De weg naar je ware zelf

Nieuws

Tekenen van een nieuw bewustzijn

Alle artikelen, Antroposofie, Dieptepsychologie, Mystiek & gnosis

Het kan soms onmogelijk lijken om in de huidige tijd tekenen van een nieuwe begin te lezen. Toch zijn er duidelijke signalen dat een nieuw bewustzijn in ontwikkeling is. In dit artikel onderzoek ik de evolutiefasen van bewustzijn en de kenmerken van een nieuw bewustzijn.

Ik begin mijn onderzoek met een beschouwing van de voorbije millennia en maak hiervoor gebruik van de inzichten van Rudolf Steiner.

Cultuurperioden volgens Steiner

Volgens Steiner leeft de mens in de huidige tijd in het zogenoemde ‘post-Atlantische’ tijdperk. Deze is circa 11.500 jaar geleden begonnen en omvangt zeven verschillende cultuurperioden. Momenteel bevinden we ons in de vijfde cultuurperiode binnen de post-Atlantische. Deze cultuurperiode is de Germaans-Angelsaksische en het kenmerk ervan is dat de mens bewustzijn moet krijgen over zijn astraal lichaam. De mens doet dit via zijn denken, waarbij hij leert om vanuit een mentaal bewustzijn bewuste keuzes te maken die boven instincten, gevoelens en emoties van lust en onlust uitstijgen.

Voor deze cultuurperiode heeft de mens binnen de post-Atlantische cyclus vier andere cultuurperioden doorlopen. Steiner koppelt elke cultuurperiode aan de ontwikkeling van een kwaliteit van bewustzijn, dat zijn basis heeft in een op dat moment ‘dragende’ hoofdcultuur.

Na Atlantis begint de beschaving opnieuw met de oer-Indische tijd, gevolgd door de oer-Perzische tijd, Babylonische-Chaldeeuws-Egyptische tijd, de Grieks-Romeinse tijd, de huidige Germaans-Angelsaksische tijd en nog volgend: de Slavisch-Russische (zesde periode) en Amerikaanse tijd (zevende periode).

Tijdens de eerste cultuurperiode, die van het oude India (7227-5067 v.C.) moet de mens feitelijk nog indalen in het fysieke lichaam. Het is de astrologische tijd van Kreeft, waarbij de ziel in de stof opnieuw ontwaakt. De mens heeft nog een doorzicht in de geestelijke wereld, kan zijn ware Zelf nog rechtstreeks beschouwen en geeft hieraan uiting in nog zeer lucide geschriften als de Upanishaden.

Dan volgt de lange weg van incarnatie, waarin de ziel steeds dieper in de stof afdaalt en bijgevolg het bewustzijn als het ware dimt. Dit is echter schijn, want juist door het ‘vast zitten’ in de materie, worden nieuwe, meer indringende bewustzijnskwaliteiten ontwikkeld waarvan het denken het laatste evolutionaire wapenfeit is. Het denkvermogen ontwaakt pas echt in de Grieks-Romeinse tijd (747 v.C. – 1413 n.C.), welke correspondeert met het Ram-tijdperk. De wilskracht die gepaard gaat met de energie van Ram uit zich in het willen doorgronden van het stoffelijk leven, waarin de mens dankzij zijn denken en daarmee gepaard gaand zelfbewustzijn een Ik weet te onderscheiden. Bij de Grieken ontwaakt dit Ik, bij de Romeinen uit het zich vormend Ik door middel van fysieke en vaak brute wilskracht. Vandaar dat de stichters van Rome, Remus en Romulus, door een wolvin worden gezoogd.

