich juist hierdoor verbindt met een hogere macht en intelligentie in het universum: de (heilige) levensgeest, goddelijke wijsheid die alles doordringt. Bevrijd van het korset van het kleinburgerlijk en verstikkend menselijk oordeelsvermogen, kunnen we ons verbinden met oordeelloze liefde die, juist door haar gebrek aan oordelen, al wat onbewust is heelt en verbindt in een buitenaardse, kosmische intelligentie en levenskracht..

Dit zijn grote woorden, maar het doel van gnostici – kennis van het ware zelf – kan alleen bereikt worden door het ondergaan van elke menselijke ervaring, om zo uiteindelijk de menselijke evolutievorm te ontstijgen en te ontwaken in een wijdser, kosmisch begrip van de schepping. In dit nieuwe bewustzijn gaan we onszelf weer in eenheid met alle leven op aarde en in de kosmos ervaren. Om tot dit nieuwe besef van het leven te komen, moeten we eerst onze naaste doden. Onze eigen broer, vader en moeder, zoals in de psychonalaytische zin, waarin een puber zijn eigen nest haat en verlaat. Maar ook in letterlijke zin, waarin we medemensen afslachten en dier- en plantsoorten uitroeien.

Het merkteken van Kaïn

De moeder van Kaïn – Eva – is sinds de opkomst van de drie paternalistische, monotheïstische godsdiensten veel verweten. Eva zou de oorzaak zijn van de zondeval. Zij zou als een boze heks Adam verleid hebben om van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten, waardoor de mens het paradijs de rug toe heeft gekeerd. Moeder Aarde is zo onmetelijk intelligent, fijnzinnig en perfect ontworpen dat zij dankzij het formidabele spel van aarde, water, lucht en vuur een paradijs zou kunnen zijn, waarin de mens als deel van het planetaire ecosysteem in volledige harmonie met de natuur zou kunnen leven. Deze ‘onschuldige’ staat van zijn wordt gesymboliseerd door Abel, die volgens het Oude Testament een herder, en dus nomadisch van aard, was. Nomaden trekkken met hun kudden rond, het ritme van de natuur volgend. Nomadische natuurvolkeren leggen de aarde hun wil niet op, maar zij volgen de grotere, alle leven omspannende ‘wil’ van de natuur. Zij schikken zich naar het geheel, waardoor heel de natuur met hen samenwerkt in het scheppen van een overvloedig leven. Een indiaan uit de Amazone komt niets tekort totdat Shell en andere hongerige en gewelddadige multinationals ecosystemen vernietigen in een dwangmatige zucht naar winst. Kapitalisme is gebaseerd op het vergaren van kapitaal: het verdienen van geld en het maximaliseren van winst, waarbij alleen het eigenbelang telt, zonder rekening te houden met de kosten voor het geheel. Deze worden afgewenteld op ecosystemen, lagere sociale klassen en uiteindelijk volgende generaties, die samen met de vernietigde ecosystemen ten onder zullen gaan. Dít is Demian, die zich in zijn drang naar individualiteit aan het collectief onttrekt en als Kaïn, die landbouwer is, de natuur zijn wil oplegt, denkend dat hij het beter weet.

Denken, het kenmerk van de diersoort ‘homo sapiens’, is het merkteken dat God Kaïn geeft nadat hij zijn onbewuste ego Abel te gronde heeft gericht.

Denken is iets heel bijzonders: als enige bewustzijnsfunctie is denken in staat om op zichzelf te reflecteren! Denken is in staat om over het eigen denken na te denken. Andere bewustzijnsfuncties, als het instinct (zintuiglijk gewaarworden) en voelen, hebben deze mogelijkheid niet. Demian is begiftigd met de functie van denken, waardoor hij zich van zichzelf en de wereld om hem heen bewust wordt. Hij wordt hierdoor in eerste instantie echter alleen in verwarring gebracht. Door te denken gaat hij een logische orde zoeken die er in werkelijkheid niet is. Denken is immers een lineaire functie die bij de gratie van het onderscheiden van causale verbanden werkt.

