De weg naar je ware zelf

Nieuws

The new globe

Alle artikelen, Dieptepsychologie, Mystiek & gnosis

“All the world's a stage, and all the men and women merely players: they have their exits and their entrances; and one man in his time plays many parts, his acts being seven ages.”

William Shakespeare

DIEPTEPSYCHOLOGIE – Enkele jaren geleden, vlak nadat mijn vader was overleden, had ik een droom over Shakespeare’s theater ‘The Globe’. Toen kon ik het numineuze karakter van de droom niet bevatten; nu begint zij mij duidelijk te worden. In de droom nodigde mijn vader me uit om als een Dante mee te gaan op reis. Had ik me van tevoren verdiept in ‘De goddelijke komedie’, dan zou ik begrepen hebben dat aan het bereiken van het paradijs een hoge prijs is verbonden. De ziel moet bereid zijn om af te dalen tot in de diepste hel, voordat zij via de louteringsberg haar bestemming kan bereiken.

De bestemming van Dante is Beatrice, het ontmoeten van zijn anima of zuivere ziel (geestziel). In andere alchemistische werken, zoals Mozart’s opera ‘De Toverfluit’, ondergaat de prins Tamino – de personificatie van de ziel – een inwijding. Net als Dante, wordt Tamino voor beproevingen geplaatst om zijn wederhelft, Pamina (symbool van het lichaam), te bevrijden uit de duistere, onbewuste macht van de Koningin van de Nacht. Wil Tamino koning worden, dan moet hij zich verenigen met zijn koningin. Dit ‘heilig huwelijk’ (hierosgamos) tussen koning en koningin is een bekend zinnebeeld in de alchemie.

Tamino (ziel) en Pamina (lichaam) kunnen volgens alchemistische wetten, waarvan ‘De Toverfluit’ een allegorie is, alleen met elkaar verbonden worden door de bemiddelende werking van de geest. Zonder geest of God kan niets bestaan; laat staan met elkaar verbonden worden. In alchemie staat het element kwik symbool voor de geest, in Mozart’s opera uitgebeeld door Papageno en Papagena. Beiden zijn half menselijk, half dierlijk (vogel), waarmee Papageno en Papagena uiting geven aan zoel de lagere, aardse natuur (mens), als de hogere, geestelijke natuur (vogel). Beide paren – Tamino en Pamina, Papageno en Papagena – moeten, net als in Dante’s ‘goddelijke komedie’, allerlei beproevingen doordtaan, voordat ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ zich met elkaar kunnen verbinden, waardoor lichaam (Pamina), ziel (Tamino) en geest (Papageno en Papagena) zich in een perfecte verhouding met elkaar kunnen verenigen. Er geldt: ‘zo binnen, zo buiten’, wat zeggen wil: wanneer de integratie in de binnenwereld is voltooid, zal zij zich ook in de buitenwereld openbaren. Dan zal Dante zijn Beatrice ontmoeten.

De reis

Korte tijd na mijn vader, overleed ook mijn moeder. Daarna ben ik op reis gegaan. Innerlijk was ik al langer op reis, begeleid door een Jungiaans opgeleid, maar universeel gnostisch geïnspireerde ‘psychopompos’ – een zielenbegeleider, die mij geloodst heeft voorbij talrijke geestelijke en persoonlijkheidsstoornissen, vol wanen, illusies, splitsingen en dissociaties (onbewust zijn). Het doel is, zoals Jung zei, ‘te worden wie ik in wezen ben’. Dit is de kern van elk individuatieproces. Aan de hand van vele dromen – spreekbuizen van de onbewuste wijsheid van de ziel – en even zoveel boeken en synchroniciteiten, zijn wij samen op reis. Vergelijk het maar met Dante, de heldhaftige ziel, die aan de hand van zijn geestelijk begeleider Vergilius de pelgrimstocht door de negen sferen van de hel maakt, om daarna de louteringsberg te bestijgen.

Parallel aan deze aardse pelgrimage, is er de – letterlijk geestelijke – begeleiding van mijn vader die, als een moderne Vergilius, in mijn dromen verschijnt om mij te gidsen. De reis voert door vrijwel alle gebieden van ziel en geest. Bij het gaan van een reis is het ondergaan van een louterings- en leerproces minstens even belangrijk als het bereiken van je bestemming. Zodoende leer ik op mijn reis vele nieuwe gebieden van de geesteswetenschap kennen, waaronder kabbala, taoïsme, tarot, kosmologie, alchemie, numerologie, antroposofie, theosofie en de diepere betekenis van sprookjes en mythen. Een andere wetenschap – de wetenschap van de ziel van o.a. Jung en Freud (dieptepsychologie) – kende ik al min of meer. Al leer ik deze nu tot op de bodem kennen.

De reis voert niet alleen door de innerlijke gebieden van ziel en geest. Zij heeft de laatste jaren ook doorheen verschillende landen geleid. Tot aan de dood van mijn ouders heb ik last gehad van psychosen en depressies, die zich als zwarte draden regen door het tapijt van mijn persoonlijkheid, dat als een lappendeken van persoonlijkheidsstoornissen aan elkaar hing.