Vóór de Grieks-Romeinse tijd ontwikkelde het bewustzijn zich in de oud-Perzische (5067 – 2907 v.C.) en de Babylonische-Chaldeeuws-Egyptische (2907 – 747 v.C.) tijd. In deze tijden ontwaakt het begeertelichaam en moet de mens, om sturing te kunnen geven aan zijn begeerten, een notie ontwikkelen van ethiek – weliswaar nog niet doordacht, maar ‘gevoeld’ – waarvoor door Zarathustra in het oude Perzië de grondslag legt. Nietzsche, één van de vaandeldragers van de Germaanse tijd, heeft dit later verder ontwikkeld in ‘Alzo sprak Zarathustra’. Daarin beschrijft hij hoe uit de Germaans-Angelsaksische tijd niet alleen een volledig autonoom ego of Ik wordt geboren, maar hoe deze zelf denkende en voelende mens vervolgens tastend zijn weg vervolgt naar een nieuwe mens: de Übermensch of homo aquarius. Deze mens zal pas in de volgende, Slavisch-Russische (3573 – 5733 n.C.) tijd zijn wasdom bereiken, als de mens onder het sterrenbeeld van Waterman het cognitieve, onderscheidende denken ontstijgt en ontwaakt in zijn supramentaal, intuïtieve vermogen.

Uiteindelijk zal de mens, in een utopische toekomst, tijdens de zogenaamde ‘Amerikaanse’ tijd in zijn ether- of levenslichaam contact maken met wat Steiner de ‘Christusimpuls’ noemt, of de komst van de tweede Messias. Uit onze intuïtie, die het duale bewustzijn van voelen (lust – onlust) en denken (juist – onjuist) ontstijgt, zal dan een diep(er) besef van liefde of bewustzijn van eenheid voortspruiten. Het betreft niet langer een persoonlijke liefde, welke nog door persoonlijke gedachten en gevoelens wordt bepaald, maar een meer universele liefde die alle levensvormen omvat. Daarom noemt Steiner de laatste cultuurperiode in de post-Atlantische tijd ook ‘Philadelphia’. In deze tijd zullen de universele waarden van de Franse revolutie van vrijheid, gelijkheid en broederschap pas echt volledig gerealiseerd worden. Volgens de wet van ‘harmonie door conflict’ zal dit paradoxaal gepaard gaan met een eindstrijd, waarna een nieuwe evolutieronde start.

Overigens, op het moment dat ik dit artikel schrijf zijn de Amerikaanse presidentsverkiezingen in het voordeel van Biden beslist door de kiezers in de staat Pennsylvania, waarvan Philadelphia de hoofdstad is. Een teken van een nieuw begin?

De huidige en komende tijd

Voorlopig echter zit de mens met zijn cognitieve bewustzijn nog gevangen in de grot van Plato en kunnen we ons van de geestelijke werkelijkheid buiten ons denkend lichaam nauwelijks een beeld vormen. We worden door de aansturende geestelijke hiërarchie ook nog niet buiten de grot van ons denken gelaten. Stel je voor dat de mens in zijn huidige bewustzijnsstaat de beschikking zou krijgen over grotere, geestelijke vermogens! Met ons huidig minimaal ethisch bewustzijn zou dit beslist onverantwoord zijn. Steiner beschrijft hoe de komende honderdenveertig jaar, tot 2160, aartsengel Michaël de leiding heeft over het bewustwordingsproces van de mens. Michaël staat symbool voor het doden van de draak ofwel het uitmesten van de Augiasstallen, welke een van de twaalf werken van Hercules is. Via het denken moeten wij grip krijgen over onze begeerten, zodat we hieraan zelf sturing kunnen geven, vanuit een steeds meer omvattend ethisch bewustzijn. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de mens terug als een god wordt: met de beschikking over grote geestelijke vermogens. Zolang echter het ethisch bewustzijn niet voldoende gerijpt is, blijft de Promethische mens vastgeketend aan de rotsen van de Kaukasus. Pas in de volgende, Slavisch-Russische cultuurperiode (vanaf het jaar 3573) zal een deel van de mensheid ethisch genoeg gerijpt zijn, dat zij terug de beschikking kan en mag krijgen over hogere, transpersoonlijke vermogens.