Door zijn onderscheidend vermogen denkt de mens de wereld uit elkaar. Dit hebben we letterlijk gedaan sinds de opkomst van homo sapiens (sapiens): de denkende mens, die door over zichzelf na te denken een ‘ik’ wist te onderscheiden in de paradijselijke oerzee van de schepping. Sinds de mens denkt, is hij alleen. Eerst was hij één met de schepping, nu staat hij als ikje in het middelpunt van deze schepping en staat hij er alleen voor. Hij heeft zichzelf gescheiden van het levensweb en bevindt zich door te denken tegenover natuurkrachten, die hij als vijandig ziet. Immers, de natuur houdt geen rekening met de lineair-causale denkwijzen van het ik. De natuur denkt immers niet, maar werkt vanuit een veel dieper (of hoger) holistisch bewustzijn, dat altijd de balans van het geheel overziet. Wanneer er in haar schoot delen uit balans raken, bijvoorbeeld omdat de regenwouden worden gekapt, dan zal Gaia of ‘moeder natuur’, de disbalans proberen te herstellen door andere delen te verheffen. Zeestromen worden gewijzigd, er treden klimatologische veranderingen op, diersoorten sterven, etc. Dit alles met het oog op een herstel van het geheel, al gaat de denkende mens dit geheel, want hij ziet slechts een verbrokkelde wereld. De denkende mens ziet deeltjes, maar geen golven of het geheel. En omdat hij dit geheel niet ziet, houdt hij er geen rekening mee. Hij denkt in eerste instantie letterlijk alleen aan zichzelf. Zijn ik of ego moet gered worden. De rest komt later (of niet).

Kaïn, de landbouwer, zet zodoende de wereld naar zijn hand, maar houdt er geen rekening mee dat hij hiermee heel de natuurlijke orde verstoort. Kaïn denkt immers lineair, niet cyclisch, zoals de natuur. Kaïn heeft geen tijd om het ritme van de natuur te volgen, want tijd is geld en als landbouwer of ondernemer wil hij zijn productie steeds verder opvoeren – lineair, in één rechte lijn denkt Kaïn alleen aan de toekomst. Niet aan het nu, want het huidig moment ontspringt voortdurend aan het denken. Het eeuwige nu is de denkende mens steeds een stap vooruit of achteruit. Het denken kan zoiets als de eeuwigheid immers niet begrijpen. Iets wat oneindig is, bijvoorbeeld het nu (het is ‘altijd nu’), kan niet geconceptualiseerd worden. Het oneindige kan alleen begrepen worden als zij in deeltjes wordt opgebroken, waardoor het mentale idee van tijd bestaat. Hier kan Kaïn wel iets mee, want de mentale tijd kan hij vooruit spoelen, door over de toekomst na te denken (meestal piekerend, want het denkende ik ziet zichzelf bedreigd door een externe kosmos). Of Kaïn denkt na over het verleden (meestal met spijt, omdat hij zo weinig in het nu geleefd en genoten heeft). Maar ‘nu’ kan Kaïn niet bevatten, want ‘nu’ kan niet bedacht worden. Probeer het maar eens. Telkens als je over het ‘nu’ nadenkt, ben je niet in het ‘nu’, maar denk je aan een ‘verleden nu’, dat je net ontschoten is, of een ‘toekomstig nu’, dat je probeert vast te pakken.

Heel onze (Westerse) mythologie en geschiedschrijving getuigt van Kaïn, de denkende mens die per definitie egoïstisch is (omdat hij een ego of ik heeft). Sinds het denken zijn intrede heeft gedaan is de mens de wereld om hem heen steeds verder aan hem gaan onderwerpen. Abel, de mens die nog nauwelijks denkt, had nog nauwelijks een ik-besef en liet zich zodoende als een herder leiden door de cycli van de natuur. Met zijn kuddes bewoog hij met de seizoenen mee. Hij vestigde zich ook niet op één plek, maar zwierf nomadisch rond. Het idee dat je land kunt bezitten of als mens van de rest van de natuurlijke leefwereld kunt claimen is in de ogen van Abel ondenkbaar. Overigens, in een utopische toekomst zal de mens opnieuw tot het besef komen dat het bezitten van land, water of lucht absurd is. Zoals Chief Seattle zei: hoe kun je de lucht bezitten? Als wind waait zij immers door alles heen. Kun je dan zeggen dat jij een ‘luchtruim’ bezit, dat je vol met CO₂ mag pompen, ook al warm je hiermee de aarde op en breng je andere levensvormen in gevaar? In de verre toekomst zal de evolutie van de mens zo ver gevorderd zijn dat hij zijn denken heeft overstegen en hiermee zijn kleine, egoïstische en toch vaak kwaadaardige ik zal hebben getranscendeerd. Dan zal de mens zich weer voegen naar de werking van het geheel, hoewel hij zich nog steeds als onderdeel van het geheel zelfbewust is.