Wegwijzers op de reis

Elke reis, zo ook het leven, wordt door de ziel geregisseerd. De gebeurtenissen die ons als lot overvallen, worden als toeval beleefd. In werkelijkheid vallen ze ons toe, volgens een vóór de incarnatie door de ziel ontworpen plan. Ze staan onder andere in de sterren en in je handpalmen geschreven. Maar het lezen van de tekenen van het zielenplan is een zeer hoge kunst die door weinigen wordt verstaan (al geven velen zich uit voor wetenden en ingewijden). Ook dromen kun je als aanduidingen van je zielspad niet zondermeer vertrouwen. Net zo gelaagd en verfijnd als de psyche is, zo gelaagd en verfijnd zijn de symbolen die de ziel ons in de nachtelijke uren influistert. Bovendien, zo lang de ziel zelf nog achter dikke sluiers van onbewust zijn schuil gaat, zo lang zullen dromen doorweven zijn met onbewust zijn – met wanen, illusies en dissociaties of blinde vlekken. Pas wanneer je een heel eind op weg bent in het reiken achter de sluiers van het onbewuste, breken er dromen door die vanuit een geestelijke zuivere laag hun boodschap verkondigen. Dit zijn wezenlijke, ‘grote’ dromen, die in gecondenseerde symbolen een diepgaande, numineuze wijsheid van de ziel overbrengen. Nietzsche wees ons er al op dat het koor in de tragedies – dat wat wij voor de achtergrond van het drama houden – de belangrijkste, goddelijke boodschap verkondigen. Het zijn vaak de dromen die we voor het ‘minst’ beduidend houden, die een diepe inhoud trachten over te brengen. De ziel schreeuwt niet, dat doet het ego. De ziel fluistert en het is God die haar woorden inspireert.

Tantra art

In één van de dromen die me begeleiden, sprak de droom ervan dat ik gedurende een aantal jaren een ‘tantra art reis’ zou maken.

Lange tijd (25 jaar) ben ik als overtuigd homoseksueel door het leven gegaan. Hoewel ik vanuit mijn opleiding tot Jungiaans analytisch therapeut bekend was met de definitie van ‘dissociatie’ – ‘alles wat je niet weet’ – wist ik niet (dissociatie!) dat de definitie van dissociatie zo diep kon reiken. Ik wist letterlijk niet dat ik heteroseksueel was, totdat mijn vader me over de grenzen van de dood via dromen inspireerde.

Het was de stem van mijn overleden vader die door de dichte sluiers van dissociatie en mist van wanen en illusies moest heen reiken, om me de sleutel tot mijn ziel aan te reiken. Was hij niet overleden, dan zou ik nu nog in het duister van mijn identiteit tasten, met alle vernietigende gevolgen (hysterie, eenzaamheid, depressie) van dien.

In een droom sprak mijn vader de volgende woorden:

“Je denkt dat je weet wie je bent. En je bent wat je weet. Maar je bent het niet.”

Met dit aforisme deed hij korte metten met de vermeende wetenschap van het verstand.

Het beste denken, de diepste gedachten, hadden me niet tot het inzicht kunnen brengen dat ik als homoseksueel een pseudoleven als gedissocieerd alter ego aan het uitleven was. Ik besefte nu ook de bestemming van mijn tantra art reis.

Het sanskriet woord ‘tantra’ betekent ‘weven’ of ‘uitbreiden’. Het gaat dus om het aan elkaar weven van inzichten, psychosofische technieken en omstandigheden, die alle samen tot een ingenieus kunstwerk de transformatie van mijn seksualiteit, en daarmee van mijn leven, moeten bewerkstelligen.

Er zit nog een woordspeling in de combinatie ‘tan-tra art’, waarbij ‘art’ (kunst) een omkering is van ‘tra’, dat in het sanskriet ‘bevrijding’ betekent. Het is de kunst van de omgekeerde bevrijding: om dat wat mijn ziel benauwt en verstikt (homoseksualiteit) te verruimen tot een mal waarin heel mijn ziel kan indalen of incarneren, zodat ik volgens het levensplan kan leven waarvoor ik ben bestemd.

Instrumentarium van de geesteswetenschapper

Vanuit de vrijmetselarij weten we hoe belangrijk de kennis, instrumenten en technieken van de vrijmetselaar zijn om zijn geestzelf in een steen der wijzen uit te houwen. Zonder kennis en instrumentarium is de vrijmetselaar geen vakman en kan er van vakmanschap of kunst in de ware zin van het woord geen sprake zijn.