Wagner’s opera’s: een symbolische vertelling

Maarten Zweers beschrijft op meesterlijke wijze hoe de opera’s van Richard Wagner een zeer precieze esoterische, symbolische betekenis hebben die verleden, heden en toekomst omspant. Onder de titel ‘Mythe der mensheid’ doet Zweers de diepgaande symbolische betekenis van Wagner’s muziekdrama’s uit de doeken. Het blijkt dat de tetralogie ‘Der Ring des Nibelungen’ de ontwikkeling van bewustzijn vanaf de vroegste geschiedenis van de Aarde tot in onze tijd beschrijft. De vierde opera uit deze reeks, getiteld ‘Götterdämmerung’, beschrijft hoe de materialiserende mens het zich verliest op de geestelijke wereld die voor hem als in een godenschemering ten onder gaat. Dan wordt het nacht en is de mens, zonder bewust geestelijk contact, geheel op zichzelf aangewezen. Tijdens deze donkere nacht van de ziel – onze huidige tijd – keert de mens zich naar binnen toe om innerlijk het contact te zoeken dat hij voorheen als van buitenaf ervoer. God wordt niet meer buiten, maar in het eigen innerlijk gezocht. In Nietzsche’s woorden: ‘God is dood’. De mens is er klaar voor om de Christusimpuls in zijn eigen innerlijk te ervaren.

Sinds de geboorte van Jezus van Nazareth is de mens in staat om in de dichte fysieke stof de geesteswereld te ontwaren. Dit gebeurt eerst heel subtiel. Het beleven van de schoonheid van kunst of de liefde voor een ander zou je het opkomend gewaarzijn van de geestelijke wereld kunnen noemen. Langzaam komen we erachter dat de schoonheid die we in een ander of het andere beleven, in feite een weerklank is van onze eigen ziel. In Wagner’s operaversie van ‘Tristan und Isolde’ wordt deze volgende, huidige fase van de mens belicht. De liefde die Tristan en Isolde ervaren is de eigenliefde weerspiegeld in de ander, waardoor zij niet uitmondt in blind narcisme maar in een verdieping van de eigen geest. De mens ontdekt dat liefde de wezenlijke substantie is die alles met alles verbindt. Momenteel bevinden we ons wat dit betreft nog in een kleuterfase. We brandschatten de bossen op Aarde, omdat we onze intrinsieke verwevenheid met al wat leeft nog niet van binnenuit ervaren.

Anders dan in de tijd van voor de Grieken en Romeinen, toen de mens nog nauwelijks over een eigen Ik beschikte, moeten wij de beleving van de anima mundi in deze tijd in en vanuit onszelf zoeken. Dit eenheidsbewustzijn kan ons niet meer van buitenaf worden gegeven. Homo sapiens sapiens beschikt krachtens de evolutie over een gigant van een cognitief, zelfreflexief Ik dat zichzelf te midden van de eenheidssoep in ‘splended isolation’ waant. Anders dan de natuurvolkeren die nog weet hebben van een ‘participation mystique’ met de kosmos, doordat zij geen uitgekristalliseerd denkvermogen hebben, moet de Westerse mens zijn inmiddels versteende Ik-bewustzijn te boven komen door deze van binnenuit open te breken.

Welke kracht is beter tot openbreken in staat dan lijden? De mens is waarschijnlijk nooit eenzamer geweest dan in de huidige hyperkapitalistische, gematerialiseerde en geïndividualiseerde tijd. Nog nooit zijn de krachtwerkingen op het Ik zo groot geweest als nu. Steeds meer mensen bezwijken in hun strijd om te overleven. Dit is de bedoeling, want alleen als we een sterk Ik hebben ontwikkeld, kunnen we deze openbreken zodat nieuwe, meer fijnstoffelijke krachten de mens van binnenuit opnieuw kunnen belevendigen. Ons huidig mentaal-emotioneel Ik zal ten onder gaan en vervangen door een meer vergeestelijkt Ik. Steiner beschrijft hoe het nieuwe, geestelijke Ik in drie opeenvolgende gradaties openbloeit. Eerst als ‘geestzelf’ (vergeestelijkt astraal lichaam of manas of goddelijke intelligentie), dan als ‘levensgeest’ (vergeestelijkt etherlichaam of buddhi of goddelijke liefde-wijsheid) en tot slot als ‘geestmens’ (vergeestelijkt fysiek lichaam of atma of goddelijke wil).