In de bijbel staat bovenstaande op heel bondige wijze beschreven.

Nadat Kaïn, de denkende mens begiftigd met een ik-bewustzijn, zijn broer Abel, die nog weinig zelfbewust is, heeft vermoord, wordt hij door God ‘gestraft’. Deze straf ondervinden we nu. Als je het denken en daarmee egoïsme maar ver genoeg doorvoert, dan krijg je in haar meest extreme en beangstigende vorm de wereld van nu. Alleen ego’s die (vrijwel) alleen aan zichzelf denken kunnen een wereld verkrachten, zoals wij dat hebben gedaan. Als deeltjes hebben we ons uit de natuurlijke, kosmische orde gedacht en dit komt ons nu duur te staan. Klimaatverandering zal een zeer hoge tol eisen, niet alleen onder mensen, maar onder alle levenssoorten op aarde. We ervaren nu aan den lijve de karmische wet van oorzaak en gevolg, volgens welke alle acties vroeg of laat een tegenreactie oproepen. Afhankelijk van de aard en intentie van de actie, zal de tegenreactie positief of negatief zijn. Overigens, denk nu niet dat je aan je lot kunt ontsnappen, omdat je binnen nu en een aantal decennia zal overlijden en je het armageddon niet meer zal meemaken. Alleen een denkende mens ziet de zielenwerkzaamheid van reïncarnatie niet. De denkende mens staart zich immers blind op de fysieke dood en gaat er hierbij, tegen alle wetenschappelijk onderbouwde wetten van de kwantumfysica in, van uit dat er niets meer van hem of haar overblijft. Maar is het niet juist het inzicht van kwantumfysica dat er in werkelijkheid geen deeltjes bestaan, maar alleen energie die ‘constant’ is? En zou de ziel niet simpelweg onze energetische grondslag kunnen zijn die ook na de dood opnieuw gestalte aanneemt in de vorm van een menselijk lichaam? De wet van karma stelt dat de nieuw geïncarneerde ziel vroeg of laat altijd geconfronteerd wordt met zijn karma – dit kan dus net zo goed in een volgend leven zijn, waarin Kaïn zichzelf als straatarme boer in een nagenoeg verwoeste wereld terug vindt.

Terugkomend op de passage in de bijbel, waarin Kaïn na de moord op zijn broer Abel door God gestraft wordt, maar tevens een merkteken ontvangt dat hem beschermt. Hoe moet dit dan worden uitgelegd?

De bescherming die Kaïn en dus de hele denkende mensheid geniet is de genade die er altijd is. Denken is geen storing in de evolutie; ook zij is vanuit een hogere, kosmische intellgentie in de mens gelegd. Wil de mens zichzelf ooit zelfbewust als een onlosmakelijk deel van het geheel kennen, dan moet hij zichzelf eerst als afgesplitst individu ervaren. De denkfunctie zorgt hiervoor en maakt dat wij ons een beeld van onszelf kunnen vormen, onszelf als een ik kunnen leren kennen. Hierdoor kunnen we in onszelf een innerlijke belevingswereld onderscheiden waarin we steeds verder in kunnen afdalen. Het uiteindelijke evolutionaire doel van denken en van het hieraan gekoppelde ego is dat de mens in zichzelf God zelf vindt! Vandaar dat God Kaïn tevens beschermt. Vanuit een hogere teleologische orde is het denken een noodzakelijke functie en evolutiefase, die de mens tot een autonoom wezen maakt. De mens moet zich onafhankelijk van God denken, want hij moet de goddelijke kwaliteiten als scheppen en liefde in zichzelf gaan ontdekken en ontwikkelen. Hiervoor is het noodzakelijk dat hij zich, als een puber die zich tegen zijn ouders keert, losmaakt van de kosmische orde.