Op mijn reizen kom ik alles tegen dat mij verder helpt op mijn pad van individuatie. Individuatie, een term van Jung, betekent zoveel als ‘worden wie je in wezen bent’: een individu dat op unieke wijze expressie geeft aan het leven en de haar bezielende geest. Hoewel ik min of meer bekend was met de hogere kunsten van de ziel en de geest, zoals kosmologie, kabbala, tarot en droomduiding, was ik niet bekend met de kunst om de innerlijk ingezette veranderingen in het lichaam te verankeren. Als boogschutter is het voor mij moeilijk om geestelijke constructen duurzaam vorm te geven in materie. Mijn boogschutternatuur is als Pegasus, opgedreven door een vliegensvlugge, hyperassociatieve adhd-Mercuriusgeest die, net als het element ‘mercury’ (kwikzilver) van alchemisten, zowel goddelijke wijsheid symboliseert, als van duivelse, diabolische invloeden getuigt.

De vele dissociaties, splitsingen en andere diabolische hiaten in mijn bewustzijn, werden mij vooral duidelijk aan de hand van de kabbala, waar de planeet Mercurius (‘mercury’) over de sefira ‘Hod’ regeert, dat symbool staat voor de verstandsziel. Het begrip ‘verstandsziel’ is afkomstig van Rudolf Steiner, de geestelijk vader van de antroposofie, en vertegenwoordigt het denkende element van de ziel. Onze denkfunctie kan in dienst staan van het ego of het lagere zelf, door kabbalisten aangeduid als ‘Yesod’, waarmee de maan samenhangt. Het denken kan ook in dienst staan van het hoge, ware zelf: de bewustzijnsziel, dat door kabbalisten als ‘Tiffareth’ (de zon) wordt aangeduid.

Anders gezegd: ons denken kan getuigen van de (zeer) beperkte perspectieven van het ego dat, astrologisch gezien, in verband wordt gebracht met de maan, de satelliet die rondom de aarde (materie) draait en daarmee de baan beschrijft zoals die door de aardse persoonlijkheid (ego) wordt bepaald. Dit is het geocentrisch perspectief dat uitgaat van de beperkte waarneming van het ego of ik. De maan geeft uit zichzelf geen licht, maar kan deze alleen ontvangen en weerkaatsen via de zon, de lichtende ster die wordt geassocieerd met de bewustzijnsziel. De (bewustzijns)ziel of zielskern is rechtstreeks verbonden met de geestelijke Monade, de inwonende godsvonk of de heilige geest. Een heliocentrisch perspectief getuigt zodoende van een centraal stellen van de kennis van de ziel, om vanuit dit hoogste, geestelijke perspectief vorm te geven aan het leven (in tegenstelling tot het geocentrisch perspectief, dat uit gaat van de blindheid van het ego of ik).

Zoals gezegd, op deze reis doorkruis ik vrijwel alle terreinen van de geesteswetenschap. Het is voor een geesteswetenschapper essentieel dat hij meester is over de vele kennisgebieden van de ziel en de geest en dat hij zijn instrumenten heel nauwkeurig leert gebruiken. Naarmate het Pad vordert, luidt de mystieke wijsheid, worden de eraan verbonden gevaren groter. Je begeeft je met je denkgeest immers in steeds hogere, ijlere stratosferen van de geest, waar energie en informatie (kwantumfysica) zo dicht tegen elkaar liggen, dat kennis niet meer via de indirecte, grofstoffelijke weg van bijvoorbeeld boeken tot je komt (wat een omslachtige en beperkte wijze is van kennisoverdracht, mede door de gigantische beperkingen van taal). Nee, in de hogere geestelijke sferen openbaren geestelijke wetten zich met kwantumfysische directheid. Hier is informatie energie, welke als een lichstraal door het brein en het gehele organisme flitst. Openbaring, zo getuigen de profeten in bijvoorbeeld de Bijbel, komt met een flits binnen. Maar de mens moet deze ‘flitsen’ van inzichten kunnen verdragen. Zijn hardware en software moeten erop zijn ingesteld om razendsnel grote, compacte hoeveelheden informatie te verwerken, anders raakt het systeem overbelast en beland je in psychotische sferen.

Beproevingen

Zoals elke reiziger word je op weg beproefd. Er zijn 101 gevaren die in de binnen- en buitenwereld van de reiziger op de loer liggen. Door schade en schande word je wijs en je leert zo je geest steeds meer te scherpen, zodat je alertheid en inzichtelijk vermogen steeds groter worden en je de levensgrote gevaren verderop het Pad kunt detecteren. Naarmate de ziel in een baan dichter om de innerlijke Zon raakt, kan zij gemakkelijker verschroeid en verteerd worden door het vuur van de geest.

Op mijn innerlijke en uiterlijke reis heb ik tal van gevaren ontmoet. Met name tijdens mijn verblijf in Japan ben ik beproefd.

Niet toevallig werd mijn reis naar Japan ingeleid door een epische film, welke ik op de hotelkamer van het vliegveld van Jakarta heb gekeken: ‘Kubo en het magische zwaard’. Het is het verhaal over de zoon uit een samurai familie die door zijn overleden ouders vanuit de geesteswereld wordt begeleid om met ‘de zonden der vaderen’ af te rekenen, in de vorm van goden en monsters, waaronder de ‘Moon King’.