In ‘Tristan und Isolde’ maakt de mens een aanvang met zijn geestelijke ontwikkeling. Niet de oude heldenmoed, gebaseerd op verlangen en denkbeelden, drijft Tristan naar Isolde, maar liefde. Deze vervangt de heldenmoed als drijvende evolutionaire kracht. In een utopische toekomst zal de Christusimpuls in ieder mens ontkiemen. Wagner sluit zijn cyclus dan ook af met ‘Parsifal’, de graalridder die in de voetsporen van Jezus Christus treedt.

Johannesmens

Eén opera van Wagner is nog niet genoemd: ‘Die Meistersinger von Nürnberg’.

Nogmaals, het is te danken aan de briljante inzichten van Maarten Zweers dat we verleden, heden en toekomst van bewustwording in Wagner’s opera’s kunnen lezen en horen.

Deze voorlaatste opera uit de cyclus van zeven behandelt de aankomende Watermantijd. Deze tijd vindt plaats op de cusp van de huidige Germaans-Angelsaksische en de komende Slavisch-Russische cultuurperiode. Herinner je dat het de bedoeling is dat (een deel van) de mensheid tijdens de laatst genoemde periode in staat moet zijn om zijn titanische krachten als Prometheus te ontketenen. Dit zal nooit kunnen gebeuren binnen de mal van ons intellect. Het cognitief denken is als een ouderwetse postkoets ten opzichte van een straaljager in deze tijd. Niet het cognitief, lineair en causaal denken zal in staat zijn het ‘world wide web’ van het leven te bevatten, maar de associatieve-intuïtieve-acausale geest. Deze wordt geboren in de ‘mind’ van de meesterzanger: degene die de nog ongekende tonen van de nieuwe tijd zingt.

Nietzsche was zo’n weinig begrepen meesterzanger. In ‘Alzo sprak Zarathustra’ lezen velen het bewijs van de ontspoorde geest van Nietzsche, niet beseffend dat zijn geest in dit laatste meesterwerk pas echt goed op gang was gekomen. Nietzsche beschrijft hoe in de nieuwe tijd de geest voor velen bevattelijk wordt, nadat de mens een eigen Ik heeft bestendigd – een zegewagen (zeker geen postkoets!) waarmee hij zich in de supramentale, hyperfluctuatieve en -reflexieve hoogten van de ‘mind’ staande kan houden. Deze mens is als de Johannesmens die als individu ondergedompeld of gedoopt wordt in de geestelijke sferen die boven het intellect uitstijgen.

Vaak gaat deze ‘doop’ in de onmetelijke diepte en wijdte van de oceanische geest niet meteen goed. Op microniveau gaat zij gepaard met overspoelingen van het Ik, die zich bijvoorbeeld uiten in geestesstoornissen, zoals een psychose. Op macroniveau beleven we een dergelijke psychotische overspoeling in de toenemende chaos die gepaard gaat met de entropie of het uiteenvallen van systemen, zoals onze huidige eco- en economische systemen. In ‘Die Meistersinger van Nürnberg’ gaat tijdens Johannesnacht (midzomernacht) iedereen met iedereen op de vuist. De dag erna is er een nieuwe, maar nog wankele, hogere orde.

Welkom in deze tijd!

De tekenen van een nieuw begin worden in de steeds groter wordende chaos in onze tijd gelezen. Ecosystemen staan mondiaal op het punt van instorten (of zijn hier al mee begonnen) en zullen, wanneer zij kantelen, onze huidige economische en maatschapppelijke structuren te pletter slaan. Dit alles moet gebeuren wil een nieuwe, hogere evolutionaire stuwing doorgang kunnen vinden. We hebben onze samenleving gebouwd op de wetten van het Ik. Wanneer wij eenmaal een sterk ego hebben ontwikkeld, komt de Johannesmens die het eigen Ik offert ten gunste van de (collectieve) geest. De evolutie tijdens deze grote fase is pas voorbij in het tijdperk van Philadelphia: als de eerste graalridders hun ego gekruisigd hebben en het grondwerk hebben gelegd voor een nieuwe, op geestelijke eenheid berustende samenleving. Daarna treedt een nieuw pralaya in: een kosmische rustperiode, waarna binnen een geheel nieuwe setting een nieuwe evolutieronde op Aarde start.

 

© Sander Videler, 2020