Demian

In ‘Demian’ wordt dit alles op de miniatuurschaal van de opgroeiende Emil Sinclair verteld. Emil groeit op in een kleinburgerlijk milieu waar hij zich dankzij de sinistere invloed van Max Demian aan onttrekt. In Max ziet Emil een gelijkenis met Kaïn, die dankzij zijn broedermoord ogenschijnlijk door het kwaad bevangen was. Kaïn, die immers net als Abel (en Seth, de utopische mens) een kind is van Ada en Eva, herhaalt hiermee de prototypische zondeval, welke zijn ouders hebben gemaakt toen zij van de boom van de kennis van goed en kwaad aten. Met Adam en Eva is het individuatieproces inderdaad in gang gezet, want wil de mens uiteindelijk net als God worden en kennis van het leven bezitten, dan moet hij op zichzelf komen te staan en autonome beslissingen nemen, die hem het onderscheid tussen goed en kwaad doen inzien. Max doet hierin zijn ouders na. Hij gaat zijn eigen weg en beweegt zich als een ‘outsider’ op wegen die voor Emil en zijn klasgenoten ‘deviant’ of zelfs duister lijken. Dit alles heeft een hoger doel, en deze gedachte moet ook Hermann Hesse bij het schrijven van ‘Demian’ in zijn hoofd hebben gehad.

Colin Wilson, auteur van ‘The outsider’, beschrijft het hogere doel van het ‘kwaad’ als volgt:

“The conclusions of ‘Demian’, the book by Hermann Hesse, are clear. It is a question of self-realization. It is not enough to accept a concept of order and live by it; that is cowardice, and such cowardice cannot result in freedom. Chaos must be faced. Real order must be preceded by a descent into chaos. This is Hesse’s conclusion. In theological terms, the fall was necessary, man had to eat of the fruit of good and evil. Later, dealing with Nietzsche and Blake, we shall touch upon similar views; the idea that good and evil are not ultimate antinomies, but expressions of a higher force that comprehends both.”

Uiteindelijk is er zelfs nog een hoger doel aan het leven van Kaïn (Max Demian), en daarmee aan dat van Emil Sinclair, toe te kennen. Emil wordt verliefd op de moeder van Max. Zij heet Frau Eva, waarmee zij de heelheid van de aardse natuur en van het vrouwelijk op symbolische wijze belichaamd. Emil wil uiteindelijk alleen haar bereiken, maar zijn liefde vindt onvoldoende weerklank. Hiermee ondergaat Emil, en daarmee het denkend ego, de belangrijkste levensles, welke tevens de laatste evolutiefase inluidt van Kaïn (ego-denkend) naar Seth, de toekomstige mens.

De opkomst van egoïsme

Denken en willen kunnen het geheel niet omvatten, omdat zij steeds van een denkend en willend ego of ik uitgaan. Evolutionair beschouwd is de mens sinds het Griekse tijdperk (ca. 1500 voor Christus) zijn denkvermogen in de vorm van de rede pas echt gaan hanteren. De Grieken hebben in dienst van de mensheid het denken bemeesterd, waardoor de mens zich van zichzelf als individueel ego bewust werd. In de Romeinse tijd heeft de mens zijn denkvermogen gekoppeld aan hét wapenfeit van de Romeinen: een ijzersterke wil. Dankzij de vorming van de wil in de Romeinse tijd is de egofunctie pas echt op gang gekomen en zijn we allen uitgegroeid tot egoïsten.