Door de dood van mijn ouders en mijn innerlijke/uiterlijke reis ben ik het enorme belang van karmische betrekkingen en ener-genetische overdracht gaan beseffen. Het onbewust zijn van mijn ouders is mijn karmische last, de erfzonde uit de Bijbel. Via overdracht van energieën (= informatie) tijdens de zwangerschap of de indaling van de ziel in de zygote – de bevuchte eicel, dat alle energie/informatie van moeder en vader als download bevat – wordt de incarnerende ziel geïmpregneerd met de erflast van vele generaties voorouderen, welke resoneert met de eigen blinde vlekken en karmische last en lessen. Zodoende komt iedereen bij de perfecte ouders terecht: de fysische mannelijke en vrouwelijke manifestatie van de eigen zielenvorm op dat moment.

Terug naar de gevaren onderweg. Via dromen en gebeurtenissen is mij te verstaan gegeven dat, zolang ik het Pad niet tot het einde ben gegaan, om hiermee alle ‘zonden’ (onbewust zijn) van mijn (voor)ouders, en dus van mij, weg te wassen, mijn zielenpad getekend zal zijn door turbulentie en gevaren.

Momenteel kom ik vaak de getallen 55 en 99 tegen, niet alleen in dromen, maar ook in de buitenwereld. Binnen de numerologie zijn er vele wegen die naar Rome leiden. Getallen kunnen, al naar gelang het kennissysteem en de cultureel-religieuze context, een verschillende betekenis hebben. 55 wordt in de joodse mystiek bijvoorbeeld in verband gebracht met de hebreeuwse letters ‘nun’ (50) en ‘samekh’ (60) – 55 ligt tussen beide in. Nun (50) staat symbool voor de dood en samekh (60) wordt geassocieerd met ‘matiging’ – het belang om met voorzichtige, nauwkeurig bepaalde schreden het Pad te gaan, om zo het grote alchemistische werk niet bloot te stellen aan onnodig gevaar (de dood). Mijn leraar en begeleider spreekt in dit verband van het belang van ‘haast je langzaam’. Of, in Goethe’s woorden: “In den Beschränkung zeigt sich erst der Meister.”

In de kabbalistische levensboom, welke een symbolische representatie is van de micro- en macrokosmos, vormen de 22 letters van het hebreeuwse alfabet (corresponderend met de 22 tarotkaarten van de grote arcana), 22 paden van bewustwording. ‘Nun’ is verbonden met de tarotkaart van de dood en scheidt de bewustzijnsziel van de gewaarwordingsziel (verbonden met de sefira ‘Netzach’).

Gewaarwording is een zintuiglijk-astraal geleid proces van bewustwording, welke veelal getekend en vervuild is door talloze wanen en illusies. De sefira Netzach staat eveneens in verband met Venus, de planeet van de liefde. Maar ieder mens weet dat er een levensgroot verschil bestaat tussen ‘ware’ liefde, welke van een geestelijke zuiverheid getuigt, en de vele lagere, door passies en projecties aangedreven vormen van ‘liefde’, die uiteindelijk niet van liefde, maar van onbewust zijn getuigen. Op ‘straffe’ van een geestelijke dood, word ik momenteel dus gewaarschuwd om de kunst van het tantra te versterken, zodat geconditioneerde reflexen, gevoed door de gewaarwordingsziel (lager astraal lichaam) en ingeprent in de verstandsziel (lager mentaal lichaam), te elimeneren en mijn bewustzijn op te trekken van een egocentrisch, beperkt lichaam perspectief (geocentrisme) naar een Zelfcentrisch, ruimer geestelijk perspectief (heliocentrisme). 60 – het andere uiterste is eveneens verbonden met de hebreeuwse letter samekh, dat de hypermentale ‘internetverbinding’ aanduidt tussen het ego en de ziel. De beelden welke langs deze weg via downloads of uploads verstuurd worden, zijn alles bepalend voor het wel of niet slagen van de alchemistische kunst van ‘tantra art’.

Synchroniciteiten

Het herkennen en het juist duiden van symbolieken (dromen, cijfers, tarotkaarten) en synchroniciteiten (betekenisvolle voorvallen in de buitenwereld die resoneren met de innerlijke ontwikkeling) is op het Pad van essentieel voorbeeld. Een voorbeeld van twee dagen geleden.

Toen was het oudejaarsavond, welke ik met mijn broer en zijn gezin doorbracht in de Italiaanse bergen (allemaal vol symboliek, maar ik houd me in). Ik las de monografie over Rudolf Steiner ‘Antwoord op de toekomst’ van J. Hemleben. Er wordt verhaald over het afbranden van het zogenoemde eerste ‘Goetheanum’, een werkelijk ooit magnifiek gebouw dat als theater, oratorium en hoofdkantoor dienst deed voor de antroposifische beweging. Door brandstichting tijdens oudejaarsnacht in 1922 is het gehele uiterlijke levenswerk van Rudolf Steiner in vlammen opgegaan. Nota bene nadat Steiner op oudejaarsavond in het Goetheanum zijn toehoorders de volgende gedachte had meegegeven:

“Wat anders slechts abstracte kennis zou zijn, wordt tot een voelende en willende verhouding tot de wereld. De wereld wordt tot godshuis. Dat is nu onze grote opgave: op te merken dat er in de wereld oudejaarsstemming heerst, een sfeer van afsterven en weggaan. Hoe echter in de harten der mensen, die zich van hun ware menszijn – hun goddelijk menszijn – bewust worden, nieuwjaarsstemming moet zijn, een sfeer van een nieuwe tijd, van opleven.”

Vlak nadat ik de tekst had gelezen, ging ik nog even verder werken aan diverse voor mij belangrijke stukken, ondermeer een innerlijk verslag van de vele reizen en synchroniciteiten van het afgelopen jaar en een verhandeling over de psychosynthese, de synthese van psychologie en religie, tot stand gebracht door de Italiaan Roberto Assagioli. Ik kan het niet laten: kosmologisch staan ‘bergen’ onder het teken van boogschutter en ‘Italië’, het land van eros en passie, onder het teken van schorpioen. De laatste regeert ook over de dieptepsychologie, terwijl boogschutter het teken is van religie. Ik bevind me in de Italiaanse bergen en bevind me tevens in een regressie, waarbij ik de transformatie van homo- naar heteroseksualiteit niet volhoud en terugval vanuit de bewustzijnsziel in de conditioneringen en reflexen van de lagere verstands- en gewaarwordingsziel. Astrologisch ligt er een belangrijke verbinding tussen boogschutter en schorpioen. Dit alles ‘weet’ ik, omdat ik me deze geesteswetenschappen heb eigen gemaakt en ik haar diverse instrumenten als een zesde paar zintuigen heb leren bedienen (of hierin lerende ben). Schorpioen op boogschutter – de astroloog leeft: ‘gedissocieerde (boogschutter) seksualiteit (schorpioen)’ of synthese tussen religie (boogschutter) en dieptepsychologie (schorpioen).

Ik leg de laatste hand aan deze teksten. Wil, als gewoonlijk, weer drie dingen tegelijk doen… In een enkele seconde raak ik alle tekst kwijt. Een deel van het werk van een jaar gaat als het ware, eveneens op oudejaarsavond, in vlammen op. Uiteraard, want de psychosynthese tussen de dieptepsychologie van het ego en de ‘re-ligie’ of herverbinding met de ziel is nog niet gelukt. Er is nog teveel dissociatie (boogschutter), waardoor de transformatie (schorpioen) van de seksualiteit (eveneens schorpioen) nog niet is gelukt. De kosmos is in deze ongenadig genadig. Wie hoger wil klimmen op de Jakobsladder, om zijn ware ziel te bereiken, krijgt te maken met een alsmaar strengere leermeester. Immers, de gevaren van de ijlere hoogten van de stratosfeer zijn groter dan het werken in de materie. Zet je hier een verkeerde stap, dan struikel. Stap je naast een trede hoger op de bewustzijnsladder, dan maakt je bewustzijn innerlijk een vrije val en veranderen binnen- en buitenwereld in no time, volgens exacte kwantumfysische-geestelijke wetten, in een chaos (of, beter gezegd: kwantumruis).

Volgens dezelfde wetten, overigens, zaten we in de Italiaanse bergen in een huis waar het nog jonge gezin een jongetje van nog geen twee jaar had, die Oliver heet. In mijn dromen van de laatste maanden komt regelmatig een pas geborene van twee jaar voor die… Oliver heet, als verwijzing naar de olijfboom, een ondermeer Bijbels symbool van werkelijk duurzaam hout dat onder moeilijke klimatologische omstandigheden (droogte) langzaam maar zeker toch tot een olijfboom rijpt.

De kunst van het kralenspel

Nog een voorbeeld van synchroniciteit en tevens een verdieping van wat nu eigenlijk kunst is (bedenk, dit is een tantra art reis).

Tijdens mijn reis kom ik steeds weer kunstenaars tegen. De eerste is een Japanse vriend die als kunstdocent aan de universiteit van Hokkaido een doctoraalschrift aan het schrijven is over hoe de ontwikkelingen van de ziel in de kunst tot uiting komen. De ander is een Griekse actrice die via toneel op zoek is naar de rol van haar ziel in dit leven.

Net als ik en de rest van de wereld zitten zij verstrikt in een autistische blokkade.

De autistische blokkade doet zich voor wanneer binnen- en buitenwereld zo complex zijn geworden, dat de mind er niet meer uit komt en zij zich naar binnen toe afsluit. Mijn Japanse vriend probeert langs de weg van een wetenschappelijke dissertatie een antwoord te vinden op levensproblematieken, welke bij hem voor een deel nog onbewust zijn. Ik heb vaak met hem hierover gesproken, in de wetenschap dat het denken nooit voorbij een dissociatie of een totaal onbewuste, blinde vlek in de ziel kan reiken. Uit ervaring weet ik dat je boekwerken vol kunt schrijven, zonder wezenlijke antwoorden te vinden op levensproblemen die voortkomen uit diep gelegen, onbewuste hiaten die de internetverbinding tussen ziel en denkgeest verbreken.