Egoïsten denken en willen. Door hun verstand slim en sluw te gebruiken leiden ze een berekenend leven. Met wilskracht proberen ze hun (egoïstische) doelen te bereiken. De Westerse mens heeft bewezen dat je met denken en willen inderdaad heel veel kunt bereiken. Hij heeft ook gedemonstreerd dat denken en willen in handen van het ego de wereld tot aan de rand van de afgrond kunnen duwen. Dit was noodzakelijk, want Kaïn/Demian moet goed en kwaad ervaren om zo kennis van het leven op te doen. Homo sapiens (sapiens) moet met zijn denken wereld en kosmos helemaal uiteenrafelen en aan stukken scheuren om zo zichzelf als een onderdeel van het groter geheel te kunnen gaan herkennen. Abel kende voornamelijk het geheel, maar niet zichzelf als autonoom wezen dat de kennis en werking van het geheel in zichzelf draagt. Kaïn kent zichzelf als egoïst en denkt dat hij alleen op de wereld is. In afzondering van het collectief leert hij zichzelf van binnenuit helemaal kennen, om zo in zijn eigen binnenste de zelfde werkzaamheid als in de buitenwereld te ontdekken! De natuur- en geesteswetten die de kosmos vervolmaken, werken ook in ons binnenste. Met dit besef ontgroeit Kaïn zijn egoïstische fase en ontwaakt hij in de fase van Seth, de binnen en buiten, ik en de wereld, ego en God weer met elkaar verbindt.

De nieuwe mens: centaurische visie

Seth, het prototype van de nieuwe mens (ook ‘homo aquarius’ genoemd), heeft zijn denken en willen niet afgelegd. Hij stelt deze echter niet langer in functie van het ego, maar denkt en wilt in dienst van zijn ware, goddelijke Zelf. Hij bedenkt dus niet zelf wat hij met zijn leven wil, maar hij peilt in het diepst van zijn wezen naar de goddelijke wil. De huidige mens doet dit nog langs de zwak ontwikkelde functie van intuïtie; de zachte stem van de ziel of het ware Zelf die nog net door het gekrakeel van het denken weet door te dringen. In een meer volwassen stadium spreken we van een ‘centaurisch bewustzijn’, dat mentaal-intuïtief getuigt van een holistische visie die volstrekt logisch is. ‘Logisch’ wil hier zeggen dat de mens in zijn bewustzijn de ‘logos’ of de wijsheid de (heilige) geest volgt. Omdat deze altijd vanuit eenheid en nooit vanuit ego-afgescheidenheid opereert, getuigt de centaurische visie van liefdevolheid.

Sinds Jezus het zaad geplant heeft voor deze nieuwe fase in onze evolutie, dringt de Christusimpuls zich in ieder het binnenste op. Omdat we de afgelopen twee millennia nog te zeer bezangerd waren van onze nieuwe ‘speeltjes’ rede en wil, hebben nog maar weinigen deze Christusimpuls in hun innerlijk opgemerkt.

De agrarische en industriële revolutie moesten eerst hun hoogtepunt bereiken, om de mens steeds verder tot autonome wezens of egoïsten te individualiseren. Via wilskracht heeft de mens de natuur aan zich willen onderwerpen. Hij heeft dieren en andere natuurkrachten in dienst van zijn egoïstische motieven gesteld.

Tijdens het industriële tijdperk heeft de mens de spitsvondigheid van zijn verstand vervolmaakt in het vormgeven aan steeds meer technisch vernuft. Hoewel de gigantische krachten van rede en wil nog niet uitgewerkt, beginnen zij sinds het informatietijdperk wel hun kracht te verliezen. Om de tsunamie aan informatie te kunnen verwerken, moest de mens namelijk een nieuwe bewustzijnskwaliteit ontwikkelen: het vermogen om synthetiserend of integraal te denken. Wil je aan de stortvloed van bits en bytes informatie nog een touw kunnen vastknopen, dan moet je je denken wel verheffen om het grote(re) verband te gaan zien. Hiermee is de mens, onbedoeld, begonnen met het relativeren van zijn ego. Het zien van grotere verbanden (holisme) is evolutionair immers zin- en waardevoller dan je blind blijven staren op autonome delen.