Ik begrijp het als je je, net als ik, moedeloos begint te voelen bij de enorme tour-de-force die nodig is om als mens zijnde uit de diepe, gedissocieerde kloof te geraken, waar we als collectief menszijn sinds de zondeval in zijn beland. Deze epische gebeurtenis uit de Bijbel beschrijft een diepe val van het collectief bewustzijn van de mens, waardoor we in de huidige tijd vrijwel bewusteloos zijn geraakt voor het bestaan van onze ziel, onze microkosmos, en haar samenspel met de macrokosmos en God. Er is nog geen ‘New Globe’, alleen een zichzelf steeds meer afbrandende ‘Old Globe’. En de mens is een acteur/actrice, die zich volledig onbewust is van de rol die zij speelt in de tragedie die, volgens de Bijbel en vele andere spirituele boeken en tradities, een apocalyptische afloop zal hebben. Vrijwel niemand ziet de tekenen des tijds. We rekenen ons rijk met toch weer elk jaar een procentje meer welvaartsgroei, terwijl alle collectieve structuren – ecosystemen en menselijke systemen (politiek, economisch, sociaal-cultureel) – steeds grotere tekenen van verval tonen. Vrijwel niemand verstaat ook de kunst van het ‘kralenspel’, zoals dit door Hermann Hesse is beschreven in zijn magnum opus (‘Het Kralenspel’), nota bene tijdens de volkomen Untergang van een groot deel van de wereld in 1943. Het kralenspel is de kunst van het gebruik maken van de holografische wetten van de kosmos (‘alles weerspiegelt alles’, zoals bijvoorbeeld vastgelegd in de hermetische wetten: ‘zo binnen, zo buiten’ en ‘zo boven, zo beneden’), om zo langs de weg van synchroniciteit de individuele en collectieve zielenontwikkeling te duiden. Deze hoge, geesteswetenschapppelijke vorm van kunst leidt tot Zelfkennis – de gnosis die noodzakelijk is om wezenlijke transformatie – kunst die bijdraagt aan de creatie van het ware, goede en schone – mogelijk te maken.

Numerologie van creatie

Vrijwel niemand verstaat de kunst van het kralenspel. En dit, terwijl aan de vooravond van de opbouw van een nieuwe wereld staan. Maar eerst moet de oude wereld branden. Daar handelt de Apocalyps (‘openbaring’) van Johannes over. Eerst worden de zeven zegels verbroken, dan klinken zeven blazuinen en tot slot worden zeven offerschalen met zeven plagen over de gedegenereerde aarde, in de Bijbel ‘Babylon’ genoemd, uitgestort. Dit alles is nodig om een nieuwe hemel en aarde mogelijk te maken. Zover is het nog niet.

Hoe dichter een mens de eigen zielskern nadert, hoe dichter hij verbonden raakt met het collectief bewustzijn. Immers, in wezen is de mens een atoom in een hemellichaam. Ieder is een golf op de oneindige oceaan of een facet van een hemels kristal. Je bent zowel het deel, als het geheel. Naarmate je in het individuatieproces dichter de innerlijke Zon nadert, ga je jezelf steeds meer als een deel ervaren dat onlosmakelijk met het geheel is verbonden. Je bent niet langer een eenzame, schijnbaar afgescheiden satelliet die ver van de zon afstaat, maar je ervaart jezelf als een zonnestelsel dat volledig synchroon meespeelt in de symfonie en in synchronie met het universum.

In een droom kort geleden moest ik zeven bijbelteksten vertalen. De oorspronkeljke zeven teksten hadden de volgende numerieke waarde: 0,000000. De waarde van de vertaalde teksten luidde: 1,000000. De teksten werden vertaald door een geheimzinnige vrouw, een deel van de ziel of anima dat versluierd is en achter de schermen, in co-creatie met de Monade, meewerkt aan de totstandkoming van het scheppingsplan. Het maakt niet uit of je dit alleen in je eigen leven doet, want je bent deel van het geheel. Alles wat je in je eigen, individuele leven doet om het ware, goede en schone te scheppen, draag je bij aan de universele schepping van deze waarden. Er is geen ik, alleen de illusie van een ik of afgescheiden zelf. Er is alleen een kosmisch of universeel Zelf: de bewustwordingsziel die langs mystieke weg verbonden is met het geestzelf, de godsvonk of Monade.

0 is het getal van de geest, in de tarot tevens de waarde van de dwaas. Zij bevat tegelijk alles, als pure potentialiteit en niets, want alles ligt nog besloten in een gedissocieerde vorm – immanifest, als is het ‘niets’.

1 is het getal van de denkgeest die de eindeloze mogelijkheden van het bestaan via bewust-zijn manifest maken. Volgens de Tao Te Tjing, de taoïstische ‘bijbel’, zijn uit de Tao (0) de tienduizenden dingen (1) voortgekomen.

In een andere droom koop ik met veel moeite een donkerblauwe stift voor 30 euro. 30 kan twee dingen betekenen. Associërend vanuit kabbalistische context is zij verbonden met de hebreeuwse letter ‘lamed’, de tarotkaart van ‘Evenwicht’ en het sterrenbeeld weegschaal. Associërend vanuit taoïstische context is zij verbonden met het dertigste hexagram van de I Tjing, het boek der veranderingen, en staat zij voor het vuur; in een oud Chinees zinnebeeld zien we twee vlammen boven elkaar, welke samen voor ‘duidelijkheid’ of ‘opheldering’ zorgen. Om de stift te krijgen moet ik me een weg banen door een menigte mensen, de vele subpersoonlijkheden of kakofonie van stemmen die het afgescheiden ik – het ego – dagelijks denkt (verstandsziel) en voelt (gewaarwordingsziel). Zo maakt het afgescheiden ego allemaal interpretaties van de verborgen, geestelijke realiteit die aan de verschijningsvormen ten grondslag ligt, maar in werkelijkheid begrijpt het ik er veelal geen snars van. Ik moet met de blauwe stift een tekst schrijven, die tegelijk kabbalistisch, hermetisch-metafysisch, tarotistisch en dieptepsychologisch is. Dit is de oefening die mijn ziel nu maakt om de geestelijke werkelijkheid dichter te naderen. De oude wereld moet geofferd worden, waarna eerst spiritueel, supramentaal een nieuwe, geestelijke wereld – het Nieuwe Jeruzalem uit de Apocalyps – op geestelijk, kwantumfysisch niveau opgebouwd kan worden, zodat hieruit een nieuwe aarde geboren kan worden.

Volgens Shakespeare (zie de quote aan het begin) is elke ziel een speler op het wereldtoneel…  “his acts being seven ages”.

In de numerologie staat zeven symbool voor creatie; zes voor chaos. Het getal van het Beest (eveneens uit de Apocalyps van Johannes) is ‘666’. Waarom ligt er tussen zes en zeven zo’n hemelsgroot verschil? Omdat de zevende dag de rustdag was waarop God rustte.

Nadat op de hogere, supramentale en geestelijke niveaus de architectuur van de nieuwe wereld is ontworpen, heeft de energie tijd nodg om te stollen en zo te materialiseren. Er zijn geen adhd-shortcuts of snel door de bocht acties die het scheppingsproces kunnen versnellen. Al dergelijke acties leiden tot chaos, de signatuur van Satan. Satan, die het getal 666 draagt, wilde in de drie werelden van de kabbala – de wereld van het ware (psyche), het goede (ziel) en het schone (geest) – op eigen wijze orde scheppen. Hij hield zich hierbij niet aan de goddelijke orde, waarin alles op de juiste tijd in de ruimte tot wasdom komt. Wu wei, een taoïstisch begrip dat het volgen de stroom van de Tao inhoudt, maakt het verschil tussen een goddelijk afgeronde creatie, dat de inherente perfectie van God weerspiegelt (7) en de onvoldragen misbaksels (6), welke in de gnosis worden toegeschreven aan de valse scheppergod, een amateur in opleiding: de Demiurg.

De gouden draad

Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie, beschrijft hoe alle bestaansmogelijkheden al in een geestelijk raster vast liggen, dat aan de fysieke werkelijkheid ten grondslag ligt. Genesis opent met:

“In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg en de geest van God zweefde over de wateren.”

De wateren vormen het zinnebeeld van het zuiver potentieel dat in het scheppingszaad besloten ligt. Het is de mens in zijn goddelijke vermogens die als (denk)geest over de immanifeste mogelijkheden zweeft en hierin manifest maakt wat in zijn zielsbestemming besloten ligt.

Hoe zit het dan met de vrije wil, als mogelijkheden reeds als lotsbestemming in de matrix van de ziel – het currriculum voor de ontwikkeling van bewustzijn – geïmpregneerd zijn?

De mens kan op ieder moment ervoor kiezen om als een Demiurg te zijn en volgens eigen inzicht te scheppen. De wereld die je momenteel om je heen ziet is voor een belangrijk deel een gevolg hiervan. Je hoeft haar niet te bewonen, zo vol chaos en duisternis – je kunt er ook voor kiezen om de gouden draad van Araidne weer op te nemen en het afgescheiden zelf door het labyrint van chaotische gedachten en gevoelens terug naar het Zelf te leiden. Een gouden draad – een diepere bestemming in het leven – ligt voor iedereen klaar. Het is de kunst haar op het spoor te komen en de draad weer op te pakken, om aldus het scheppingsproces tot een goed einde te brengen.

De gouden draad op het spoor komen en weer oppakken vereist echter een inwijding in de geesteswetenschap. De draad ligt voor iedereen klaar. Maar er wordt van de afgedwaalde ziel dat zij zich naar het evenbeeld van God herschept. Alleen wie de mathematische en numerologische perfectie in zichzelf creëert, zal als een zuivere spiegel in staat zijn om de goddelijk geïnspireerde waarheid zonder vervormingen, afkomstig van het afgescheiden zelf, te reflecteren.