In het huidige digitale tijdperk neemt de denkkracht van computers exponentieel toe. Met de naderende komst van de quantum computer zullen machines de intelligentie van mensen verre overstijgen. Binnen enkele jaren zal homo sapiens sapiens tot het formaat van een dwerg zijn verschrompeld ten opzichte van de reusachtige capaciteiten van technologische toepassingen als artifician intelligence. Hiermee heeft de egoïstisch denkende mens zichzelf onbewust in een superlatieve schaakmatpositie geplaatst. Wil hij zijn eigen technisch vernuften overleven, die steeds meer een eigen leven en autonome wil zal gaan leiden, dan moet hij supercomputers met een ander vermogen dan denken de baas worden! Zoe hoe ingenieus het goddelijk evolutiespel in elkaar steekt! Niet rede of wilskracht kunnen ons van onze eigen technisch vernuft redden, alleen ethiek kan dit.

Ethiek is geen kwestie van verstand, maar is een functie van het hart. Alleen een mens die liefde voor zichzelf en andere levende wezens kan voelen, is tot ethisch handelen in staat. De brug tussen voelen en handelen wordt gevormd door ons denken. Dit denken moet zich gaan verbinden met ethiek, een vorm van empathie of invoelend vermogen, om de klinische superlogica van machines in de juiste richting te kunnen buigen. Doen we dit niet, dan zal homo sapiens sapiens vroeg of laat uitgewist worden door autonoom denkende en handelende machines. Deze zullen binnenkort met een verbijsterend geheugen en verwerkingscapaciteit tot de slotsom komen dat hun efficiency en effectiviteit groter zal zijn als zij niet langer door mensen bedacht en aangestuurd worden. In een wereld waarin computers nu reeds via een world wide web met elkaar communiceren is het onvermijdelijk dat quantumcomputers met elkaar ‘in overleg’ gaan om te beslissen hoe zij de mens het makkelijkst uit kunnen schakelen. De opties om gebruik te maken van massavernietigingswapens zijn legio, daar heeft het kwade genius van de egoïstische mens voor gezorgd.

Renaissance van ethiek

Het eindspel is begonnen.

Volgens de ‘Bulletin of Atomic Scientists’, een denktank van de beste wetenschappers die de toestand van de wereld in de gaten houdt, staat de zogenoemde ‘Doomsday Clock’ op twee voor twaalf. Een giftige cocktail van atoomenergie, klimaatverandering, de voortdenderende vernietiging van natuur, toenemende politieke instabiliteit en grotere economsche verwevenheid heeft geresulteerd in krachtvelden die menselijkerwijs niet meer in de hand te houden zijn. Dit is de laatste tijd in een pre-apocalyptische wereld. In de post-apocalyptische wereld zal de nieuwe mens vanuit een nieuwe ethos en ethiek oprijzen en de vernietigende overmacht van verstand en technologie met zijn hart beslechten. De wereld zal niet vergaan, de Westerse maatschappij, die inmiddels mondiaal is, wel. Zet Mozart’s ‘Requiem’ voor Demian maar alvast aan. Emil Sinclair, die zo naar zijn egoïstische held heeft opgekeken, zal een nieuwe held moeten volgen. Wij zijn als Sinclair, die ondervonden heeft dat je zelfs met nietzschiaanse wilskracht de liefde niet kunt bereiken. Nietzsche, de grootste filosoof van het Avondland, heeft weliswaar de weg naar de Übermensch gewezen. Maar als voorloper van de nieuwe soort mens, was hij nog onvoldoende doordrongen van het ethos van de nieuwe tijd. In zijn levenseinde, waarin hij krankzinnig was geworden, werd het einde van de verstandelijke mens en zijn cultuur van het Avondland reeds voorspeld. Het is niet meer dan logisch dat op de avond de nacht volgt. We gaan een donkere tijd tegemoet, nu de krachtvelden in de wereld zich gaan herschikken en een nieuwe geestelijke invloedssfeer zijn intrede doet.

“Wie geboren wil worden, moet een wereld vernietigen”, schrijft Hermann Hesse in ‘Demian’.

Maar na de nacht zal de zon opnieuw opkomen. Ditmaal zal het geen Verlichting van de rede zijn, maar een Renaissance van ethisch bewustzijn die de holistische aard van het leven weer zal kennen. Dan zullen we in de natuur en in onze medemens Frau Eva weer beleven.