Drie werelden volgens Popper

“How can it be that mathematics, being after all a product of human thought which is independent of experience, is so admirably appropriate to the objects of reality?”

De vraag van Einstein is hiervoor vanuit geestelijk oogpunt beantwoord. Karl Popper kwam tot een antwoord vanuit de wetenschapsfilosofie.

Popper legde uit dat de werkelijkheid als het ware door drie werelden wordt gevormd.

Er is de wereld van fysische objecten; de materiële werkelijkheid die objectief van de mens wordt ervaren.

Er is de mentale wereld waarin de mens de door hem ervaren fysieke wereld in de vorm van bewustzijnstoestanden beleeft.

Tot slot is er de wereld van ideeën in objectieve zin; Plato’s wereld van de zuivere ideeën, waarvin (heilige) geometrie, wiskunde, astrologie en numerologie de meetinstrumenten zijn. Deze derde wereld, hoewel intuïtief door de menselijke geest opgevangen, staat los van zowel de fysieke wereld en de subjectieve wereld. Dit, terwijl de eerste (fysieke) wereld er uit voortkomt en de tweede (mentale) wereld haar opvangt.

De wereld volgens Plato

Naarmate we onze denkgeest, de mind, schoner wassen, vormen onze subjectieve belevingen een meer objectieve weerslag van zowel de fysieke, als de objectieve ideeënwereld. Spreekwoordelijk kan alleen de mens die de doop in de Jordaan heeft ondergaan, zijn afgescheiden zelf als een spermatoïde heeft doen versmelten met de eicel van de geest, een bevruchting ondergaan, waarin hij in staat is om de wereld van de zuivere ideeën binnen te treden. Zij die nog een afgescheiden zelf hebben, zitten geketend in de grot van hun denkgeest, waar zij subjectieve, vertekende voorstellingen op de objectieve werkelijkheid projecteren. Plato heeft dit inzicht reeds uitgewerkt in de grotvergelijking.

Je kent de boeken wel van non-dualisten. De denkgeesten die verlicht zijn en die geen haarbreed verschil meer ervaren tussen de wil van het afgescheiden zelf en de universele wil. Eckhart Tolle zat jarenlang werkloos op een bankje in het park en hij vond het prachtig. Na zijn verlichting kende hij geen afgescheiden zelf of eigen wil meer. Zoals de wereld hem toekwam – mooi of lelijk – vond hij het goed, want er is geen afgescheiden zelf meer die een eigen, subjectief denkbeeld op de binnenkant van de psyche projecteert, aldus een fictieve ik-filter plaatsend tussen de buiten- en binnenwereld. Je ontwaakt uit maya, uit de illusie dat je als afgezonderd ik bestaat, wanneer je je denkgeest zo schoon hebt gewassen, dat zij als een kristalheldere waterbron de geest van God spiegelt. Je bent geen gevangene meer van je eigen wanen en illusies, je blind starend op zelf gewilde ideeën en doelen van: ‘zo moet mijn/het leven zijn’, ‘dit wil ik’, etc.

Er is geen afgescheiden zelf meer; alleen een universeel Zelf.

Jeff Foster spreekt van ‘life without a centre’:

“Deep acceptance of the way things are, is the source of all creative change. The perfect paradox.”

Eckhart Tolle spreekt van ‘the power of now’:

“To awaken means to awaken out of the self-talk in the head, because the self-talk is a form of hypnosis – self hypnosis.”

Kruisdood

Niemand kan je helpen de nieuwe wereld van de grond te tillen. Er is geen buitenwereld en al wie en alles wat je in de wereld ontmoet is een afspiegeling van je binnenwereld.

In de lange donkere jaren waarin ik mijn metamorfose doormaakte, heb ik vele zieners, kaardleggers en waarzeggers geraadpleegd. Ik vroeg hen de sterren af te speuren, mijn handpalm te bestuderen en de kaarten te leggen, om erachter te komen waar de gouden draad van mijn leven zich bevond en waar naar toe zij leidde. In alle richtingen heb ik naar een uitgang van de donkere nacht van de ziel gevonden. Alleen ik kon deze vinden.

“Eloi, Eloi, lama sabachthani?”

“Mijn God, mijn God, waarom verlaat U mij?”

Niemand kan de kruisdood van het afgescheiden zelf voor je sterven.

Niemand kan voor jou uit de illusie van het afgescheiden ik ontwaken.

 

Langzaam, nadert de dood,

Vel voor vel stroopt hij de dierenhuid van de ziel af.

De animale ziel, misleid door intincten, wordt als een beest geslacht.

Langzaam snijdt de realiteit zich als een mes door de hersenbrei,

Alle verzinsels van de werkelijkheid in stukken snijdend.

De verstandsziel bezwijkt onder het gewicht van de werkelijkheid.

Langzaam nadert de kruisiging van het afgescheiden zelf haar voltooiing,

Zodat het ware zelf, de geestziel in de mens kan opstaan.

 

Het doek valt. Spotlichten doven. Er is geen acteur op het podium.

 

© Sander Videler, 2018